Is de ERE vergoeding belastbaar inkomen voor bedrijven?

De ERE vergoeding die een bedrijf ontvangt voor het inboeken van elektriciteit voor vervoer is in principe belastbaar inkomen. De opbrengst uit de verkoop of overdracht van emissiereductie-eenheden valt onder de reguliere bedrijfsopbrengsten en moet worden meegenomen in de belastbare winst. Voor wie de ERE regeling overweegt, is het dan ook verstandig om de fiscale behandeling van tevoren goed in kaart te brengen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de fiscale kant van ERE vergoedingen, van bruto versus netto tot de risico’s van onjuiste opgave.

Hoe wordt de ERE vergoeding fiscaal behandeld?

De ERE vergoeding wordt fiscaal behandeld als gewone bedrijfsopbrengst. Wanneer een bedrijf emissiereductie-eenheden genereert door elektriciteit te leveren aan voertuigen en die eenheden vervolgens verkoopt of overdraagt, is de ontvangen vergoeding onderdeel van de omzet en daarmee belastbaar voor de vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting.

Het ERE systeem, dat per 1 januari 2026 het HBE systeem vervangt, werkt op basis van kilogrammen CO2-equivalente emissiereductie. Eén ERE staat voor 1 kg CO2-equivalente emissiereductie ten opzichte van een Europees vastgestelde fossiele referentiewaarde. Bedrijven die elektriciteit leveren aan voertuigen kunnen deze eenheden registreren in het Register Energie voor Vervoer (REV) van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) en ze daarna op de markt verhandelen.

De vergoeding die hiervoor wordt ontvangen is geen subsidie of vrijgestelde uitkering, maar een marktopbrengst. De Belastingdienst beschouwt deze inkomsten als reguliere bedrijfsinkomsten, net zoals opbrengsten uit de verkoop van producten of diensten. Dat betekent dat ze volledig meetellen bij de bepaling van de belastbare winst, tenzij een specifieke vrijstelling of aftrekpost van toepassing is.

Wat is het verschil tussen een netto en bruto ERE vergoeding?

De bruto ERE vergoeding is het totale bedrag dat een bedrijf ontvangt voor de verkoop of overdracht van emissiereductie-eenheden, vóór aftrek van kosten. De netto ERE vergoeding is wat overblijft na aftrek van kosten zoals de commissie aan een inboekdienstverlener, verificatiekosten en administratieve lasten. Fiscaal is de netto vergoeding de relevante maatstaf voor de belastbare winst.

In de praktijk werken veel bedrijven met een inboekdienstverlener, zeker wanneer ze minder dan 2 miljoen kWh per jaar leveren en dus niet zelfstandig mogen inboeken. De inboekdienstverlener rekent een commissie die marktbreed ruwweg tussen de 15 en 25 procent ligt. Dit bedrag mag als bedrijfskosten worden afgetrokken van de bruto opbrengst, waardoor de belastbare winst lager uitvalt.

Bedrijven die wél boven de drempelwaarde van 2 miljoen kWh per jaar zitten en zelfstandig inboeken, maken kosten voor de verplichte jaarlijkse inboekverificatie door een geaccrediteerde verificateur. Ook die kosten zijn aftrekbaar. Het is dus belangrijk om alle directe kosten die samenhangen met het genereren en verhandelen van ERE’s goed te administreren, zodat de netto opbrengst correct kan worden berekend en verantwoord.

Onder welke voorwaarden is de ERE vergoeding onbelast?

Er is geen algemene vrijstelling voor ERE vergoedingen. In principe zijn alle opbrengsten uit de verkoop van emissiereductie-eenheden belastbaar. Een ERE vergoeding kan alleen buiten de belastbare winst vallen als het bedrijf structureel verlies maakt op de activiteit, of als de opbrengst wordt geneutraliseerd door even hoge aftrekbare kosten. Een formele onbelaste status bestaat niet.

Wel zijn er situaties waarin de netto belastingdruk op ERE opbrengsten lager uitvalt. Denk aan:

  • Investeringsaftrek op laadinfrastructuur, zoals de Milieu-investeringsaftrek (MIA) of de VAMIL regeling, die de belastbare winst verlagen
  • Afschrijvingskosten op laadpalen en meetapparatuur, die ten laste van de winst komen
  • Exploitatiekosten voor installatie, onderhoud en administratie die aftrekbaar zijn

Het is ook relevant om te weten dat ERE’s boven de spaarlimiet automatisch vervallen op 1 april. Een saldo van maximaal 45.000 ERE’s kan altijd worden gespaard; daarboven gelden strikte limieten. ERE’s die vervallen genereren geen opbrengst en leveren dus ook geen belastbare inkomsten op, maar de kosten die al zijn gemaakt om ze te genereren zijn wel aftrekbaar. Dit maakt een goede planning van het spaarsaldo fiscaal relevant.

Hoe berekenen bedrijven de juiste ERE vergoeding per kWh?

De ERE vergoeding per kWh hangt af van het aantal ERE’s dat per kWh wordt gegenereerd, vermenigvuldigd met de marktprijs per ERE. Voor netstroom in 2026 levert elke kWh geleverde elektriciteit aan voertuigen 0,505 maal 183 maal 3,6 gedeeld door 1.000 ERE’s op, wat neerkomt op circa 0,333 ERE-E per kWh. Bij 100 procent hernieuwbare stroom is dat hoger: 183 maal 3,6 gedeeld door 1.000, ofwel circa 0,659 ERE-E per kWh.

De rekenformules van de NEa zijn als volgt:

  • Netstroom: aantal ERE-E = levering (kWh) × 0,505 × 183 × 3,6 ÷ 1.000
  • 100% hernieuwbare stroom: aantal ERE-E = levering (kWh) × 183 × 3,6 ÷ 1.000

Het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel voor 2026 bedraagt 50,5 procent, gebaseerd op het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit in 2024. Bedrijven die 100 procent hernieuwbare elektriciteit willen opgeven, moeten dit aantoonbaar maken via een Garantie van Oorsprong niet-netlevering, overgemaakt naar het NEa-account, zonder exploitatiesubsidie. Elektriciteit uit biomassa of biogas telt hierbij niet als 100 procent hernieuwbaar.

De uiteindelijke financiële opbrengst per kWh is het aantal gegenereerde ERE’s vermenigvuldigd met de actuele marktprijs. Die marktprijs fluctueert en is afhankelijk van vraag en aanbod in het REV. Bedrijven doen er goed aan de marktprijs regelmatig te monitoren en hun inboekstrategie hierop af te stemmen.

Wat zijn de risico’s als de ERE vergoeding onjuist wordt opgegeven?

Als de ERE vergoeding onjuist wordt opgegeven, riskeert een bedrijf zowel fiscale naheffingen als handhavingsmaatregelen van de NEa. De Belastingdienst kan bij een te lage opgave van opbrengsten een naheffing opleggen, vermeerderd met rente en eventueel een boete. De NEa kan bij onjuiste registraties ambtshalve vaststellen, corrigeren of een bestuurlijke boete opleggen, tot vijf jaar na het betreffende kalenderjaar.

Specifieke risico’s bij onjuiste opgave zijn:

  • Onjuiste meterstanden: Vanaf 2026 moet de meter zich in de laadpaal bevinden en MID-gecertificeerd zijn. Wie een meter buiten de laadpaal gebruikt zonder gebruik te maken van de overgangsperiode in 2026, riskeert dat inboekingen worden afgekeurd.
  • Ontbrekende verificatie: Inboekers zijn verplicht jaarlijks een inboekverificatie te laten uitvoeren vóór 1 mei. Ontbreekt deze, dan gaat de NEa over tot ambtshalve vaststelling.
  • Onjuiste hernieuwbaarheidsclassificatie: Wie ten onrechte 100 procent hernieuwbaar opgeeft zonder geldige Garantie van Oorsprong, boekt te veel ERE’s in. Dit kan leiden tot correcties en terugvordering.
  • Aansprakelijkheid bij inboekdienstverlener: Wanneer een bedrijf via een inboekdienstverlener werkt, ligt de aansprakelijkheid voor foutieve inboekingen bij die dienstverlener. Toch blijft de opdrachtgever verantwoordelijk voor de juistheid van de aangeleverde gegevens.

Een goede administratie, gecertificeerde meetapparatuur en tijdige verificatie zijn de drie pijlers om deze risico’s te beperken.

Hoe verhoudt de ERE vergoeding zich tot HBE-opbrengsten?

De ERE vergoeding en de vroegere HBE-opbrengsten zijn fiscaal vergelijkbaar: beide zijn belastbare bedrijfsopbrengsten. Het verschil zit in de berekeningsbasis en de schaalgrootte. Waar één HBE stond voor 1 gigajoule hernieuwbare energie, staat één ERE voor 1 kg CO2-equivalente emissiereductie. De omrekenregel bij de overgang op 1 mei 2026 was 1 HBE = 46 ERE, wat de grotere granulariteit van het nieuwe systeem illustreert.

Voor de fiscale verwerking maakt dit verschil in eenheid weinig uit: de ontvangen vergoeding in euro’s is in beide gevallen gewone omzet. Wel zijn er enkele praktische verschillen die de hoogte van de netto opbrengst beïnvloeden:

  • Het ERE systeem kent sectorsturing, waardoor ERE’s in principe alleen inzetbaar zijn binnen de sector waarin ze zijn gegenereerd. Dit beperkt de verhandelbaarheid in vergelijking met het HBE systeem, wat de marktprijs kan beïnvloeden.
  • De reductieverplichting in de sector land loopt op van 14,4 procent in 2026 naar 27,1 procent in 2030, wat de vraag naar ERE’s structureel vergroot en de marktprijs op termijn kan ondersteunen.
  • HBE’s uit de luchtvaart werden bij de overgang conform de overgangsbepalingen toegevoegd aan sector land, omdat luchtvaart niet langer valt onder de Brandstoftransitieverplichting. Dit heeft de samenstelling van het aanbod in sector land beïnvloed.

Bedrijven die in 2025 HBE-opbrengsten hadden, moeten er ook rekening mee houden dat het resterende HBE-saldo op 1 mei 2026 is omgezet naar ERE’s. Deze omgezette eenheden hebben geen nieuwe aanschafwaarde; de oorspronkelijke kostprijs blijft de fiscale grondslag bij latere verkoop.

Hoe NXT Mobility helpt met emissiereductie-eenheden

De fiscale en administratieve kant van emissiereductie-eenheden is complex. Wij begeleiden bedrijven van A tot Z in het hele ERE traject, zodat zij maximaal profiteren van hun laadinfrastructuur zonder te worden verrast door fiscale of regelgevende valkuilen. Wat wij concreet bieden:

  • Onafhankelijk advies over de opzet van uw laadinfrastructuur en de optimale inboekstrategie voor ERE’s
  • Volledige ontzorging bij de HBE en ERE dienstverlening, inclusief administratie, certificeringen en verificatie
  • Begeleiding bij het aanvragen van subsidies en investeringsaftrek op laadinfrastructuur
  • Slimme laadoplossingen met gecertificeerde MID-meters, zodat uw metingen altijd voldoen aan de NEa-vereisten
  • Inzicht in de business case: hoeveel ERE’s genereert uw situatie, wat is de verwachte opbrengst en hoe verhoudt die zich tot uw investering

Wilt u weten wat de ERE regeling concreet voor uw organisatie oplevert? Bekijk onze diensten of neem contact op voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Veelgestelde vragen

Moet ik BTW afdragen over de ERE vergoeding die ik ontvang?

Ja, de verkoop of overdracht van emissiereductie-eenheden is in principe een btw-belaste prestatie. Als uw bedrijf btw-plichtig is, dient u over de ontvangen vergoeding btw in rekening te brengen en af te dragen. Werkt u via een inboekdienstverlener, controleer dan goed of de afgesproken vergoeding inclusief of exclusief btw is, zodat u niet voor verrassingen komt te staan in uw btw-aangifte.

Hoe verwerk ik ERE opbrengsten correct in mijn boekhouding?

ERE opbrengsten boekt u als omzet op een aparte grootboekrekening, zodat ze duidelijk te onderscheiden zijn van uw reguliere bedrijfsopbrengsten. Leg alle bijbehorende kosten — zoals commissies aan de inboekdienstverlener, verificatiekosten en administratieve lasten — vast op afzonderlijke kostenrekeningen. Een heldere administratieve scheiding maakt het eenvoudiger om de netto belastbare opbrengst te berekenen en vergemakkelijkt een eventuele controle door de Belastingdienst of de NEa.

Kan ik de aanschafkosten van mijn laadpalen aftrekken van de ERE opbrengsten?

De aanschafkosten van laadpalen zijn niet direct aftrekbaar van de ERE opbrengsten, maar u kunt ze wel via afschrijvingen ten laste van uw winst brengen over de economische levensduur van de installatie. Daarnaast kunt u mogelijk gebruikmaken van de MIA (Milieu-investeringsaftrek) of de VAMIL-regeling, waarmee een extra fiscaal voordeel te behalen valt bovenop de reguliere afschrijving. Het is verstandig om uw fiscaal adviseur te raadplegen om te bepalen welke regelingen op uw specifieke situatie van toepassing zijn.

Wat gebeurt er fiscaal met ERE's die vervallen omdat ik de spaarlimiet overschrijd?

ERE’s die vervallen doordat u de spaarlimiet van 45.000 ERE’s overschrijdt, genereren geen belastbare opbrengst — u ontvangt immers geen vergoeding voor vervallen eenheden. De kosten die u al heeft gemaakt om deze ERE’s te genereren, zoals meetkosten en administratiekosten, blijven echter gewoon aftrekbaar. Dit maakt een proactieve planning van uw ERE-saldo fiscaal relevant: door tijdig te verkopen of over te dragen voorkomt u dat gegenereerde eenheden waardeloos vervallen.

Ik werk als zzp'er of kleine ondernemer met een laadpaal thuis. Gelden dezelfde fiscale regels voor mij?

Voor zzp’ers en kleine ondernemers gelden in principe dezelfde fiscale uitgangspunten: de ERE vergoeding is belastbaar inkomen en telt mee bij de bepaling van uw winst uit onderneming voor de inkomstenbelasting. Omdat u als kleine aanbieder waarschijnlijk onder de drempel van 2 miljoen kWh per jaar blijft, bent u verplicht via een inboekdienstverlener te werken, wat de administratieve last beperkt. Houd er rekening mee dat ook de btw-positie van uw onderneming meespeelt; raadpleeg bij twijfel een belastingadviseur.

Hoe lang moet ik mijn administratie rondom ERE's bewaren voor fiscale en NEa-doeleinden?

Voor de Belastingdienst geldt de standaard fiscale bewaarplicht van zeven jaar voor administratieve gegevens die relevant zijn voor de belastingheffing. De NEa kan echter tot vijf jaar na het betreffende kalenderjaar handhavend optreden bij onjuiste registraties. Het is daarom verstandig om alle meetgegevens, verificatierapporten, contracten met inboekdienstverleners en bewijsstukken van Garanties van Oorsprong minimaal zeven jaar te bewaren, zodat u bij zowel een fiscale controle als een NEa-audit volledig kunt verantwoorden wat er is ingeboeked en ontvangen.

Wat is het juiste moment om ERE's te verkopen met het oog op belastingoptimalisatie?

Het moment van verkoop of overdracht van ERE’s bepaalt in welk belastingjaar de opbrengst valt en dus wanneer u er belasting over betaalt. Als u verwacht dat uw winst in het ene jaar hoger uitvalt dan in het andere, kan het fiscaal voordelig zijn om de verkoop strategisch te timen. Houd daarbij ook rekening met de spaarlimiet en vervaldatum van ERE’s op 1 april, zodat u niet gedwongen wordt te verkopen op een ongunstig moment. Afstemming met uw accountant of fiscaal adviseur is aan te raden om de optimale verkoopstrategie te bepalen.