Welke voertuigtypen leveren de meeste HBE’s op?

Zware elektrische vrachtwagens en elektrische bussen leveren de meeste hernieuwbare brandstofeenheden op per voertuig, simpelweg omdat ze veel meer elektriciteit verbruiken dan een personenauto. Hoe meer kilowattuur je inboekt via een MID-gecertificeerde meter, hoe meer HBE’s (of ERE’s vanaf 2026) er worden gegenereerd. In dit artikel beantwoorden we de meestgestelde vragen over welke voertuigtypen de hoogste opbrengst opleveren en hoe je als organisatie het meeste uit je wagenpark haalt.

Welke voertuigen genereren de hoogste HBE-opbrengst per kilometer?

Elektrische vrachtwagens, bussen en bestelwagens met een hoog energieverbruik genereren de meeste hernieuwbare brandstofeenheden per kilometer. De opbrengst is namelijk direct gekoppeld aan het aantal kilowattuur dat via een bemeterd leverpunt wordt afgeleverd: meer verbruik betekent meer HBE’s of ERE’s. Een elektrische vrachtwagen die dagelijks 200 tot 400 kWh laadt, levert daarmee een veelvoud op van wat een elektrische personenauto genereert.

De berekening werkt als volgt: bij netstroom wordt het aantal eenheden bepaald door de geleverde kWh te vermenigvuldigen met het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel (50,5% in 2026), de fossiele referentiewaarde voor elektriciteit (183 g CO-eq/MJ) en de omrekeningsfactor van MJ naar kWh. Een voertuig dat meer laadt, doorloopt die formule met een hogere ingangshoeveelheid en levert dus automatisch meer eenheden op.

De volgorde van hoogste naar laagste opbrengst per voertuig ziet er in de praktijk zo uit:

  • Elektrische vrachtwagens (e-trucks): hoogste opbrengst door enorm energieverbruik per rit
  • Elektrische bussen en touringcars: vergelijkbaar hoog verbruik, zeker bij intensief gebruik
  • Elektrische bestelwagens en lichte bedrijfsvoertuigen: middelgrote opbrengst, afhankelijk van dagkilometrage
  • Elektrische personenauto’s: laagste opbrengst per voertuig door beperkt energieverbruik

Per kilometer is het verschil minder groot dan per voertuig, maar ook dan scoren zware voertuigen doorgaans beter omdat hun energieverbruik per kilometer veel hoger ligt dan dat van een personenauto.

Waarom leveren zware elektrische vrachtwagens meer HBE’s op dan personenauto’s?

Zware elektrische vrachtwagens leveren meer hernieuwbare brandstofeenheden op dan personenauto’s omdat ze per laadsessie en per dag aanzienlijk meer kilowattuur verbruiken. Omdat de HBE-opbrengst (en de ERE-opbrengst in het nieuwe systeem) rechtstreeks wordt berekend op basis van de geleverde hoeveelheid elektriciteit, is het energieverbruik de bepalende factor.

Een elektrische personenauto verbruikt gemiddeld 15 tot 20 kWh per 100 kilometer. Een zware elektrische vrachtwagen verbruikt al snel 100 tot 150 kWh per 100 kilometer, en rijdt bovendien veel meer kilometers per dag. Een vrachtwagen die dagelijks 300 kWh laadt, genereert daarmee per dag ruwweg 15 tot 20 keer zoveel eenheden als een personenauto die 20 kWh laadt.

Daar komt bij dat vrachtwagens vaker en intensiever rijden dan de gemiddelde zakelijke personenauto. Een e-truck die vijf dagen per week volledig wordt opgeladen, stapelt over een heel jaar een indrukwekkend volume aan eenheden op. Voor transportbedrijven die hun vloot elektrificeren, is dit een van de krachtigste financiële argumenten naast de lagere brandstofkosten.

Het systeem beloont dus niet het voertuigtype als zodanig, maar het energieverbruik. Dat maakt zware voertuigen structureel aantrekkelijker vanuit HBE- en ERE-perspectief dan lichte voertuigen.

Tellen waterstofvoertuigen ook mee voor HBE’s?

Ja, waterstofvoertuigen tellen mee voor het systeem van hernieuwbare brandstofeenheden, maar alleen als de gebruikte waterstof aan specifieke duurzaamheidseisen voldoet. Hernieuwbare waterstof, ook wel RFNBO (Renewable Fuel of Non-Biological Origin) genoemd, valt onder een eigen categorie binnen zowel het HBE- als het ERE-systeem en kan eenheden genereren voor de verplichtinghouder die de brandstof levert.

Binnen het nieuwe ERE-systeem dat per 1 januari 2026 van kracht is, bestaat hiervoor een aparte eenheidssoort: de ERE-R. Deze geldt specifiek voor RFNBO’s, waaronder hernieuwbare waterstof en e-fuels. Er geldt ook een apart subdoel voor RFNBO’s: nationaal is het doel voor de sector land gesteld op 2 PJ in 2030. Voor dit subdoel mogen geen ERE’s uit andere sectoren worden ingezet.

Voor organisaties die waterstofvoertuigen inzetten, zijn twee zaken belangrijk:

  • Alleen groene waterstof (geproduceerd via elektrolyse met hernieuwbare energie) kwalificeert als RFNBO en levert ERE-R’s op
  • Grijze of blauwe waterstof voldoet niet aan de criteria en genereert geen eenheden
  • De eenheden worden gegenereerd door de brandstofleverende partij, niet automatisch door de rijder of het bedrijf dat het voertuig bezit
  • Waterstof valt in het ERE-systeem onder de sector land, net als elektrische wegvoertuigen

Waterstofvoertuigen zijn dus zeker relevant binnen het systeem, maar de opbrengst hangt sterk af van de herkomst en certificering van de gebruikte waterstof.

Wat is het verschil in HBE-opbrengst tussen laden thuis en laden op het bedrijf?

Het verschil in HBE-opbrengst tussen thuisladen en laden op het bedrijf zit niet in de hoeveelheid elektriciteit, maar in de mogelijkheid om 100% hernieuwbare stroom te claimen. Bij thuisladen geldt altijd het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel (50,5% in 2026), ook als er zonnepanelen aanwezig zijn. Op het bedrijf bestaat de mogelijkheid om met eigen opwek of via een directe lijn de volledige 100% hernieuwbare beloning te claimen.

Thuisladen: altijd het netgemiddelde

Particulieren en werknemers die thuis laden, kunnen uitsluitend deelnemen via een inboekdienstverlener. Voor hen geldt altijd het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel van 50,5% als rekenbasis, ongeacht of ze zonnepanelen op het dak hebben. Eigen opwek is voor particulieren namelijk niet aantoonbaar via het systeem. De opbrengst is daarmee beperkt tot net iets meer dan de helft van wat theoretisch maximaal mogelijk zou zijn.

Laden op het bedrijf: kans op hogere opbrengst

Op een bedrijfslocatie liggen de mogelijkheden ruimer. Als de elektriciteit wordt opgewekt op dezelfde locatie (binnen hetzelfde WOZ-object) of via een directe lijn van een nabijgelegen opwekinstallatie, mag de volledige 100% hernieuwbare beloning worden gehanteerd. Dit vereist wel een Garantie van Oorsprong niet-netlevering, overgeboekt naar het NEa-account, en er mag geen exploitatiesubsidie op de opwekinstallatie rusten. Elektriciteit uit biomassa of biogas telt hierbij niet als 100% hernieuwbaar.

Voor bedrijven die meer dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, bestaat bovendien de mogelijkheid om zelfstandig in te boeken, zonder tussenkomst van een inboekdienstverlener. Dit geeft meer controle over het proces en kan de netto-opbrengst verhogen doordat er geen commissie wordt afgedragen.

Kortom: laden op het bedrijf biedt meer mogelijkheden om de opbrengst per kWh te maximaliseren, mits de infrastructuur en certificering op orde zijn.

Hoe maximaliseer je de totale HBE-opbrengst van een gemengd wagenpark?

Om de totale opbrengst aan hernieuwbare brandstofeenheden van een gemengd wagenpark te maximaliseren, combineer je hoog verbruikende voertuigen met slimme laadinfrastructuur, 100% hernieuwbare opwek op locatie en correcte registratie via MID-gecertificeerde meters. De som van alle geladen kilowattuur, vermenigvuldigd met de hoogst haalbare hernieuwbare factor, bepaalt de eindopbrengst.

Een praktische aanpak voor een gemengd wagenpark bestaat uit de volgende stappen:

  1. Prioriteer zware voertuigen: zorg dat e-trucks en bestelwagens als eerste volledig zijn aangesloten op een bemeterd laadpunt, want zij leveren de meeste eenheden per voertuig
  2. Investeer in eigen opwek: zonnepanelen op het bedrijfsdak gecombineerd met laadinfrastructuur op hetzelfde WOZ-object maken de 100% hernieuwbare beloning mogelijk
  3. Gebruik MID-gecertificeerde meters: vanaf 2026 moet de meter zich in de laadpaal bevinden en MID-gecertificeerd zijn; niet-conforme situaties worden per 1 januari 2027 niet meer geaccepteerd
  4. Bundel thuisladers via een inboekdienstverlener: ook de elektriciteit die werknemers thuis laden, telt mee; zorg voor een machtiging aan één inboekdienstverlener per werknemer
  5. Overweeg zelfstandig inboeken: bij meer dan 2 miljoen kWh per jaar is zelfstandig inboeken mogelijk, wat de commissiekosten elimineert
  6. Houd deadlines bij: brandstofleveringen registreren voor 1 maart, voldoende eenheden op rekening voor 1 april, verificatie voor 1 mei (voor het eerst van toepassing in 2027 over leveringen van 2026)

Een gemengd wagenpark biedt dus juist voordelen: de combinatie van hoog verbruikende voertuigen en een grote groep personenauto’s of bestelwagens kan samen een substantieel volume aan eenheden opbouwen. De sleutel is dat elk laadpunt correct geregistreerd staat en dat de hernieuwbare factor zo hoog mogelijk is.

Hoe NXT Mobility helpt met HBE- en ERE-opbrengst

Wij begeleiden organisaties van A tot Z bij het maximaliseren van hun opbrengst uit het HBE- en ERE-systeem. Of je nu een transportbedrijf bent met een vloot e-trucks of een organisatie met een gemengd wagenpark van personenauto’s en bestelwagens, wij zorgen dat geen enkele kilowattuur onbenut blijft. Bekijk ons volledige dienstenaanbod voor een overzicht van wat we voor jouw organisatie kunnen betekenen.

Concreet helpen wij je met:

  • Wagenparkanalyse: we brengen in kaart welke voertuigen in jouw vloot de hoogste ERE-opbrengst kunnen genereren en waar de prioriteiten liggen
  • Laadinfrastructuur: we installeren MID-gecertificeerde laadpalen op bedrijfslocaties en regelen thuisladers voor werknemers, inclusief de volledige financiële ontzorging
  • Inboekdienstverlening: we verzorgen de registratie, administratie en certificering rondom het inboeken van elektriciteit in het REV, zodat jij geen kansen misloopt
  • Eigen opwek combineren: we adviseren over de combinatie van zonnepanelen en laadinfrastructuur om de 100% hernieuwbare beloning te realiseren
  • Actueel advies over de ERE-overgang: het systeem is in 2026 ingrijpend gewijzigd; wij houden de regelgeving bij en vertalen die naar concrete stappen voor jouw organisatie

Wil je weten wat jouw wagenpark concreet kan opleveren? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Veelgestelde vragen

Vanaf wanneer geldt het ERE-systeem en wat verandert er voor mijn organisatie ten opzichte van HBE's?

Het ERE-systeem (Energie voor Hernieuwbare Energie-eenheden) treedt per 1 januari 2026 in werking en vervangt het huidige HBE-systeem. De basislogica blijft hetzelfde: meer geleverde kilowattuur via een MID-gecertificeerde meter betekent meer eenheden. Wel worden er nieuwe eenheidssoorten geïntroduceerd (zoals de ERE-R voor RFNBO’s) en gelden er strengere eisen aan meetapparatuur. Het is verstandig om vóór 2026 te controleren of jouw laadinfrastructuur en registratieprocessen al voldoen aan de nieuwe regels.

Wat zijn de meest gemaakte fouten bij het inboeken van laaddata, en hoe voorkom je ze?

De meest voorkomende fouten zijn het gebruik van niet-MID-gecertificeerde meters, het missen van de deadline van 1 maart voor het registreren van brandstofleveringen, en het ontbreken van een geldige machtiging aan een inboekdienstverlener voor thuisladers. Daarnaast claimen sommige organisaties ten onrechte 100% hernieuwbare stroom zonder de vereiste Garantie van Oorsprong niet-netlevering. Zorg voor een strakke administratieve kalender en laat de infrastructuur tijdig keuren om dit soort fouten te voorkomen.

Kan ik als leasemaatschappij of wagenparkbeheerder ook HBE's of ERE's inboeken voor voertuigen die ik niet zelf rijd?

Ja, dat is mogelijk. De eenheden worden gegenereerd door de partij die de elektriciteit levert of laat inboeken, niet per se door de eindgebruiker of eigenaar van het voertuig. Als leasemaatschappij of wagenparkbeheerder kun je via contractuele afspraken en machtigingen de laaddata van meerdere voertuigen bundelen en laten inboeken via één inboekdienstverlener. Het is wel essentieel dat de machtigingsstructuur correct is ingericht en dat er geen dubbele inboeking plaatsvindt.

Wat is een MID-gecertificeerde meter precies, en hoe weet ik of mijn laadpalen hieraan voldoen?

Een MID-gecertificeerde meter (Measuring Instruments Directive) is een wettelijk goedgekeurde meetinrichting die de geleverde kilowatturen nauwkeurig en fraudebestendig registreert. Vanaf 2026 moet deze meter zich fysiek in de laadpaal bevinden; externe of losse meters worden niet meer geaccepteerd per 1 januari 2027. Je kunt bij de fabrikant of installateur van je laadpalen navragen of de ingebouwde meter MID-gecertificeerd is, of dit laten controleren door een erkende installatietechnicus.

Loont het financieel om als klein bedrijf met slechts een paar elektrische voertuigen deel te nemen aan het HBE- of ERE-systeem?

Voor kleine wagenparken met slechts een paar personenauto’s is de directe financiële opbrengst beperkt, maar zeker niet nul. De drempel ligt lager dan veel bedrijven denken: via een inboekdienstverlener kun je ook als kleine organisatie deelnemen zonder zelf aan complexe administratieve eisen te voldoen. Zodra je één of meerdere zware voertuigen zoals een e-truck of elektrische bestelbus toevoegt, stijgt de opbrengst aanzienlijk. Het is aan te raden om een concrete berekening te laten maken op basis van het verwachte laadvolume van jouw specifieke vloot.

Wat gebeurt er als mijn organisatie de deadline voor inboeken mist of onjuiste data aanlevert?

Als de deadline van 1 maart voor het registreren van brandstofleveringen wordt gemist, kunnen de betreffende kilowatturen niet meer worden ingeboekt voor dat kalenderjaar en gaan de bijbehorende eenheden en de bijbehorende financiële opbrengst definitief verloren. Bij het aanleveren van onjuiste of niet-verifieerbare data riskeert je organisatie bovendien correcties of sancties vanuit de NEa (Nederlandse Emissieautoriteit). Een gestructureerde administratie en tijdige samenwerking met een inboekdienstverlener zijn de beste bescherming tegen deze risico’s.

Hoe verhouden de opbrengsten van het ERE-systeem zich tot andere subsidies of regelingen voor elektrisch rijden?

De opbrengsten uit het HBE- of ERE-systeem zijn in principe stapelbaar met andere regelingen zoals de MIA/VAMIL (fiscale voordelen voor milieu-investeringen) of de SDE++-subsidie voor eigen opwek, maar er zijn uitzonderingen. Zo mag een opwekinstallatie waarop exploitatiesubsidie rust niet worden gebruikt voor de 100% hernieuwbare beloning binnen het ERE-systeem. Het is verstandig om bij het inrichten van je financieringsstructuur altijd te toetsen welke combinaties zijn toegestaan, bij voorkeur met een adviseur die zowel de subsidie- als de ERE-regelgeving kent.