Wat levert de HBE regeling op voor transportbedrijven?

De HBE regeling levert transportbedrijven een directe financiële opbrengst op door het gebruik van elektriciteit voor wegtransport om te zetten in verhandelbare eenheden. Hoe meer elektrische kilometers een bedrijf rijdt, hoe meer eenheden het genereert en hoe groter de extra inkomstenstroom. Hieronder beantwoorden we de meest gestelde vragen over wat de HBE regeling concreet oplevert, hoe het systeem werkt en wat er per 2026 verandert. Bekijk voor een volledig overzicht van onze duurzame mobiliteitsoplossingen wat wij voor uw organisatie kunnen betekenen.

Hoeveel HBE’s kan een transportbedrijf per jaar genereren?

Het aantal eenheden dat een transportbedrijf genereert, hangt rechtstreeks af van de hoeveelheid elektriciteit die het inboekt voor wegtransport. Voor 2026 geldt de volgende berekening voor netstroom: het aantal ERE-E eenheden is gelijk aan de geleverde kilowattuur vermenigvuldigd met het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel (50,5% in 2026), met 183 gram CO2 per megajoule en een omrekeningsfactor van 3,6 megajoule per kilowattuur, gedeeld door 1.000. Concreet levert 2.000 kWh netstroom in 2026 afgerond 666 ERE-E eenheden op.

Belangrijk om te weten: per 1 januari 2026 is het HBE-systeem (gebaseerd op RED II) vervangen door het ERE-systeem (gebaseerd op RED III). De fundamentele verschuiving is dat de sturing niet langer plaatsvindt op de energie-inhoud van hernieuwbare energie, maar op de CO2-ketenemissiereductie van geleverde brandstoffen, van productie tot verbranding. Voor transportbedrijven in de sector land geldt voor 2026 een CO2-ketenemissiereductieverplichting van 14,4%, oplopend naar 27,1% in 2030. Meer elektrische kilometers betekent dus niet alleen meer eenheden, maar ook een grotere bijdrage aan het behalen van die doelstellingen.

Bij gebruik van volledig hernieuwbare stroom, opgewekt op dezelfde locatie of via een directe lijn, valt het netgemiddeld aandeel weg en telt 100% van de geleverde kilowatturen mee. Dat levert aanzienlijk meer eenheden op per geladen voertuig. Hiervoor is wel een Garantie van Oorsprong vereist die naar het NEa-account is overgeboekt, zonder exploitatiesubsidie.

Wat is de marktwaarde van een HBE en hoe wordt die bepaald?

De marktwaarde van een eenheid wordt bepaald door vraag en aanbod op de vrije markt, waarbij verplichtinghouders (brandstofhandelaren) eenheden moeten aankopen om aan hun wettelijke reductieverplichting te voldoen. Er is geen vaste prijs; de waarde fluctueert op basis van het aanbod van eenheden en de hoogte van de wettelijke verplichting in een gegeven jaar.

Een belangrijke wijziging in het ERE-systeem is de introductie van sectorsturing. ERE’s zijn in beginsel alleen inzetbaar binnen de sector waarin ze zijn gegenereerd. Dit voorkomt de prijsdruk die in het oude HBE-systeem ontstond doordat grote volumes uit de scheepvaartsector de markt voor wegvervoer beïnvloedden. Voor transportbedrijven in de sector land betekent dit een stabielere en beter voorspelbare markt dan voorheen.

De marktprijs wordt ook beïnvloed door de spaarlimiet. Een saldo van maximaal 45.000 eenheden kan altijd worden gespaard. Daarboven geldt dat een inboeker maximaal 4% van de in het afgelopen jaar bijgeschreven eenheden mag sparen; een verplichtinghouder maximaal 10% van zijn verplichting. Eenheden boven de spaarlimiet vervallen automatisch op 1 april. Dit mechanisme voorkomt dat grote voorraden de markt overspoelen en de prijs drukken.

Hoe versterkt de HBE-opbrengst de businesscase voor e-trucks?

De opbrengst uit de ERE-regeling versterkt de businesscase voor elektrische vrachtwagens doordat het een directe, terugkerende inkomstenstroom toevoegt bovenop de brandstofbesparing. Elektrisch rijden is per kilometer al goedkoper dan diesel; de verkoopwaarde van de gegenereerde eenheden verlaagt de totale eigendomskosten verder en verkort de terugverdientijd van de investering.

De rekensom is eenvoudig: hoe meer elektrische kilometers een vrachtwagen aflegt, hoe meer elektriciteit wordt afgenomen en hoe meer eenheden worden gegenereerd. Een zwaar beladen e-truck die dagelijks lange afstanden rijdt, genereert daardoor significant meer opbrengst dan een bestelbus die lokaal rijdt. Voor transportbedrijven met grote vloten of een hoge jaarkilometrage is de cumulatieve opbrengst navenant groter.

