Waarom zijn certificeringssystemen belangrijk voor de energietransitie?
Certificeringssystemen zijn onmisbaar voor de energietransitie omdat ze meetbaar en verhandelbaar maken wat anders onzichtbaar blijft: de daadwerkelijke bijdrage van hernieuwbare energie aan de verduurzaming van transport. Ze geven bedrijven een financiële prikkel om te elektrificeren en zorgen ervoor dat overheden kunnen sturen op concrete CO2-reductiedoelen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over hoe deze systemen werken, wat ze betekenen voor uw organisatie en hoe u er als bedrijf gebruik van kunt maken.

Hoe werken certificeringssystemen binnen de energietransitie?
Certificeringssystemen binnen de energietransitie werken als een marktmechanisme: bedrijven die hernieuwbare energie leveren aan het vervoer ontvangen digitale certificaten die ze kunnen verhandelen of inleveren om aan wettelijke verplichtingen te voldoen. De overheid stelt jaarlijks oplopende doelen vast, waardoor de vraag naar certificaten structureel toeneemt en verduurzaming financieel aantrekkelijk wordt.
In Nederland is het centrale register voor deze certificaten het Register Energie voor Vervoer (REV), beheerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Bedrijven die hernieuwbare energie leveren, zoals elektriciteit via laadpalen, boeken hun leveringen in dit register in en ontvangen daarvoor certificaten. Andere bedrijven die wettelijk verplicht zijn een bepaald aandeel hernieuwbare energie te leveren, kunnen deze certificaten aankopen om aan hun verplichting te voldoen.
Het systeem is bewust ontworpen als een markt, geen subsidie. Er is geen vaste prijs per certificaat; de waarde wordt bepaald door vraag en aanbod. Historisch schommelde de prijs ruwweg tussen 7 en 19 eurocent per eenheid, met een meerjarig gemiddelde van circa 12 eurocent. Dit marktmechanisme zorgt ervoor dat de transitie kostenefficiënt verloopt en dat de financiële voordelen terechtkomen bij partijen die daadwerkelijk hernieuwbare energie leveren.
Per 1 januari 2026 is het systeem ingrijpend vernieuwd. Het oude HBE-systeem (gebaseerd op RED II) is vervangen door het ERE-systeem (gebaseerd op RED III), waarbij de sturing niet langer plaatsvindt op de hoeveelheid geleverde hernieuwbare energie, maar op de CO2-ketenemissiereductie van productie tot verbranding.
Wat zijn HBE’s en hoe worden ze gegenereerd?
Een HBE, oftewel Hernieuwbare Brandstofeenheid, is een certificaat dat staat voor 1 gigajoule (GJ) hernieuwbare energie geleverd aan de Nederlandse vervoersmarkt en ingeboekt in het REV. Het HBE-systeem was van kracht tot en met nalevingsjaar 2025; per 2026 is het vervangen door het ERE-systeem, maar de werking van HBE’s is essentieel om het nieuwe systeem te begrijpen.
HBE’s werden gegenereerd door hernieuwbare energie daadwerkelijk te leveren aan het vervoer en deze levering in te boeken in het REV. Voor elektrisch vervoer betekende dit concreet: elektriciteit geleverd via een laadpaal werd omgerekend naar gigajoules en resulteerde in een overeenkomstig aantal HBE’s. Bedrijven die elektriciteit leverden via laadpalen op hun bedrijfsterrein of bij werknemers thuis, konden zo certificaten genereren en verhandelen.
Er waren twee soorten verplichtingen gekoppeld aan het HBE-systeem: de jaarverplichting (een jaarlijks oplopend verplicht aandeel hernieuwbare energie) en de reductieverplichting (minimaal 6% CO2-reductie ten opzichte van het referentiejaar 2010). Beide verplichtingen moesten jaarlijks vóór 1 mei worden afgedekt met voldoende HBE’s. Bedrijven die zelf geen hernieuwbare energie leverden, konden HBE’s aankopen van andere marktdeelnemers.
Niet ieder bedrijf kon zelfstandig inboeken. Voor elektriciteit gold een drempel van 2 miljoen kWh per jaar: bedrijven die minder leverden, waren verplicht gebruik te maken van een inboekdienstverlener. Particulieren konden uitsluitend via zo’n dienstverlener deelnemen aan het systeem.
Wat is het verschil tussen HBE’s, GvO’s en andere energiecertificaten?
HBE’s en Garanties van Oorsprong (GvO’s) zijn beide energiecertificaten, maar ze dienen een fundamenteel ander doel. Een GvO bewijst dat een bepaalde hoeveelheid elektriciteit duurzaam is opgewekt; een HBE bewees dat die hernieuwbare energie ook daadwerkelijk is geleverd aan het vervoer. GvO’s zijn primair bedoeld voor de elektriciteitsmarkt; HBE’s waren specifiek gericht op de transportsector.
Garanties van Oorsprong (GvO’s)
Een GvO is een Europees gestandaardiseerd certificaat dat aantoont dat 1 MWh elektriciteit afkomstig is uit een hernieuwbare bron, zoals wind of zon. Energieleveranciers gebruiken GvO’s om aan consumenten en bedrijven te bewijzen dat hun “groene stroom” ook daadwerkelijk groen is. GvO’s worden verhandeld op Europese markten en zijn los verkrijgbaar van de fysieke stroom.
HBE’s en ERE’s (vervoerssector)
HBE’s en hun opvolger ERE’s zijn specifiek voor de vervoerssector. Ze bewijzen niet alleen dat energie hernieuwbaar is, maar ook dat deze energie daadwerkelijk is gebruikt voor transport in Nederland. In het nieuwe ERE-systeem gaat het bovendien niet meer om de hoeveelheid energie, maar om de CO2-ketenemissiereductie. Eén ERE staat voor 1 kg CO2-equivalente emissiereductie ten opzichte van een Europees vastgestelde fossiele referentiewaarde. Voor elektriciteit is die referentiewaarde vastgesteld op 183 g CO2-equivalent per megajoule.
GvO’s spelen ook een rol binnen het HBE- en ERE-systeem: bedrijven die 100% hernieuwbare beloning willen ontvangen voor hun ingeboekte elektriciteit, moeten een Garantie van Oorsprong niet-netlevering overboeken naar hun NEa-account. Dit is alleen mogelijk wanneer de opwek plaatsvindt op dezelfde locatie als de levering, of via een directe lijn, en zonder exploitatiesubsidie.
Waarom zijn certificeringssystemen onmisbaar voor de business case van elektrisch rijden?
Certificeringssystemen versterken de business case van elektrisch rijden direct door een financiële opbrengst te koppelen aan het laden van elektrische voertuigen. Elke kilowattuur die via een laadpaal wordt geleverd, kan resulteren in verhandelbare certificaten. Dit verlaagt de terugverdientijd van laadinfrastructuur aanzienlijk en maakt de overstap naar elektrisch vervoer financieel haalbaarder.
Zonder certificeringssystemen zou de verduurzaming van transport volledig afhangen van reguliere subsidies of de intrinsieke motivatie van bedrijven. Het marktmechanisme zorgt ervoor dat de financiële voordelen structureel zijn en niet afhangen van wisselend overheidsbeleid. Bedrijven die vroeg investeren in laadinfrastructuur profiteren bovendien van de huidige marktomstandigheden, terwijl de verplichtingen voor brandstofleveranciers jaarlijks oplopen.
Voor organisaties met een groeiend elektrisch wagenpark is de opbrengst uit certificaten een concrete manier om de totale eigendomskosten (TCO) te verlagen. De combinatie van lagere brandstofkosten, verminderd onderhoud en inkomsten uit certificaatverkoop maakt elektrisch rijden in veel gevallen al op korte termijn financieel aantrekkelijker dan conventioneel rijden. Meer informatie over hoe u hier als bedrijf gebruik van kunt maken, vindt u op de ERE-inboekdienst pagina.
Welke organisaties zijn verplicht mee te doen aan het HBE-systeem?
Verplichte deelnemers aan het HBE-systeem waren uitsluitend brandstofleveranciers die benzine, diesel of zware stookolie leverden aan de Nederlandse vervoersmarkt. Zij waren wettelijk verplicht jaarlijks een bepaald aandeel hernieuwbare energie te verantwoorden via HBE’s. Andere organisaties, zoals bedrijven met laadpalen, namen vrijwillig deel om HBE’s te genereren en te verhandelen.
In het nieuwe ERE-systeem (vanaf 2026) geldt dezelfde logica: brandstofleveranciers boven een bepaalde drempelwaarde zijn verplichte deelnemers, terwijl bedrijven die elektriciteit leveren aan het vervoer vrijwillig kunnen inboeken om ERE’s te genereren. De drempel voor verplichte deelname aan de jaarverplichting lag bij een levering van minimaal 500.000 liter tot eindverbruik per kalenderjaar; voor de reductieverplichting gold dezelfde grens.
Voor het zelfstandig inboeken van elektriciteit geldt een drempel van 2 miljoen kWh per jaar, zowel in het oude als in het nieuwe systeem. Bedrijven die minder leveren, moeten samenwerken met een geregistreerde inboekdienstverlener. Begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners bij de NEa geregistreerd. Particulieren, zoals werknemers die thuis laden, kunnen uitsluitend via zo’n dienstverlener deelnemen en machtigen daarvoor precies één inboekdienstverlener per kalenderjaar.
Hoe vraag je als bedrijf HBE’s aan en wat komt daarbij kijken?
Als bedrijf vraag je geen HBE’s aan in de traditionele zin; je genereert ze door hernieuwbare energie te leveren aan het vervoer en deze levering in te boeken in het REV. Het proces bestaat uit een aantal concrete stappen: registratie bij de NEa, meting van de geleverde elektriciteit via een MID-gecertificeerde meter, inboeking van de geleverde hoeveelheden en jaarlijkse verificatie door een geaccrediteerde, onafhankelijke verificateur.
De verificatie is een wettelijke vereiste: inboekers zijn verplicht jaarlijks een inboekverificatie te laten uitvoeren, met indiening van de verificatieverklaring vóór 1 april. Ontbreekt deze verklaring, dan gaat de NEa over tot ambtshalve vaststelling. De NEa kan dit tot vijf jaar na het betreffende kalenderjaar corrigeren.
Voor de meting gelden strikte eisen. Vanaf 2026 moet de meter zich in de laadpaal bevinden en MID-gecertificeerd zijn conform de Metrologiewet, of er moet een exclusief bemeterd allocatiepunt zijn. Voor bestaande situaties met een MID-meter buiten de laadpaal geldt een overgangsperiode in 2026; per 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan. Dit maakt het belangrijk om bij de aanschaf van nieuwe laadpalen direct te controleren of de apparatuur aan deze eisen voldoet.
Bedrijven die minder dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, zijn aangewezen op een inboekdienstverlener. Deze dienstverlener neemt het volledige administratieve proces over, van registratie en meting tot verificatie en inboeking. De marktbrede commissie die dienstverleners rekenen, ligt doorgaans tussen de 15 en 25% van de certificaatopbrengst, maar de exacte vergoeding is contractueel en marktafhankelijk.
Hoe helpt NXT Mobility bij HBE-certificering en de ERE-inboekdienst?
Wij begrijpen als geen ander hoe complex de regelgeving rondom energiecertificaten voor de transportsector is. Als onderdeel van GP Groot, van origine een gerenommeerde transporteur, combineren we diepgaande kennis van het vervoer met gespecialiseerde expertise in het HBE- en ERE-systeem. Wij ontzorgen organisaties volledig in dit traject, van de eerste oriëntatie tot de jaarlijkse verificatie en certificaatverkoop.
Wat wij voor uw organisatie doen:
- Volledige administratieve ontzorging rondom het inboeken van elektriciteit in het REV, inclusief registratie bij de NEa en jaarlijkse verificatie
- Advies over de juiste meetinfrastructuur, zodat uw laadpalen voldoen aan de MID-certificeringseisen die per 2027 verplicht zijn
- Maximalisatie van de certificaatopbrengst door slimme inboekstrategieën, inclusief het gebruik van Garanties van Oorsprong voor 100% hernieuwbare beloning waar mogelijk
- Transparante financiële rapportage zodat u exact weet wat uw laadinfrastructuur oplevert aan ERE-inkomsten
- Begeleiding bij de overgang van HBE naar ERE, inclusief uitleg over de omrekenregel en de nieuwe sectorstructuur
- Koppeling met onze laadoplossingen, zodat techniek en certificering naadloos op elkaar aansluiten
De diensten van NXT Mobility zijn volledig gericht op het ontzorgen van uw organisatie bij de elektrificatie van uw wagenpark, inclusief alles wat daarbij komt kijken op het gebied van certificeringssystemen. Wilt u weten wat de energietransitie financieel voor uw organisatie kan opleveren? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek.