Wat is het effect van meer elektrische voertuigen op de ERE marktprijs?
De ERE-marktprijs wordt bepaald door de verhouding tussen het totale aanbod van emissiereductie-eenheden op de markt en de vraag vanuit brandstofleveranciers die moeten voldoen aan hun verplichtingen onder de Brandstoftransitieverplichting. Hoe meer elektrische voertuigen worden geladen en hoe meer ERE’s worden gegenereerd, hoe groter het aanbod en hoe lager de prijs doorgaans uitvalt. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over het effect van groeiende EV-adoptie op de ERE-marktprijs en wat dat betekent voor jouw businesscase.

Hoe wordt de ERE-marktprijs bepaald?
De ERE-marktprijs wordt bepaald door vraag en aanbod op de vrije markt. Brandstofleveranciers zijn verplicht jaarlijks voldoende emissiereductie-eenheden (ERE’s) in te leveren om aan hun reductieverplichting te voldoen. Bedrijven die ERE’s genereren door elektriciteit te leveren aan voertuigen kunnen deze verkopen. De balans tussen die twee kanten stuurt de prijs.
Concreet geldt: hoe hoger de verplichte CO2-reductiedoelstelling, hoe groter de vraag naar ERE’s en hoe hoger de prijs kan oplopen. Omgekeerd geldt dat een groot aanbod van ERE’s de prijs drukt. Dat aanbod groeit naarmate meer bedrijven en particulieren elektriciteit inboeken via het Register Energie voor Vervoer (REV), beheerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).
Belangrijk verschil met het oude HBE-systeem: een ERE vertegenwoordigt niet langer een gigajoule hernieuwbare energie, maar staat voor precies 1 kg CO2-equivalente emissiereductie in de keten ten opzichte van een Europees vastgestelde fossiele referentiewaarde. Voor elektriciteit geldt een fossiele referentiewaarde van 183 g CO2-eq per MJ. Dit maakt de prijsvorming directer gekoppeld aan klimaatprestaties dan voorheen.
Wat gebeurt er met de ERE-prijs als meer EV’s tegelijk laden?
Als het aantal elektrische voertuigen sterk groeit, neemt het totale aanbod van ERE’s toe. Meer geladen kWh betekent meer gegenereerde emissiereductie-eenheden. Bij een gelijkblijvende of minder snel groeiende vraag vanuit de verplichte marktdeelnemers zal dat aanbodoverschot de ERE-marktprijs onder druk zetten.
Dit mechanisme is vergelijkbaar met wat eerder bij HBE’s werd gezien: naarmate meer partijen instapten op het inboeken van elektriciteit, nam de schaarste af en daalde de marktprijs geleidelijk. Voor ERE’s speelt hetzelfde principe, maar de omvang is groter. Vanaf 2026 tellen ook mobiele (bouw)machines mee als inboekbare categorie in sector land, wat het potentiële aanbod verder vergroot.
Tegelijkertijd stijgen de reductiedoelstellingen onder RED III elk jaar. De Brandstoftransitieverplichting moet circa 6 megaton CO2-reductie opleveren van de totaal berekende 10 megaton. Die oplopende vraag fungeert als een tegengewicht dat de prijs enigszins ondersteunt, ook als het aanbod groeit. Het netto-effect op de prijs hangt dus af van de snelheid waarmee vraag en aanbod zich ontwikkelen.
Wat is het verschil tussen ERE-prijs en HBE-opbrengst?
Het grootste verschil is de rekeneenheid. Een HBE stond voor 1 gigajoule hernieuwbare energie; een ERE staat voor 1 kg CO2-equivalente emissiereductie. Beide vertegenwoordigen een andere waarde, wat een directe vergelijking van de prijzen misleidend maakt zonder omrekening. Bij de overgang hanteerde de NEa de omrekenregel: 1 HBE = 46 ERE.
Praktisch betekent dit dat de nominale prijs per ERE veel lager ligt dan de prijs per HBE, maar dat je per geladen kWh ook veel meer ERE’s genereert. Voor 2026 geldt bij netstroom: 2.000 kWh levert 2.000 x 0,505 x 183 x 3,6 / 1.000 = circa 666 ERE’s op. Het netgemiddelde hernieuwbare aandeel voor 2026 bedraagt 50,5%, gebaseerd op het Nederlandse hernieuwbare aandeel van twee jaar eerder.
Een ander inhoudelijk verschil: het ERE-systeem stuurt op CO2-ketenemissiereductie van productie tot verbranding, terwijl het HBE-systeem primair stuurde op de energie-inhoud van geleverde hernieuwbare energie. Dat maakt ERE’s gevoeliger voor de herkomst en productiewijze van elektriciteit, en beloont schonere energiebronnen directer in de berekening.
Hoe beïnvloedt meer EV-adoptie de HBE-marktprijs?
Het HBE-systeem is per 1 januari 2026 vervangen door het ERE-systeem, waardoor er geen nieuwe HBE-marktprijs meer wordt gevormd. Toch is de historische relatie tussen EV-adoptie en HBE-prijzen leerzaam voor het begrijpen van het huidige ERE-systeem.
Tijdens de HBE-periode zorgde de groeiende populariteit van elektrisch laden voor een toename van het aantal inboekers en het totale aanbod van HBE’s. In 2024 leverden 202 inboekers circa 107 miljoen HBE’s in, terwijl er op het spaarsaldo werd ingeteerd. Dit illustreert dat het aanbod de vraag naderde en de markt krapper werd. Een vergelijkbare dynamiek is te verwachten in het ERE-systeem naarmate meer bedrijven en particulieren instappen op het inboeken van laadstroom.
De overgang van HBE naar ERE verliep via een gecontroleerde omzetting: resterende HBE-saldi werden op 1 mei 2026 omgezet naar ERE’s met de factor 1 HBE = 46 ERE. De soort (geavanceerd, conventioneel, overig) bleef daarbij behouden. HBE’s uit de luchtvaart werden toegevoegd aan sector land, omdat luchtvaart niet langer onder de Brandstoftransitieverplichting valt.
Wat betekent een dalende HBE-prijs voor de businesscase van EV’s?
Een dalende opbrengst per eenheid, of dat nu HBE’s of ERE’s zijn, vermindert de financiële aantrekkelijkheid van elektrisch laden als inkomstenbron. De opbrengsten uit het inboeken van laadstroom versterken de businesscase voor elektrische voertuigen, maar zijn geen garantie voor een stabiel rendement op de lange termijn.
Bedrijven die hun investeringsbeslissing voor elektrische voertuigen of laadinfrastructuur mede baseren op ERE-opbrengsten, doen er verstandig aan om rekening te houden met een dalend prijsscenario naarmate het systeem volwassener wordt en meer partijen instappen. De primaire businesscase voor elektrisch rijden rust op lagere brandstof- en onderhoudskosten, niet uitsluitend op certificatenopbrengsten.
Tegelijkertijd biedt het ERE-systeem kansen die het HBE-systeem niet kende. Bedrijven die 100% hernieuwbare stroom leveren via opwek op dezelfde locatie of via een directe lijn, ontvangen een hogere ERE-beloning dan bij netgemiddelde stroom. Dit maakt investeren in eigen zonne-energie op laadlocaties financieel interessanter, mits aan de technische en administratieve voorwaarden wordt voldaan, waaronder een Garantie van Oorsprong niet-netlevering zonder exploitatiesubsidie.
Hoe kunnen bedrijven zich voorbereiden op ERE- en HBE-prijsschommelingen?
Bedrijven kunnen zich voorbereiden op ERE-prijsschommelingen door de inkomsten uit emissiereductie-eenheden te behandelen als een variabele bonus, niet als een vaste inkomstenpost. Een robuuste businesscase voor elektrisch rijden staat op eigen benen, met ERE-opbrengsten als aanvullend voordeel dat de terugverdientijd verkort.
Concrete stappen om je positie te versterken:
- Maximaliseer het hernieuwbare aandeel: Opwek op dezelfde locatie of via een directe lijn levert 100% hernieuwbare beloning op, tegenover het netgemiddelde van 50,5% in 2026. Dit verhoogt de ERE-opbrengst per geladen kWh aanzienlijk.
- Zorg voor MID-gecertificeerde meters: Vanaf 1 januari 2027 is een MID-gecertificeerde meter in de laadpaal verplicht. Bestaande installaties die hier nog niet aan voldoen, hebben een overgangsperiode in 2026. Tijdig aanpassen voorkomt dat je ERE’s misloopt.
- Kies de juiste inboekstructuur: Bedrijven die meer dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, mogen zelfstandig inboeken. Kleinere volumes lopen via een inboekdienstverlener. Vergelijk de marktbrede afdracht, die ruwweg tussen de 15 en 25% ligt, bij meerdere aanbieders.
- Spreid het risico in de tijd: Overweeg contractuele afspraken te maken over de afname van ERE’s in periodes van hogere marktprijzen, in plaats van altijd direct te verkopen.
- Monitor de jaarlijkse deadlines: Brandstofleveringen registreren voor 1 maart, voldoende ERE’s op rekening voor 1 april en verificatie ingediend voor 1 mei. Deze deadlines gelden voor het eerst in 2027 over de leveringen van 2026.
Bedrijven die actief sturen op hun ERE-strategie, combineren technische optimalisatie van hun laadinfrastructuur met een goed begrip van het regulatoire kader. De NEa treedt op als zowel uitvoerder als toezichthouder, en bij onjuiste registraties of onvoldoende ERE’s op rekening kan zij handhavend optreden via bestuurlijke boetes of ambtshalve vaststelling.
Hoe NXT Mobility helpt met jouw ERE-strategie
Wij begeleiden organisaties van begin tot eind bij de transitie naar elektrisch rijden, inclusief de volledige ontzorging rondom emissiereductie-eenheden. Of je nu een wagenpark wilt elektrificeren, een bedrijfslaadplein wilt realiseren of optimaal wilt profiteren van ERE-opbrengsten: wij bieden een integrale aanpak die techniek, advies en administratie combineert.
Wat we voor jou doen:
- Onafhankelijk wagenparkadvies met een concreet stappenplan richting zero-emissie
- Realisatie van slimme laadpleinen met Smart Charging technologie voor optimale ERE-generatie
- Volledige ontzorging van de ERE-administratie, inboekregistratie en certificeringen
- Advies over MID-certificering en correcte meterplaatsing voor maximale ERE-opbrengst
- Begeleiding bij subsidieaanvragen, installatie, onderhoud en facturering
Wil je weten wat de ERE-regeling concreet oplevert voor jouw situatie? Bekijk onze diensten voor duurzame mobiliteit of neem contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek.
Veelgestelde vragen
Vanaf welk laadvolume is het zinvol om ERE's in te boeken?
Zelfs bij relatief kleine laadvolumes kan het inboeken van ERE’s financieel interessant zijn, omdat je via een inboekdienstverlener kunt werken zonder de administratieve last zelf te dragen. De drempel voor zelfstandig inboeken ligt op 2 miljoen kWh per jaar; daaronder is samenwerken met een inboekdienstverlener de meest praktische route. Vergelijk meerdere aanbieders op hun marktbrede afdracht (doorgaans 15–25%) om het netto-rendement te maximaliseren.
Wat gebeurt er als ik de deadline van 1 mei voor ERE-verificatie mis?
Als je de verificatiedeadline van 1 mei mist, kan de NEa handhavend optreden via een ambtshalve vaststelling of een bestuurlijke boete. Het is daarom belangrijk om de drie opeenvolgende deadlines goed in de agenda te zetten: brandstofregistratie vóór 1 maart, voldoende ERE’s op rekening vóór 1 april en verificatie ingediend vóór 1 mei. Deze verplichtingen gelden voor het eerst in 2027 over de leveringen van 2026, maar tijdige voorbereiding in 2026 is essentieel.
Maakt het voor mijn ERE-opbrengst uit of ik thuis of op het werk laadt?
Ja, de locatie en de energiebron zijn beide van invloed op de ERE-opbrengst. Thuis laden via het net levert het netgemiddelde hernieuwbare aandeel op (50,5% in 2026), terwijl laden op een bedrijfslocatie met eigen zonnepanelen op dezelfde locatie of via een directe lijn recht geeft op 100% hernieuwbare beloning. Dat verschil kan de ERE-opbrengst per geladen kWh bijna verdubbelen, mits aan de technische en administratieve voorwaarden wordt voldaan, waaronder een Garantie van Oorsprong zonder exploitatiesubsidie.
Is de ERE-marktprijs ergens openbaar te volgen, en hoe vaak verandert die?
De ERE-marktprijs komt tot stand op de vrije markt en wordt niet door één officiële instantie gepubliceerd als vaste notering. Marktprijzen zijn opvraagbaar via handelplatformen, inboekdienstverleners of brancheorganisaties die de markt volgen. De prijs kan dagelijks fluctueren op basis van vraag en aanbod, maar grotere verschuivingen treden doorgaans op rond jaarlijkse beleidsupdates, nieuwe reductiedoelstellingen of significante veranderingen in het EV-aanbod op de markt.
Welke fout maken bedrijven het vaakst bij het opzetten van hun ERE-administratie?
Een veelgemaakte fout is het ontbreken van een MID-gecertificeerde meter in de laadpaal, waardoor de geleverde kWh niet rechtsgeldig geregistreerd kunnen worden en ERE’s verloren gaan. Daarnaast onderschatten bedrijven regelmatig de administratieve vereisten rondom Garanties van Oorsprong en de correcte registratie in het REV-systeem van de NEa. Begin daarom vroeg met de technische keuring van je laadinfrastructuur en schakel indien nodig een gespecialiseerde inboekdienstverlener in die de volledige administratie uit handen neemt.
Kunnen particulieren die thuis laden ook ERE's inboeken en verkopen?
Ja, ook particulieren kunnen in principe ERE’s genereren door thuis geladen elektriciteit in te boeken via het REV. Omdat het individuele volume doorgaans te klein is om zelfstandig in te boeken, loopt dit vrijwel altijd via een inboekdienstverlener die de volumes van meerdere particulieren bundelt. De netto-opbrengst is afhankelijk van de afdracht die de dienstverlener rekent en de actuele ERE-marktprijs, maar het kan een zinvolle aanvulling zijn op de toch al lagere rijkosten van een elektrisch voertuig.
Hoe realistisch is het om de ERE-opbrengst mee te nemen in een businesscase voor laadinfrastructuur?
ERE-opbrengsten zijn een reële maar variabele inkomstenstroom die de terugverdientijd van laadinfrastructuur kan verkorten, maar nooit de primaire pijler van een businesscase mag vormen. Reken in je businesscase met een conservatief prijsscenario (rekening houdend met dalende prijzen bij groeiend EV-aanbod) en beschouw ERE-inkomsten als een bonus bovenop de besparingen op brandstof en onderhoud. Een financieel adviseur of mobiliteitsspecialist kan helpen om realistische bandbreedte-scenario’s door te rekenen op basis van jouw specifieke laadvolume en energiebron.