Bovendien neemt de wettelijke reductieverplichting voor de sector land toe van 14,4% in 2026 naar 27,1% in 2030. Hogere verplichtingen betekenen doorgaans meer vraag naar eenheden, wat de marktprijs positief kan beïnvloeden. Transportbedrijven die vroeg elektrificeren, profiteren niet alleen van de huidige opbrengsten, maar positioneren zich ook gunstig voor de jaren waarin de markt verder aantrekt.

Wie is verantwoordelijk voor de HBE-administratie en certificering?

De verantwoordelijkheid voor de administratie en certificering hangt af van de omvang van de elektriciteitslevering. Bedrijven die meer dan 2 miljoen kWh per jaar leveren voor vervoer, mogen zelfstandig inboeken bij de NEa. Bedrijven onder deze drempel zijn verplicht te werken via een geregistreerde inboekdienstverlener, die de inboeking namens hen verzorgt.

De inboekdienstverlener is aansprakelijk voor foutieve inboekingen; handhavingsmaatregelen van de NEa worden bij hem geadresseerd, niet bij het transportbedrijf zelf. Dit ontlast transporteurs aanzienlijk in de uitvoering, maar maakt de keuze van een betrouwbare dienstverlener des te belangrijker. Begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners bij de NEa geregistreerd.

Voor de meting van geleverde elektriciteit gelden strenge eisen. Vanaf 2026 moet de meter zich in de laadpaal bevinden en MID-gecertificeerd zijn conform de Metrologiewet, of er moet een exclusief bemeterd allocatiepunt zijn. Voor bestaande situaties met een MID-meter buiten de laadpaal geldt een overgangsperiode in 2026; per 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan. Daarnaast gelden drie jaarlijkse deadlines: brandstofleveringen registreren voor 1 maart, voldoende eenheden op rekening voor 1 april, en verificatie registreren voor 1 mei. Deze deadlines gelden voor het eerst in 2027 over de leveringen van 2026.

Kunnen ook bedrijven met thuislaadpalen HBE’s genereren?

Ja, bedrijven kunnen eenheden genereren via thuislaadpalen die bij werknemers thuis zijn geïnstalleerd. De werknemer of werkgever dient hiervoor een machtiging te verlenen aan precies één inboekdienstverlener, die de inboeking namens hen verzorgt. De werknemer moet als eigenaar van de aansluiting geregistreerd staan in het Centraal Aansluitingenregister en beschikken over een MID-gecertificeerde meter.

Voor thuisladers geldt altijd het netgemiddelde (50,5% in 2026) als hernieuwbaar aandeel, ook als de woning beschikt over zonnepanelen. Eigen opwek is voor particulieren namelijk niet aantoonbaar conform de regelgeving, waardoor het hogere 100%-tarief hier niet van toepassing is. Een machtiging geldt voor minimaal één heel kalenderjaar; overstappen naar een andere inboekdienstverlener is pas mogelijk vanaf het volgende kalenderjaar.

Voor werkgevers die thuislaadpalen aanbieden als onderdeel van een mobiliteitsbeleid, biedt dit een aanvullende mogelijkheid om de opbrengst uit de ERE-regeling te vergroten. De combinatie van zakelijke laadpleinen en thuisladers bij medewerkers maximaliseert het totaal aantal inboekbare kilowatturen per jaar. Meer informatie over hoe het ERE-systeem precies in elkaar zit, vindt u op onze pagina over de ERE-regeling.

Hoe NXT Mobility helpt met de HBE regeling

Wij begeleiden transportbedrijven van A tot Z bij de ERE- en HBE-administratie, zodat u geen omzet laat liggen en volledig voldoet aan de wettelijke eisen. Onze aanpak is concreet en praktisch:

  • Onafhankelijk wagenparkadvies: wij analyseren uw huidige wagenpark en berekenen uw potentiële opbrengst uit de ERE-regeling op basis van uw rijprofiel en laadgedrag.
  • MID-gecertificeerde laadinfrastructuur: wij leveren en installeren laadpalen die voldoen aan de meetvereisten van de NEa, inclusief de juiste bemetering voor inboeking.
  • B2B2C thuislaadoplossingen: wij installeren laadpalen bij uw medewerkers thuis en regelen de volledige financiële vergoedingsstromen, inclusief de koppeling aan de inboekprocedure.
  • Volledige ERE-administratie: via onze inboekdienstverlening zorgen wij voor tijdige registratie, verificatie en naleving van alle wettelijke deadlines.
  • HBE-opbrengstoptimalisatie: wij adviseren over de inzet van hernieuwbare stroom om uw opbrengst per kilowattuur te maximaliseren.

De transitie naar elektrisch transport is complex, maar de financiële opbrengst van de ERE-regeling maakt de businesscase aanzienlijk sterker. Wilt u weten wat de regeling concreet oplevert voor uw wagenpark? Neem contact op voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen HBE's en ERE's, en moet ik als transportbedrijf iets veranderen?

HBE’s (Hernieuwbare Brandstofeenheden) waren gebaseerd op de RED II-richtlijn en stuurden op energie-inhoud van hernieuwbare brandstoffen. Vanaf 1 januari 2026 zijn deze vervangen door ERE’s (Emissiereductie-eenheden) op basis van RED III, waarbij de sturing plaatsvindt op CO2-ketenemissiereductie van productie tot verbranding. Als transportbedrijf hoeft u inhoudelijk niets te veranderen aan uw elektrische rijactiviteiten, maar u dient wel te controleren of uw inboekdienstverlener is overgegaan op het nieuwe ERE-systeem en of uw meetinfrastructuur voldoet aan de bijgewerkte eisen van de NEa.

Wat gebeurt er als ik de jaarlijkse deadlines van de NEa mis?

De drie jaarlijkse deadlines — brandstofleveringen registreren vóór 1 maart, voldoende eenheden op rekening hebben vóór 1 april, en verificatie registreren vóór 1 mei — zijn wettelijk bindend. Het missen van deze deadlines kan leiden tot handhavingsmaatregelen van de NEa, gericht aan de inboekdienstverlener. Daarnaast vervallen eenheden boven de spaarlimiet automatisch op 1 april, waardoor u potentiële opbrengst definitief misloopt. Het is daarom sterk aan te raden om ruim vóór de deadlines alle documentatie en registraties op orde te hebben.

Hoe kies ik een betrouwbare inboekdienstverlener voor mijn transportbedrijf?

Controleer allereerst of de dienstverlener officieel geregistreerd staat bij de NEa — begin 2026 waren er circa 21 geregistreerde partijen. Let daarnaast op ervaring met de transportsector, transparantie over de verkoopstrategie van uw eenheden, en de manier waarop zij omgaan met de wettelijke aansprakelijkheid bij foutieve inboekingen. Vraag ook expliciet naar de werkwijze rondom MID-certificering van laadpalen en de begeleiding bij de overgang van het HBE- naar het ERE-systeem, zodat u zeker weet dat u geen eenheden en dus opbrengst misloopt.

Kan ik als transportbedrijf ook ERE's genereren met zonnepanelen op mijn bedrijfslocatie?

Ja, dat is mogelijk en levert zelfs aanzienlijk meer eenheden op dan bij gebruik van netstroom. Wanneer u volledig hernieuwbare stroom opwekt op dezelfde locatie of via een directe lijn, telt 100% van de geleverde kilowatturen mee in plaats van het netgemiddelde van 50,5%. Hiervoor is wel een Garantie van Oorsprong vereist die naar uw NEa-account is overgeboekt, en de opwek mag niet profiteren van een exploitatiesubsidie. Het combineren van eigen zonne-energie met elektrische laadinfrastructuur is daarmee een van de meest effectieve manieren om uw ERE-opbrengst per voertuig te maximaliseren.

Wat is de meest gemaakte fout bij het opzetten van een ERE-administratie?

De meest voorkomende fout is het gebruik van een meter die niet aan de wettelijke meetvereisten voldoet, zoals een MID-gecertificeerde meter die zich buiten de laadpaal bevindt. Hoewel hiervoor in 2026 nog een overgangsperiode geldt, is dit per 1 januari 2027 niet meer toegestaan en komen de bijbehorende kilowatturen niet in aanmerking voor inboeking. Een tweede veelgemaakte fout is het verlenen van een machtiging aan meerdere inboekdienstverleners tegelijk; de regelgeving staat slechts één gemachtigde dienstverlener per aansluiting toe, en een overstap is pas mogelijk per het volgende kalenderjaar.

Heeft de spaarlimiet invloed op mijn verkoopstrategie voor ERE's?

Ja, de spaarlimiet is een belangrijk strategisch gegeven. U kunt altijd maximaal 45.000 eenheden sparen; daarboven mag u als inboeker slechts 4% van de in het afgelopen jaar bijgeschreven eenheden bewaren. Eenheden die de spaarlimiet overschrijden, vervallen automatisch op 1 april zonder enige vergoeding. Het is daarom verstandig om samen met uw inboekdienstverlener een actief verkoopmoment te plannen vóór de vervaldatum, waarbij u ook de verwachte marktontwikkelingen en de stijgende reductieverplichting (oplopend naar 27,1% in 2030) meeneemt in de afweging tussen nu verkopen of strategisch sparen.

Is de ERE-regeling ook interessant voor kleinere transportbedrijven met slechts een paar elektrische voertuigen?

Absoluut, ook voor kleinere vloten is de regeling financieel relevant, al is de absolute opbrengst uiteraard lager dan bij grote wagenparkoperators. Bedrijven onder de drempel van 2 miljoen kWh per jaar — wat voor de meeste kleine transporteurs het geval zal zijn — zijn verplicht te werken via een inboekdienstverlener, wat de administratieve last sterk beperkt. De opbrengst per elektrisch voertuig is onafhankelijk van de vlootomvang, en juist voor kleinere bedrijven kan de extra inkomstenstroom een wezenlijk verschil maken in de terugverdientijd van de investering in een e-truck.