Welke gevolgen heeft de overgang van HBE naar ERE voor de markt?

De overgang van HBE naar ERE heeft grote gevolgen voor de markt: bedrijven die elektriciteit leveren voor wegtransport kunnen nog steeds inkomsten genereren uit het nieuwe systeem, maar de spelregels veranderen fundamenteel. Waar het HBE-systeem stuurde op de energie-inhoud van hernieuwbare energie, meet het ERE-systeem de daadwerkelijke CO2-ketenemissiereductie van productie tot verbranding. Dit raakt iedereen die elektrische voertuigen oplaadt, laadinfrastructuur exploiteert of een zakelijk wagenpark beheert. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over deze systeemwissel.

Wat verandert er concreet bij de overgang van HBE naar ERE?

Per 1 januari 2026 vervangt het ERE-systeem (Emissiereductie-eenheden) het HBE-systeem (Hernieuwbare Brandstofeenheden). De kern van de verandering is de meetmethode: het oude systeem beloonde de hoeveelheid hernieuwbare energie die werd geleverd, terwijl het nieuwe systeem beloont op basis van de CO2-ketenemissiereductie van productie tot en met verbranding.

Deze verschuiving is geen cosmetische aanpassing. Het is een directe implementatie van de Europese RED III-richtlijn (Richtlijn (EU) 2023/2413) via de Nederlandse Wet milieubeheer. Wetsvoorstel 36.766 werd op 2 oktober 2025 aangenomen door de Tweede Kamer en op 31 maart 2026 door de Eerste Kamer, gepubliceerd als Staatsblad 2026, nr. 83. De bijbehorende uitvoeringsregelgeving geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.

Concreet veranderen de volgende zaken:

  • Nieuwe eenheid: HBE’s worden vervangen door ERE’s (Emissiereductie-eenheden), waarbij elke eenheid staat voor een gram CO2-equivalent reductie per megajoule.
  • Nieuwe berekeningswijze voor elektriciteit: Voor netstroom geldt in 2026 een netgemiddeld hernieuwbaar aandeel van 50,5%, gebaseerd op het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit in 2024. De formule luidt: levering (kWh) x 0,505 x 183 (g/MJ) x 3,6 (MJ/kWh) gedeeld door 1.000.
  • Nieuwe naam voor het systeem: De Brandstoftransitieverplichting (BTV) vervangt de voormalige jaarverplichting voor brandstofleveranciers.
  • Luchtvaart valt buiten het systeem: Elektriciteit voor de luchtvaart is niet langer inboekbaar vanaf 2026.
  • Mobiele bouwmachines erbij: Elektrische mobiele bouwmachines tellen vanaf 2026 mee in de sector land.

Het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld op basis van het aandeel hernieuwbare elektriciteit van twee jaar eerder. Dit betekent dat de waarde elk jaar kan wijzigen en dat de opbrengst per geleverde kilowattuur fluctueert.

Wat zijn de gevolgen van ERE voor bedrijven met elektrische voertuigen?

Voor bedrijven met elektrische voertuigen biedt het ERE-systeem dezelfde basismogelijkheid als het HBE-systeem: elektriciteit die wordt geleverd voor wegtransport kan worden ingeboekt en levert verhandelbare eenheden op. De financiële opbrengst blijft daarmee een relevante factor in de business case voor elektrisch rijden, maar de hoogte ervan hangt nu af van een andere berekening.

Bedrijven die minder dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, moeten inboeken via een erkende inboekdienstverlener. Bedrijven boven deze drempel mogen zelfstandig inboeken. Dit onderscheid was ook al van kracht onder het HBE-systeem en blijft ongewijzigd.

Wanneer heeft u recht op 100% hernieuwbare beloning?

Bedrijven kunnen in aanmerking komen voor een volledige hernieuwbare beloning (in plaats van het netgemiddelde van 50,5%) als de elektriciteit wordt opgewekt op dezelfde leveringslocatie of via een directe lijn van de opweklocatie naar de laadlocatie. Beide scenario’s vereisen een Garantie van Oorsprong die is overgeboekt naar het NEa-account, zonder dat er exploitatiesubsidie op de opwekinstallatie rust. Elektriciteit uit biomassa of biogas telt hiervoor niet mee.

Wat geldt er voor thuisladers van werknemers?

Particulieren, waaronder werknemers die thuis laden, kunnen uitsluitend deelnemen via een inboekdienstverlener. Zelfs als een werknemer zonnepanelen heeft, geldt voor thuisladers altijd het netgemiddelde van 50,5% als hernieuwbaar aandeel, omdat eigen opwek voor particulieren niet aantoonbaar is binnen het systeem. Begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners geregistreerd bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). De marktbrede commissie ligt ruwweg tussen de 15 en 25%.

Verdwijnen HBE-inkomsten volledig of worden ze vervangen?

HBE-inkomsten verdwijnen niet, maar worden vervangen door ERE-inkomsten. De onderliggende logica blijft intact: wie elektriciteit levert voor wegtransport, genereert eenheden die verhandelbaar zijn op de markt. De overgang naar het ERE-systeem betekent dus geen einde aan de financiële opbrengst uit het inboeken van laadstroom, maar wel een andere manier van berekenen en mogelijk een andere marktwaarde per eenheid.

Een rekenvoorbeeld van de NEa illustreert dit: 2.000 kWh netstroom in 2026 levert 2.000 x 0,505 x 183 x 3,6 gedeeld door 1.000 = 666 ERE-E op. Of dit meer of minder oplevert dan een vergelijkbare hoeveelheid HBE’s afhing, hangt af van de marktprijs per eenheid. Die prijs wordt bepaald door vraag en aanbod op de markt voor emissiereductie-eenheden.

