Tot wanneer loopt de ERE regeling wettelijk?

De ERE regeling loopt wettelijk door tot en met 2030, conform de Europese Renewable Energy Directive III (RED III) die onderdeel is van het “Fit for 55”-pakket. In Nederland is dit vastgelegd in de gewijzigde Wet milieubeheer en het bijbehorende Besluit energie vervoer. Per 1 januari 2026 vervangt het ERE-systeem (Emissiereductie-eenheden) het oude HBE-systeem, en de ERE regeling geldt voor de nalevingsjaren 2026 tot en met 2030. In dit artikel beantwoorden we de belangrijkste vragen over hoe de regeling werkt, wie er gebruik van kan maken en hoe je je organisatie tijdig voorbereidt.

Wat gebeurt er met de ERE regeling na de einddatum?

Na 2030 vervalt de huidige ERE regeling zoals die nu wettelijk is vastgelegd. RED III loopt tot en met 2030, en de nationale implementatie in de Wet milieubeheer volgt dezelfde horizon. Wat er daarna komt, is op dit moment nog niet wettelijk vastgelegd. De verwachting is dat de Europese Unie een opvolgende richtlijn zal introduceren met aangescherpte doelstellingen, maar concrete wetgeving voor de periode na 2030 is er nog niet.

Wat wel vaststaat, is dat de reductiedoelstellingen tot 2030 stapsgewijs oplopen. Voor de sector land stijgt de CO2-ketenemissiereductieverplichting van 14,4% in 2026 naar 27,1% in 2030. Voor binnenvaart en zeevaart gelden vergelijkbare stijgingen. Bedrijven die nu actief deelnemen aan het ERE-systeem bouwen kennis en infrastructuur op die waarschijnlijk ook na 2030 relevant blijft, ongeacht de exacte opvolging van de regeling.

Het is verstandig om de ontwikkelingen rondom Europese klimaatwetgeving actief te volgen. De Europese Commissie werkt aan bredere decarbonisatiedoelstellingen voor 2035 en 2050, waarvan een opvolger van RED III vrijwel zeker deel zal uitmaken. Organisaties die nu investeren in elektrificatie en duurzame energieoplossingen, positioneren zich gunstig voor welke regelgeving er ook volgt.

Hoe werkt de ERE regeling precies?

De ERE regeling is een marktmechanisme waarbij bedrijven die hernieuwbare energie leveren voor vervoer zogenoemde Emissiereductie-eenheden (ERE’s) verdienen. Deze eenheden kunnen worden verkocht aan bedrijven die verplicht zijn een bepaald percentage CO2-ketenemissiereductie te realiseren. De sturing vindt niet meer plaats op energie-inhoud, zoals bij het oude HBE-systeem, maar op de daadwerkelijke CO2-reductie in de gehele keten van productie tot verbranding.

Soorten ERE’s en sectoren

Het systeem kent zes typen eenheden: ERE-G (geavanceerd), ERE-C (conventioneel), ERE-B (bijlage IXb), ERE-O (overig), ERE-R (hernieuwbare waterstof en e-fuels) en ERE-E (elektriciteit). Het systeem is opgedeeld in drie sectoren: land, binnenvaart en zeevaart. ERE’s zijn in principe alleen inzetbaar binnen de sector waarin ze zijn gegenereerd. ERE-E, gegenereerd door het leveren van elektriciteit aan voertuigen, kan uitsluitend worden ingezet in de sector van herkomst.

Inboeken van elektriciteit

Bedrijven die elektriciteit leveren aan voertuigen kunnen ERE-E’s genereren door deze leveringen te registreren in het Register Energie voor Vervoer (REV). Voor 2026 geldt dat 2.000 kWh netstroom circa 666 ERE-E’s oplevert, gebaseerd op het netgemiddelde hernieuwbare aandeel van 50,5%. Wie aantoonbaar 100% hernieuwbare stroom levert via opwek op dezelfde locatie of via een directe lijn, ontvangt een hogere beloning. Vanaf 2026 moet de meter zich in de laadpaal bevinden en MID-gecertificeerd zijn.

De jaarlijkse deadlines zijn helder: brandstofleveringen registreren voor 1 maart, voldoende ERE’s op rekening voor 1 april, en verificatie ingediend voor 1 mei. Deze deadlines gelden voor het eerst in 2027 over de leveringen van 2026.

Welke bedrijven komen in aanmerking voor de ERE regeling?

Twee typen bedrijven kunnen deelnemen aan de ERE regeling: bedrijven die ERE’s genereren door hernieuwbare energie te leveren voor vervoer, en bedrijven die een nalevingsverplichting hebben en ERE’s moeten inleveren om aan hun CO2-reductiedoelstelling te voldoen. Voor het zelfstandig inboeken van elektriciteit geldt een drempelwaarde van minimaal 2 miljoen kWh per jaar.

Bedrijven die minder dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, kunnen deelnemen via een inboekdienstverlener. Die boekt namens hen in en draagt een deel van de opbrengst af. Particulieren kunnen uitsluitend via een inboekdienstverlener deelnemen en mogen slechts aan één dienstverlener per kalenderjaar een machtiging geven.

Concreet komen de volgende typen organisaties in aanmerking om ERE’s te genereren:

  • Bedrijven die laadpalen exploiteren en elektriciteit leveren aan voertuigen
  • Werkgevers die thuisladers bij medewerkers laten installeren en de geleverde elektriciteit registreren via een inboekdienstverlener
  • Exploitanten van openbare snellaadlocaties en energiehubs
  • Bedrijven die walstroom leveren aan schepen of elektriciteit aan mobiele bouwmachines

De nalevingsverplichting geldt voor brandstofhandelaren en -leveranciers die fossiele brandstoffen uitslaan voor vervoersverbruik boven de drempel van 500.000 liter per jaar. Zij zijn verplicht jaarlijks voldoende ERE’s in te leveren bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).

Wat zijn de financiële gevolgen als de ERE regeling stopt?

Als de ERE regeling in 2030 afloopt zonder directe opvolger, vervalt de financiële prikkel die elektrische mobiliteit nu aantrekkelijker maakt. Bedrijven die ERE’s genereren door elektriciteit te leveren aan voertuigen, ontvangen dan geen vergoeding meer via dit systeem. Dit kan de business case voor laadinfrastructuur en elektrische voertuigen tijdelijk minder gunstig maken, afhankelijk van welke alternatieve regelgeving er komt.

Voor bedrijven die nu investeren in elektrificatie is het belangrijk te beseffen dat de ERE-inkomsten een aanvulling zijn op de exploitatie, niet de enige basis. Elektrische voertuigen hebben structureel lagere brandstof- en onderhoudskosten dan fossiele alternatieven. Die voordelen blijven bestaan, ongeacht de ERE regeling.

Tegelijkertijd is de kans groot dat er na 2030 een opvolgende Europese richtlijn komt met aangescherpte doelstellingen. Bedrijven die nu hun laadinfrastructuur, processen en registratiesystemen op orde hebben, zijn beter gepositioneerd om snel in te spelen op nieuwe regelgeving. Wachten tot de regeling afloopt is financieel risicovol: de ERE-opbrengsten in de jaren tot 2030 zijn reëel en lopen op naarmate de verplichtingspercentages stijgen.

Spaarsaldi verdienen ook aandacht. ERE’s boven de spaarlimiet vervallen automatisch op 1 april. Een inboeker mag maximaal 4% van de in het afgelopen jaar bijgeschreven ERE’s sparen; een verplichtinghouder maximaal 10% van zijn verplichting. Richting 2030 is het verstandig om de spaarsaldi actief te beheren en tijdig te verhandelen.

Hoe bereid je je wagenpark voor op het aflopen van de ERE regeling?

De beste voorbereiding op het aflopen van de ERE regeling is het opbouwen van een toekomstbestendig wagenpark en laadinfrastructuur die ook zonder de regeling rendabel zijn. Dat betekent investeren in elektrificatie op basis van het totale kostenplaatje, inclusief maar niet afhankelijk van ERE-inkomsten, en zorgen dat de technische en administratieve basis op orde is.

Praktisch gezien zijn dit de stappen die organisaties nu kunnen zetten:

  1. Analyseer je huidige wagenpark en bepaal welke voertuigen het meest geschikt zijn voor elektrificatie op korte termijn.
  2. Investeer in de juiste laadinfrastructuur, inclusief MID-gecertificeerde meters in de laadpalen, zodat je voldoet aan de eisen die ook na 2026 gelden.
  3. Registreer je als inboeker of werk samen met een inboekdienstverlener om de ERE-opbrengsten in de jaren tot 2030 volledig te benutten.
  4. Bouw kennis op over het ERE-systeem en de bijbehorende administratie, zodat je bij een opvolgende regeling snel kunt aanhaken.
  5. Volg de Europese beleidsontwikkelingen rondom RED IV en de bredere klimaatagenda voor vervoer na 2030.
  6. Beheer je spaarsaldi actief en verhandel tijdig om verlies door het vervallen van ERE’s boven de spaarlimiet te voorkomen.

Een grondige analyse van het energieverbruik op locatie is ook waardevol. Bedrijven die nu al investeren in slimme laadoplossingen met Smart Charging technologie, verlagen hun energiekosten structureel en zijn minder afhankelijk van subsidies of regelingen voor de rentabiliteit van hun laadinfrastructuur.

Hoe NXT Mobility helpt met de ERE regeling

Wij begeleiden organisaties door het volledige traject rondom de ERE regeling, van de eerste analyse van je wagenpark tot de dagelijkse administratie en het verhandelen van ERE’s. Als totaalpartner voor duurzame mobiliteit combineren we onafhankelijk wagenparkadvies met concrete laadoplossingen en gespecialiseerde kennis van de regelgeving. Onze diensten voor duurzame mobiliteit zijn er specifiek op gericht om de transitie haalbaar en financieel aantrekkelijk te maken.

Wat we voor je kunnen doen:

  • Een grondige analyse van je wagenpark en energiebehoefte op locatie
  • Begeleiding bij de registratie als inboeker of aansluiting bij een inboekdienstverlener
  • Installatie van MID-gecertificeerde laadpalen die voldoen aan de eisen van het ERE-systeem
  • Volledige ontzorging van de administratie, verificatie en certificeringen rondom ERE’s
  • Advies over het maximaliseren van ERE-opbrengsten, inclusief de mogelijkheden van 100% hernieuwbare stroom
  • Ondersteuning bij subsidieaanvragen en financiële planning richting 2030 en daarna

Wil je weten wat de ERE regeling concreet voor jouw organisatie kan opleveren en hoe je je voorbereidt op de periode na 2030? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Veelgestelde vragen

Wat gebeurt er met mijn opgebouwde ERE-saldo als ik niet op tijd handel voor 2030?

ERE’s boven de spaarlimiet vervallen automatisch op 1 april van het opvolgende jaar. Richting het einde van de regeling in 2030 is het extra belangrijk om je spaarsaldo actief te monitoren en tijdig te verhandelen. Wacht niet tot het laatste kwartaal van 2030, want dan kan de marktliquiditeit afnemen en de verkoopprijs onder druk komen te staan.

Kan ik als kleine werkgever met een paar thuisladers ook profiteren van de ERE regeling?

Ja, ook als je minder dan 2 miljoen kWh per jaar levert, kun je deelnemen via een inboekdienstverlener. Die regelt de registratie en afdracht namens jou in het Register Energie voor Vervoer (REV). Let op: je mag per kalenderjaar slechts aan één inboekdienstverlener een machtiging verlenen, dus kies een partij die transparant is over de vergoeding en de administratieve afhandeling.

Wat is het verschil tussen een ERE-E en de andere typen ERE's, en waarom is dat relevant voor mijn organisatie?

ERE-E’s worden gegenereerd door elektriciteit te leveren aan voertuigen en zijn sector-gebonden: ze kunnen uitsluitend worden ingezet binnen de sector waarin ze zijn opgewekt. De andere typen, zoals ERE-G (geavanceerd) en ERE-C (conventioneel), zijn gekoppeld aan biobrandstoffen en kennen andere inzetbaarheidsregels. Voor bedrijven die zich richten op elektrische mobiliteit is ERE-E het meest relevante type, en de hoogte van de vergoeding hangt af van of je aantoonbaar 100% hernieuwbare stroom levert.

Welke technische eisen stelt de ERE regeling aan mijn laadinfrastructuur?

Vanaf 2026 is het verplicht dat de meter zich in de laadpaal bevindt en MID-gecertificeerd is (Measuring Instruments Directive). Dit is een harde eis voor het kunnen registreren van leveringen in het REV en daarmee voor het verdienen van ERE-E’s. Controleer bij een nieuwe investering in laadpalen altijd of het apparaat aan deze certificering voldoet, en laat bestaande installaties beoordelen als je die ook wilt inzetten voor het inboeken.

Hoe hoog zijn de ERE-opbrengsten in de praktijk en hoe ontwikkelen die zich richting 2030?

De ERE-prijs wordt bepaald door vraag en aanbod op de markt en fluctueert daardoor. Wat wel vaststaat, is dat de verplichtingspercentages voor brandstofhandelaren stapsgewijs oplopen tot 27,1% in 2030 voor de sector land, waardoor de vraag naar ERE’s structureel toeneemt. Dit maakt het aannemelijk dat de marktwaarde van ERE’s richting 2030 stabiel blijft of stijgt, al is dit geen garantie. Laat je adviseren over realistische financiële scenario’s voordat je investeringsbeslissingen baseert op verwachte ERE-inkomsten.

Wat zijn de meest voorkomende fouten die bedrijven maken bij de administratie rondom de ERE regeling?

De meest voorkomende fouten zijn het missen van de wettelijke deadlines (registratie vóór 1 maart, voldoende ERE’s op rekening vóór 1 april, verificatie ingediend vóór 1 mei), het gebruik van niet-MID-gecertificeerde meters, en het te laat actief beheren van spaarsaldi waardoor ERE’s boven de limiet vervallen. Een andere veelgemaakte fout is het aansluiten bij meerdere inboekdienstverleners tegelijk, wat wettelijk niet is toegestaan. Een gestructureerd administratief proces en een betrouwbare partner voorkomen deze kostbare missers.

Is het zinvol om nu al te investeren in laadinfrastructuur als de ERE regeling in 2030 afloopt?

Absoluut. De afschrijvingstermijn van laadinfrastructuur loopt typisch over meerdere jaren, en de structurele voordelen van elektrisch rijden — lagere brandstof- en onderhoudskosten — blijven bestaan ongeacht de ERE regeling. Bovendien is de kans groot dat er na 2030 een opvolgende Europese richtlijn komt, waardoor goed ingerichte laadinfrastructuur en bijbehorende administratieve processen direct inzetbaar zijn. De ERE-opbrengsten tot 2030 versnellen bovendien de terugverdientijd van je investering.