Wat is een hernieuwbare brandstofeenheid precies?

Een hernieuwbare brandstofeenheid, afgekort HBE, is een officieel certificaat dat bewijst dat er een bepaalde hoeveelheid hernieuwbare energie is ingezet voor vervoer in Nederland. Eén HBE stond gelijk aan een vastgestelde hoeveelheid CO2-reductie ten opzichte van fossiele brandstoffen. Het systeem was bedoeld voor bedrijven die verplicht zijn een aandeel hernieuwbare energie in hun brandstofmix te verantwoorden, maar ook voor organisaties die met elektrisch rijden inkomsten wilden genereren. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over HBE-certificaten en het nieuwere ERE-systeem dat in 2026 is ingevoerd.

Hoe worden HBE’s gegenereerd met elektrisch rijden?

HBE’s werden gegenereerd door elektriciteit te leveren aan elektrische voertuigen voor wegvervoer. Elke kilowattuur die via een bemeterd laadpunt werd geleverd, leverde een bepaald aantal HBE’s op. De hoeveelheid hing af van het hernieuwbare aandeel van de ingeboekte elektriciteit en de vastgestelde CO2-reductiefactor. Dit maakte elektrisch rijden niet alleen milieuvriendelijk, maar ook financieel aantrekkelijk.

De elektriciteit moest worden ingeboekt via het Register Energie voor Vervoer (REV), beheerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Daarvoor was een MID-gecertificeerde meter vereist: een meter die voldoet aan de Metrologiewet en die de geleverde kilowatturen nauwkeurig registreert. Vanaf 2026 moet deze meter zich in de laadpaal zelf bevinden, of er moet een exclusief bemeterd allocatiepunt zijn. Bestaande situaties met een MID-meter buiten de laadpaal hadden in 2026 nog een overgangsperiode, maar per 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan.

Voor het hernieuwbare aandeel gold een belangrijke regel: particulieren en kleine inboekers konden niet aantonen dat hun elektriciteit volledig groen was. Zij kregen daarom automatisch het zogeheten netgemiddelde toegewezen, dat in 2026 op 50,5% lag. Bedrijven die elektriciteit opwekten op dezelfde locatie als de laadpunten, of via een directe lijn van opwek naar levering, konden onder voorwaarden 100% hernieuwbaar inboeken. Dit vereiste een Garantie van Oorsprong die niet-netgeleverd was en waarbij geen exploitatiesubsidie was ontvangen. Elektriciteit uit biomassa of biogas telde hierbij niet mee als volledig hernieuwbaar.

Wat zijn HBE’s waard op de markt?

De waarde van een HBE werd bepaald door vraag en aanbod op de vrije markt. Er bestond geen vaste prijs per HBE. Historisch gezien schommelde de prijs ruwweg tussen 7 en 19 eurocent per HBE, met een driejarig gemiddelde van circa 12 eurocent. De exacte opbrengst per geladen kilowattuur hing daardoor sterk af van het moment van verhandelen en de marktsituatie.

Belangrijk om te begrijpen is dat het HBE-systeem geen subsidie was, maar een marktsysteem. De waarde werd gedreven door de verplichtingen die brandstofhandelaren hadden: zij moesten jaarlijks aantonen dat een bepaald percentage van hun brandstofmix hernieuwbaar was. Hoe hoger de verplichting, hoe groter de vraag naar certificaten en hoe hoger de prijs kon oplopen.

In 2026 is het HBE-systeem overgegaan naar het ERE-systeem (Emissiereductie-eenheden). Op 1 mei 2026 voerde de NEa de laatste jaarafsluiting onder de HBE-regels uit. Resterende HBE’s werden omgezet naar ERE’s, waarbij de omrekenregel 1 HBE = 46 ERE gold. De soort bleef behouden: geavanceerd, conventioneel, bijlage IXb of overig. Marktanalisten verwachten dat de nieuwe sectorsturing in het ERE-systeem de waarde van ERE-E (elektriciteit) in de sector land kan verhogen, maar dit blijft een prognose die afhankelijk is van marktontwikkelingen.

Wie mag HBE’s aanvragen en verhandelen?

Wie HBE’s mocht inboeken en verhandelen, hing af van de omvang van de elektriciteitslevering. Bedrijven die meer dan 2 miljoen kilowattuur per jaar leverden aan voertuigen, mochten zelfstandig inboeken bij de NEa. Kleinere bedrijven en particulieren waren verplicht gebruik te maken van een erkende inboekdienstverlener.

Particulieren konden uitsluitend via zo’n inboekdienstverlener deelnemen. Vereisten waren onder meer een aansluiting conform de Energiewet, registratie als eigenaar in het Centraal Aansluitingenregister, en een machtiging aan precies één inboekdienstverlener. Begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners bij de NEa geregistreerd. Een machtiging gold voor minimaal één heel kalenderjaar; overstappen naar een andere aanbieder was pas mogelijk vanaf het volgende kalenderjaar.

Voor inboekers gold een jaarlijkse verificatieplicht. Een geaccrediteerde, onafhankelijke verificateur moest de inboekresultaten controleren en de verificatieverklaring voor 1 april indienen bij de NEa. Ontbrak deze verklaring, dan kon de NEa overgaan tot ambtshalve vaststelling, tot vijf jaar na het betreffende kalenderjaar. De inboekdienstverlener, niet de particulier, was aansprakelijk voor foutieve inboekingen. De marktbrede commissie die inboekdienstverleners rekenden, lag ruwweg tussen de 15 en 25 procent van de opbrengst.

Wat is het verschil tussen HBE-elektriciteit en HBE-fysiek?

Het HBE-systeem kende vier categorieën certificaten, waarvan HBE-Overig (HBE-O) de categorie was voor elektriciteit en hernieuwbare waterstof. De overige categorieën, HBE-Geavanceerd (HBE-G), HBE-Conventioneel (HBE-C) en HBE-Bijlage IXb (HBE-B), hadden betrekking op fysieke biobrandstoffen zoals biodiesel, bioethanol en gebruikt frituurvet.

HBE-Overig: elektriciteit en waterstof

HBE-O was de categorie die van toepassing was op elektrisch rijden. Elke kilowattuur die werd geleverd aan een elektrisch voertuig via een bemeterd laadpunt, kon worden ingeboekt als HBE-O. Deze categorie telde volledig mee voor de jaarverplichting van brandstofhandelaren, maar had geen recht op dubbeltelling. Dubbeltelling was voorbehouden aan grondstoffen uit bijlage IX van de Europese Renewable Energy Directive (RED), zoals afval en residuen.

HBE-G, HBE-C en HBE-B: fysieke biobrandstoffen

De fysieke categorieën verschilden onderling in grondstof en duurzaamheidsprofiel. HBE-G, de hoogste categorie, was bestemd voor geavanceerde biobrandstoffen uit afval en residuen conform bijlage IX-A van de RED. HBE-C gold voor conventionele biobrandstoffen uit landbouw- en energiegewassen, met een maximum van 1,4% van de totale verplichting. HBE-B was specifiek voor gebruikt frituurvet en dierlijk vet, met een maximum van 10%. Grondstoffen uit bijlage IX kwamen in aanmerking voor dubbeltelling: inboeking leverde dan twee keer zoveel HBE’s op.

In het nieuwe ERE-systeem (vanaf 2026) zijn vergelijkbare categorieën behouden: ERE-G, ERE-C, ERE-B, ERE-O, ERE-R (voor hernieuwbare waterstof en e-fuels) en ERE-E (elektriciteit). ERE-E is uitsluitend inzetbaar binnen de sector van herkomst, wat een belangrijk verschil is met het oude systeem waarbij volumes uit verschillende sectoren de marktprijs konden beïnvloeden.

Hoe helpen HBE’s bij de businesscase voor elektrisch rijden?

HBE’s versterkten de businesscase voor elektrisch rijden door een extra inkomstenstroom te creëren bovenop de brandstofbesparing. Elke kilowattuur die werd geladen via een bemeterd laadpunt leverde certificaten op die konden worden verkocht aan brandstofhandelaren. Dit verlaagde effectief de totale eigendomskosten van elektrische voertuigen en maakte de overstap financieel aantrekkelijker.

Voor bedrijven met grotere wagenparken of laadinfrastructuur kon de opbrengst substantieel zijn. Hoe meer voertuigen er werden opgeladen, hoe meer kilowatturen er werden ingeboekt en hoe meer certificaten er werden gegenereerd. Organisaties die investeerden in laadpleinen voor hun eigen vloot of voor klanten konden daarmee een aanzienlijk deel van hun investeringskosten terugverdienen via de HBE-markt.

Het ERE-systeem dat in 2026 is ingevoerd, werkt op vergelijkbare principes maar rekent nu in kilogram CO2-equivalente emissiereductie in plaats van energiehoeveelheden. De CO2-reductie die elektriciteit oplevert ten opzichte van een fossiele referentiewaarde van 183 gram CO2-equivalent per megajoule vormt de basis voor de berekening. Bedrijven die vroeg investeren in goed bemeten laadinfrastructuur zijn daarmee het best gepositioneerd om van dit systeem te profiteren.

Hoe NXT Mobility helpt met HBE certificaten en de ERE-regeling

De wereld van HBE-certificaten en het nieuwe ERE-systeem is complex. Registratieverplichtingen, MID-certificering, inboekdrempels, verificatievereisten en marktdynamiek: het vraagt gespecialiseerde kennis om hier optimaal gebruik van te maken. Dat is precies waar wij het verschil maken.

Wij ontzorgen organisaties volledig in de HBE- en ERE-dienstverlening, van analyse tot uitbetaling. Concreet helpen wij met:

  • Een grondige analyse van uw laadinfrastructuur en inboekpotentieel
  • Begeleiding bij registratie in het Register Energie voor Vervoer (REV)
  • Zorgdragen voor correcte MID-certificering van uw laadpunten
  • Volledige administratieve ontzorging rondom inboeking en verificatie
  • Advies over het optimaliseren van uw hernieuwbare aandeel voor maximale ERE-opbrengst
  • Inzicht in de marktwaarde van uw certificaten en strategisch verhandelen

Als onderdeel van GP Groot combineren wij diepgaande kennis van transport en logistiek met gespecialiseerde expertise in duurzame mobiliteit. Daardoor begrijpen wij niet alleen de regelgeving, maar ook de praktische uitdagingen waarmee uw organisatie te maken heeft. Bekijk onze diensten voor een volledig overzicht van wat wij voor u kunnen betekenen, of neem contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek over uw situatie.

Veelgestelde vragen

Wat gebeurt er met mijn bestaande HBE's nu het ERE-systeem is ingevoerd?

Resterende HBE’s zijn automatisch omgezet naar ERE’s op basis van de omrekenregel 1 HBE = 46 ERE. De categorie van uw certificaten blijft daarbij behouden, dus HBE-O wordt ERE-O, HBE-G wordt ERE-G, enzovoort. U hoeft hiervoor zelf geen actie te ondernemen; de NEa heeft deze conversie uitgevoerd bij de laatste jaarafsluiting op 1 mei 2026.

Moet ik mijn laadpalen aanpassen om te kunnen blijven inboeken onder het ERE-systeem?

Dat hangt af van uw huidige situatie. Vanaf 1 januari 2027 is het verplicht dat de MID-gecertificeerde meter zich in de laadpaal zelf bevindt, of dat er een exclusief bemeterd allocatiepunt aanwezig is. Heeft u nu nog een MID-meter buiten de laadpaal, dan valt u momenteel nog onder de overgangsperiode, maar u doet er verstandig aan dit vóór 1 januari 2027 aan te passen om uw inboekrecht te behouden.

Kan ik als particulier zelf kiezen wanneer ik wissel van inboekdienstverlener?

Nee, een machtiging aan een inboekdienstverlener geldt voor minimaal één heel kalenderjaar. Overstappen naar een andere aanbieder is uitsluitend mogelijk per het begin van een nieuw kalenderjaar. Het is dus verstandig om bij het aangaan van een contract goed te vergelijken welke inboekdienstverlener de beste voorwaarden biedt, aangezien u niet tussentijds kunt wisselen.

Hoe kan ik mijn opbrengst per kilowattuur maximaliseren onder het ERE-systeem?

De belangrijkste hefboom is het hernieuwbare aandeel van uw ingeboekte elektriciteit. Bedrijven die elektriciteit opwekken op dezelfde locatie als de laadpunten en kunnen aantonen dat deze niet-netgeleverd is én geen exploitatiesubsidie heeft ontvangen, kunnen tot 100% hernieuwbaar inboeken in plaats van het netgemiddelde van 50,5%. Daarnaast is een correcte en tijdige MID-certificering essentieel om geen inboekmomenten te missen. Een gespecialiseerde partij zoals NXT Mobility kan helpen bij het in kaart brengen van uw specifieke optimalisatiemogelijkheden.

Wat is het grootste verschil tussen ERE-E en de oude HBE-O voor elektrisch rijden?

Het meest ingrijpende verschil is dat ERE-E uitsluitend inzetbaar is binnen de sector van herkomst, terwijl HBE-O vrij verhandelbaar was over alle sectoren. Dit betekent dat de marktdynamiek voor ERE-E anders werkt dan voorheen. Marktanalisten verwachten dat deze sectorsturing de waarde van ERE-E in de sector land kan verhogen, maar de daadwerkelijke marktprijs blijft afhankelijk van vraag en aanbod.

Wat zijn de meest voorkomende fouten die bedrijven maken bij het inboeken van laaddata?

Een veelgemaakte fout is het gebruik van een niet-MID-gecertificeerde meter of een meter die niet correct is geregistreerd in het Centraal Aansluitingenregister, waardoor inboekingen achteraf ongeldig blijken. Daarnaast vergeten sommige inboekers de jaarlijkse verificatieverklaring tijdig vóór 1 april in te dienen, wat kan leiden tot een ambtshalve vaststelling door de NEa. Tot slot onderschatten bedrijven regelmatig het belang van een correcte machtiging aan slechts één inboekdienstverlener tegelijk.

Is het ERE-systeem ook interessant voor bedrijven die nog aan het begin staan van hun elektrificatietraject?

Zeker, en juist dan is het slim om het ERE-systeem mee te nemen in de businesscase vóórdat u investeert in laadinfrastructuur. Door vanaf het begin te kiezen voor MID-gecertificeerde laadpunten met de juiste meteropstelling, positioneert u zich optimaal om direct inkomsten te genereren zodra de eerste voertuigen laden. Bedrijven die dit als bijzaak beschouwen en achteraf hun infrastructuur moeten aanpassen, lopen onnodig kosten en gemiste opbrengsten op.