Wat is de huidige marktprijs van ERE certificaten?

De marktprijs van ERE-certificaten wordt bepaald door vraag en aanbod op de vrije markt en varieert daardoor voortdurend. In 2026 beweegt de prijs zich ruwweg binnen een bandbreedte die samenhangt met de omrekenverhouding ten opzichte van het oude HBE-systeem: 1 HBE stond gelijk aan 46 ERE, wat een referentiepunt biedt voor prijsverwachtingen. Wil je meer weten over hoe het ERE-systeem in de praktijk werkt? In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over ERE-certificaten, van prijsvorming tot handelsmogelijkheden.

Hoe worden de prijzen van ERE-certificaten bepaald?

De prijs van ERE-certificaten komt tot stand via vraag en aanbod op de vrije markt. Er is geen vaste overheidsrichtprijs. Brandstofleveranciers met een nalevingsverplichting (de zogeheten Brandstoftransitieverplichting, of BTV) hebben ERE’s nodig om aan hun jaarlijkse reductiedoelstelling te voldoen, terwijl inboekers van hernieuwbare energie ERE’s aanbieden. Het samenspel van die twee kanten bepaalt de marktprijs.

Een belangrijk verschil met het vroegere HBE-systeem is dat ERE-certificaten zijn opgedeeld per sector: land, binnenvaart en zeevaart. ERE’s zijn in beginsel alleen inzetbaar binnen de sector waarin ze zijn gegenereerd. Dit voorkomt dat grote volumes uit de scheepvaartsectoren de prijs in het wegvervoer kunstmatig drukken, zoals in het verleden wel gebeurde. De sectorscheiding maakt de prijsvorming per markt stabieler en transparanter.

Daarnaast speelt het type ERE een rol. Het systeem kent zes soorten: ERE-G (geavanceerd), ERE-C (conventioneel), ERE-B (bijlage IXb), ERE-O (overig), ERE-R (RFNBO: hernieuwbare waterstof en e-fuels) en ERE-E (elektriciteit). Geavanceerde en RFNBO-eenheden zijn doorgaans schaarser en daardoor duurder dan conventionele eenheden, simpelweg omdat ze aan strengere duurzaamheidseisen voldoen.

Wat is het verschil tussen ERE- en HBE-certificaten?

Het fundamentele verschil is de berekeningsbasis. HBE-certificaten drukten de hoeveelheid hernieuwbare energie uit in gigajoule (GJ). ERE-certificaten meten CO2-ketenemissiereductie in kilogram CO2-equivalent. Eén ERE staat voor 1 kg CO2-equivalente emissiereductie in de keten, gemeten ten opzichte van een Europees vastgestelde fossiele referentiewaarde.

Die fossiele referentiewaarden zijn vastgesteld op 94 g CO2-eq/MJ voor vloeibare en gasvormige brandstoffen, en op 183 g CO2-eq/MJ voor elektriciteit. De overstap van energiehoeveelheid naar klimaatimpact is de kern van de systeemwissel: RED III, de Europese richtlijn waarop het ERE-systeem is gebaseerd, stuurt op CO2-reductie in de gehele keten, van productie tot verbranding.

Bij de overgang op 1 mei 2026 heeft de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) de resterende HBE-saldi omgezet naar ERE’s via de vaste omrekenregel: 1 HBE = 46 ERE. De soort bleef daarbij behouden: een geavanceerde HBE werd een geavanceerde ERE, een conventionele HBE een conventionele ERE. Er vond geen conversie naar ERE-R of ERE-E plaats.

Een ander structureel verschil is de sectorindeling. Het HBE-systeem kende geen strikte sectorscheiding, waardoor volumes uit de scheepvaart de prijs voor wegvervoer konden beïnvloeden. Het ERE-systeem werkt met afgeschermde sectoren, wat de marktdynamiek per segment stabieler maakt.

Waar kun je actuele ERE-certificaatprijzen volgen?

