Hoeveel is een HBE certificaat waard in 2026?

In 2026 is een HBE-certificaat technisch gezien niet meer de juiste term: per 1 januari 2026 vervangt het nieuwe ERE-systeem (Emissiereductie-eenheden) het oude HBE-systeem volledig. De marktprijs van een ERE schommelt op basis van vraag en aanbod, waarbij historische HBE-prijzen ruwweg tussen de 7 en 19 euro per eenheid lagen, met een driejarig gemiddelde van circa 12 euro. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de waarde van HBE certificaten en het ERE-systeem in 2026.

Wat bepaalt de prijs van een HBE in 2026?

De prijs van een HBE-certificaat wordt in 2026 bepaald door de markt: er is geen vaste overheidsprijs. Historisch schommelde de prijs tussen de 7 en 19 euro per eenheid, met een langjarig gemiddelde van circa 12 euro. Omdat het HBE-systeem per 1 januari 2026 is vervangen door het ERE-systeem, gelden dezelfde marktdynamieken nu voor ERE’s.

De prijs wordt beïnvloed door een aantal concrete factoren:

  • Vraag van verplichtinghouders: Brandstofleveranciers zijn verplicht jaarlijks voldoende ERE’s in te leveren. Hoe hoger de verplichting, hoe groter de vraag en hoe hoger de prijs.
  • Aanbod van inboekers: Bedrijven die elektriciteit leveren aan voertuigen kunnen ERE’s genereren en aanbieden op de markt. Meer aanbod drukt de prijs.
  • Sectorsturing: Het nieuwe ERE-systeem stuurt op CO2-ketenemissiereductie per sector. Marktanalisten verwachten dat sectorsturing de waarde van ERE’s in de sector land kan verhogen, maar dit blijft een prognose.
  • Regelgeving en uitvoeringsdetails: De wet is aangenomen op 31 maart 2026, maar uitvoeringsdetails in de Regeling energie vervoer kunnen nog wijzigen. Onzekerheid over regelgeving beïnvloedt de marktprijs.

Het ERE-systeem is nadrukkelijk een marktsysteem, geen subsidie. Er bestaat geen gegarandeerde prijs per kilowattuur of per certificaat. Wie HBE certificaten of ERE’s wil verkopen, doet er verstandig aan de markt actief te volgen en tijdig te handelen.

Hoeveel HBE’s levert een elektrisch voertuig per jaar op?

In het ERE-systeem levert een elektrisch voertuig per jaar een hoeveelheid ERE’s op die afhankelijk is van het aantal geladen kilowatturen. De berekening voor netstroom in 2026 is: aantal ERE’s = kWh x 0,505 x 183 x 3,6 / 1.000. Concreet levert 2.000 kWh netstroom 666 ERE’s op, volgens het rekenvoorbeeld van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa).

Een paar praktische aandachtspunten bij deze berekening:

  • Netgemiddeld hernieuwbaar aandeel: Voor netstroom geldt in 2026 een factor van 0,505, gebaseerd op het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit in 2024 (twee jaar voor het leverjaar).
  • 100% hernieuwbare stroom: Wie aantoonbaar groene stroom levert, rekent zonder de 0,505-factor, wat de opbrengst aanzienlijk verhoogt.
  • Drempelwaarde: Zelf inboeken is alleen mogelijk bij een minimale levering van 2 miljoen kWh per jaar. Kleinere volumes gaan via een inboekdienstverlener.
  • MID-gecertificeerde meter: Vanaf 2026 moet de meter zich in de laadpaal bevinden en MID-gecertificeerd zijn. Zonder de juiste meting kunnen kilowatturen niet worden ingeboekt.

Hoe meer een elektrisch voertuig rijdt en laadt, hoe meer ERE’s het genereert. Een zakelijk voertuig dat intensief wordt gebruikt, levert dan ook een aanzienlijk hogere opbrengst op dan een voertuig dat slechts af en toe rijdt.

Hoe verkoopt een bedrijf zijn HBE certificaten?

HBE certificaten en ERE’s worden verhandeld via het Register Energie voor Vervoer (REV), beheerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Bedrijven boeken hun geleverde elektriciteit in het REV in, waarna de bijbehorende ERE’s op hun rekening verschijnen. Deze ERE’s kunnen vervolgens worden verkocht aan verplichtinghouders zoals brandstofleveranciers.

De stappen in het verkoopproces zijn als volgt:

  1. Registreren als inboeker: Het bedrijf registreert zich bij de NEa als deelnemer in het REV. Alleen de aangeslotene in de zin van de Energiewet kan als inboeker optreden.
  2. Brandstofleveringen registreren: Jaarlijks moeten de leveringen van elektriciteit aan voertuigen worden geregistreerd, uiterlijk voor 1 maart.
  3. Verificatie laten uitvoeren: Een geaccrediteerde, onafhankelijke verificateur controleert de ingeboekte hoeveelheden. De verificatieresultaten moeten voor 1 mei in het REV zijn geregistreerd.
  4. ERE’s verkopen: Na inboeking en verificatie staan de ERE’s op de rekening in het REV en kunnen ze worden verhandeld met verplichtinghouders.

Bedrijven die minder dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, kunnen niet zelf inboeken en werken samen met een inboekdienstverlener. Belangrijk om te weten: de inboekdienstverlener is aansprakelijk voor foutieve inboekingen, niet de individuele klant.

Wat is het verschil tussen HBE-G en HBE-O?

HBE-G staat voor HBE-Geavanceerd en geldt voor biobrandstoffen uit afval en residuen, zoals bepaald in bijlage IX-A van de Renewable Energy Directive. HBE-O staat voor HBE-Overig en omvat elektriciteit en hernieuwbare waterstofbrandstoffen. Het kernverschil zit in de grondstof: biologisch afval versus elektriciteit of waterstof.

In de praktijk zijn er meer categorieën te onderscheiden:

  • HBE-Geavanceerd (HBE-G): Biobrandstoffen uit afval en residuen conform bijlage IX-A. Grondstoffen uit bijlage IX kwamen in aanmerking voor dubbeltelling, waardoor inboeking een dubbele hoeveelheid HBE’s opleverde.
  • HBE-Conventioneel (HBE-C): Biobrandstoffen uit landbouw- en energiegewassen, met een limiet van 1,4% van het totaal.
  • HBE-Bijlage IXb (HBE-B): Voornamelijk gebruikt frituurvet en dierlijk vet, met een maximum van 10%.
  • HBE-Overig (HBE-O): Elektriciteit en hernieuwbare waterstof. Dit is de categorie die relevant is voor bedrijven met elektrische voertuigen en laadinfrastructuur.

Omdat het HBE-systeem per 2026 is vervangen door het ERE-systeem, zijn deze categorieën formeel niet meer van toepassing. Het nieuwe systeem stuurt op CO2-ketenemissiereductie in plaats van energie-inhoud. Voor bedrijven die elektrisch rijden is de opvolger van HBE-O nu de ERE-E (ERE voor elektriciteit), die op vergelijkbare wijze wordt berekend en verhandeld.

Wanneer is een investering in elektrisch rijden rendabel dankzij HBE’s?

Een investering in elektrisch rijden wordt sneller rendabel naarmate een bedrijf meer kilometers rijdt, meer laadt en de ERE-opbrengsten actief benut. De ERE’s die worden gegenereerd door het laden van elektrische voertuigen versterken de businesscase aanzienlijk, maar de exacte terugverdientijd hangt af van de marktprijs van ERE’s, het rijgedrag en de laadinfrastructuur.

De volgende factoren bepalen of de investering rendabel is:

  • Jaarlijks geladen volume: Hoe meer kilowatturen worden geladen, hoe meer ERE’s worden gegenereerd en hoe hoger de potentiële opbrengst.
  • Marktprijs van ERE’s: Bij een historisch gemiddelde van circa 12 euro per eenheid en een berekening van 666 ERE’s per 2.000 kWh, loopt de opbrengst per voertuig snel op bij intensief gebruik.
  • Gebruik van groene stroom: Bedrijven die aantoonbaar 100% hernieuwbare elektriciteit leveren, genereren meer ERE’s per kilowattuur dan bij netstroom.
  • Schaalgrootte: Bij grotere wagenparken en hogere laadvolumes wordt de drempelwaarde van 2 miljoen kWh per jaar eerder bereikt, waardoor zelf inboeken mogelijk wordt en de opbrengst direct op de eigen rekening in het REV terechtkomt.
  • Totaalkosten van eigenaarschap: Lagere brandstofkosten, lagere onderhoudskosten en ERE-opbrengsten samen bepalen de werkelijke businesscase.

Voor transportbedrijven en organisaties met grote wagenparken is de combinatie van lagere operationele kosten en ERE-inkomsten vaak doorslaggevend. Wie vroeg begint met elektrificeren en de ERE-administratie goed inricht, profiteert het meest van het systeem.

Hoe NXT Mobility helpt met HBE certificaten en ERE’s

Wij begeleiden organisaties van begin tot eind bij de overgang naar elektrisch rijden, inclusief de volledige ontzorging rondom HBE certificaten en ERE-dienstverlening. Of het nu gaat om een klein wagenpark of een grote vloot, wij zorgen dat de businesscase klopt en dat geen enkele ERE-opbrengst verloren gaat.

Wat wij concreet voor u doen:

  • Grondige analyse van uw wagenpark en laadgedrag om het ERE-potentieel in kaart te brengen
  • Volledige administratieve ontzorging: registratie bij de NEa, inboeken van elektriciteit en verificatiebegeleiding
  • Installatie van MID-gecertificeerde laadpalen die voldoen aan de eisen voor inboeking vanaf 2026
  • Advies over groene stroom en optimalisatie van uw ERE-opbrengst
  • Begeleiding bij het verhandelen van ERE’s op de markt
  • Inzicht in subsidies en financieringsmogelijkheden die de investering verder versnellen

Wilt u weten wat HBE certificaten en ERE’s concreet opleveren voor uw organisatie? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek en ontdek hoe u de transitie naar elektrisch rijden financieel aantrekkelijk maakt.

Veelgestelde vragen

Kan ik als particulier ook ERE's inboeken voor mijn elektrische auto?

Nee, particulieren kunnen niet zelf inboeken in het Register Energie voor Vervoer (REV). Alleen de zogeheten ‘aangeslotene’ in de zin van de Energiewet — doorgaans een bedrijf dat elektriciteit levert aan voertuigen — mag als inboeker optreden. Als particulier kunt u wel indirect profiteren via een inboekdienstverlener die namens u handelt, maar de ERE-opbrengst vloeit dan terug via het contract dat u met die partij heeft.

Wat gebeurt er als mijn laadpaal niet MID-gecertificeerd is? Verlies ik dan al mijn ERE-opbrengsten?

Ja, zonder een MID-gecertificeerde meter in de laadpaal kunnen de geladen kilowatturen niet worden ingeboekt in het REV, en dus ook geen ERE’s worden gegenereerd. Vanaf 2026 is dit een harde eis. Controleer daarom vóór ingebruikname of uw laadinfrastructuur aan deze vereiste voldoet, of laat een gespecialiseerde partij uw installatie beoordelen en indien nodig upgraden.

Hoe vind ik een betrouwbare inboekdienstverlener als mijn laadvolume onder de 2 miljoen kWh per jaar ligt?

Een goede inboekdienstverlener is geregistreerd bij de NEa en heeft aantoonbare ervaring met het ERE-systeem. Vraag altijd naar de contractvoorwaarden rondom aansprakelijkheid bij foutieve inboekingen, de verdeelsleutel van de ERE-opbrengst en de manier waarop zij de verificatie regelen. Vergelijk meerdere aanbieders op transparantie en track record, want de keuze van dienstverlener heeft direct invloed op uw uiteindelijke opbrengst.

Hoe vaak worden ERE-prijzen bijgewerkt en waar kan ik de actuele marktprijs volgen?

ERE-prijzen zijn geen vaste of officieel gepubliceerde koersen; ze komen tot stand via onderhandelingen tussen inboekers en verplichtinghouders. De NEa publiceert geen dagelijkse marktprijzen. Voor een actueel beeld kunt u terecht bij gespecialiseerde energiebeurzen, brancheorganisaties in de transportsector, of bij een adviseur die de markt actief volgt. Tijdig handelen en het opbouwen van marktkennis is essentieel om de beste prijs te realiseren.

Wat is het risico als ik mijn ERE-administratie niet op orde heb voor de deadlines van 1 maart en 1 mei?

Het missen van de deadline van 1 maart voor het registreren van leveringen, of van 1 mei voor het indienen van verificatieresultaten, betekent dat de bijbehorende ERE’s voor dat jaar niet kunnen worden ingeboekt. U loopt daarmee de volledige opbrengst van die periode mis, zonder compensatiemogelijkheid. Zorg daarom voor een strak administratief proces of schakel een dienstverlener in die de deadlines voor u bewaakt.

Maakt het uit of ik laad met zonnestroom van eigen panelen of met stroom van het net voor de ERE-berekening?

Ja, dat maakt een significant verschil. Voor netstroom geldt in 2026 een reductiefactor van 0,505, gebaseerd op het Nederlandse hernieuwbare aandeel. Wie aantoonbaar 100% hernieuwbare stroom levert — bijvoorbeeld via eigen zonnepanelen gecombineerd met de juiste certificering — rekent zonder deze reductiefactor en genereert daardoor aanzienlijk meer ERE’s per kilowattuur. De bewijslast voor herkomst van groene stroom moet wel goed zijn geborgd.

Is het ERE-systeem ook van toepassing op waterstofvoertuigen in mijn wagenpark?

Ja, hernieuwbare waterstof valt eveneens onder het ERE-systeem. In het oude HBE-systeem was dit de categorie HBE-O; in het nieuwe ERE-systeem bestaat hiervoor een vergelijkbare erkenning. De berekening en inboekvereisten voor waterstof wijken af van die voor elektriciteit, dus het is verstandig om de specifieke rekenregels en documentatievereisten voor uw type voertuig apart te laten beoordelen.