Wat is de relatie tussen RED III en de ERE-regeling?

De relatie tussen RED III en de ERE-regeling is direct: de ERE-regeling is de Nederlandse wettelijke implementatie van de Europese Renewable Energy Directive III (RED III). Waar RED III de Europese doelstellingen voor hernieuwbare energie in transport vastlegt, vertaalt de ERE-regeling die verplichtingen naar concrete Nederlandse regels, eenheden en deadlines. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over beide systemen en hun onderlinge samenhang.

Wat verplicht RED III voor transport en energie?

RED III verplicht EU-lidstaten om het aandeel hernieuwbare energie in de transportsector stapsgewijs te verhogen, met als overkoepelend doel een significante reductie van de CO2-uitstoot van vervoer vóór 2030. De richtlijn introduceert specifieke subdoelen voor geavanceerde biobrandstoffen, hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong (RFNBO’s zoals groene waterstof en e-fuels) en elektriciteit in het wegvervoer.

Concreet schrijft RED III voor dat lidstaten een minimaal aandeel hernieuwbare energie in transport garanderen en dat bepaalde brandstofcategorieën meetellen met een hogere weegfactor. Elektriciteit voor wegvoertuigen telt bijvoorbeeld zwaarder mee dan conventionele biobrandstoffen, wat een directe stimulans vormt voor de elektrificatie van wagenparken.

Daarnaast introduceert RED III de verplichting voor lidstaten om de herkomst van hernieuwbare energie aantoonbaar te maken. Garanties van Oorsprong spelen daarin een centrale rol: zonder aantoonbare hernieuwbare herkomst telt geleverde elektriciteit slechts mee op basis van het nationale gemiddelde aan hernieuwbare stroom. Voor Nederland bedraagt dat gemiddelde in 2026 precies 50,5%, gebaseerd op het werkelijke aandeel hernieuwbare elektriciteit uit 2024.

RED III maakt ook een onderscheid tussen sectoren. Wegvervoer, binnenvaart en zeevaart krijgen elk eigen verplichtingen en eigen subdoelen, wat lidstaten dwingt om sectorspecifiek beleid te ontwikkelen in plaats van te werken met één generieke doelstelling voor alle transportvormen samen.

Hoe vertaalt de ERE-regeling RED III naar Nederlands beleid?

De ERE-regeling vertaalt RED III naar Nederlands recht door een systeem van verhandelbare eenheden te introduceren: ERE’s (Eenheden Hernieuwbare Energie voor vervoer). Elke ERE vertegenwoordigt een vastgestelde hoeveelheid hernieuwbare energie die aan de Nederlandse transportsector is geleverd, geregistreerd in het Register Energie voor Vervoer (REV) dat wordt beheerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Het systeem is per 1 januari 2026 van kracht, nadat de wet op 31 maart 2026 werd aangenomen.

Het ERE-systeem werkt via een jaarlijkse CO2-ketenemissiereductieverplichting per sector. Voor de sector land bedraagt die verplichting in 2026 al 14,4%, oplopend naar 27,1% in 2030. Bedrijven die verplicht zijn (zoals brandstofleveranciers) moeten jaarlijks voldoende ERE’s op hun rekening hebben vóór 1 april. Inboekers registreren hun leveringen vóór 1 maart, en verificateurs bevestigen de resultaten vóór 1 mei.

Een belangrijk element van de Nederlandse implementatie is de sectorsturing. ERE’s zijn alleen inzetbaar binnen de sector waar ze zijn gegenereerd. ERE-E (elektriciteit) kan uitsluitend worden ingezet in de sector van herkomst. Dit voorkomt dat grote volumes uit de scheepvaartsector de markt voor wegvervoer verstoren, een probleem dat in het vorige HBE-systeem wel optrad. De sectorpercentages stijgen jaarlijks, waardoor de druk op verplichtinghouders gestaag toeneemt richting 2030.

Wat is het verschil tussen een HBE-E en een HBE-ERE?

Een HBE-E was de eenheid voor ingeboeekte elektriciteit binnen het oude HBE-systeem (tot en met 2025), terwijl ERE-E de opvolger is binnen het nieuwe ERE-systeem dat per 2026 geldt. Het fundamentele verschil zit in de berekeningswijze, de sectorindeling en de reikwijdte van de verplichting.

HBE-E: het oude systeem

Binnen het HBE-systeem vertegenwoordigde één HBE één gigajoule (GJ) hernieuwbare energie. Voor elektriciteit gold een vermenigvuldigingsfactor, maar alle sectoren deelden in principe dezelfde pool van eenheden. Dit leidde ertoe dat grote volumes uit de zeevaart de prijs en beschikbaarheid voor wegvervoer beïnvloedden. De jaarverplichting steeg van 17,9% in 2022 naar 29,4% in 2025, met als gevolg dat inboekers in 2024 al inteerden op het spaarsaldo.

ERE-E: het nieuwe systeem

ERE-E is de specifieke aanduiding voor elektriciteit binnen het ERE-systeem. De berekening is gedetailleerder: voor netstroom geldt de formule waarbij de levering in kWh wordt vermenigvuldigd met het netgemiddelde hernieuwbaar aandeel (50,5% in 2026), met 183 g/MJ en 3,6 MJ/kWh. Wie 100% aantoonbaar hernieuwbare stroom levert via eigen opwek of een directe lijn, mag de volledige 183 g/MJ hanteren zonder de 50,5%-correctie. Bovendien is ERE-E sectorgebonden: eenheden die in de sector land zijn gegenereerd, blijven in die sector.

Welke bedrijven kunnen HBE’s genereren via de ERE-regeling?

Strikt genomen worden er binnen de ERE-regeling geen HBE’s meer gegenereerd, maar ERE’s. Twee typen bedrijven kunnen ERE-E’s inboeken voor elektriciteit die aan vervoer is geleverd: zelfstandige leveranciers en inboekdienstverleners. Particulieren kunnen uitsluitend deelnemen via een erkende inboekdienstverlener.

Zelfstandige leveranciers zijn bij de KvK ingeschreven bedrijven die jaarlijks minimaal 2 miljoen kWh aan elektriciteit voor vervoer leveren, exclusief spoorvervoer. Zij mogen rechtstreeks inboeken in het REV. Bedrijven die onder deze drempel blijven, schakelen een inboekdienstverlener in. Begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners bij de NEa geregistreerd.

Voor werknemers die thuis laden via een B2B2C-constructie geldt dat zij uitsluitend deelnemen via een inboekdienstverlener. Vereisten zijn een aansluiting conform de Energiewet, registratie als eigenaar in het Centraal Aansluitingenregister, een machtiging aan precies één inboekdienstverlener, en in beginsel een MID-gecertificeerde meter. Thuisladers ontvangen altijd het netgemiddelde van 50,5% als hernieuwbaar aandeel, ook bij aanwezige zonnepanelen, omdat eigen opwek voor particulieren niet aantoonbaar is binnen het systeem.

Bedrijven die elektriciteit opwekken op dezelfde locatie als waar ze laden, kunnen aanspraak maken op 100% hernieuwbare beloning. Dit vereist een Garantie van Oorsprong niet-netlevering, overgeboekt naar het NEa-account, zonder exploitatiesubsidie. Elektriciteit uit biomassa of biogas telt expliciet niet als 100% hernieuwbaar.

De ERE-inboekdienst maakt het voor zakelijke partijen eenvoudiger om aan deze vereisten te voldoen zonder zelf alle administratieve complexiteit te hoeven beheersen.

Hoe beïnvloeden RED III-wijzigingen de toekomstige HBE-waarde?

RED III beïnvloedt de waarde van ERE’s indirect via de oplopende sectorpercentages en de subdoelen voor RFNBO’s. Naarmate de verplichtingen stijgen, neemt de vraag naar ERE’s toe terwijl het aanbod niet automatisch meegroeit. Dit kan de marktwaarde van ERE-E in de sector land verhogen, al is dit een prognose en geen garantie.

Het ERE-systeem is uitdrukkelijk een marktsysteem, geen subsidie. Er bestaat geen vaste prijs per kWh of per ERE. Historisch schommelde de HBE/ERE-prijs ruwweg tussen 0,07 en 0,19 euro, met een driejarig gemiddelde van circa 0,12 euro. Marktanalisten verwachten dat de sectorsturing de waarde van ERE-E in de sector land kan verhogen ten opzichte van het oude HBE-systeem, juist omdat scheepvaartvolumes de wegvervoermarkt niet langer kunnen drukken.

De RFNBO-subdoelen vormen een extra factor. Het nationale RFNBO-doel bedraagt 5,5 PJ in 2030, verdeeld over land, binnenvaart, zeevaart en luchtvaart. Voor het RFNBO-subdoel in de sector land mogen geen ERE’s uit andere sectoren worden ingezet, wat de druk op specifieke eenheden verder vergroot. Raffinagereductie-eenheden (RARE’s), gegenereerd via hernieuwbare waterstof in raffinaderijen, kunnen bovendien uitsluitend worden ingezet voor het RFNBO-subdoel.

Belangrijk voorbehoud: hoewel de wet op 31 maart 2026 is aangenomen, kunnen uitvoeringsdetails in de Regeling energie vervoer nog wijzigen. De NEa-pagina’s vermeldden in 2026 nog dat sommige informatie niet definitief was. Organisaties doen er verstandig aan de actuele NEa-sectorpagina’s te raadplegen voor de meest recente percentages en regels.

Hoe helpt NXT Mobility bij de ERE-regeling en RED III-compliance

De combinatie van RED III-verplichtingen, ERE-registraties en sectorspecifieke deadlines maakt compliance complex voor organisaties die zich primair bezighouden met hun kernactiviteiten. Wij ondersteunen zakelijke klanten bij elke stap van dit proces, van eerste oriëntatie tot volledige administratieve ontzorging.

Wat wij concreet bieden:

  • ERE-inboekdienstverlening: Wij boeken elektriciteitsstromen in namens uw organisatie of uw werknemers, inclusief machtigingsbeheer en verificatie.
  • Wagenparkadvies gekoppeld aan HBE/ERE-opbrengsten: Wij berekenen wat de elektrificatie van uw wagenpark oplevert aan ERE-inkomsten en hoe dit de business case versterkt.
  • Laadinfrastructuur met Smart Charging: Van thuisladers voor werknemers tot bedrijfslaadpleinen, inclusief MID-gecertificeerde meters die nodig zijn voor ERE-registratie.
  • Subsidieaanvragen en administratieve begeleiding: Wij nemen de regelgeving, deadlines en correspondentie met de NEa uit handen.
  • B2B2C-oplossingen: Wij regelen thuisladen bij werknemers inclusief de volledige vergoedings- en inboekstroom, zodat uw organisatie voldoet aan alle vereisten zonder interne administratieve belasting.

Wilt u weten wat de ERE-regeling concreet betekent voor uw organisatie en hoe u optimaal kunt profiteren van de beschikbare eenheden? Bekijk onze diensten of neem direct contact op voor een vrijblijvend adviesgesprek.