Er is geen officiële, publieke beurs voor ERE-certificaten vergelijkbaar met een aandelenmarkt. Prijzen worden bilateraal afgesproken tussen marktpartijen of via gespecialiseerde handelsplatformen en makelaars in hernieuwbare energie. De meest betrouwbare manier om actuele marktprijzen te volgen is via brancheorganisaties, energiehandelsplatformen of direct contact met inboekdienstverleners en energieadviseurs.

Het Register Energie voor Vervoer (REV), beheerd door de NEa, registreert transacties en saldi, maar publiceert geen real-time prijsinformatie. Voor actuele prijsindicaties zijn marktpartijen aangewezen op:

  • Gespecialiseerde energiehandelsbedrijven en makelaars die actief zijn in de BTV-markt
  • Brancheorganisaties in de brandstof- en transportsector die marktinformatie delen met leden
  • Inboekdienstverleners die namens bedrijven of particulieren ERE’s genereren en verhandelen
  • Directe offertes van marktpartijen bij het aankopen of verkopen van certificaten

Omdat de markt relatief nieuw is en de eerste nalevingsdeadline voor ERE’s pas in 2027 valt (over leveringen van 2026), is de prijsvorming nog in ontwikkeling. Verwacht wordt dat de liquiditeit en transparantie van de markt de komende jaren toenemen naarmate meer partijen actief worden.

Welke factoren laten de ERE-prijs stijgen of dalen?

De ERE-prijs stijgt wanneer de vraag naar certificaten groter is dan het aanbod, en daalt wanneer er een overschot op de markt is. Concreet zijn er meerdere factoren die de prijs in beweging brengen.

Factoren die de prijs omhoog drijven

  • Oplopende sectorverplichtingen: De CO2-ketenemissiereductieverplichting voor de sector land stijgt van 14,4% in 2026 naar 27,1% in 2030. Hogere verplichtingen betekenen meer vraag naar ERE’s.
  • Schaarste aan geavanceerde eenheden: ERE-G en ERE-R zijn aan strengere duurzaamheidseisen gebonden en daardoor minder ruim beschikbaar.
  • Trage groei van het aanbod: Als de uitrol van elektrisch vervoer of hernieuwbare brandstoffen achterblijft bij verwachtingen, zijn er minder ERE’s beschikbaar op de markt.
  • Nadering van de nalevingsdeadline: Vlak voor de jaarafsluiting (1 april) hebben verplichtingsplichtige partijen een last-minute behoefte aan certificaten, wat de prijs tijdelijk kan opdrijven.

Factoren die de prijs omlaag drukken

  • Groeiend aanbod door elektrificatie: Hoe meer bedrijven en particulieren elektrisch rijden en ERE-E genereren via inboekdienstverleners, hoe groter het aanbod.
  • Spaarsaldi en overgedragen eenheden: Partijen die in eerdere jaren meer ERE’s genereerden dan nodig, kunnen die inzetten of verkopen, wat het aanbod vergroot.
  • Beleidsonzekerheid: Tijdelijke mitigerende maatregelen, zoals de aangepaste sectorpercentages voor binnenvaart en zeevaart die IenW in december 2025 aankondigde, kunnen de vraag tijdelijk verlagen.

Hoe kunnen bedrijven ERE-certificaten genereren en verhandelen?

Bedrijven genereren ERE-certificaten door hernieuwbare energie te leveren aan de vervoerssector en dit in te boeken in het Register Energie voor Vervoer (REV). De meest toegankelijke manier voor veel bedrijven is het inboeken van elektriciteit die wordt gebruikt voor het opladen van elektrische voertuigen.

De berekening voor ERE-E uit netstroom in 2026 is als volgt: aantal ERE-E = geleverde kWh x 0,505 x 183 x 3,6 / 1.000. Het netgemiddelde hernieuwbare aandeel bedraagt in 2026 namelijk 50,5%, gebaseerd op het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit in 2024. Wie beschikt over 100% hernieuwbare stroom op dezelfde locatie en dit kan aantonen via een Garantie van Oorsprong, rekent met het volledige aandeel van 183 g CO2-eq/MJ.

Voor de praktische uitvoering gelden twee routes:

  • Zelfstandig inboeken: Toegestaan voor bedrijven die meer dan 2 miljoen kWh per jaar leveren. Zij registreren zich rechtstreeks bij de NEa en zijn verplicht een jaarlijkse verificatie te laten uitvoeren door een geaccrediteerde verificateur.
  • Via een inboekdienstverlener: Bedrijven onder de drempel van 2 miljoen kWh en particulieren boeken in via een erkende inboekdienstverlener. Begin 2026 waren circa 21 dienstverleners bij de NEa geregistreerd. De dienstverlener draagt een commissie af van ruwweg 15 tot 25% van de opbrengst.

Gegenereerde ERE’s kunnen vervolgens worden verkocht aan partijen met een nalevingsverplichting, of worden ingezet om zelf aan de BTV te voldoen als het bedrijf zelf ook een verplichting heeft.

Wanneer is het financieel aantrekkelijk om in ERE-certificaten te handelen?

Handel in ERE-certificaten is financieel aantrekkelijk wanneer de opbrengst van de verkoop hoger is dan de kosten voor het genereren en administreren van de certificaten. Voor bedrijven met een laadinfrastructuur of een elektrisch wagenpark is de drempel relatief laag, omdat de elektriciteit toch al wordt verbruikt en het inboeken een extra inkomstenstroom oplevert bovenop de primaire bedrijfsactiviteit.

Een aantal situaties maakt de business case bijzonder sterk:

  • Grote laadvolumes: Hoe meer kilowattuur wordt geladen, hoe meer ERE-E kan worden gegenereerd. Bedrijven met een laadplein voor een groot wagenpark of een publieke laadlocatie met hoge bezettingsgraad profiteren het meest.
  • 100% hernieuwbare opwek op locatie: Wie zonne-energie opwekt op hetzelfde WOZ-object als de laadlocatie en dit via een Garantie van Oorsprong kan aantonen, genereert aanzienlijk meer ERE’s per kWh dan bij gebruik van netstroom.
  • Tijdig positioneren voor oplopende verplichtingen: De sectorverplichting voor land loopt de komende jaren sterk op. Partijen die nu capaciteit opbouwen om ERE’s te genereren, profiteren van een markt waar de vraag structureel toeneemt.
  • Combinatie met HBE-ervaring: Bedrijven die al actief waren in de HBE-markt hebben een voorsprong omdat zij de administratieve processen en marktcontacten al hebben opgebouwd.

Houd er rekening mee dat de eerste nalevingsdeadline voor ERE’s in 2027 valt, over de leveringen van 2026. Dit betekent dat 2026 het eerste jaar is waarover ERE’s worden gegenereerd, en dat de markt voor verkoop en aankoop de komende maanden verder volwassen wordt.

Hoe NXT Mobility helpt met ERE-certificaten

Als totaalpartner voor duurzame mobiliteit begeleiden wij organisaties bij elke stap in het ERE-traject. Of je nu wilt beginnen met het genereren van ERE-certificaten via jouw laadinfrastructuur, of wilt begrijpen hoe de BTV jouw bedrijf raakt: wij bieden concrete ondersteuning zonder dat je zelf door de complexe regelgeving hoeft te waden. Bekijk onze diensten voor duurzame mobiliteit voor een volledig overzicht van wat we bieden.

Wat wij voor jou kunnen doen:

  • Analyse van jouw laadvolumes en berekening van het potentieel aan ERE-E dat jouw situatie oplevert
  • Begeleiding bij het inboeken van elektriciteit, inclusief de administratie en verificatieverplichtingen richting de NEa
  • Advies over de inzet van 100% hernieuwbare stroom en Garanties van Oorsprong om de ERE-opbrengst te maximaliseren
  • Ondersteuning bij de aanleg van slimme laadpleinen en thuislaadoplossingen die de basis vormen voor ERE-generatie
  • Volledig ontzorgd traject van strategisch advies tot technische realisatie en financiële afhandeling

Wil je weten wat ERE-certificaten voor jouw organisatie kunnen opleveren? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Veelgestelde vragen

Kan ik als particulier ook ERE-certificaten genereren via mijn thuislader?

Ja, particulieren kunnen ERE-E genereren via hun thuislader door zich aan te sluiten bij een erkende inboekdienstverlener. Omdat particulieren vrijwel nooit de drempel van 2 miljoen kWh per jaar halen, verloopt dit altijd via zo’n dienstverlener. De dienstverlener regelt de registratie, verificatie en verkoop van de ERE’s, en keert een deel van de opbrengst aan jou uit na aftrek van zijn commissie (doorgaans 15–25%).

Wat gebeurt er als een brandstofleverancier zijn nalevingsverplichting (BTV) niet haalt?

Brandstofleveranciers die onvoldoende ERE’s kunnen overleggen bij de nalevingsdeadline riskeren een boete van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). De hoogte van de boete is gekoppeld aan de omvang van het tekort. Dit maakt het voor verplichtingsplichtige partijen financieel rationeel om tijdig voldoende ERE’s in te kopen, wat een structurele vraagbodem in de markt creëert.

Mogen ERE-certificaten uit de ene sector worden ingezet in een andere sector?

In principe niet: het ERE-systeem kent een strikte sectorscheiding tussen land, binnenvaart en zeevaart. ERE’s gegenereerd in de zeevaartsector kunnen dus niet worden gebruikt om een verplichting in het wegvervoer na te leven. Deze scheiding is bewust ingevoerd om kruissubsidiëring en prijsverstoring tussen sectoren te voorkomen, een probleem dat zich in het oude HBE-systeem wel voordeed.

Hoe lang zijn ERE-certificaten geldig en kunnen ze worden opgespaard?

ERE-certificaten hebben een beperkte geldigheid en kunnen binnen bepaalde grenzen worden opgespaard (‘banking’) voor gebruik in een volgend nalevingsjaar. Dit biedt marktpartijen de mogelijkheid om bij een gunstig aanbod meer ERE’s te genereren dan direct nodig is en deze later in te zetten of te verkopen. Het is verstandig om de actuele bankingregels bij de NEa of een adviseur te verifiëren, omdat deze voorwaarden per beleidsperiode kunnen wijzigen.

Wat is het minimale laadvolume dat de moeite waard maakt om te starten met ERE-inboeking?

Er is geen officieel wettelijk minimum om via een inboekdienstverlener te starten, maar in de praktijk wordt een jaarlijks laadvolume van ruwweg 10.000 tot 20.000 kWh vaak als ondergrens gehanteerd waarbij de opbrengst opweegt tegen de administratieve inspanning. Bij lagere volumes is de financiële opbrengst beperkt, maar sommige inboekdienstverleners bieden ook collectieve inboekconstructies aan waarbij kleine volumes worden gebundeld. Een snelle berekening op basis van jouw eigen laaddata geeft het meest betrouwbare beeld.

Wat is het verschil tussen ERE-E gegenereerd via netstroom en via eigen zonne-energie?

Bij netstroom reken je in 2026 met het netgemiddelde hernieuwbare aandeel van 50,5%, wat betekent dat slechts een deel van de geleverde kWh bijdraagt aan de CO2-reductieberekening. Wie op hetzelfde WOZ-object zonne-energie opwekt en dit aantoont via een Garantie van Oorsprong, mag rekenen met 100% hernieuwbare elektriciteit en daarmee de volledige fossiele referentiewaarde van 183 g CO2-eq/MJ toepassen. Dit levert per geladen kWh bijna dubbel zoveel ERE-E op, wat de business case voor eigen opwek aanzienlijk versterkt.

Hoe ontwikkelt de ERE-markt zich de komende jaren en is het slim om nu al actie te ondernemen?

De structurele verwachting is dat de vraag naar ERE’s de komende jaren fors toeneemt, omdat de sectorverplichting voor land oploopt van 14,4% in 2026 naar 27,1% in 2030. Tegelijkertijd groeit het aanbod door toenemende elektrificatie van het wagenpark. Partijen die nu capaciteit opbouwen en marktkennis vergaren, positioneren zich gunstig voor een markt die nog volop in ontwikkeling is. Wachten tot de markt volledig volwassen is, betekent mogelijk instappen tegen hogere concurrentie en lagere marges.