Wat is het Register Energie voor Vervoer bij HBE’s?

Het Register Energie voor Vervoer (REV) is het officiële digitale systeem waarin leveringen van hernieuwbare energie voor transport worden bijgehouden en waarmee Energie Registratie Eenheden (ERE’s) worden aangemaakt, beheerd en verhandeld. Het vervangt per 1 januari 2026 het oude HBE-systeem en valt onder toezicht van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Voor bedrijven die actief zijn in de ERE-regeling is een goed begrip van dit register onmisbaar voor correcte HBE-administratie en naleving van de jaarlijkse verplichtingen.

Hoe werkt het Register Energie voor Vervoer in de praktijk?

Het Register Energie voor Vervoer werkt als een gecentraliseerde administratieve omgeving waarin rekeninghouders energieleveringen voor vervoer registreren, ERE’s ontvangen en deze inzetten om te voldoen aan de wettelijke reductieverplichting. Het systeem is opgebouwd rondom drie sectoren: land, binnenvaart en zeevaart. Elke sector heeft een eigen reductiedoelstelling en ERE’s zijn in beginsel alleen inzetbaar binnen de sector waarin ze zijn gegenereerd.

In de praktijk verloopt het proces via een rekeninghouder bij de NEa. Energieleveringen worden ingeboekt, waarna het systeem automatisch ERE’s bijschrijft op de rekening van de inboeker. Verplichtinghouders, doorgaans brandstofleveranciers, moeten jaarlijks voldoende ERE’s op hun rekening hebben staan om aan hun CO2-ketenemissiereductieverplichting te voldoen. Voor de sector land geldt in 2026 een reductiepercentage van 14,4%, oplopend naar 27,1% in 2030.

Er zijn drie vaste jaarlijkse deadlines die elk jaar terugkeren. Brandstofleveringen moeten voor 1 maart worden geregistreerd. Voor 1 april moeten voldoende ERE’s op de rekening staan voor de jaarafsluiting. En voor 1 mei moet de verificatie zijn ingediend. Deze deadlines gelden voor het eerst in 2027, voor de leveringen van 2026.

Wie moet zich inschrijven in het REV?

Twee categorieën partijen zijn verplicht of gerechtigd om een rekening te openen in het REV: verplichtinghouders en inboekers. Verplichtinghouders zijn partijen met een wettelijke reductieverplichting, zoals grote brandstofleveranciers. Inboekers zijn partijen die energieleveringen voor vervoer registreren en daarvoor ERE’s ontvangen.

Binnen de categorie inboekers zijn er twee typen:

  • Zelfstandige inboekers: bij de KvK ingeschreven bedrijven die jaarlijks minimaal 2 miljoen kWh aan elektriciteit voor vervoer leveren. Zij boeken rechtstreeks in op eigen naam.
  • Inboekdienstverleners: partijen die namens andere bedrijven of particulieren inboeken. Zij voldoen aan de drempelwaarde door ofwel minimaal 2 miljoen kWh gezamenlijk in te boeken, ofwel minimaal 200 machtigingen te beheren.

Particulieren kunnen zich niet zelfstandig inschrijven in het REV. Zij kunnen uitsluitend deelnemen via een inboekdienstverlener. Vereisten voor particulieren zijn een aansluiting conform de Energiewet, registratie als eigenaar in het Centraal Aansluitingenregister en een machtiging aan precies één inboekdienstverlener. Begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners bij de NEa geregistreerd.

Bedrijven die minder dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, zijn ook aangewezen op een inboekdienstverlener. Alleen bij de hogere drempel mag een bedrijf zelfstandig inboeken.

Hoe worden HBE’s aangemaakt en bijgeschreven in het register?

ERE’s (de opvolger van HBE’s) worden aangemaakt op basis van de hoeveelheid kWh die via een bemeterd leverpunt aan voertuigen wordt geleverd. De ingeboekte hoeveelheid is de kWh gemeten via de verkoopmeter. Het systeem berekent vervolgens automatisch het aantal ERE-E’s op basis van een vaste formule.

Voor netstroom geldt in 2026 de volgende berekening: aantal ERE-E = levering (kWh) x 0,505 x 183 (g/MJ) x 3,6 (MJ/kWh) / 1.000. De factor 0,505 staat voor het netgemiddelde hernieuwbare aandeel van 50,5% in 2026, gebaseerd op het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit van twee jaar eerder. Een concreet voorbeeld: 2.000 kWh netstroom levert 666 ERE-E’s op.

Voor 100% hernieuwbare stroom geldt een hogere opbrengst. Volledige hernieuwbare beloning is mogelijk wanneer de opwek plaatsvindt op dezelfde leveringslocatie of via een directe lijn van opwek- naar leverlocatie. Beide scenario’s vereisen een Garantie van Oorsprong niet-netlevering, overgeboekt naar het NEa-account, zonder exploitatiesubsidie. Elektriciteit uit biomassa of biogas telt hierbij niet als 100% hernieuwbaar.

Vanaf 2026 geldt bovendien een strenge meetverplichting: de meter moet zich in de laadpaal bevinden en MID-gecertificeerd zijn conform de Metrologiewet, of er moet een exclusief bemeterd allocatiepunt zijn. Voor bestaande situaties met een MID-meter buiten de laadpaal geldt een overgangsperiode gedurende 2026; per 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan.

Wat is het verschil tussen HBE Conventioneel en HBE Hernieuwbaar?

In het nieuwe ERE-systeem zijn de oude categorieën HBE Conventioneel en HBE Hernieuwbaar vervangen door zes specifieke ERE-typen, elk gekoppeld aan de herkomst en het type brandstof. Het onderscheid draait om de mate van duurzaamheid en de bijdrage aan de reductiedoelstelling.

De zes ERE-typen zijn:

  • ERE-G (geavanceerd): voor geavanceerde hernieuwbare brandstoffen
  • ERE-C (conventioneel): voor conventionele hernieuwbare brandstoffen
  • ERE-B (bijlage IXb): voor specifieke biomassabrandstoffen
  • ERE-O (overig): voor overige hernieuwbare brandstoffen
  • ERE-R (RFNBO): voor hernieuwbare waterstof en e-fuels
  • ERE-E (elektriciteit): voor elektrische leveringen aan voertuigen

ERE-E is het type dat relevant is voor laadpaalexploitanten en bedrijven die elektrische voertuigen laden. Dit type kan uitsluitend worden ingezet binnen de sector van herkomst, wat een belangrijk verschil is ten opzichte van sommige andere ERE-typen. Deze sectorsturing is bewust ingevoerd om te voorkomen dat grote volumes uit scheepvaartsectoren de markt voor wegvervoer beïnvloeden, zoals in het oude HBE-systeem wel het geval was.

Hoe kunnen bedrijven HBE’s verhandelen via het register?

ERE’s zijn vrij verhandelbaar tussen rekeninghouders binnen het REV. Bedrijven die meer ERE’s genereren dan zij nodig hebben voor de eigen verplichting, kunnen het surplus verkopen aan verplichtinghouders of andere marktpartijen. Verplichtinghouders die tekortkomen, kunnen ERE’s inkopen om aan hun jaarlijkse reductieverplichting te voldoen.

De handel verloopt via boekingen in het register zelf: een rekeninghouder draagt ERE’s over aan een andere rekeninghouder. Er is geen centrale beurs; partijen sluiten bilaterale contracten af en verwerken de transactie vervolgens in het systeem. De prijs wordt bepaald door vraag en aanbod op de markt.

Een belangrijk aandachtspunt bij de handel is de spaarlimiet. Een saldo van 45.000 ERE’s of minder kan altijd worden gespaard. Daarboven gelden strikte beperkingen: een inboeker mag maximaal 4% van de in het afgelopen jaar bijgeschreven ERE’s sparen, een verplichtinghouder maximaal 10% van zijn verplichting. De hoogste van deze drie opties is van toepassing. ERE’s boven de spaarlimiet vervallen automatisch op 1 april, wat betekent dat tijdig handelen essentieel is voor een goede HBE-administratie.

Sectorsturing beperkt ook de verhandelbaarheid: ERE-E kan uitsluitend worden ingezet in de sector van herkomst. Dit beperkt de flexibiliteit, maar beschermt tegelijkertijd de prijsvorming per sector.

Welke veelgemaakte fouten vertragen de HBE-registratie?

De meest voorkomende fouten bij HBE-registratie in het REV hebben te maken met metervereisten, onjuiste machtigingen en gemiste deadlines. Deze fouten leiden tot vertraging, correcties of zelfs handhavingsmaatregelen door de NEa.

De meest gemaakte fouten zijn:

  • Niet-MID-gecertificeerde meters: Vanaf 2026 moet de meter in de laadpaal zitten en MID-gecertificeerd zijn. Wie dit niet tijdig heeft geregeld, loopt het risico dat leveringen niet inboekbaar zijn.
  • Meerdere machtigingen aan verschillende inboekdienstverleners: Particulieren mogen slechts één machtiging afgeven aan één inboekdienstverlener. Een dubbele machtiging blokkeert de registratie volledig.
  • Te laat overstappen van inboekdienstverlener: Een machtiging geldt voor minimaal één heel kalenderjaar. Overstappen is pas mogelijk vanaf het volgende kalenderjaar. Wie dit over het hoofd ziet, zit vast aan de huidige aanbieder.
  • Verkeerde sector of ERE-type gebruiken: ERE-E kan niet worden ingezet buiten de sector van herkomst. Fouten hierin leiden tot ongeldige inzet en mogelijke tekorten bij de jaarafsluiting.
  • Ontbrekende verificatieverklaring: Inboekers zijn verplicht jaarlijks een inboekverificatie te laten uitvoeren door een geaccrediteerde verificateur. Bij ontbreken gaat de NEa over tot ambtshalve vaststelling, tot vijf jaar na het betreffende kalenderjaar corrigeerbaar.
  • Deadlines missen: De drie jaarlijkse deadlines (1 maart, 1 april, 1 mei) zijn hard. Wie de jaarafsluiting op 1 april mist met onvoldoende ERE’s op rekening, riskeert een bestuurlijke boete.

De NEa treedt op als zowel uitvoerder van het marktsysteem als onafhankelijk toezichthouder. Bij onjuiste registratie kan zij handhavend optreden via ambtshalve vaststelling, corrigerende maatregelen of een bestuurlijke boete. Belangrijk: de inboekdienstverlener is aansprakelijk voor foutieve inboekingen, niet de particulier of het bedrijf namens wie wordt ingeboekt.

Hoe NXT Mobility helpt met HBE administratie

De HBE-administratie en ERE-registratie zijn complex, tijdgevoelig en foutgevoelig. Wij nemen organisaties dit proces volledig uit handen. Als totaalpartner in duurzame mobiliteit begeleiden we bedrijven van begin tot eind in de transitie naar zero-emissietransport, inclusief alle bijbehorende regelgeving en administratieve verplichtingen.

Wat wij voor u regelen:

  • Volledig ontzorgen bij de registratie en het inboeken van elektriciteitsleveringen in het REV
  • Advies over de juiste meetinfrastructuur, inclusief MID-gecertificeerde meters conform de nieuwe eisen
  • Begeleiding bij het aanvragen van Garanties van Oorsprong voor maximale ERE-opbrengst
  • Ondersteuning bij de jaarlijkse verificatieverplichtingen en het halen van deadlines
  • Strategisch advies over het verhandelen van ERE-surplussen om de businesscase voor elektrisch rijden te versterken
  • Branchespecifieke kennis voor transportbedrijven, laadpaalexploitanten en vastgoedeigenaren

Bekijk het volledige overzicht van onze duurzame mobiliteitsdiensten of neem direct contact op voor een vrijblijvend adviesgesprek. Wij helpen u de ERE-registratie correct en tijdig in te richten. Neem contact op en ontdek wat wij voor uw organisatie kunnen betekenen.

Veelgestelde vragen

Kan ik als kleine laadpaalexploitant ook profiteren van de ERE-regeling als ik minder dan 2 miljoen kWh per jaar lever?

Ja, ook als u minder dan 2 miljoen kWh per jaar levert, kunt u ERE’s genereren en hier financieel voordeel uit halen. U kunt zich echter niet zelfstandig inschrijven in het REV, maar dient gebruik te maken van een inboekdienstverlener. Die partij boekt de leveringen namens u in en draagt de bijgeschreven ERE’s aan u over of verrekent de opbrengst anderszins. Let wel: u mag slechts één inboekdienstverlener machtigen en die machtiging geldt minimaal één volledig kalenderjaar.

Wat gebeurt er als mijn laadpaal nog geen MID-gecertificeerde meter heeft voor 1 januari 2027?

Gedurende heel 2026 geldt een overgangsperiode voor bestaande situaties waarbij de MID-gecertificeerde meter zich buiten de laadpaal bevindt. Leveringen in 2026 kunnen in dat geval nog worden ingeboekt. Vanaf 1 januari 2027 is dit echter niet meer toegestaan: de meter moet zich dan in de laadpaal bevinden én MID-gecertificeerd zijn conform de Metrologiewet. Wie dit niet tijdig heeft geregeld, kan leveringen na die datum niet meer inboeken en loopt daardoor ERE-opbrengsten mis.

Hoe bepaal ik of het financieel interessant is om ERE-surplussen te verkopen of te sparen voor het volgende jaar?

De keuze tussen verkopen en sparen hangt af van twee factoren: de actuele marktprijs van ERE’s en uw verwachte verplichting in het volgende jaar. Houd daarbij rekening met de spaarlimiet: ERE’s boven de limiet van 45.000 stuks, of meer dan 4% van uw jaarlijkse inboek (voor inboekers), vervallen automatisch op 1 april. Gespaard houden heeft dus alleen zin als u binnen de limiet blijft. Een strategische analyse van uw jaarlijkse volume en de marktontwikkeling helpt u de optimale keuze te maken.

Kan ik ERE-E's die ik heb gegenereerd via laadpalen voor personenwagens ook inzetten voor mijn verplichtingen in de binnenvaart of zeevaart?

Nee, dat is niet mogelijk. ERE-E’s zijn sectorgebonden en kunnen uitsluitend worden ingezet binnen de sector waarin ze zijn gegenereerd. Laadpalen voor wegvervoer vallen onder de sector ‘land’, en de daarmee gegenereerde ERE-E’s zijn alleen inzetbaar voor de reductieverplichting binnen diezelfde sector. Dit is een bewuste beleidskeuze om te voorkomen dat grote volumes uit andere sectoren de markt voor wegvervoer verstoren.

Hoe vraag ik een Garantie van Oorsprong aan voor mijn hernieuwbare elektriciteit en wat levert dat extra op?

Een Garantie van Oorsprong (GvO) voor niet-netlevering kunt u aanvragen via CertiQ (onderdeel van TenneT) of een andere erkende uitgevende instantie, mits de opwek plaatsvindt op dezelfde locatie als de levering of via een directe lijn daarmee verbonden is. Wanneer u deze GvO overbrengt naar het NEa-account, wordt uw elektriciteit als 100% hernieuwbaar aangemerkt in het REV. Dit levert een significant hogere ERE-opbrengst op vergeleken met de standaard netstroom-berekening, omdat de factor voor het hernieuwbare aandeel dan op 100% wordt gezet in plaats van het netgemiddelde van 50,5%.

Wat zijn de gevolgen als ik de deadline van 1 april mis en onvoldoende ERE's op mijn rekening heb staan?

Als u op 1 april onvoldoende ERE’s op uw rekening heeft staan om aan uw jaarlijkse reductieverplichting te voldoen, riskeert u een bestuurlijke boete van de NEa. De NEa treedt op als onafhankelijk toezichthouder en kan ook corrigerende maatregelen opleggen. Bovendien vervallen ERE’s boven de spaarlimiet op diezelfde datum automatisch, waardoor u geen gebruik meer kunt maken van eerder opgebouwde surplussen. Tijdig handelen en een goed overzicht van uw ERE-saldo zijn daarom cruciaal.

Hoe lang duurt het om een rekening te openen in het REV en wanneer moet ik daarmee beginnen?

Het REV vervangt het HBE-systeem per 1 januari 2026, en de eerste officiële deadlines voor het nieuwe systeem gelden in 2027 (voor leveringen over 2026). Toch is het verstandig om zo vroeg mogelijk een rekening te openen, zodat u leveringen vanaf 1 januari 2026 direct correct kunt registreren of laten registreren. De doorlooptijd voor het aanvragen van een rekening bij de NEa kan enkele weken bedragen, afhankelijk van de volledigheid van uw documentatie. Wacht hier dus niet mee tot vlak voor de eerste deadline van 1 maart 2027.