Welke sectoren mogen HBE’s genereren naast de transportsector?
Naast de transportsector mogen ook andere sectoren HBE’s genereren, zolang zij elektriciteit leveren voor vervoer over de weg. Denk aan bedrijven met laadinfrastructuur op bedrijventerreinen, vastgoedeigenaren met laadpalen op parkeerterreinen, en exploitanten van publieke laadlocaties. Per 1 januari 2026 is het HBE-systeem overgegaan naar het ERE-systeem (Emissiereductie-eenheden), maar de basislogica blijft gelijk: wie meetbaar groene stroom levert aan voertuigen, kan aanspraak maken op eenheden die verhandelbaar zijn. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de HBE-regeling en wie er precies van kan profiteren.

Welke sectoren komen in aanmerking voor HBE-generatie?
Elke organisatie die aantoonbaar elektriciteit levert aan wegvoertuigen kan in aanmerking komen voor HBE-generatie, ongeacht de sector. De regeling is niet beperkt tot transportbedrijven. Vastgoedeigenaren, retailers, hotelketens, parkeerexploitanten, sportfaciliteiten en winkelcentra kunnen allemaal deelnemen, zolang zij beschikken over een bemeterd laadpunt en voldoen aan de registratievereisten.
De kern van de regeling draait om het leverpunt, niet om de branche. Wie elektriciteit meetbaar beschikbaar stelt aan een wegvoertuig, genereert een aanspraak op eenheden. Dit maakt de regeling breed toepasbaar. Sectoren die in de praktijk het meest actief deelnemen naast transport zijn:
- Retailketens en supermarkten met laadpalen op hun parkeerterrein
- Hotelketens en recreatiebedrijven die gasten laadmogelijkheden bieden
- Vastgoedontwikkelaars en beheerders van bedrijventerreinen
- Gemeenten en overheden met publieke laadinfrastructuur
- Tankstationexploitanten die hun assortiment uitbreiden met laadpalen
- Autodealers en leasemaatschappijen met laadpunten op eigen terrein
Mobiele bouwmachines zijn vanaf 2026 ook inboekbaar in de sector land, wat wegenbouwbedrijven en grondverzetters nieuwe mogelijkheden biedt. Spoorvervoer en luchtvaart vallen buiten de regeling en zijn niet langer inboekbaar.
Hoe worden HBE’s gegenereerd buiten de transportsector?
Buiten de transportsector worden HBE’s (nu ERE’s) gegenereerd door de geleverde kilowatturen aan wegvoertuigen te registreren via het Register Energie voor Vervoer (REV) van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). De hoeveelheid eenheden hangt af van de gemeten kWh, het hernieuwbare aandeel van de stroom en de CO2-ketenemissiereductie.
Berekening van het aantal eenheden
Voor netstroom geldt in 2026 een netgemiddeld hernieuwbaar aandeel van 50,5 procent, gebaseerd op het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit twee jaar eerder. De formule voor ERE-E uit netstroom is: levering (kWh) maal 0,505 maal 183 (g/MJ) maal 3,6 (MJ/kWh) gedeeld door 1.000. Als een locatie 2.000 kWh netstroom levert, resulteert dat in circa 666 ERE-E. Wie kan aantonen dat hij 100 procent hernieuwbare stroom levert via opwek op dezelfde locatie of via een directe lijn, rekent zonder de factor 0,505 en genereert daarmee aanzienlijk meer eenheden.
Voorwaarden voor 100 procent hernieuwbare beloning
Volledige hernieuwbare beloning is alleen mogelijk bij opwek op hetzelfde WOZ-object als de laadlocatie, of via een directe lijn van twee aangrenzende WOZ-objecten. In beide gevallen is een Garantie van Oorsprong niet-netlevering vereist, overgeboekt naar het NEa-account, zonder dat er exploitatiesubsidie op de opwekinstallatie rust. Elektriciteit uit biomassa of biogas telt niet mee als 100 procent hernieuwbaar.
Wat is een HBE waard en hoe worden ze verhandeld?
De waarde van een HBE (of ERE) wordt bepaald door vraag en aanbod op de vrije markt. Er bestaat geen vaste prijs. Historisch schommelde de prijs ruwweg tussen 0,07 en 0,19 euro per eenheid, met een driejarig gemiddelde van circa 0,12 euro. De uiteindelijke opbrengst per kWh hangt af van het aantal gegenereerde eenheden en de marktprijs op het moment van verkoop.
Eenheden worden geregistreerd in het REV en kunnen daar worden overgedragen aan verplichtinghouders, dit zijn de brandstofhandelaren en importeurs die wettelijk verplicht zijn een bepaald aandeel hernieuwbare energie in het vervoer te realiseren. Zij kopen ERE’s om aan hun jaarverplichting te voldoen. Voor inboekers buiten de transportsector verloopt de handel doorgaans via een inboekdienstverlener, die de eenheden namens de klant verkoopt en een marktconforme commissie inhoudt. Die commissie ligt gemiddeld tussen de 15 en 25 procent van de opbrengst.
Het is belangrijk te beseffen dat dit een marktsysteem is, geen subsidie. De waarde is niet gegarandeerd en kan fluctueren. Marktanalisten verwachten dat sectorgerichte sturing de waarde van ERE’s in de sector land kan verhogen, maar dit blijft een prognose.
Mogen bedrijven met laadinfrastructuur ook HBE’s genereren?
Ja, bedrijven met eigen laadinfrastructuur mogen absoluut HBE’s of ERE’s genereren, ook als ze geen transportbedrijf zijn. De voorwaarde is dat de elektriciteit aantoonbaar wordt geleverd aan wegvoertuigen via een bemeterd laadpunt. Dit geldt voor zowel semipublieke als publieke laadpalen op eigen terrein.
Bedrijven die minder dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, zijn verplicht om via een geregistreerde inboekdienstverlener in te boeken. Boven die drempel mogen ze zelfstandig inboeken bij de NEa. Voor de meeste bedrijven buiten de transportsector geldt de lagere drempel, waardoor samenwerking met een inboekdienstverlener de praktische route is. Begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners bij de NEa geregistreerd.
Werkgevers die laadpalen bij werknemers thuis installeren, kunnen eveneens deelnemen. De werknemer verleent daarvoor een machtiging aan precies één inboekdienstverlener. Die machtiging geldt minimaal één heel kalenderjaar. De werknemer moet als eigenaar van de aansluiting geregistreerd staan in het Centraal Aansluitingenregister. Voor thuisladers geldt altijd het netgemiddelde als hernieuwbaar aandeel, ook bij aanwezige zonnepanelen, omdat eigen opwek voor particulieren niet aantoonbaar is in het systeem.
Wat zijn de administratieve vereisten voor HBE-registratie?
Voor deelname aan de HBE- of ERE-regeling gelden concrete administratieve vereisten. De meter moet MID-gecertificeerd zijn en zich in of direct bij de laadpaal bevinden. Leveringen moeten jaarlijks worden geregistreerd in het REV, en een onafhankelijke verificateur moet de inboekingen jaarlijks controleren en bevestigen.
De drie belangrijkste jaarlijkse deadlines zijn:
- Voor 1 maart: brandstofleveringen registreren in het REV
- Voor 1 april: voldoende ERE’s op rekening hebben (jaarafsluiting) en verificatieresultaten indienen
- Voor 1 mei: de verificateur registreert de verificatieresultaten definitief in het REV
Deze deadlines gelden voor het eerst in 2027, over de leveringen van 2026. Wat betreft de metervereisten: voor bestaande situaties waar de MID-meter zich buiten de laadpaal bevindt, geldt een overgangsperiode in 2026. Vanaf 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan. Wie nu een laadinstallatie plaatst, doet er verstandig aan direct te kiezen voor een MID-gecertificeerde meter in de laadpaal zelf.
Een spaarlimiet is ook van toepassing: een saldo van 45.000 ERE’s of minder kan altijd worden gespaard. Daarboven mag een inboeker maximaal 4 procent van de in het afgelopen jaar bijgeschreven ERE’s bewaren. ERE’s boven de spaarlimiet vervallen automatisch op 1 april. Toezicht wordt uitgevoerd door de NEa, in samenwerking met de ILT, NVWA en Douane. Bij onjuiste registratie of onvoldoende eenheden kan de NEa handhavend optreden via een bestuurlijke boete.
Hoe wij helpen met de HBE regeling
Wij begeleiden organisaties in alle sectoren bij de volledige deelname aan de HBE- en ERE-regeling, van de eerste analyse tot en met de jaarlijkse administratie en verificatie. Of je nu een retailketen bent met laadpalen op het parkeerterrein, een vastgoedbeheerder met laadinfrastructuur op een bedrijventerrein, of een transportbedrijf dat zijn vloot elektriseert: wij zorgen dat je geen eenheden misloopt en volledig voldoet aan de wettelijke vereisten.
Wat wij voor je regelen:
- Gratis adviesgesprek over jouw specifieke situatie en potentiële opbrengsten
- Beoordeling van je huidige laadinfrastructuur en metervereisten (MID-certificering)
- Registratie en inboeken via het REV, inclusief begeleiding bij de keuze voor een inboekdienstverlener
- Ondersteuning bij subsidieaanvragen en vergunningstrajecten
- Jaarlijkse begeleiding bij deadlines, verificatie en spaarlimietbeheer
- Advies over het maximaliseren van het hernieuwbare aandeel via eigen opwek
Wil je weten wat de HBE of ERE regeling concreet oplevert voor jouw organisatie? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek en we rekenen het samen met je door.
Veelgestelde vragen
Kan ik als kleine ondernemer met slechts een paar laadpalen ook deelnemen aan de ERE-regeling?
Ja, de ERE-regeling kent geen minimumdrempel voor het aantal laadpalen of geleverde kilowatturen. Als kleine ondernemer ben je wel verplicht om via een geregistreerde inboekdienstverlener in te boeken, omdat je hoogstwaarschijnlijk onder de grens van 2 miljoen kWh per jaar blijft. De inboekdienstverlener neemt de administratieve last grotendeels over en houdt een commissie in van gemiddeld 15 tot 25 procent van de opbrengst. Zelfs met een beperkt aantal laadpalen kan deelname financieel interessant zijn, zeker als je de laadinfrastructuur al hebt.
Wat gebeurt er als mijn laadpaal geen MID-gecertificeerde meter heeft?
Zonder MID-gecertificeerde meter kun je geen aanspraak maken op ERE’s, omdat de geleverde kilowatturen niet aantoonbaar kunnen worden geregistreerd in het REV. Voor bestaande installaties waar de MID-meter zich buiten de laadpaal bevindt, geldt een overgangsperiode gedurende 2026. Vanaf 1 januari 2027 is dit echter niet meer toegestaan, dus het is verstandig om tijdig actie te ondernemen. Laat bij een nieuwe laadinstallatie altijd direct een MID-gecertificeerde meter in de laadpaal zelf plaatsen om toekomstige problemen en kosten te vermijden.
Is het slim om gegenereerde ERE's op te sparen of juist zo snel mogelijk te verkopen?
Dat hangt af van je verwachting over de marktontwikkeling en je eigen spaarlimiet. Houd er rekening mee dat ERE’s boven de spaarlimiet (45.000 eenheden, of maximaal 4 procent van de jaarlijks bijgeschreven eenheden daarboven) automatisch vervallen op 1 april. Sparen kan lonend zijn als je verwacht dat de marktprijs stijgt, maar het is een speculatieve strategie in een vrije markt zonder gegarandeerde prijzen. Voor de meeste organisaties buiten de transportsector is een regelmatige verkoop via de inboekdienstverlener de meest praktische en risicoarme aanpak.
Wat is het verschil tussen de oude HBE-regeling en het nieuwe ERE-systeem dat per 2026 geldt?
De basislogica is gelijk gebleven: wie meetbaar groene stroom levert aan wegvoertuigen, genereert verhandelbare eenheden die verplichtinghouders kunnen gebruiken om aan hun wettelijke hernieuwbareenergiedoelstelling te voldoen. Het grootste praktische verschil zit in de naamgeving (van HBE naar ERE), de uitbreiding naar de sector land (inclusief mobiele bouwmachines), en de aangescherpte berekeningssystematiek met een bijgewerkt netgemiddeld hernieuwbaar aandeel van 50,5 procent voor 2026. Spoorvervoer en luchtvaart zijn uit de regeling gehaald. Voor bestaande deelnemers verandert de dagelijkse werkwijze nauwelijks.
Hoe maximaliseer ik de opbrengst uit de ERE-regeling als ik ook zonnepanelen op mijn locatie heb?
Als je zonnepanelen op hetzelfde WOZ-object hebt als je laadlocatie, of via een directe lijn op een aangrenzend WOZ-object, kun je aanspraak maken op de volledige hernieuwbare beloning zonder de factor 0,505 toe te passen. Dit levert aanzienlijk meer ERE’s per geleverde kWh op. Je hebt hiervoor wel een Garantie van Oorsprong niet-netlevering nodig, overgeboekt naar je NEa-account, en de opwekinstallatie mag geen exploitatiesubsidie ontvangen. Laat je hierover adviseren voordat je de installatie registreert, zodat je de configuratie direct optimaal inricht.
Kan een werkgever ERE's genereren voor laadpalen die bij werknemers thuis zijn geïnstalleerd?
Ja, dat is mogelijk mits de werknemer een schriftelijke machtiging verleent aan precies één inboekdienstverlener, en die machtiging geldt voor minimaal één volledig kalenderjaar. Bovendien moet de werknemer als eigenaar van de aansluiting geregistreerd staan in het Centraal Aansluitingenregister. Belangrijk aandachtspunt: voor thuisladers geldt altijd het netgemiddelde als hernieuwbaar aandeel, ook als de werknemer zonnepanelen heeft, omdat eigen opwek voor particulieren niet aantoonbaar is binnen het systeem.
Wat zijn de meest voorkomende fouten bij de eerste registratie in het REV, en hoe voorkom ik die?
De meest voorkomende fouten zijn: het gebruik van een niet-MID-gecertificeerde meter, het missen van de jaarlijkse deadlines (met name de indiening vóór 1 maart en de verificatie vóór 1 april), en het onjuist registreren van het hernieuwbare aandeel bij eigen opwek. Ook het niet tijdig overdragen van de Garantie van Oorsprong naar het NEa-account is een veelgemaakte fout. De NEa kan bij onjuiste registraties handhavend optreden via een bestuurlijke boete. Samenwerken met een ervaren inboekdienstverlener of adviseur verkleint de kans op fouten aanzienlijk, zeker in het eerste jaar van deelname.