Wat wel verandert, is de spaarlimiet. Een saldo van maximaal 45.000 ERE’s kan altijd worden gespaard. Daarboven geldt: een inboeker mag maximaal 4% van de in het afgelopen jaar bijgeschreven ERE’s sparen, een verplichtinghouder maximaal 10% van zijn verplichting. ERE’s boven de spaarlimiet vervallen automatisch op 1 april. Dit vraagt om actief beheer van uw ERE-saldo, iets wat onder het HBE-systeem ook al aandacht vergde maar nu met iets andere limieten werkt.

Voor bedrijven die strategisch willen omgaan met hun ERE-inboekdienst is het verstandig om tijdig te begrijpen hoe de nieuwe berekening uitpakt voor hun specifieke laadvolumes en energiebronnen.

Hoe werkt de overgangsperiode tussen HBE en ERE in de praktijk?

De overgangsperiode is technisch al ingegaan op 1 januari 2026, maar de wettelijke basis werd pas definitief op 31 maart 2026 door de Eerste Kamer bekrachtigd. De uitvoeringsregelgeving geldt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026, wat betekent dat leveringen van elektriciteit vanaf die datum al onder het ERE-systeem vallen, ook al was de wet op dat moment nog niet volledig in werking.

Voor de praktische uitvoering gelden drie vaste jaarlijkse deadlines:

  1. Voor 1 maart: Brandstofleveringen registreren over het voorgaande jaar.
  2. Voor 1 april: Voldoende ERE’s op rekening hebben staan voor de jaarafsluiting.
  3. Voor 1 mei: Verificatie geregistreerd hebben bij de NEa.

Deze deadlines gelden voor het eerst in 2027, over de leveringen van 2026. Organisaties hebben dus nog enige aanlooptijd om hun administratie en systemen in te richten op de nieuwe eisen.

Er is ook een overgangsregeling voor meetapparatuur. Vanaf 2026 moet de meter zich in de laadpaal bevinden en MID-gecertificeerd zijn (conform de Metrologiewet), of er moet een exclusief bemeterd allocatiepunt zijn. Voor bestaande situaties met een MID-meter buiten de laadpaal geldt een overgangsperiode gedurende 2026. Vanaf 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan. Wie nu nog laadpalen heeft met een externe meter, moet tijdig actie ondernemen om aan de nieuwe eisen te voldoen.

Wat betekent de invoering van ERE voor laadinfrastructuur en energiebeheer?

De invoering van het ERE-systeem heeft directe gevolgen voor de technische eisen aan laadinfrastructuur en de manier waarop energiebeheer wordt ingericht. Wie elektriciteit wil inboeken, moet beschikken over een correct bemeterd leverpunt met een MID-gecertificeerde meter in de laadpaal zelf. Dit stelt hogere eisen aan de kwaliteit en configuratie van laadpalen dan voorheen soms het geval was.

Inboekbaar zijn onder het ERE-systeem:

  • Elektriciteit geleverd aan voertuigen en vaartuigen
  • Walstroom aan schepen
  • Verwisselbare voertuigaccu’s
  • Mobiele bouwmachines (nieuw vanaf 2026)

Niet inboekbaar zijn: spoorvervoer, dokstroom aan luchtvaartuigen, losse accupakketten of aggregaten, en elektriciteit voor de luchtvaart.

Voor energiebeheer betekent het ERE-systeem dat het aantrekkelijker wordt om te investeren in eigen hernieuwbare opwek op de laadlocatie. Wie 100% hernieuwbare stroom kan aantonen via een directe lijn of opwek op hetzelfde WOZ-object, ontvangt een hogere beloning dan wie puur op netstroom draait. Dit geeft een extra financieel argument voor de combinatie van zonnepanelen met laadinfrastructuur op bedrijfslocaties.

Toezicht op de naleving ligt bij de NEa, die optreedt als zowel uitvoerder van het marktsysteem als onafhankelijk toezichthouder. Bij onjuiste registraties of onvoldoende ERE’s op rekening kan de NEa handhavend optreden via ambtshalve vaststelling, corrigerende maatregelen of een bestuurlijke boete. De inboekdienstverlener, niet de particulier of de werkgever, is aansprakelijk voor foutieve inboekingen.

Hoe helpt NXT Mobility bij de overgang van HBE naar ERE?

De overgang van HBE naar ERE vraagt om specifieke kennis van regelgeving, meetapparatuur en administratieve processen. Wij begeleiden organisaties door deze transitie met een volledig pakket aan diensten, zodat u geen inkomsten misloopt en uw laadinfrastructuur voldoet aan de nieuwe wettelijke eisen.

Wat wij voor u regelen:

  • ERE-inboekdienstverlening: Wij treden op als erkende inboekdienstverlener en regelen de registratie, administratie en verificatie van uw elektriciteitsleveringen namens u.
  • Controle op MID-certificering: Wij beoordelen of uw bestaande laadpalen voldoen aan de nieuwe meetvereisten en adviseren over eventuele aanpassingen voor 1 januari 2027.
  • Optimalisatie van uw business case: Door slim gebruik te maken van hernieuwbare opwek op locatie, helpen wij u de maximale ERE-beloning te realiseren in plaats van het netgemiddelde.
  • Ontzorging van A tot Z: Van advies en subsidieaanvragen tot installatie, beheer en financiële afwikkeling van vergoedingen voor thuisladen bij werknemers.
  • Strategisch wagenparkadvies: Wij koppelen de ERE-opbrengsten aan de bredere business case voor elektrificatie van uw wagenpark.

Wilt u weten wat de overgang van HBE naar ERE concreet betekent voor uw organisatie? Bekijk onze diensten voor duurzame mobiliteit of neem direct contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek.