Waarom is elektrisch laden interessanter dan biobrandstof voor HBE’s?

Elektrisch laden levert structureel meer HBE-voordeel op dan biobrandstof. De reden is simpel: elektriciteit heeft een hogere fossiele referentiewaarde in het berekeningssysteem, waardoor elke geladen kilowattuur meer certificaten genereert dan een vergelijkbare hoeveelheid biobrandstof. Bovendien brengt elektrisch laden lagere operationele kosten met zich mee en is de regelgeving rondom biobrandstoffen steeds complexer geworden. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over HBE certificaten en elektrisch laden, zodat je een weloverwogen keuze kunt maken voor jouw organisatie.

Hoeveel HBE’s levert elektrisch laden op ten opzichte van biobrandstof?

Elektrisch laden levert significant meer HBE-certificaten op dan biobrandstof bij een vergelijkbare energiehoeveelheid. Dit komt door de hogere fossiele referentiewaarde die in het systeem wordt gehanteerd voor elektriciteit (183 g CO2-eq/MJ) ten opzichte van vloeibare en gasvormige brandstoffen (94 g CO2-eq/MJ). Concreet betekent dit dat elektriciteit per eenheid energie bijna twee keer zoveel certificaten genereert.

Ter illustratie: 2.000 kWh netstroom levert in 2026 circa 666 ERE-E op, berekend via de formule: kilowattuur maal het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel (50,5% in 2026) maal de fossiele referentiewaarde (183 g/MJ) maal de omrekeningsfactor (3,6 MJ/kWh), gedeeld door 1.000. Wanneer je beschikt over 100% hernieuwbare stroom, valt het netgemiddelde weg en stijgt de opbrengst nog verder.

Bij biobrandstoffen is de berekeningsbasis fundamenteel anders. De lagere referentiewaarde van 94 g CO2-eq/MJ zorgt er al voor dat de certificaatopbrengst per MJ energie structureel lager uitvalt. Bovendien zijn veel conventionele biobrandstoffen onderhevig aan strengere beperkingen en subdoelen binnen het systeem, wat de verhandelbare waarde van de gegenereerde certificaten verder onder druk zet.

Hoe worden HBE’s gegenereerd bij elektrisch laden?

HBE certificaten worden bij elektrisch laden gegenereerd door de geleverde kilowatturen aan voertuigen in te boeken bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Per 1 januari 2026 heet het systeem officieel het ERE-systeem (Emissiereductie-eenheden), maar de principes zijn vergelijkbaar met het vorige HBE-systeem. De ingeboekte hoeveelheid is de kWh gemeten via het bemeten leverpunt.

Wat is er technisch nodig om in te boeken?

Om elektriciteit te kunnen inboeken, moet de meter zich vanaf 2026 op de laadpaal bevinden en MID-gecertificeerd zijn conform de Metrologiewet. Voor bestaande situaties met een MID-meter buiten de laadpaal geldt een overgangsperiode in 2026, maar per 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan. Zorg er dus voor dat de meetinfrastructuur op orde is, zodat je geen inboekrechten misloopt.

Wie kan inboeken?

Bedrijven die meer dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, mogen zelfstandig inboeken bij de NEa. Kleinere bedrijven en particulieren boeken in via een erkende inboekdienstverlener. Begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners geregistreerd. De dienstverlener rekent een commissie van ruwweg 15 tot 25% van de opbrengst, afhankelijk van het contract. Let op: een machtiging aan een inboekdienstverlener geldt voor minimaal een heel kalenderjaar, dus kies zorgvuldig.

Waarom is de HBE-waarde van elektriciteit structureel hoger dan die van biobrandstoffen?

De structureel hogere waarde van elektriciteit in het HBE- en ERE-systeem vloeit voort uit de fossiele referentiewaarden die Europees zijn vastgesteld. Voor elektriciteit geldt 183 g CO2-eq/MJ als referentie, voor vloeibare en gasvormige brandstoffen is dat 94 g CO2-eq/MJ. Elektriciteit vertegenwoordigt daarmee bijna twee keer zo veel potentiële emissiereductie per eenheid energie, en dat vertaalt zich direct in meer certificaten per geleverde kilowattuur.

Daar komt bij dat het ERE-systeem per 2026 sectorsturing heeft ingevoerd. ERE-E certificaten gegenereerd uit elektriciteit in de landsector kunnen uitsluitend worden ingezet binnen diezelfde sector. Dit voorkomt de prijsdruk die in het oude HBE-systeem ontstond doordat grote volumes uit de scheepvaartsectoren de markt voor wegvervoer beïnvloedden. Marktanalisten verwachten dat deze sectorsturing de waarde van ERE-E in sector land op termijn verder kan verhogen.

Bovendien biedt 100% hernieuwbare stroom een extra voordeel: wanneer opwek plaatsvindt op dezelfde leveringslocatie of via een directe lijn, vervalt het netgemiddelde als correctiefactor volledig. Dan telt elke kilowattuur voor de volledige 183 g/MJ. Dit scenario is voor bedrijven met eigen zonnepanelen op het terrein realistisch en levert een aanzienlijk hogere certificaatopbrengst op dan netstroom.

Wat zijn de risico’s van inzetten op biobrandstof voor HBE-inkomsten?

Inzetten op biobrandstof voor HBE-inkomsten brengt meerdere structurele risico’s met zich mee. De lagere fossiele referentiewaarde zorgt al voor een lagere certificaatopbrengst per eenheid energie, maar daar komen beleidsmatige, markt- en duurzaamheidsrisico’s bovenop die de business case verder verzwakken.

  • Beleidsrisico: De Europese RED III-richtlijn en de nationale uitwerking ervan stellen steeds strengere eisen aan de herkomst en de CO2-ketenprestaties van biobrandstoffen. Conventionele biobrandstoffen vallen onder het type ERE-C, met beperktere inzetmogelijkheden dan geavanceerde varianten.
  • Marktrisico: De prijs van HBE- en ERE-certificaten schommelt historisch gezien ruwweg tussen de 7 en 19 euro per eenheid, met een driejarig gemiddelde van circa 12 euro. Biobrandstoffen genereren minder certificaten per euro brandstofkosten, wat de marge kleiner maakt bij prijsdalingen.
  • Volumebeperking: Geavanceerde biobrandstoffen (bijlage IXb) zijn schaars en duur in productie. Conventionele biobrandstoffen zijn aan volumelimieten gebonden binnen het systeem, wat opschaling bemoeilijkt.
  • Administratieve complexiteit: De verificatie- en certificeringseisen voor biobrandstoffen zijn omvangrijk. Brandstofleveringen moeten voor 1 maart worden geregistreerd, voldoende ERE’s moeten voor 1 april op rekening staan, en verificatie moet voor 1 mei zijn geregistreerd. Bij fouten treedt de NEa handhavend op via bestuurlijke boetes.
  • Reputatierisico: Maatschappelijke kritiek op biobrandstoffen op basis van voedselgewassen of landgebruik neemt toe, wat de duurzaamheidsperceptie van een organisatie kan schaden.

Voor welke bedrijven is overstappen op elektrisch laden voor HBE’s het meest interessant?

Overstappen op elektrisch laden voor HBE-voordeel is het meest interessant voor bedrijven die een eigen laadinfrastructuur exploiteren of van plan zijn die te exploiteren en daarmee structureel elektriciteit aan voertuigen leveren. Hoe groter het laadvolume, hoe hoger de certificaatopbrengst en hoe sterker de business case.

Specifiek profiteren de volgende typen organisaties het meest:

  • Transportbedrijven met een eigen wagenpark: Zij laden dagelijks grote volumes en kunnen bij voldoende laadvolume (boven de 2 miljoen kWh per jaar) zelfs zelfstandig inboeken, wat de commissie aan een inboekdienstverlener bespaart.
  • Exploitanten van openbare laadlocaties: Supermarkten, winkelcentra, sportaccommodaties en andere bestemmingslocaties die laadpalen aanbieden aan bezoekers, genereren doorlopend inboekbare kilowatturen.
  • Bedrijven met eigen zonnepanelen: Wanneer opwek en levering op hetzelfde WOZ-object plaatsvinden, vervalt het netgemiddelde als correctiefactor en stijgt de certificaatopbrengst naar het maximale niveau.
  • Leasemaatschappijen en autodealers: Zij kunnen via B2B2C-constructies thuisladers bij werknemers faciliteren en de bijbehorende HBE-opbrengsten structureel verzilveren.
  • Vastgoedeigenaren en parkeerexploitanten: Laadpalen in parkeergarages of op bedrijventerreinen leveren een continue stroom aan inboekbare kilowatturen, gecombineerd met extra inkomsten uit laaddiensten.

Bedrijven die nu nog voornamelijk op biobrandstof steunen voor hun certificaatinkomsten, doen er verstandig aan de transitie naar elektrisch laden te versnellen. De sectorstuurmechanismen in het ERE-systeem maken de waarde van elektriciteit in de landsector structureel aantrekkelijker.

Hoe begin je met elektrisch laden om maximaal HBE-voordeel te behalen?

Maximaal HBE-voordeel behalen begint met drie concrete stappen: de juiste laadinfrastructuur installeren met MID-gecertificeerde meters, een inboekconstructie opzetten via een erkende inboekdienstverlener of een eigen NEa-account, en het laadvolume zo hoog mogelijk houden door slimme planning van oplaadmomenten.

Praktisch gezien zijn dit de stappen die je zet:

  1. Inventariseer het laadvolume: Breng in kaart hoeveel kilowatturen je jaarlijks aan voertuigen levert of verwacht te leveren. Dit bepaalt of je zelfstandig kunt inboeken of via een dienstverlener moet werken.
  2. Kies de juiste meetinfrastructuur: Zorg dat alle laadpunten zijn voorzien van MID-gecertificeerde meters op de laadpaal zelf. Dit is per 2027 verplicht; overgangsperiodes lopen eind 2026 af.
  3. Selecteer een inboekdienstverlener: Vergelijk de commissiestructuren van verschillende dienstverleners (doorgaans 15 tot 25%) en let op contractduur en overstapbepalingen. Een machtiging geldt minimaal een heel kalenderjaar.
  4. Overweeg hernieuwbare stroom: Als je zonnepanelen hebt of kunt plaatsen op het WOZ-object waar je laadt, onderzoek dan of je in aanmerking komt voor de 100% hernieuwbare beloning. Dit verhoogt de certificaatopbrengst aanzienlijk.
  5. Houd de jaardeadlines aan: Registreer brandstofleveringen voor 1 maart, zorg voor voldoende ERE’s op rekening voor 1 april en laat verificatie voor 1 mei registreren. Mis je een deadline, dan kan de NEa handhavend optreden.
  6. Monitor de marktprijs: De ERE-prijs schommelt. Overweeg of je certificaten direct verkoopt of strategisch aanhoudt, afhankelijk van de marktontwikkeling.

Hoe NXT Mobility helpt met HBE-voordeel uit elektrisch laden

Wij begeleiden organisaties van begin tot eind bij het maximaliseren van HBE- en ERE-voordeel uit elektrisch laden. Of je nu een transportbedrijf bent dat zijn vrachtwagenpark elektrificeert, een locatie-eigenaar die laadpalen wil exploiteren, of een werkgever die thuisladers bij medewerkers wil installeren: wij zorgen voor een complete aanpak. Bekijk onze diensten en oplossingen om te zien wat we voor jouw organisatie kunnen betekenen.

Concreet helpen we je met:

  • Onafhankelijk advies over de meest rendabele laadstrategie voor jouw situatie
  • Levering en installatie van laadpalen met MID-gecertificeerde meters, volledig conform de eisen van 2026 en 2027
  • Begeleiding bij de keuze van een geschikte inboekdienstverlener en het opzetten van de inboekconstructie
  • Advies over 100% hernieuwbare stroom via eigen opwek op locatie
  • Volledige ontzorging van de administratie rondom HBE- en ERE-certificaten, inclusief subsidieaanvragen en rapportages
  • Smart Charging oplossingen voor een optimale verdeling van laadvermogen over meerdere voertuigen

Wil je weten hoeveel HBE-voordeel jouw organisatie kan behalen met elektrisch laden? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek en we rekenen het concreet voor je uit.

Veelgestelde vragen

Kan ik als particulier ook HBE- of ERE-certificaten verdienen met een thuislader?

Ja, particulieren kunnen indirect profiteren via een erkende inboekdienstverlener. Omdat je als particulier niet zelfstandig kunt inboeken bij de NEa, machtigt je een inboekdienstverlener om dit namens jou te doen. De dienstverlener rekent een commissie van doorgaans 15 tot 25% van de opbrengst. Let wel op dat je thuislader voorzien moet zijn van een MID-gecertificeerde meter op de laadpaal zelf, want zonder geldige meting worden de kilowatturen niet geaccepteerd.

Wat gebeurt er als ik een deadline van de NEa mis, zoals de registratie voor 1 maart of de verificatie voor 1 mei?

Bij het missen van een wettelijke deadline kan de NEa handhavend optreden via bestuurlijke boetes. In de praktijk betekent dit dat brandstofleveringen die niet tijdig zijn geregistreerd, niet meer kunnen worden ingeboekt voor dat kalenderjaar, waardoor de bijbehorende certificaatopbrengst definitief vervalt. Het is daarom sterk aan te raden om de deadlines te verwerken in een vaste interne planning of dit volledig te delegeren aan een inboekdienstverlener die de administratie voor je bewaakt.

Mag ik van inboekdienstverlener wisselen als ik niet tevreden ben?

Een machtiging aan een inboekdienstverlener geldt voor minimaal een heel kalenderjaar, wat betekent dat tussentijds overstappen in principe niet mogelijk is. Je kunt wel aan het einde van het kalenderjaar opzeggen en per 1 januari overstappen naar een andere partij. Vergelijk daarom van tevoren zorgvuldig de commissiestructuren, contractduur, overstapbepalingen en het serviceniveau van verschillende dienstverleners voordat je een keuze maakt.

Tellen alle soorten elektrische voertuigen mee voor het genereren van ERE-certificaten, of zijn er uitzonderingen?

In principe tellen alle elektrische voertuigen mee die via een bemeten laadpunt worden opgeladen, zolang de levering plaatsvindt aan een voertuig dat is bestemd voor wegvervoer binnen de landsector. Denk aan personenauto’s, bestelwagens en elektrische vrachtwagens. Elektrische voertuigen in de scheepvaart- of luchtvaartsector vallen onder andere sectorcategorieën binnen het ERE-systeem en leveren ERE-certificaten op die niet uitwisselbaar zijn met ERE-E in de landsector.

Wat is het effect van de sectorsturing in het ERE-systeem op de certificaatprijs voor elektrisch laden?

De sectorsturing die per 2026 is ingevoerd, voorkomt dat grote volumes certificaten uit de scheepvaart- of luchtvaart de marktprijs voor wegvervoer drukken. ERE-E certificaten gegenereerd uit elektriciteit in de landsector zijn uitsluitend inzetbaar binnen diezelfde sector, wat de vraag-aanbodverhouding stabieler maakt. Marktanalisten verwachten dat dit de waarde van ERE-E in de landsector op termijn verder kan verhogen ten opzichte van het oude HBE-systeem, wat de business case voor elektrisch laden nog aantrekkelijker maakt.

Hoe beïnvloedt het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel mijn certificaatopbrengst, en kan ik dit zelf verbeteren?

Het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel (50,5% in 2026) is een correctiefactor die wordt toegepast wanneer je netstroom gebruikt zonder eigen hernieuwbare opwek op locatie. Dit betekent dat bij netstroom slechts de helft van de geleverde kilowatturen volledig meetelt voor de berekening van ERE-certificaten. Je kunt dit verbeteren door zonnepanelen te plaatsen op hetzelfde WOZ-object als waar je laadt: in dat geval vervalt het netgemiddelde als correctiefactor volledig en telt elke kilowattuur mee voor de volledige fossiele referentiewaarde van 183 g CO2-eq/MJ.

Is het slim om gegenereerde ERE-certificaten direct te verkopen of is het beter om ze aan te houden?

De ERE-prijs schommelt historisch gezien ruwweg tussen de 7 en 19 euro per eenheid, met een driejarig gemiddelde van circa 12 euro. Of je certificaten direct verkoopt of strategisch aanhoudt, hangt af van je liquiditeitsbehoefte en je verwachting van de marktontwikkeling. Bedrijven met een langetermijnvisie en voldoende financiële buffer kunnen overwegen certificaten aan te houden bij een lage marktprijs en te verkopen wanneer de prijs aantrekt, maar dit brengt marktrisico met zich mee dat je bewust moet afwegen.