Waarom blijft de term HBE nog veel gebruikt?

De term HBE blijft veel gebruikt omdat hij jarenlang de standaard was in Nederland voor het registreren en verhandelen van hernieuwbare energie voor vervoer. Hoewel het HBE-systeem per 1 januari 2026 officieel is vervangen door het ERE-systeem, is de afkorting zo diep verankerd in de sector dat professionals, transporteurs en energiebedrijven hem nog altijd gebruiken als informele aanduiding. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over HBE’s: waar de term vandaan komt, hoe hij zich verhoudt tot andere certificaten, hoe elektrisch rijden HBE’s genereerde en waarom de term voorlopig niet verdwijnt.

Waar komt de term HBE eigenlijk vandaan?

HBE staat voor Hernieuwbare Brandstof Eenheid. De term is afkomstig uit de Nederlandse implementatie van de Europese Renewable Energy Directive (RED II) en werd geïntroduceerd als de nationale rekeneenheid voor hernieuwbare energie die aan de vervoersmarkt werd geleverd. Eén HBE vertegenwoordigde precies 1 gigajoule (GJ) hernieuwbare energie, ingeboekt in het Register Energie voor Vervoer (REV) dat beheerd werd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).

Het systeem kende twee verplichtingen die brandstofleveranciers jaarlijks moesten nakomen: de jaarverplichting, waarbij een oplopend percentage van de geleverde energie hernieuwbaar moest zijn, en de reductieverplichting, waarbij minimaal 6% CO2-reductie moest worden behaald ten opzichte van 2010. Beide verplichtingen werden uitgedrukt in een benodigde hoeveelheid HBE’s, in te leveren voor 1 mei van het opvolgende jaar.

Het HBE-systeem groeide fors in omvang. In 2022 bedroeg de totale jaarverplichting ruim 74,4 miljoen HBE’s bij een verplicht aandeel van 17,9%. In 2024 was dat al gestegen naar circa 117 miljoen HBE’s bij 28,4%. Die sterke stijging vloeide voort uit een kabinetsbesluit in de Voorjaarsnota 2023 om de hoeveelheid hernieuwbare energie in het wegvervoer met 20 PJ te verhogen. De term HBE werd daardoor breed bekend bij iedereen die actief was in transport, logistiek en duurzame energie.

Wat is het verschil tussen HBE’s en andere duurzaamheidscertificaten?

Het belangrijkste verschil tussen HBE’s en andere duurzaamheidscertificaten is de specifieke koppeling aan vervoer. Waar certificaten zoals Garanties van Oorsprong (GvO’s) betrekking hebben op hernieuwbare elektriciteitsopwekking in het algemeen, waren HBE’s uitsluitend bedoeld voor hernieuwbare energie die daadwerkelijk aan de Nederlandse vervoersmarkt werd geleverd en ingeboekt in het REV.

Het HBE-systeem kende bovendien vier verschillende categorieën, elk met eigen regels en waarderingen:

  • HBE-Geavanceerd (HBE-G): voor biobrandstoffen uit afval en residuen conform bijlage IX-A van de RED, met de hoogste duurzaamheidswaarde
  • HBE-Conventioneel (HBE-C): voor biobrandstoffen uit landbouw- en energiegewassen, met een limiet van maximaal 1,4% van het totaal
  • HBE-Bijlage IXb (HBE-B): specifiek voor gebruikt frituurvet en dierlijk vet, gemaximeerd op 10%
  • HBE-Overig (HBE-O): voor elektriciteit en hernieuwbare waterstofbrandstoffen, de categorie die relevant is voor elektrisch rijden

Een ander onderscheidend kenmerk was de dubbeltellingregeling. Grondstoffen uit bijlage IX van de RED kwamen in aanmerking voor dubbeltelling: inboeken leverde dan tweemaal zoveel HBE’s op. Dit maakte bepaalde categorieën aantrekkelijker op de markt dan andere. GvO’s kennen een dergelijke sectorspecifieke differentiatie niet.

Hoe genereer je HBE’s met elektrische voertuigen?

Met elektrische voertuigen genereer je HBE’s door de geleverde elektriciteit voor wegtransport in te boeken in het REV als HBE-Overig (HBE-O). Bedrijven die elektriciteit leverden aan elektrische voertuigen, konden deze hoeveelheid omrekenen naar een equivalent in gigajoules en als HBE’s registreren, waarna deze certificaten verhandeld konden worden op de open markt.

Dit maakte elektrisch rijden financieel aantrekkelijker. Een organisatie die een wagenpark elektrificeerde of laadpalen exploiteerde, kon de geleverde laadstroom omzetten in HBE-O’s en deze verkopen aan brandstofleveranciers die hun jaarverplichting moesten nakomen. De opbrengst uit die verkoop versterkte de businesscase voor elektrische voertuigen aanzienlijk.

Inmiddels is dit systeem overgegaan naar het ERE-systeem. Elektriciteit voor vervoer levert nu ERE-E eenheden op in plaats van HBE-O’s. De berekening is veranderd: voor netstroom geldt dat het aantal ERE-E wordt berekend op basis van het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel, vastgesteld op 50,5% voor 2026. Als rekenvoorbeeld: 2.000 kWh netstroom in 2026 levert 666 ERE-E op. De omrekenregel bij de systeemovergang was 1 HBE = 46 ERE, waarbij de categorie behouden bleef.

Waarom blijven brandstofbedrijven en transporteurs de term HBE gebruiken?

Brandstofbedrijven en transporteurs blijven de term HBE gebruiken omdat hij jarenlang de enige relevante afkorting was in dit domein en daardoor diep verankerd is in contracten, systemen, interne processen en vakjargon. Gewoontevorming in een sector gaat langzamer dan wetswijzigingen, zeker wanneer de onderliggende logica van het systeem grotendeels hetzelfde blijft.

Er zijn meerdere concrete redenen waarom de term standhield:

  • Lopende contracten: Veel meerjarige leveringscontracten en handelsafspraken zijn opgesteld met de term HBE. Die documenten worden niet van de ene op de andere dag herschreven.
  • Interne systemen: Boekhoudprogramma’s, rapportagetools en ERP-systemen zijn ingericht op HBE-terminologie. Aanpassing kost tijd en geld.
  • Communicatiegewoonte: Medewerkers, accountmanagers en adviseurs die jarenlang over HBE’s spraken, schakelen niet automatisch over op ERE’s zodra de wet verandert.
  • Overgangsperiode: Op 1 mei 2026 voerde de NEa de laatste jaarafsluiting onder de HBE-regels uit. Resterende saldi werden omgezet naar ERE’s. Die overgangsperiode zorgt ervoor dat beide termen gelijktijdig in omloop zijn.

Bovendien is de conceptuele sprong voor veel gebruikers beperkt. Waar HBE’s de energie-inhoud in gigajoules maten, meten ERE’s de CO2-ketenemissiereductie in kilogram CO2-equivalenten. De marktlogica, waarbij producenten certificaten genereren en verplichtinghouders ze afnemen, is in essentie vergelijkbaar. Dat vertraagt de urgentie om de terminologie te vernieuwen.

Wat zijn HBE’s waard en hoe worden ze verhandeld?

HBE’s werden verhandeld op een vrije markt tussen producenten van hernieuwbare energie en brandstofleveranciers met een jaarverplichting. Er was geen vaste prijs: de waarde fluctueerde op basis van vraag en aanbod. Historisch schommelde de HBE-prijs ruwweg tussen circa 7 en 19 eurocent per HBE, met een driejarig gemiddelde van ongeveer 12 eurocent.

De handel verliep via het REV, het digitale register van de NEa. Bedrijven zonder jaarverplichting, zoals transporteurs die elektriciteit inboekten voor hun elektrische vrachtwagens of bestelwagens, konden HBE’s genereren en deze verkopen aan verplichtinghouders. Dit maakte HBE-handel een interessante inkomstenbron naast de primaire bedrijfsactiviteiten.

De prijs werd mede bepaald door de categorie. HBE-G had doorgaans een hogere marktwaarde dan HBE-O, omdat geavanceerde biobrandstoffen schaars zijn en meetellen voor het minimumsubdoel voor HBE-G. HBE-O, de categorie voor elektriciteit, was in grotere volumes beschikbaar en had daardoor een lagere prijs.

Met de overgang naar het ERE-systeem is de marktstructuur veranderd. ERE’s zijn ingedeeld per sector, waarbij ERE-E (elektriciteit) uitsluitend inzetbaar is in de sector van herkomst. Deze sectorsturing moet de prijsdruk voorkomen die in het HBE-systeem ontstond doordat grote volumes uit de scheepvaart de markt voor wegvervoer beïnvloedden. Marktanalisten verwachten dat deze sectorsturing de waarde van ERE-E in de sector land kan verhogen, al blijft dit een prognose.

Hoe NXT Mobility helpt bij HBE’s en ERE’s

De overgang van HBE’s naar ERE’s brengt nieuwe kansen met zich mee voor organisaties die elektrische voertuigen inzetten, maar ook nieuwe complexiteit in registratie, berekening en administratie. Wij bij NXT Mobility ontzorgen zakelijke klanten volledig in dit proces, van strategie tot uitvoering.

Wat wij concreet voor je doen:

  • Volledig beheer van de inboekprocedure voor elektriciteit geleverd aan elektrische voertuigen via onze ERE-inboekdienst
  • Optimalisatie van de financiële opbrengst uit ERE-E certificaten voor jouw specifieke situatie
  • Advies over de businesscase voor wagenparkelectrificatie, inclusief de bijdrage van certificaatopbrengsten aan de TCO
  • Begeleiding bij de installatie van laadinfrastructuur op bedrijfslocaties en bij werknemers thuis
  • Volledige administratieve ontzorging: van subsidieaanvragen tot vergoedingsstromen en rapportages

Bekijk ons volledige dienstenaanbod of neem direct contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek. We denken graag met je mee over hoe jouw organisatie maximaal profiteert van de transitie naar emissievrij vervoer.