Waarom hebben ERE-certificaten een marktwaarde?
ERE-certificaten hebben marktwaarde omdat ze verhandelbaar zijn tussen bedrijven die hernieuwbare energie leveren aan de vervoerssector en bedrijven die wettelijk verplicht zijn hun CO2-uitstoot te reduceren. De waarde wordt bepaald door vraag en aanbod: hoe hoger de wettelijke reductieverplichting, hoe groter de vraag naar ERE’s en hoe meer een certificaat waard is. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over hoe ERE-certificaten worden gegenereerd, verhandeld en wat ze concreet opleveren voor zakelijke wagenparkbeheerders.

Hoe worden ERE-certificaten gegenereerd?
ERE-certificaten worden gegenereerd door hernieuwbare energie te leveren aan de vervoerssector en die levering in te boeken in het Register Energie voor Vervoer (REV), beheerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Per 1 januari 2026 geldt het nieuwe ERE-systeem, waarbij één ERE staat voor één kilogram CO2-equivalente emissiereductie ten opzichte van een Europese fossiele referentiewaarde.
Voor elektrisch rijden is de berekening concreet: de hoeveelheid ERE’s die een lading elektriciteit oplevert, hangt af van het hernieuwbare aandeel in het Nederlandse stroomnet. Voor 2026 bedraagt dat aandeel 50,5%, gebaseerd op het daadwerkelijke hernieuwbare aandeel van twee jaar eerder (2024). De rekenmethode voor netstroom ziet er als volgt uit:
- Aantal ERE-E = geleverde kWh x 0,505 x 183 (g/MJ) x 3,6 (MJ/kWh) / 1.000
- Voorbeeld: 2.000 kWh netstroom levert 2.000 x 0,505 x 183 x 3,6 / 1.000 = circa 666 ERE-E op
- Bij 100% aantoonbaar hernieuwbare stroom (via Garantie van Oorsprong zonder exploitatiesubsidie) vervalt de factor 0,505 en wordt de volledige 183 g/MJ beloond
Bedrijven die meer dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, mogen zelfstandig inboeken bij de NEa. Kleinere leveranciers en particulieren met een thuislader boeken in via een erkende inboekdienstverlener. Particulieren ontvangen altijd het netgemiddelde als hernieuwbaar aandeel, ook als ze zonnepanelen hebben, omdat eigen opwek voor thuisladers niet aantoonbaar is in het systeem. Begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners geregistreerd bij de NEa.
Wie koopt ERE-certificaten en waarom?
ERE-certificaten worden gekocht door brandstofleveranciers die benzine, diesel of zware stookolie leveren aan de vervoersmarkt. Deze bedrijven hebben een wettelijke verplichting: de zogeheten CO2-ketenemissiereductieverplichting. Om aan die verplichting te voldoen, moeten ze jaarlijks voldoende ERE’s inleveren bij de NEa. Als ze niet genoeg eigen hernieuwbare energie leveren, kopen ze ERE’s van andere marktdeelnemers.
De verplichting stijgt fors in de komende jaren. Voor de sector land bedraagt de reductieverplichting in 2026 al 14,4% en loopt die op naar 27,1% in 2030. Dit betekent dat de vraag naar ERE’s structureel toeneemt, wat de marktwaarde van certificaten ondersteunt. Bedrijven die nu investeren in het genereren van ERE’s, profiteren van een groeiende kopersmarkt.
Naast de wettelijk verplichte kopers zijn er ook partijen die vrijwillig ERE’s aankopen om duurzaamheidsdoelstellingen te onderbouwen of om in te spelen op toekomstige verplichtingen. Het systeem maakt het voor beide groepen eenvoudig om ERE’s te verwerven via de markt, zonder zelf hernieuwbare energie te hoeven leveren.
Wat bepaalt de prijs van ERE-certificaten?
De prijs van ERE-certificaten wordt bepaald door de verhouding tussen het totale aanbod van ERE’s op de markt en de wettelijke vraag vanuit verplichte deelnemers. Hoe hoger de reductieverplichting en hoe kleiner het aanbod, hoe hoger de marktprijs. Daarnaast spelen het type ERE, de sector van herkomst en specifieke subdoelen een belangrijke rol in de prijsvorming.
Sectorsturing beperkt aanbod en vraag per markt
Een belangrijk verschil met het oude HBE-systeem is de sectorsturing. ERE’s zijn in principe alleen inzetbaar binnen de sector waarin ze zijn gegenereerd. ERE’s uit de landsector (wegvervoer, spoor, mobiele machines) kunnen uitsluitend worden gebruikt voor de landverplichting. Dit voorkomt dat grote volumes uit de scheepvaart de prijs in het wegvervoer drukken, wat in het HBE-systeem wel een probleem was. Door deze afscherming van marktsegmenten is de prijsvorming stabieler en beter voorspelbaar per sector.
Soort ERE beïnvloedt de waarde
Het systeem kent zes typen ERE’s: geavanceerd (ERE-G), conventioneel (ERE-C), bijlage IXb (ERE-B), overig (ERE-O), RFNBO zoals hernieuwbare waterstof en e-fuels (ERE-R) en elektriciteit (ERE-E). ERE-E, gegenereerd via elektrisch laden, is uitsluitend inzetbaar in de sector van herkomst. ERE-R is specifiek bedoeld voor het RFNBO-subdoel en kan niet worden vervangen door andere typen. Schaarse typen die nodig zijn voor specifieke subdoelen hebben doorgaans een hogere marktwaarde dan generieke certificaten.
Hoe kunnen bedrijven ERE-certificaten verhandelen?
Bedrijven kunnen ERE-certificaten verhandelen via het Register Energie voor Vervoer (REV), het centrale registratiesysteem van de NEa. Wie ERE’s heeft gegenereerd en ingeboekt, kan deze overdragen aan andere marktdeelnemers. De overdracht vindt digitaal plaats binnen het register, waarna de koper de ERE’s op zijn eigen rekening heeft staan en ze kan inzetten voor zijn nalevingsverplichting.
Voor bedrijven die minder dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, verloopt het inboeken en verhandelen via een inboekdienstverlener. Die dienstverlener regelt de registratie, verificatie en overdracht namens het bedrijf. De inboekdienstverlener rekent hiervoor een commissie, die marktbreed ruwweg tussen de 15 en 25% van de opbrengst ligt. De exacte vergoeding is contractueel bepaald en verschilt per aanbieder.
Er zijn drie vaste jaarlijkse deadlines waaraan deelnemers zich moeten houden:
- Brandstofleveringen registreren vóór 1 maart
- Voldoende ERE’s op rekening hebben vóór 1 april (jaarafsluiting)
- Verificatie ingediend hebben vóór 1 mei
Deze deadlines gelden voor het eerst in 2027, over de leveringen van 2026. Bedrijven die voor het eerst willen deelnemen, doen er verstandig aan tijdig een inboekdienstverlener te kiezen. Een machtiging geldt namelijk voor minimaal één heel kalenderjaar; overstappen naar een andere aanbieder is pas mogelijk vanaf het volgende kalenderjaar.
Wat is het verschil tussen ERE-certificaten en HBE’s?
Het fundamentele verschil tussen ERE-certificaten en HBE’s zit in de meeteenheid. Een HBE vertegenwoordigde één gigajoule (GJ) hernieuwbare energie geleverd aan de vervoersmarkt. Een ERE staat voor één kilogram CO2-equivalente emissiereductie in de keten ten opzichte van een fossiele referentiewaarde. De sturing verschuift dus van energie-inhoud naar klimaatimpact.
Bij de overgang van het HBE-systeem naar het ERE-systeem per 1 mei 2026 zijn bestaande HBE’s omgezet naar ERE’s met de omrekenregel: 1 HBE = 46 ERE. Het soort certificaat (geavanceerd, conventioneel, bijlage IXb, overig) bleef daarbij behouden. Er vond geen omzetting plaats naar ERE-R of ERE-E.
Een ander wezenlijk verschil is de sectorsturing. Het HBE-systeem kende geen strikte scheiding tussen sectoren, waardoor grote volumes uit de scheepvaart de marktprijs voor wegvervoer konden beïnvloeden. Het ERE-systeem corrigeert dit door ERE’s te koppelen aan de sector waarin ze zijn gegenereerd. Dit maakt de markt voor zakelijk wegvervoer stabieler en transparanter. Bovendien introduceert het ERE-systeem het RFNBO-subdoel voor hernieuwbare waterstof en e-fuels, een categorie die onder het HBE-systeem niet apart werd gestuurd.
Hoeveel zijn ERE-certificaten waard voor een zakelijk wagenpark?
De financiële opbrengst van ERE-certificaten voor een zakelijk wagenpark hangt af van het aantal elektrische voertuigen, de jaarlijkse laadvolumes en de actuele marktprijs per ERE. Als indicatie: een elektrische personenauto die jaarlijks circa 15.000 kilometer rijdt, verbruikt ruwweg 3.000 tot 4.000 kWh. Met het netgemiddelde van 50,5% levert dat bij benadering 1.000 tot 1.300 ERE-E per voertuig per jaar op.
Voor een wagenpark van tien elektrische voertuigen kan dit optellen tot meer dan 10.000 ERE’s per jaar. De werkelijke waarde in euro’s is afhankelijk van de marktprijs, die fluctueert op basis van vraag en aanbod. De stijgende reductieverplichting, van 14,4% in 2026 naar 27,1% in 2030 voor de landsector, geeft structureel opwaartse druk op de vraag naar ERE’s en daarmee op de prijs.
Naast de directe verkoopopbrengst versterken ERE’s de totale business case voor elektrificatie. De opbrengst verlaagt effectief de totale eigendomskosten (TCO) van het elektrische wagenpark, waardoor de overstap naar emissievrij vervoer financieel aantrekkelijker wordt. Hoe meer voertuigen er worden geladen en hoe hoger het hernieuwbare aandeel van de gebruikte stroom, hoe groter de opbrengst. Bedrijven die zelf 100% hernieuwbare stroom kunnen aantonen via een Garantie van Oorsprong, zonder exploitatiesubsidie, genereren significant meer ERE’s per geladen kWh dan bedrijven die op het netgemiddelde terugvallen.
Hoe NXT Mobility helpt met ERE-certificaten
Wij begrijpen als geen ander hoe complex het ERE-systeem in de praktijk kan zijn. Als totaalpartner voor duurzame mobiliteit ontzorgen wij zakelijke organisaties volledig bij het genereren, inboeken en verhandelen van ERE-certificaten. Onze aanpak is concreet en afgestemd op uw specifieke situatie:
- Inboekdienstverlening: Via onze ERE-inboekdienst regelen wij de registratie, verificatie en overdracht van uw ERE-certificaten van begin tot eind.
- Wagenparkanalyse: Wij berekenen hoeveel ERE’s uw huidige of geplande elektrische wagenpark kan genereren en wat dit concreet oplevert in de business case.
- Laadinfrastructuur: Van thuisladers voor medewerkers tot slimme laadpleinen op uw bedrijfslocatie: wij installeren de laadoplossingen die uw ERE-opbrengst maximaliseren.
- Financieel overzicht: Wij combineren ERE-opbrengsten met subsidie-advies en TCO-berekeningen, zodat u een helder beeld heeft van de totale financiële impact van elektrificatie.
- Administratieve ontzorging: Wij bewaken de wettelijke deadlines, regelen de jaarlijkse verificatie en zorgen dat u altijd compliant bent met de NEa-regelgeving.
Wilt u weten wat ERE-certificaten concreet kunnen opleveren voor uw organisatie? Bekijk ons volledige aanbod via onze diensten pagina of neem direct contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek.