Welke ontwikkelingen maken ERE steeds belangrijker?

ERE wordt steeds belangrijker omdat het systeem vanaf 2026 de nieuwe standaard is voor het meten en belonen van emissiereductie in het wegvervoer. Waar het oude HBE-systeem werkte op basis van energie-inhoud, stuurt ERE nu op daadwerkelijke CO2-ketenemissiereductie. Dat maakt het instrument preciezer, Europees breder verankerd en financieel aantrekkelijker voor werkgevers met een elektrisch wagenpark. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over ERE en de ontwikkelingen die dit systeem steeds relevanter maken.

Wat houdt de ERE-regeling precies in?

Een ERE (Emissiereductie-eenheid) staat voor 1 kilogram CO2-equivalente emissiereductie in de keten ten opzichte van een Europees vastgestelde fossiele referentiewaarde. Het ERE-systeem vervangt per 1 januari 2026 het oude HBE-systeem en is gebaseerd op de Europese RED III-richtlijn. Bedrijven die elektriciteit leveren aan elektrische voertuigen kunnen ERE’s genereren en verhandelen.

De fundamentele verschuiving ten opzichte van het vroegere HBE-systeem is dat de sturing niet langer plaatsvindt op de energie-inhoud van geleverde hernieuwbare energie, maar op de daadwerkelijke CO2-ketenemissiereductie van productie tot verbranding. Voor elektriciteit gelden twee fossiele referentiewaarden: 94 gram CO2-equivalent per megajoule voor vloeibare en gasvormige brandstoffen, en 183 gram CO2-equivalent per megajoule voor elektriciteit.

Hoe werkt dat in de praktijk? Als je in 2026 2.000 kWh netstroom inboekt, dan levert dat 666 ERE-E op. Die berekening is gebaseerd op het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel van 50,5% voor 2026, dat is vastgesteld op basis van het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit in 2024. Gebruik je aantoonbaar 100% hernieuwbare stroom via een directe lijn of opwek op dezelfde locatie, dan telt de volledige 183 gram referentiewaarde mee en liggen de opbrengsten aanzienlijk hoger.

De ERE’s worden bijgehouden in het Register Energie voor Vervoer (REV), beheerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Bedrijven die minder dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, boeken in via een erkende inboekdienstverlener. De overgang van HBE naar ERE verliep via een omrekenregel: 1 HBE staat gelijk aan 46 ERE, waarbij het type (geavanceerd, conventioneel of overig) behouden bleef.

Welke beleidswijzigingen versterken ERE de komende jaren?

Meerdere beleidswijzigingen maken ERE de komende jaren structureel belangrijker. De wettelijke verankering via RED III, de stijgende Brandstoftransitieverplichting (BTV) en de invoering van een nationaal RFNBO-subdoel zorgen ervoor dat de vraag naar ERE’s toeneemt terwijl het systeem strenger en verfijnder wordt.

De wettelijke basis is stevig. Wetsvoorstel 36.766, dat de Wet milieubeheer en de Wet op de accijns wijzigt ter implementatie van RED III, werd op 2 oktober 2025 aangenomen door de Tweede Kamer en op 31 maart 2026 door de Eerste Kamer. De wet is gepubliceerd als Staatsblad 2026, nr. 83. Dit geeft het ERE-systeem een robuuste juridische grondslag die minstens tot en met 2030 geldt.

De BTV moet volgens de staatssecretaris van IenW circa 6 megaton CO2-reductie opleveren van de totaal berekende 10 megaton, passend bij het RED III-doel van 14,5% emissiereductie in de mobiliteitssector. Dat doel stijgt jaarlijks, wat betekent dat de vraag naar ERE’s toeneemt en de marktwaarde ervan naar verwachting meegroeit.

Daarnaast is er een nationaal RFNBO-subdoel ingevoerd voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, zoals groene waterstof en e-fuels. Dit subdoel bedraagt 5,5 petajoule in 2030, waarvan 2 petajoule bestemd is voor de sector land. Voor dit subdoel mogen geen ERE’s uit andere sectoren worden ingezet, wat de druk op de landmarkt vergroot. Voor werkgevers met een elektrisch wagenpark betekent dit dat hun ERE’s een schaars en waardevol instrument worden in een markt met toenemende verplichtingen.

Hoe maakt technologische vooruitgang ERE aantrekkelijker?

Technologische vooruitgang maakt ERE aantrekkelijker doordat slimmere laadinfrastructuur, betere metingen en hogere aandelen hernieuwbare elektriciteit direct leiden tot meer ERE’s per geleverde kilowattuur. Hoe nauwkeuriger en hernieuwbaarder de elektriciteitslevering, hoe hoger de opbrengst.

Een concrete technologische ontwikkeling is de MID-certificering van meters. Vanaf 2026 moet de meter zich in de laadpaal bevinden en MID-gecertificeerd zijn conform de Metrologiewet. Dit verhoogt de betrouwbaarheid van metingen en maakt inboeken transparanter. Voor bestaande situaties met een meter buiten de laadpaal geldt een overgangsperiode in 2026; per 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan. Moderne laadpalen voldoen standaard aan deze eis, wat een extra reden is om nu te investeren in kwalitatieve laadinfrastructuur.

Ook het stijgende aandeel hernieuwbare elektriciteit in het Nederlandse net werkt in het voordeel van ERE-inboekers. Het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel voor 2026 bedraagt 50,5%, gebaseerd op de productie in 2024. Naarmate de energietransitie vordert, zal dit percentage stijgen, wat betekent dat ook netstroom in de toekomst meer ERE’s oplevert per kilowattuur. Voor bedrijven die eigen zonnepanelen combineren met laadpalen op dezelfde locatie, is de winst nog groter: zij kunnen onder strikte voorwaarden aanspraak maken op de volledige 100% hernieuwbare beloning.

Smart Charging technologie speelt eveneens een rol. Door laadmomenten slim te plannen op periodes met veel hernieuwbare energie in het net, kunnen bedrijven hun duurzaamheidsprofiel versterken. Hoewel het ERE-systeem momenteel werkt met een jaargemiddelde, is de verwachting dat toekomstige regelgeving steeds meer richting tijdgebonden meting gaat, waarbij slimme laadoplossingen een directe financiële meerwaarde bieden.

Waarom stijgen de kosten van fossiel rijden voor werkgevers?

De kosten van fossiel rijden stijgen voor werkgevers door een combinatie van hogere brandstofprijzen, toenemende CO2-heffingen en strengere rapportageverplichtingen. Tegelijkertijd worden de financiële voordelen van elektrisch rijden zakelijk steeds zichtbaarder, wat de relatieve kostenstijging van fossiele mobiliteit versnelt.

De historische ontwikkeling van de HBE-jaarverplichting illustreert hoe snel de druk op fossiele brandstofleveranciers is opgelopen. Het verplichte aandeel hernieuwbare energie steeg van 17,9% in 2022 naar 29,4% in 2025. Die kosten worden uiteindelijk doorberekend aan de eindgebruiker via hogere brandstofprijzen. Tegelijkertijd gelden er Europese CO2-normen voor nieuwe personenwagens en bestelauto’s die fabrikanten dwingen meer elektrische voertuigen te verkopen, wat de beschikbaarheid en betaalbaarheid van elektrische alternatieven vergroot.

Voor werkgevers telt ook de Total Cost of Ownership (TCO). Elektrische voertuigen hebben doorgaans lagere onderhoudskosten, geen brandstofkosten en profiteren van fiscale voordelen zoals een lagere bijtelling. Wanneer je daar de ERE-inkomsten bij optelt die voortvloeien uit het laden van werknemers, zowel op kantoor als thuis, verschuift de TCO-vergelijking verder in het voordeel van elektrisch rijden zakelijk. De vraag is niet langer of elektrificatie financieel verantwoord is, maar hoe snel de transitie het meeste oplevert.

Hoe beïnvloedt de groei van zero-emissiezones ERE-adoptie?

De uitbreiding van zero-emissiezones in Nederlandse steden versnelt de adoptie van ERE direct, omdat werkgevers worden gedwongen hun wagenpark te elektrificeren om toegang te behouden tot steeds grotere delen van stedelijke gebieden. Dit maakt een elektrisch wagenpark niet langer een keuze maar een operationele noodzaak.

Meerdere grote Nederlandse steden voeren zero-emissiezones in voor stadslogistiek en zakelijk verkeer. Voertuigen op fossiele brandstof worden geweerd uit steeds grotere gebieden, wat bedrijven met bezorgers, servicemonteurs of vertegenwoordigers die regelmatig in steden rijden, dwingt om te elektrificeren. Die gedwongen elektrificatie leidt automatisch tot meer laadinfrastructuur, meer inboekbare kilowatturen en dus meer ERE’s.

De koppeling tussen zero-emissiezones en ERE is daarmee indirect maar krachtig: zones creëren de urgentie om te elektrificeren, elektrificatie genereert laaddata, en laaddata vormt de basis voor ERE-inkomsten. Werkgevers die nu investeren in laadinfrastructuur en een inboekstructuur opzetten, zijn klaar voor zowel de zones als de ERE-markt. Wie wacht, loopt het risico tegelijkertijd te moeten investeren in nieuwe voertuigen en laadinfrastructuur, terwijl de ERE-inkomsten van de tussenliggende jaren al zijn misgelopen.

Wanneer is het voor een werkgever het juiste moment om met ERE te starten?

Het juiste moment om als werkgever met ERE te starten is nu, in 2026. Het systeem is per 1 januari 2026 van kracht, de eerste deadlines gelden in 2027 over de leveringen van 2026, en elke kilowattuur die je dit jaar laadt zonder inboekstructuur is een gemiste ERE-opbrengst die je niet meer kunt terugkrijgen.

De jaarlijkse deadlines zijn helder: brandstofleveringen registreren voor 1 maart, voldoende ERE’s op rekening voor 1 april (jaarafsluiting) en verificatie geregistreerd voor 1 mei. Deze verplichtingen gelden voor het eerst in 2027 over de leveringen van 2026. Dat betekent dat de laaddata van dit jaar de basis vormt voor de eerste ERE-cyclus. Wie nu nog geen inboekstructuur heeft, mist de opbrengsten van een volledig kalenderjaar.

Daarnaast geldt voor particulieren en werknemers die thuisladen dat een machtiging voor minimaal een heel kalenderjaar geldt. Overstappen naar een andere inboekdienstverlener is pas mogelijk vanaf het volgende kalenderjaar. Hoe eerder je als werkgever een structuur opzet voor thuisladen bij werknemers, hoe eerder je de volledige ERE-opbrengst van je elektrische wagenpark benut.

Wacht je nog met elektrisch rijden zakelijk, dan stapelen de gemiste kansen zich op: geen ERE-inkomsten, geen voorbereiding op zero-emissiezones en een steeds groter wordende achterstand ten opzichte van concurrenten die al wel elektrificeren. De vraag is dus niet of je moet starten, maar hoe je het slim aanpakt.

Hoe helpt NXT Mobility bij ERE en zakelijk elektrisch rijden?

Wij begeleiden werkgevers van begin tot eind bij de overgang naar een elektrisch wagenpark en de bijbehorende ERE-structuur. Of je nu een eerste laadpaal wilt plaatsen of een volledig laadplein wilt realiseren, wij zorgen dat elke kilowattuur optimaal wordt benut.

Wat wij concreet voor je doen:

  • ERE-inboekdienst: Wij regelen de volledige administratie rondom het inboeken van elektriciteit in het REV, inclusief de vereiste MID-gecertificeerde meters en de machtigingsstructuur voor thuislaadpalen van werknemers.
  • Laadinfrastructuur op maat: Van thuisladers voor werknemers tot slimme bedrijfslaadpleinen met Smart Charging technologie, wij leveren en installeren de juiste oplossing voor jouw situatie.
  • Wagenparkadvies: Wij analyseren je huidige wagenpark, berekenen de TCO van elektrificatie en ontwikkelen een concreet stappenplan richting zero-emissie vervoer.
  • Subsidieaanvragen en financieel advies: Wij helpen je de beschikbare subsidies en fiscale voordelen te benutten, zodat de business case voor elektrisch rijden zakelijk zo sterk mogelijk is.
  • Volledige ontzorging: Van adviesgesprek tot installatie, onderhoud en facturering, wij nemen de complexiteit uit handen zodat jij je kunt richten op je core business.

Wil je weten hoeveel ERE-inkomsten jouw wagenpark kan genereren en hoe je de transitie slim aanpakt? Bekijk onze diensten voor zakelijk elektrisch rijden of neem direct contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek.