Waarom verandert de naam van HBE naar ERE?

De naam HBE verandert naar ERE omdat het onderliggende Europese systeem is vernieuwd. Waar HBE stond voor Hernieuwbare Brandstof Eenheden en was gebaseerd op de hoeveelheid hernieuwbare energie in gigajoules, meet het nieuwe ERE-systeem de daadwerkelijke CO2-ketenemissiereductie van brandstoffen. De naam weerspiegelt die fundamentele verschuiving. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de overgang van HBE naar ERE.

Wat betekent de afkorting ERE precies?

ERE staat voor Emissiereductie-eenheid. Een ERE vertegenwoordigt een vastgestelde hoeveelheid CO2-ketenemissiereductie die wordt gerealiseerd door het gebruik van hernieuwbare energie in het vervoer. Waar een HBE nog stond voor één gigajoule geleverde hernieuwbare energie, drukt een ERE dus directe klimaatwinst uit in plaats van een energiehoeveelheid.

Het systeem kent zes typen ERE’s, elk voor een andere energiebron of brandstofcategorie:

  • ERE-G (geavanceerd): voor biobrandstoffen uit afval en residuen
  • ERE-C (conventioneel): voor biobrandstoffen uit landbouw- en energiegewassen
  • ERE-B (bijlage IXb): voor onder andere gebruikt frituurvet en dierlijk vet
  • ERE-O (overig): voor overige hernieuwbare brandstoffen
  • ERE-R (RFNBO): voor hernieuwbare waterstof en e-fuels
  • ERE-E (elektriciteit): voor elektriciteit geleverd aan het vervoer

Naast de soort ERE geldt ook een sectorcode: LRE staat voor de sector land, BRE voor binnenvaart en ZRE voor zeevaart. Die combinatie van type en sector bepaalt precies waar een ERE kan worden ingezet. ERE’s worden geregistreerd in het Register Energie voor Vervoer (REV), beheerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).

Waarom is de naam HBE veranderd naar ERE?

De naamswijziging van HBE naar ERE volgt uit een fundamentele herziening van de Europese Renewable Energy Directive. Per 1 januari 2026 vervangt de nieuwe Richtlijn RED III de eerdere RED II. Nederland heeft deze richtlijn omgezet in nationale wetgeving via wetsvoorstel 36.766, dat op 31 maart 2026 door de Eerste Kamer is aangenomen en is gepubliceerd als Staatsblad 2026, nr. 83.

De kern van de verandering zit in de meeteenheid. Het oude HBE-systeem stuurde op de hoeveelheid hernieuwbare energie, uitgedrukt in gigajoules. Het nieuwe ERE-systeem stuurt op de CO2-ketenemissiereductie van brandstoffen, gemeten over de volledige keten van productie tot verbranding. Die verschuiving maakt de naam Hernieuwbare Brandstof Eenheid inhoudelijk onjuist, want het gaat niet meer om brandstof of energiehoeveelheid, maar om daadwerkelijke emissiereductie. De naam Emissiereductie-eenheid beschrijft het nieuwe systeem dan ook veel nauwkeuriger.

Een tweede belangrijke reden voor de systeemwijziging is de introductie van sectorsturing. In het HBE-systeem konden eenheden uit de scheepvaartsector de markt voor wegvervoer beïnvloeden, wat leidde tot prijsdruk. Onder het ERE-systeem zijn eenheden in beginsel alleen inzetbaar binnen de sector waarin ze zijn gegenereerd. Dit beschermt de waarde van ERE’s voor wegvervoer tegen grote volumes vanuit andere sectoren.

Verandert er inhoudelijk iets voor bedrijven die HBE’s verhandelden?

Ja, er verandert inhoudelijk het nodige. De overgang van HBE naar ERE is meer dan een naamswijziging: de berekeningsgrondslag, de sectorindeling en de handelsregels zijn allemaal herzien. Bedrijven die actief waren in de HBE-markt moeten zich vertrouwd maken met een nieuw systeem van verplichtingen en deadlines.

De meest opvallende veranderingen voor verplichtinghouders en inboekers zijn:

  • Nieuwe berekeningsgrondslag: ERE’s worden berekend op basis van CO2-ketenemissiereductie, niet langer op gigajoules hernieuwbare energie.
  • Sectorsturing: ERE’s zijn in beginsel alleen inzetbaar binnen de sector waarin ze zijn gegenereerd. ERE-E (elektriciteit) kan uitsluitend worden ingezet in de sector van herkomst.
  • Nieuwe deadlines: Brandstofleveringen registreren voor 1 maart, voldoende ERE’s op rekening voor 1 april (jaarafsluiting), en verificatie geregistreerd voor 1 mei. Deze deadlines gelden voor het eerst in 2027, over de leveringen van 2026.
  • Spaarlimiet: Een saldo tot 45.000 ERE’s kan altijd worden gespaard. Daarboven gelden percentagelimieten: inboekers mogen maximaal 4% van de in het afgelopen jaar bijgeschreven ERE’s sparen, verplichtinghouders maximaal 10% van hun verplichting. ERE’s boven de spaarlimiet vervallen automatisch op 1 april.
  • Oplopende sectorpercentages: Voor de sector land geldt in 2026 een CO2-ketenemissiereductieverplichting van 14,4%, oplopend naar 27,1% in 2030.

Belangrijk voorbehoud: hoewel de wet op 31 maart 2026 is aangenomen, kunnen uitvoeringsdetails in de Regeling energie vervoer nog wijzigen. Het is verstandig de actuele pagina’s van de NEa te raadplegen voor de meest recente informatie.

Hoe worden ERE’s gegenereerd bij elektrisch rijden?

ERE’s bij elektrisch rijden worden gegenereerd door de geleverde elektriciteit voor vervoer in te boeken in het Register Energie voor Vervoer via een erkende inboekdienstverlener. De berekening is gebaseerd op het hernieuwbare aandeel van de geleverde stroom en een vaste emissiefactor.

De berekening voor netstroom in 2026 werkt als volgt:

Aantal ERE-E = levering (kWh) x 0,505 x 183 (g/MJ) x 3,6 (MJ/kWh) / 1.000

De factor 0,505 staat voor het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel in 2026, gebaseerd op het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit twee jaar eerder (dus het aandeel in 2024). Een rekenvoorbeeld van de NEa: 2.000 kWh netstroom in 2026 levert 2.000 x 0,505 x 183 x 3,6 / 1.000 = 666 ERE-E op.

Wie 100% hernieuwbare stroom kan aantonen, mag rekenen zonder de factor 0,505. Dit is mogelijk bij opwek op dezelfde leveringslocatie of via een directe lijn van opwek naar leverlocatie, in combinatie met een Garantie van Oorsprong zonder exploitatiesubsidie.

Voor particulieren die thuis laden gelden aanvullende regels. Zij kunnen uitsluitend deelnemen via een inboekdienstverlener en krijgen altijd het netgemiddelde (50,5% in 2026) toegepast, ook als ze zonnepanelen hebben. Eigen opwek is voor particulieren namelijk niet aantoonbaar binnen het systeem. Een machtiging aan een inboekdienstverlener geldt voor minimaal één heel kalenderjaar; overstappen naar een andere aanbieder is pas mogelijk vanaf het volgende kalenderjaar. Onze ERE-inboekdienst helpt zowel bedrijven als particulieren bij dit proces.

Wat zijn ERE’s waard en hoe worden ze verhandeld?

ERE’s hebben geen vaste prijs: het is een marktsysteem waarbij vraag en aanbod de prijs bepalen. Historisch schommelde de HBE- en ERE-prijs ruwweg tussen circa 0,07 en 0,19 euro per eenheid, met een driejarig gemiddelde van circa 0,12 euro. Marktanalisten verwachten dat de sectorsturing de waarde van ERE-E in de sector land kan verhogen, maar dit blijft een prognose.

De handel in ERE’s werkt via twee routes. Bedrijven met een jaarverplichting, zoals grote brandstofleveranciers, zijn verplicht jaarlijks voldoende ERE’s in te leveren. Inboekers, zoals bedrijven die elektriciteit leveren aan het vervoer, genereren ERE’s en kunnen deze verkopen aan verplichtinghouders. Die marktstructuur zorgt voor een prijsprikkel: hoe hoger de verplichting, hoe meer vraag naar ERE’s en hoe hoger de potentiële opbrengst voor inboekers.

Voor bedrijven met elektrische voertuigen is dit relevant omdat de opbrengsten uit ERE’s de business case voor elektrisch rijden kunnen versterken. De inboeker draagt doorgaans een commissie af van ruwweg 15 tot 25% van de opbrengst; de exacte vergoeding is contractueel en marktafhankelijk.

Het is daarbij goed om te onthouden dat ERE’s geen subsidie zijn. Er is geen gegarandeerde opbrengst per kilowattuur of per ERE, en de marktprijs kan fluctueren. Raadpleeg altijd actuele marktinformatie en de NEa-sectorpagina’s voor de meest recente prijsindicaties en regelgeving.

Hoe NXT Mobility helpt bij de overgang van HBE naar ERE

De overgang van HBE naar ERE brengt nieuwe kansen, maar ook nieuwe complexiteit. Wij begeleiden organisaties van begin tot eind in dit proces, zodat zij optimaal profiteren van de financiële mogelijkheden die het ERE-systeem biedt. Concreet helpen wij met:

  • ERE-inboekdienst: Wij verzorgen de volledige administratie en inboeking van elektriciteit voor vervoer in het REV, inclusief machtigingsbeheer en verificatie.
  • Financieel advies: Wij berekenen wat de ERE-opbrengsten betekenen voor de business case van jouw wagenpark en elektrische laadinfrastructuur.
  • Laadoplossingen: Van thuisladers voor werknemers tot bedrijfslaadpleinen, wij leveren en installeren de laadinfrastructuur die de basis vormt voor ERE-generatie.
  • Volledige ontzorging: Van advies en subsidieaanvragen tot installatie, beheer en administratieve afwikkeling, inclusief de HBE- en ERE-gerelateerde regelgeving.

Wil je weten wat de overgang van HBE naar ERE concreet betekent voor jouw organisatie? Bekijk onze diensten of neem direct contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek.