Welke nieuwe sectoren komen er bij in de ERE regeling na 2026?

Na 2026 worden er geen volledig nieuwe sectoren toegevoegd aan de ERE regeling, maar de reikwijdte wordt wel uitgebreid. Specifiek worden mobiele (bouw)machines vanaf 2026 opgenomen in de sector land, terwijl luchtvaart juist uit het systeem verdwijnt. De uitbreiding raakt daarmee vooral bedrijven in de bouw, transport en logistiek die elektrisch rijden of werken met elektrische machines. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de ERE regeling en wat de veranderingen na 2026 voor jouw organisatie betekenen.

Welke sectoren vallen nu al onder de ERE regeling?

De ERE regeling, ofwel de regeling voor emissiereductie eenheden, is de opvolger van het HBE systeem en geldt vanaf 1 januari 2026. Inboekbaar zijn op dit moment: elektriciteit geleverd aan voertuigen en vaartuigen, walstroom aan schepen, en verwisselbare voertuigaccu’s. De regeling richt zich op het stimuleren van hernieuwbare energie in het vervoer en is vastgelegd in het Besluit energie vervoer.

Het systeem werkt via het Register Energie voor Vervoer (REV), beheerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Bedrijven die hernieuwbare elektriciteit leveren aan voertuigen, kunnen ERE’s genereren en verhandelen. Die ERE’s hebben een directe financiële waarde, wat de businesscase voor elektrisch rijden aanzienlijk versterkt.

Belangrijk om te weten is wat niet inboekbaar is. Spoorvervoer, losse accupakketten en aggregaten vallen buiten de regeling. Luchtvaart was onder het oude HBE systeem nog inboekbaar, maar is dat vanaf 2026 niet langer. De focus ligt dus duidelijk op wegvervoer, binnenvaart en zeevaart.

Voor bedrijven die meer willen weten over hoe dit systeem in de praktijk werkt, biedt onze pagina over de ERE regeling uitleg een helder overzicht van de spelregels.

Welke nieuwe sectoren worden na 2026 aan de ERE regeling toegevoegd?

De belangrijkste uitbreiding na 2026 betreft mobiele (bouw)machines, die vanaf 2026 worden opgenomen in de sector land. Dit betekent dat elektriciteit geleverd aan elektrische bouwmachines, zoals graafmachines, kranen en andere mobiele werktuigen, voortaan ook inboekbaar is als emissiereductie eenheid. Dit is een directe uitbreiding van de reikwijdte van het systeem.

Voor de bouwsector is dit een relevante ontwikkeling. Bedrijven die investeren in elektrisch materieel kunnen hiermee een financieel voordeel behalen via de ERE markt. Tegelijkertijd verdwijnt luchtvaart als inboekbare categorie, waardoor de sector land en het wegvervoer relatief aan belang winnen.

Het is goed om te benadrukken dat de ERE regeling voortkomt uit de Europese RED III richtlijn (Richtlijn (EU) 2023/2413), onderdeel van het Fit for 55 pakket. Nederland heeft gekozen voor het 14,5% ketenemissiereductiedoel. De nationale implementatie loopt via de Wet milieubeheer en het Besluit energie vervoer. De verwachting is dat de jaarverplichtingen en reikwijdte in de komende jaren verder worden aangescherpt, passend bij de Europese klimaatdoelen voor 2030.

Bedrijven in de grondverzet- en wegenbouw doen er goed aan nu al te inventariseren welk materieel in aanmerking komt voor inboeking, zodat ze klaar zijn om direct te profiteren van de regeling.

Wat betekent de ERE uitbreiding voor transportbedrijven en logistiek?

Voor transportbedrijven en logistieke dienstverleners biedt de ERE regeling zowel een verplichting als een kans. De verplichting zit bij de brandstofleveranciers, maar de kans ligt bij bedrijven die elektriciteit leveren aan hun eigen vloot of aan derden. Door elektrisch rijden te combineren met inboeking van ERE’s, kan de totale kostprijs van elektrisch transport fors worden verlaagd.

De jaarverplichting voor hernieuwbare energie in het vervoer is de afgelopen jaren sterk gestegen: van 17,9% in 2022 naar 29,4% in 2025. Dit drijft de marktwaarde van ERE’s op en maakt de businesscase voor elektrische trucks en bestelwagens steeds aantrekkelijker. Voor transportbedrijven die hun wagenpark elektrificeren, kunnen de opbrengsten uit ERE’s een substantieel deel van de investering terugverdienen.

Inboeken via een dienstverlener of zelfstandig

Bedrijven die minder dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, zijn verplicht om in te boeken via een inboekdienstverlener. Boven die drempel mogen ze zelfstandig inboeken bij de NEa. Voor grotere transportbedrijven met een uitgebreid laadnetwerk op eigen terrein is zelfstandig inboeken dus een reële optie.

MID certificering als technische vereiste

Vanaf 2026 moet de meter zich in de laadpaal bevinden en MID gecertificeerd zijn conform de Metrologiewet, of er moet een exclusief bemeterd allocatiepunt zijn. Voor bestaande situaties met een MID meter buiten de laadpaal geldt een overgangsperiode in 2026, maar per 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan. Transportbedrijven die nu al laden op eigen terrein, doen er goed aan hun meetinfrastructuur tijdig te controleren en aan te passen.

Hoe kunnen bedrijven zich voorbereiden op de ERE uitbreiding na 2026?

De voorbereiding op de ERE uitbreiding vraagt om concrete stappen op het gebied van techniek, administratie en strategie. Bedrijven die nu actie ondernemen, staan straks sterk in de markt voor emissiereductie eenheden.

  1. Inventariseer uw laadinfrastructuur: Controleer of uw laadpalen voorzien zijn van een MID gecertificeerde meter. Zonder goedgekeurde meting zijn leveringen niet inboekbaar.
  2. Breng uw elektrisch materieel in kaart: Voor bedrijven in de bouw geldt dat mobiele machines vanaf 2026 inboekbaar zijn. Maak een overzicht van welke machines in aanmerking komen.
  3. Bepaal of u zelfstandig of via een dienstverlener inboekt: Lever je meer dan 2 miljoen kWh per jaar? Dan mag je zelfstandig inboeken. Lever je minder? Dan heb je een inboekdienstverlener nodig.
  4. Zorg voor een jaarlijkse inboekverificatie: Inboekers zijn verplicht jaarlijks een verificatie te laten uitvoeren door een geaccrediteerde, onafhankelijke verificateur. De verificatieverklaring moet voor 1 april worden ingediend bij de NEa.
  5. Verken de mogelijkheden voor 100% hernieuwbare beloning: Als je elektriciteit opwekt op dezelfde leveringslocatie (binnen hetzelfde WOZ object) of via een directe lijn, kun je aanspraak maken op volledige hernieuwbare beloning. Dit vereist wel een Garantie van Oorsprong niet netlevering, overgeboekt naar je NEa account, zonder exploitatiesubsidie.
  6. Houd de spaarlimiet in de gaten: Een saldo van 45.000 ERE’s of minder kan altijd worden gespaard. Daarboven gelden strikte limieten. ERE’s boven de spaarlimiet vervallen automatisch op 1 april.

Bedrijven die hun wagenpark willen elektrificeren en tegelijk willen profiteren van de ERE markt, doen er goed aan een integraal plan te maken dat zowel de laadinfrastructuur als de administratieve processen meeneemt.

Wat zijn de gevolgen als een bedrijf de ERE regeling negeert?

Bedrijven die hun verplichtingen onder de ERE regeling niet nakomen, riskeren directe handhaving door de NEa. De NEa treedt op als zowel uitvoerder van het marktsysteem als onafhankelijk toezichthouder en kan bij onvoldoende ERE’s of onjuiste registratie meerdere maatregelen inzetten.

De mogelijke gevolgen zijn:

  • Ambtshalve vaststelling: Als een inboeker geen verificatieverklaring indient, stelt de NEa de inboeking zelf vast. Dit kan tot vijf jaar na het betreffende kalenderjaar worden gecorrigeerd.
  • Corrigerende maatregelen: De NEa kan onjuiste registraties terugdraaien of aanpassen, met financiële gevolgen voor de betrokken partij.
  • Bestuurlijke boete: Bij ernstige of herhaalde overtredingen kan de NEa een bestuurlijke boete opleggen.

Belangrijk detail: de inboekdienstverlener, niet de particulier of eindgebruiker, is aansprakelijk voor foutieve inboekingen. Handhavingsmaatregelen worden bij de dienstverlener geadresseerd. Dit onderstreept het belang van het kiezen van een betrouwbare en goed geregistreerde inboekdienstverlener.

Het toezicht is risicogestuurd en vindt plaats in samenwerking met de ILT, NVWA en Douane. Bedrijven die actief zijn in sectoren met een hoog volume aan elektriciteitsleveringen voor vervoer, kunnen rekenen op meer aandacht van de toezichthouders.

Hoe NXT Mobility helpt met de ERE regeling

Wij begrijpen als geen ander hoe complex de overgang naar de ERE regeling kan zijn. Als totaalpartner voor duurzame mobiliteit begeleiden wij organisaties van begin tot eind: van het in kaart brengen van de laadinfrastructuur tot het volledig ontzorgen van de administratie rondom emissiereductie eenheden. Onze dienstverlening omvat onder meer:

  • Onafhankelijk advies over de optimale laadinfrastructuur voor uw situatie, inclusief MID gecertificeerde meters
  • Begeleiding bij de registratie als inboeker of de koppeling aan een inboekdienstverlener
  • Slimme laadoplossingen voor bedrijfslocaties, transportterreinen en bouwplaatsen
  • Volledige ontzorging van de financiële transacties en vergoedingsstromen rondom ERE’s
  • Specifieke expertise voor transportbedrijven, bouwbedrijven en andere sectoren die te maken krijgen met de uitbreiding van de regeling

Of u nu net begint met de elektrificatie van uw wagenpark of al een deel van uw vloot heeft omgezet, wij helpen u de stap te zetten die past bij uw organisatie. Bekijk ons volledige aanbod van diensten of neem direct contact op voor een vrijblijvend adviesgesprek. Neem contact op en ontdek wat wij voor uw organisatie kunnen betekenen.

Veelgestelde vragen

Kan ik als bouwbedrijf al beginnen met inboeken voor mobiele machines vóór 2026?

Nee, mobiele (bouw)machines worden pas vanaf 1 januari 2026 opgenomen in de sector land van de ERE regeling. Vóór die datum zijn leveringen aan elektrische bouwmachines nog niet inboekbaar. Wel kunt u zich nu al voorbereiden door uw elektrisch materieel te inventariseren, de juiste meetinfrastructuur te installeren en een inboekdienstverlener te selecteren, zodat u op 1 januari 2026 direct kunt starten.

Wat gebeurt er met mijn bestaande HBE's nu de ERE regeling het systeem overneemt?

De overgang van het HBE systeem naar de ERE regeling vindt plaats per 1 januari 2026. HBE’s die vóór die datum zijn gegenereerd, blijven geldig en kunnen worden verhandeld of ingezet voor verplichtingen onder de bestaande regels. Het is verstandig om tijdig contact op te nemen met uw inboekdienstverlener of de NEa om te bepalen hoe u uw resterende HBE saldo het beste kunt benutten voor de overgangsdatum.

Hoe wordt de marktwaarde van een ERE bepaald en hoe volatiel is die prijs?

De prijs van een ERE wordt bepaald door vraag en aanbod op de vrije markt, en is direct gekoppeld aan de hoogte van de jaarverplichtingen die brandstofleveranciers moeten nakomen. Naarmate de jaarverplichting stijgt — zoals de verwachte verdere aanscherping richting 2030 — neemt de vraag naar ERE’s toe, wat de prijs opdrijft. Bedrijven die ERE’s genereren, doen er verstandig aan de markt actief te volgen of samen te werken met een dienstverlener die de verkooptiming voor hen optimaliseert.

Wat als mijn laadpaal nog niet MID gecertificeerd is — moet ik de hele laadpaal vervangen?

Niet per se. In sommige gevallen volstaat het vervangen of toevoegen van een MID gecertificeerde meter, zonder dat de volledige laadpaal hoeft te worden vervangen. Of dit technisch haalbaar is, hangt af van het merk en model van uw laadpaal. Voor bestaande situaties waarbij de MID meter zich buiten de laadpaal bevindt, geldt een overgangsperiode gedurende 2026, maar per 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan. Laat uw installatie tijdig beoordelen door een specialist om onnodige kosten te voorkomen.

Mag ik ERE's die ik heb gegenereerd ook zelf gebruiken om aan een verplichting te voldoen, of moet ik ze altijd verkopen?

ERE’s zijn primair bedoeld als verhandelbaar instrument voor brandstofleveranciers om aan hun jaarverplichting te voldoen. Als elektriciteitsleverancier aan voertuigen bent u in de meeste gevallen een inboeker, niet een plichtige, en kunt u de gegenereerde ERE’s verkopen op de markt. Zelfverrekening is dus doorgaans niet aan de orde, maar het is raadzaam uw specifieke positie in de keten te laten toetsen door een adviseur of de NEa.

Hoe werkt de jaarlijkse verificatieplicht in de praktijk en wat kost dat?

Als inboeker bent u verplicht jaarlijks een verificatie te laten uitvoeren door een geaccrediteerde, onafhankelijke verificateur. Deze controleert of uw ingeboekte hoeveelheden kloppen met de werkelijke leveringen en of uw meetinfrastructuur voldoet aan de eisen. De verificatieverklaring moet vóór 1 april van het opvolgende jaar worden ingediend bij de NEa. De kosten voor verificatie variëren afhankelijk van de omvang van uw leveringen en de complexiteit van uw installaties, maar zijn doorgaans beperkt ten opzichte van de financiële opbrengst van de ERE’s.

Wat is het verschil tussen een inboeker en een inboekdienstverlener, en welke kies ik?

Een inboeker is de partij die elektriciteit levert aan voertuigen en de gegenereerde ERE’s registreert in het REV. Een inboekdienstverlener is een geregistreerde tussenpersoon die dit proces namens kleinere leveranciers — die minder dan 2 miljoen kWh per jaar leveren — verzorgt. Lever je meer dan 2 miljoen kWh per jaar, dan heb je de keuze om zelfstandig in te boeken of een dienstverlener in te schakelen. Lever je minder, dan ben je verplicht via een dienstverlener te werken. Bij de keuze voor een dienstverlener is het belangrijk te letten op hun registratiestatus bij de NEa, hun trackrecord en de transparantie over de vergoedingsstromen.