Waarom verandert de HBE-regeling naar de ERE-regeling?
De HBE-regeling wordt vervangen door de ERE-regeling omdat de Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED III) nieuwe eisen stelt aan hoe landen de verduurzaming van vervoer meten en registreren. Nederland heeft ervoor gekozen om het bestaande systeem grondig te herzien, zodat het beter aansluit op die Europese verplichtingen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over deze overgang.

Wat verandert er concreet met de overgang van HBE naar ERE?
De overgang van HBE naar ERE betekent dat het systeem van Hernieuwbare Brandstof Eenheden wordt vervangen door Energie-eenheden Registratie voor Elektriciteit, met een nieuwe naam, een nieuwe berekeningswijze en een bredere reikwijdte. Vanaf 1 januari 2026 geldt het nieuwe Register Energie voor Vervoer (REV), beheerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). De kern van het systeem blijft hetzelfde: bedrijven die hernieuwbare energie leveren voor vervoer, kunnen eenheden inboeken en verhandelen.
Toch zijn er een aantal concrete veranderingen die je als organisatie goed moet kennen:
- Nieuwe naam en eenheid: HBE-Overig (de categorie voor elektriciteit en hernieuwbare waterstof) heet voortaan ERE. De afkorting staat voor Energie-eenheden Registratie voor Elektriciteit (ERE-E) of voor waterstof (ERE-H).
- Nieuwe berekeningsformule: Voor netstroom in 2026 geldt: aantal ERE-E = levering (kWh) x 0,505 x 183 (g/MJ) x 3,6 (MJ/kWh) gedeeld door 1.000. Het netgemiddelde hernieuwbare aandeel voor 2026 bedraagt 50,5%, gebaseerd op het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit uit 2024.
- MID-gecertificeerde meter verplicht: Vanaf 2026 moet de meter zich in de laadpaal bevinden en MID-gecertificeerd zijn. Voor bestaande situaties geldt een overgangsperiode in 2026; per 1 januari 2027 is een meter buiten de laadpaal niet meer toegestaan.
- Mobiele machines inboekbaar: Vanaf 2026 kunnen ook mobiele bouwmachines in de sector landbouw worden ingeschreven.
- Luchtvaart valt weg: Elektriciteit voor luchtvaart is niet langer inboekbaar vanaf 2026.
- Nieuwe jaarlijkse deadlines: Brandstofleveringen registreren voor 1 maart, voldoende ERE’s op rekening voor 1 april en verificatie geregistreerd voor 1 mei. Deze deadlines gelden voor het eerst in 2027 over de leveringen van 2026.
De vertrouwde logica van inboeken, sparen en verhandelen blijft bestaan, maar de technische uitvoering en de wettelijke grondslag zijn ingrijpend vernieuwd.
Waarom heeft de overheid besloten de HBE-regeling te vervangen?
De overheid vervangt de HBE-regeling door de ERE-regeling omdat RED III, de derde Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie (Richtlijn (EU) 2023/2413), nieuwe verplichtingen oplegt aan lidstaten voor de periode tot en met 2030. Nederland is verplicht deze richtlijn in nationale wetgeving om te zetten, wat heeft geleid tot een herziening van de Wet milieubeheer en het Besluit energie vervoer, dat per 1 januari 2026 in werking is getreden.
Er zijn drie onderliggende redenen voor de beleidswijziging:
Aansluiting op Europese klimaatdoelen
RED III maakt deel uit van het “Fit for 55”-pakket, waarmee de EU de uitstoot van broeikasgassen met 55% wil verminderen ten opzichte van 1990. Nederland heeft gekozen voor het 14,5% ketenemissiereductiedoel voor vervoer, in plaats van het alternatief van 29% energieaandeel. De ERE-regeling is de nationale vertaling van die keuze: het systeem stuurt op CO2-reductie in de keten, niet alleen op het aandeel hernieuwbare energie.
Meer technologieneutraliteit en eerlijkheid
Het oude HBE-systeem kende complexe categorieën (HBE-G, HBE-C, HBE-B en HBE-O) met uiteenlopende dubbeltellingen en subdoelen. De nieuwe opzet is overzichtelijker en geeft meer gelijke behandeling aan verschillende hernieuwbare energiebronnen, waaronder elektriciteit, hernieuwbare waterstof en zogenaamde RFNBO’s (hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong). Zo wordt de business case voor elektrisch rijden en groene waterstof structureel versterkt.
Wat betekent de ERE-regeling voor bedrijven met elektrische voertuigen?
Voor bedrijven met elektrische voertuigen betekent de ERE-regeling dat zij via het inboeken van opgeladen elektriciteit ERE’s kunnen genereren en verhandelen, wat een directe financiële opbrengst oplevert. Dit mechanisme bestond al onder de HBE-regeling, maar is nu wettelijk steviger verankerd en technisch preciezer uitgewerkt. De business case voor elektrisch rijden wordt er daadwerkelijk sterker door.
Concreet zijn er een paar situaties die voor zakelijke rijders en wagenparkbeheerders relevant zijn:
Thuisladen via een inboekdienstverlener
Particulieren, waaronder werknemers die thuis laden met een zakelijke leaseauto, kunnen uitsluitend deelnemen via een inboekdienstverlener. Zij mogen niet zelfstandig inboeken. Vereisten zijn een aansluiting conform de Energiewet, registratie als eigenaar in het Centraal Aansluitingenregister en een machtiging aan precies één inboekdienstverlener. Voor thuisladers geldt altijd het netgemiddelde (50,5% in 2026) als hernieuwbaar aandeel, ook bij aanwezige zonnepanelen. De marktbrede afdracht (commissie) aan de inboekdienstverlener ligt ruwweg tussen de 15 en 25%.
Zakelijk laden op bedrijfslocaties
Bedrijven die jaarlijks minimaal 2 miljoen kWh aan elektriciteit voor vervoer leveren, mogen zelfstandig inboeken als zelfstandige leverancier. Bedrijven onder die drempel boeken in via een inboekdienstverlener. Wie laadt met 100% hernieuwbare stroom die op dezelfde locatie wordt opgewekt, kan aanspraak maken op een hogere ERE-opbrengst. Dat vereist een Garantie van Oorsprong die wordt overgeboekt naar het NEa-account, zonder dat er exploitatiesubsidie op de opwek rust.
Een praktisch rekenvoorbeeld van de NEa illustreert de schaal: 2.000 kWh netstroom in 2026 levert 666 ERE-E op. Bij een groter wagenpark of een laadplein met meerdere palen loopt dit snel op tot een substantieel bedrag.
Wanneer gaat de ERE-regeling precies in?
De ERE-regeling is officieel ingegaan op 1 januari 2026. Vanaf die datum vervangt het Besluit energie vervoer de oude regelgeving volledig. Tegelijk is de Energiewet per 1 januari 2026 in werking getreden als opvolger van de Elektriciteitswet 1998, wat ook gevolgen heeft voor wie als inboeker mag optreden: alleen de “aangeslotene in de zin van de Energiewet” kan inboeker zijn.
Er zijn wel overgangsbepalingen voor bestaande situaties. Wie een MID-meter buiten de laadpaal heeft, mag die in 2026 nog gebruiken, maar per 1 januari 2027 is dat niet meer toegestaan. Organisaties die nu nog onder het oude systeem werken, hebben dus dit jaar de tijd om hun meetinfrastructuur op orde te brengen.
De eerste verplichte handelingen onder het nieuwe systeem gelden over de leveringen van 2026 en kennen de volgende deadlines in 2027:
- Brandstofleveringen registreren: voor 1 maart 2027
- Voldoende ERE’s op rekening: voor 1 april 2027
- Verificatie geregistreerd: voor 1 mei 2027
Begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners bij de NEa geregistreerd. Een machtiging aan een inboekdienstverlener geldt voor minimaal één heel kalenderjaar; overstappen naar een andere aanbieder is pas mogelijk vanaf het volgende kalenderjaar.
Hoe kunnen organisaties zich voorbereiden op de ERE-regeling?
Organisaties kunnen zich het beste voorbereiden op de ERE-regeling door hun laadinfrastructuur te controleren op MID-certificering, een betrouwbare inboekdienstverlener te selecteren en inzicht te krijgen in de ERE-opbrengsten die hun wagenpark kan genereren. Wie nu actie onderneemt, voorkomt dat ERE’s onnodig verloren gaan en versterkt de financiële business case voor elektrisch rijden.
Een praktische voorbereiding bestaat uit de volgende stappen:
- Controleer uw laadpalen: Zijn de meters MID-gecertificeerd en bevinden ze zich in de laadpaal zelf? Zo niet, plan dan vervanging of aanpassing voor eind 2026.
- Kies een inboekdienstverlener: Vergelijk aanbieders op commissiepercentage (15 tot 25%), service en betrouwbaarheid. Let op: een machtiging geldt voor minimaal één jaar.
- Inventariseer uw laadvolume: Hoe meer kWh u laadt, hoe meer ERE’s u kunt genereren. Maak een inschatting van de jaarlijkse opbrengst op basis van uw wagenpark.
- Overweeg 100% hernieuwbare opwek: Als u zonnepanelen heeft op dezelfde locatie als uw laadpalen, kan een Garantie van Oorsprong de ERE-opbrengst verhogen.
- Bereid uw administratie voor: Zorg dat uw registraties op orde zijn voor de deadlines in 2027. De NEa kan bij ontbrekende verificatie overgaan tot ambtshalve vaststelling.
- Betrek uw werknemers: Informeer medewerkers met een elektrische leaseauto over de mogelijkheid om thuisladen via een inboekdienstverlener te laten registreren.
Hoe NXT Mobility u helpt met de overgang naar ERE
De overgang van HBE naar ERE brengt nieuwe technische, administratieve en financiële vraagstukken met zich mee. Precies daar helpen wij als NXT Mobility u bij. We begeleiden organisaties door de volledige ERE-regeling, van het controleren van uw laadinfrastructuur tot het maximaliseren van uw ERE-opbrengsten. Onze dienstverlening omvat:
- Onafhankelijk advies over uw huidige laadinfrastructuur en MID-certificering
- Inboekdienstverlening voor elektriciteit, zowel voor bedrijfslocaties als voor thuisladers
- Begeleiding bij het aanvragen van Garanties van Oorsprong voor 100% hernieuwbare opwek
- Volledige ontzorging van de administratie, verificatie en rapportage richting de NEa
- Strategisch wagenparkadvies om de business case voor elektrisch rijden inzichtelijk te maken
Of u nu een kleine vloot heeft of een groot bedrijfslaadplein beheert: wij zorgen dat u niets mist en optimaal profiteert van de ERE-regeling. Bekijk onze ERE inboekdienst voor meer informatie, of ontdek ons volledige aanbod aan diensten. Wilt u weten wat de ERE-regeling concreet oplevert voor uw organisatie? Neem contact met ons op voor een gratis adviesgesprek.