Hoe werkt de ERE regeling voor bedrijven met meerdere vestigingen?
De ERE regeling werkt voor bedrijven met meerdere vestigingen via één centraal REV-account bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Alle elektriciteit die op verschillende locaties aan voertuigen wordt geleverd, wordt gebundeld ingeschreven onder één rekeninghouder, mits aan de technische en administratieve voorwaarden per locatie wordt voldaan. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over hoe de ERE regeling in de praktijk werkt voor organisaties met meerdere locaties.

Hoe wordt de ERE regeling verdeeld over meerdere vestigingen?
Bij de ERE regeling hoeft er geen aparte verdeling per vestiging te worden gemaakt. Een bedrijf met meerdere locaties registreert alle elektriciteitsleveringen aan voertuigen centraal in het Register Energie voor Vervoer (REV). De gegenereerde Emissiereductie-eenheden (ERE’s) worden bijgeschreven op één rekening, ongeacht op welke vestiging de laadhandeling plaatsvond.
Dat betekent in de praktijk dat de totale hoeveelheid geleverde elektriciteit over alle locaties bij elkaar wordt opgeteld voor de berekening van de ERE’s. Per 2026 geldt dat 2.000 kWh netstroom leidt tot circa 666 ERE-E, op basis van het netgemiddelde hernieuwbare aandeel van 50,5% voor dat jaar. Dit geldt voor elke kilowattuur die via een correct bemeterd leverpunt wordt geregistreerd, ongeacht de locatie.
Wel is het belangrijk dat elke afzonderlijke laadlocatie technisch correct is ingericht. De meter moet zich op de laadpaal bevinden en MID-gecertificeerd zijn, of er moet een exclusief bemeterd allocatiepunt zijn. Alleen dan tellen de leveringen van die locatie mee in de berekening.
Moet elke vestiging apart worden aangemeld voor de ERE regeling?
Elke laadlocatie moet afzonderlijk worden geregistreerd als leverpunt in het REV, maar dit betekent niet dat er meerdere rekeningen of aanmeldingen als rekeninghouder nodig zijn. De locaties worden gekoppeld aan het centrale account van de rekeninghouder, die verantwoordelijk is voor de correcte registratie van alle leveringen.
Concreet betekent dit dat voor elke vestiging het bemeterde leverpunt moet worden vastgelegd, inclusief de bijbehorende meetgegevens. Dit vereist een MID-gecertificeerde meter op de laadpaal zelf. Voor bestaande situaties waarbij de meter zich buiten de laadpaal bevindt, geldt in 2026 nog een overgangsperiode, maar per 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan.
Bedrijven die minder dan 2 miljoen kWh per jaar leveren over al hun locaties samen, kunnen niet zelfstandig inboeken. Zij zijn verplicht gebruik te maken van een inboekdienstverlener. Die dienstverlener neemt de registratie van alle locaties op zich en draagt zorg voor de correcte inboeking in het REV namens het bedrijf.
Wat zijn de voorwaarden voor ERE-aanvragen per locatie?
Voor elke locatie die meedoet aan de ERE regeling gelden een aantal technische en administratieve voorwaarden. De kern is dat de geleverde elektriciteit aantoonbaar aan voertuigen wordt geleverd via een correct bemeterd en geregistreerd leverpunt.
De belangrijkste voorwaarden per locatie zijn:
- MID-gecertificeerde meter op de laadpaal: Vanaf 2026 moet de meter zich direct op de laadpaal bevinden en voldoen aan de Metrologiewet. Dit geldt voor nieuwe installaties; voor bestaande situaties geldt een overgangsperiode tot eind 2026.
- Registratie als leveringspunt in het REV: Het leverpunt moet correct zijn aangemeld bij de NEa, inclusief de technische specificaties van de meter.
- Inboekverificatie: Inboekers zijn verplicht jaarlijks een verificatie te laten uitvoeren door een geaccrediteerde, onafhankelijke verificateur. De verificatieverklaring moet voor 1 mei worden ingediend.
- Elektriciteit uitsluitend aan voertuigen of vaartuigen: Alleen elektriciteit die daadwerkelijk aan voertuigen wordt geleverd, telt mee. Spoorvervoer en luchtvaart vallen buiten de regeling.
Wil een locatie profiteren van de hogere beloning voor 100% hernieuwbare stroom, dan gelden aanvullende eisen. Dit is alleen mogelijk als de opwek plaatsvindt op hetzelfde WOZ-object als de laadlocatie, of via een directe lijn van opwek naar levering. In beide gevallen is een Garantie van Oorsprong niet-netlevering vereist, overgeboekt naar het NEa-account, zonder exploitatiesubsidie.
Hoe worden ERE’s omgezet in financieel voordeel voor het bedrijf?
ERE’s vertegenwoordigen een verhandelbare waarde op de energiemarkt. Bedrijven die meer ERE’s genereren dan ze zelf nodig hebben, kunnen deze verkopen aan verplichtinghouders: brandstofleveranciers die wettelijk verplicht zijn een bepaald aandeel emissiereductie aan te tonen. Hoe meer elektriciteit een bedrijf aan voertuigen levert, hoe meer ERE’s het opbouwt en kan verhandelen.
De financiële opbrengst hangt af van de marktprijs van ERE’s, die fluctueert op basis van vraag en aanbod. Bedrijven die zelfstandig inboeken, kunnen ERE’s rechtstreeks op de markt verkopen. Bedrijven die via een inboekdienstverlener werken, ontvangen een vergoeding van die dienstverlener, na aftrek van een commissie. In de markt liggen deze commissies ruwweg tussen de 15 en 25%, afhankelijk van het contract en de dienstverlener.
Er geldt wel een spaarlimiet: een saldo van maximaal 45.000 ERE’s kan altijd worden bewaard. Daarboven geldt dat een inboeker maximaal 4% van de in het afgelopen jaar bijgeschreven ERE’s mag sparen. ERE’s boven de spaarlimiet vervallen automatisch op 1 april. Voor bedrijven met meerdere vestigingen die grote hoeveelheden elektriciteit leveren, is het dus belangrijk om de opgebouwde ERE’s tijdig te verhandelen.
Welke administratieve uitdagingen brengt de ERE regeling mee voor grote organisaties?
Voor organisaties met meerdere vestigingen brengt de ERE regeling een aanzienlijke administratieve last mee. De complexiteit neemt toe naarmate het aantal locaties groeit, omdat voor elke locatie afzonderlijke meetdata moeten worden bijgehouden en aangeleverd.
De voornaamste uitdagingen zijn:
- Meetdatabeheer per locatie: Elke laadpaal moet voorzien zijn van een MID-gecertificeerde meter en de meetdata moeten nauwkeurig worden bijgehouden en tijdig worden aangeleverd voor registratie in het REV.
- Jaarlijkse deadlines: Brandstofleveringen moeten voor 1 maart worden geregistreerd, voldoende ERE’s moeten voor 1 april op rekening staan, en de verificatieverklaring moet voor 1 mei zijn ingediend. Deze deadlines gelden voor het eerst in 2027 over de leveringen van 2026.
- Verificatieplicht: Jaarlijks moet een onafhankelijke, geaccrediteerde verificateur de inboekingen controleren. Dit kost tijd en geld, en vereist dat de administratie op orde is.
- Drempelwaarden bewaken: Bedrijven die net rond de grens van 2 miljoen kWh per jaar zitten, moeten goed bijhouden of ze zelfstandig mogen inboeken of via een inboekdienstverlener moeten werken.
- Spaarlimietbeheer: Grote organisaties die snel ERE’s opbouwen, lopen het risico dat ERE’s boven de spaarlimiet automatisch vervallen op 1 april als ze niet tijdig worden verhandeld.
Bovenop deze operationele uitdagingen vraagt de overgang van het HBE-systeem naar het ERE-systeem per 1 januari 2026 ook om inzicht in de nieuwe berekeningssystematiek. Waar het HBE-systeem stuurde op energie-inhoud, stuurt het ERE-systeem op CO2-ketenemissiereductie. Dit vraagt om een herziening van bestaande processen en rapportages.
Wanneer is het slim om de ERE-administratie uit te besteden?
Het uitbesteden van de ERE-administratie is verstandig zodra de complexiteit van de eigen situatie de interne capaciteit overstijgt. Voor de meeste bedrijven met meerdere vestigingen is dat al snel het geval, zeker als ze niet de drempel van 2 miljoen kWh per jaar halen om zelfstandig in te boeken.
Uitbesteden via een inboekdienstverlener is in elk geval verplicht als het jaarlijkse volume onder de 2 miljoen kWh blijft. Maar ook bedrijven die boven die drempel zitten, kiezen er vaak bewust voor om de administratie neer te leggen bij een specialist, omdat de tijdsinvestering en het risico op fouten bij zelfstandig inboeken aanzienlijk zijn.
Praktische indicatoren dat uitbesteden slim is:
- Het bedrijf heeft vijf of meer laadlocaties op verschillende adressen.
- Er is intern geen dedicated medewerker beschikbaar die de NEa-regelgeving goed kent.
- De meetdata-infrastructuur is nog niet volledig op orde (MID-certificering, allocatiepunten).
- Het bedrijf wil maximale opbrengst uit de ERE’s halen zonder zelf de markt te hoeven volgen.
- De jaarlijkse verificatieplicht en deadlines zijn moeilijk intern te bewaken.
Let bij het kiezen van een inboekdienstverlener op de hoogte van de commissie, de transparantie over de ERE-opbrengsten en de ervaring met zakelijke klanten met meerdere locaties. Een machtiging geldt voor minimaal één heel kalenderjaar, dus overstappen naar een andere aanbieder is pas mogelijk per het volgende kalenderjaar.
Hoe NXT Mobility helpt met de ERE regeling
Wij bij NXT Mobility ontzorgen organisaties volledig bij de ERE regeling, van de technische inrichting van de laadinfrastructuur tot de complete administratie en inboeking van ERE’s. Onze aanpak is concreet en praktisch, speciaal afgestemd op bedrijven met meerdere vestigingen. Wat wij voor u doen:
- Technische installatie: Wij zorgen voor laadpalen met MID-gecertificeerde meters, correct ingericht voor ERE-inboeking, op elke locatie.
- Registratie en inboeking: Wij registreren alle leverpunten in het REV en verzorgen de volledige inboeking van ERE’s namens uw organisatie.
- Optimalisatie van ERE-opbrengsten: Wij bewaken de spaarlimiet en verhandelen ERE’s op het juiste moment, zodat er geen eenheden verloren gaan.
- Jaarlijkse verificatie en deadlinebewaking: Wij regelen de inboekverificatie en zorgen dat alle wettelijke deadlines worden gehaald.
- Advies op maat: Via onze diensten voor duurzame mobiliteit denken wij mee over de bredere strategie voor uw wagenpark en laadinfrastructuur.
Wilt u weten wat de ERE regeling concreet oplevert voor uw organisatie? Neem contact op voor een vrijblijvend adviesgesprek. Wij brengen de mogelijkheden voor uw specifieke situatie helder in kaart.
Veelgestelde vragen
Wat gebeurt er als één van onze vestigingen nog geen MID-gecertificeerde meter heeft — tellen die leveringen dan helemaal niet mee?
Leveringen van een locatie zonder MID-gecertificeerde meter op de laadpaal kunnen niet worden ingeschreven in het REV en tellen dus inderdaad niet mee voor de ERE-berekening. Voor bestaande installaties geldt tot eind 2026 een overgangsperiode, maar het is verstandig om zo snel mogelijk actie te ondernemen. Laat een inventarisatie uitvoeren van alle locaties om te bepalen welke laadpalen al voldoen en welke nog moeten worden aangepast of vervangen.
Kunnen we als bedrijf ERE's van meerdere vestigingen combineren om boven de drempel van 2 miljoen kWh te komen en zelfstandig in te boeken?
Ja, dat is precies hoe de regeling werkt: alle elektriciteitsleveringen aan voertuigen over al uw locaties worden opgeteld op één centraal REV-account. Als het gecombineerde jaarvolume van alle vestigingen samen de 2 miljoen kWh overschrijdt, kunt u als organisatie zelfstandig inboeken zonder verplicht gebruik te maken van een inboekdienstverlener. Houd er wel rekening mee dat zelfstandig inboeken ook de volledige administratieve en verificatieverplichtingen met zich meebrengt.
Hoe werkt het overstappen naar een andere inboekdienstverlener als we niet tevreden zijn?
Een machtiging aan een inboekdienstverlener geldt voor minimaal één volledig kalenderjaar, wat betekent dat overstappen pas mogelijk is per 1 januari van het volgende jaar. Het is daarom belangrijk om bij het afsluiten van een contract goed te letten op de commissiestructuur, de transparantie over ERE-opbrengsten en de ervaring met zakelijke klanten met meerdere locaties. Zorg er ook voor dat u contractueel vastlegt hoe de overdracht van gegevens en lopende registraties verloopt bij een eventuele wisseling van dienstverlener.
Wat is het risico als we de spaarlimiet overschrijden en ERE's niet tijdig verhandelen?
ERE’s die op 1 april boven de spaarlimiet uitkomen, vervallen automatisch en leveren dus niets op — dat is een direct financieel verlies. De spaarlimiet bedraagt maximaal 45.000 ERE’s plus maximaal 4% van de in het afgelopen jaar bijgeschreven ERE’s. Voor grote organisaties met veel laadlocaties kan het saldo snel oplopen, dus actief beheer en tijdige verkoop van ERE’s zijn essentieel om dit te voorkomen.
Geldt de ERE regeling ook voor laadpalen die zowel door medewerkers als door derden (bezoekers of klanten) worden gebruikt?
Ja, zolang de elektriciteit aantoonbaar aan voertuigen wordt geleverd via een correct bemeterd en geregistreerd leverpunt, maakt het niet uit of de gebruiker een medewerker, bezoeker of klant is. Het gaat om de geleverde kilowatturen aan voertuigen, niet om de identiteit van de gebruiker. Wel moet u ervoor zorgen dat het leverpunt uitsluitend elektriciteit aan voertuigen of vaartuigen levert — gebruik voor andere doeleinden via hetzelfde meetpunt kan de registratie compliceren.
Hoe beïnvloedt de overstap van het HBE-systeem naar het ERE-systeem onze bestaande contracten met een inboekdienstverlener?
Het ERE-systeem vervangt per 1 januari 2026 het HBE-systeem volledig, wat betekent dat bestaande afspraken over HBE-inboeking niet automatisch van toepassing zijn op de nieuwe ERE-systematiek. Controleer uw lopende contracten op de vraag of deze de overgang naar ERE’s dekken en of de commissiepercentages en afspraken nog marktconform zijn. Als uw huidige dienstverlener de ERE-administratie niet aanbiedt of onvoldoende ervaring heeft met de nieuwe berekeningssystematiek, is dit een goed moment om de samenwerking te heroverwegen.
Is het financieel interessant om te investeren in zonnepanelen op onze laadlocaties specifiek voor de ERE regeling?
Het kan zeker interessant zijn: elektriciteit die als 100% hernieuwbaar kan worden aangemerkt, levert hogere ERE-E op dan netstroom met het gemiddelde hernieuwbare aandeel. Daarvoor is wel vereist dat de opwek plaatsvindt op hetzelfde WOZ-object als de laadlocatie of via een directe lijn, én dat er een Garantie van Oorsprong niet-netlevering wordt overgeschreven naar het NEa-account zonder exploitatiesubsidie. Laat vooraf een business case doorrekenen, want de investering in zonnepanelen en de bijbehorende administratieve eisen moeten opwegen tegen de extra ERE-opbrengst.