Hoeveel cent per kWh kun je verdienen met de ERE regeling?

Met de ERE regeling kun je als bedrijf ruwweg 0,5 tot 2 cent per kWh ontvangen voor elektriciteit die je levert aan elektrische voertuigen, afhankelijk van de actuele marktprijs van ERE certificaten en het type stroom dat je inboekt. De exacte opbrengst hangt af van hoeveel ERE-E eenheden jouw levering genereert en wat die eenheden op de markt waard zijn. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de ERE regeling, van de berekening tot de praktische stappen om als bedrijf te starten met de ERE regeling.

Hoe wordt de ERE-vergoeding per kWh berekend?

De ERE-vergoeding per kWh wordt berekend door het aantal gegenereerde ERE-E eenheden te vermenigvuldigen met de marktprijs per ERE. Voor netstroom in 2026 geldt de formule: kWh x 0,505 x 183 x 3,6 / 1.000. Dit levert per kWh netstroom circa 0,333 ERE-E op. Bij 100% hernieuwbare stroom vervalt de factor 0,505, wat de opbrengst per kWh verhoogt.

Om dit concreet te maken: de NEa geeft als rekenvoorbeeld dat 2.000 kWh netstroom in 2026 precies 666 ERE-E oplevert. De formule werkt met drie vaste waarden:

  • 0,505: het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel voor 2026, gebaseerd op het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit in 2024
  • 183 g CO2-eq/MJ: de fossiele referentiewaarde voor elektriciteit, vastgesteld op Europees niveau
  • 3,6 MJ/kWh: de vaste omrekeningsfactor van kilowattuur naar megajoule

Het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel wordt jaarlijks vastgesteld op basis van het aandeel hernieuwbare elektriciteit van twee jaar vóór het leverjaar. Voor 2026 is dat dus het aandeel in 2024: 50,5%. Lever je aantoonbaar 100% hernieuwbare stroom, dan telt de volledige 183 g CO2-eq/MJ mee en genereer je meer ERE-E per kWh.

De uiteindelijke vergoeding in euro of cent per kWh hangt vervolgens af van de marktprijs van ERE certificaten. Die prijs wordt bepaald door vraag en aanbod op de markt tussen brandstofleveranciers met een nalevingsverplichting en inboekers die ERE’s aanbieden.

Wat is de huidige ERE-vergoeding in cent per kWh?

Er is geen vaste officiële vergoeding per kWh vastgesteld; de opbrengst is afhankelijk van de marktprijs van ERE certificaten op het moment van verkoop. Op basis van de rekenformule en historische marktbewegingen rondom het vroegere HBE-systeem liggen de verwachte opbrengsten voor de meeste bedrijven in de orde van 0,5 tot 2 cent per kWh, maar de werkelijke prijs kan hoger of lager uitvallen.

Ter vergelijking: onder het HBE-systeem varieerden de prijzen voor HBE-Overig (de categorie voor elektriciteit) aanzienlijk per jaar. Het ERE-systeem introduceert sectorsturing, waardoor ERE-E eenheden uitsluitend inzetbaar zijn in de sector waar ze zijn gegenereerd. Dit voorkomt de prijsdruk die in het oude systeem ontstond doordat grote volumes uit de scheepvaartsectoren de markt voor wegvervoer beïnvloedden.

De sectorverplichting voor land bedraagt in 2026 een CO2-ketenemissiereductie van 14,4%, oplopend naar 27,1% in 2030. Naarmate de verplichting stijgt en de vraag naar ERE certificaten toeneemt, kan ook de marktprijs van ERE-E stijgen. Bedrijven die nu beginnen met inboeken, bouwen tijdig ervaring op en profiteren van een groeiende markt.

Wie komt in aanmerking voor de ERE regeling?

Elk bedrijf of organisatie dat elektriciteit levert aan elektrische voertuigen via een bemeterd leverpunt kan in aanmerking komen voor de ERE regeling, mits het de aangeslotene is in de zin van de Energiewet. Dit omvat onder andere bedrijven met laadpleinen, exploitanten van openbare laadstations, tankstations, winkelcentra, hotels en werkgevers die thuisladers bij medewerkers installeren.

Concreet zijn de volgende situaties inboekbaar als ERE-E:

  • Elektriciteit geleverd aan wegvoertuigen via laadpalen op bedrijfsterreinen
  • Elektriciteit geleverd via openbare laadinfrastructuur
  • Walstroom aan schepen (sector binnenvaart of zeevaart)
  • Elektriciteit aan mobiele bouwmachines (vanaf 2026 in sector land)
  • Verwisselbare voertuigaccu’s

Niet inboekbaar zijn onder meer losse accupakketten of aggregaten, spoorvervoer en luchtvaart. Luchtvaart valt vanaf 2026 niet langer onder de Brandstoftransitieverplichting en is dus uitgesloten van inboeken.

Een belangrijk technisch vereiste is de meting: vanaf 2026 moet de meter zich bij de laadpaal bevinden en MID-gecertificeerd zijn, conform de Metrologiewet. Voor bestaande situaties met een MID-meter buiten de laadpaal geldt een overgangsperiode gedurende 2026, maar per 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan. Het is dus verstandig om bestaande meetopstellingen tijdig te controleren en indien nodig aan te passen.

Wat is het verschil tussen ERE en HBE?

Het fundamentele verschil is de maateenheid en de sturingssystematiek. Een HBE (Hernieuwbare Brandstofeenheid) stond voor 1 gigajoule hernieuwbare energie geleverd aan de vervoersmarkt. Een ERE (Emissiereductie-eenheid) staat voor 1 kg CO2-equivalente emissiereductie in de keten ten opzichte van een Europese fossiele referentiewaarde. De focus verschuift dus van energiehoeveelheid naar daadwerkelijke CO2-reductie.

Van energie naar emissie als sturingsprincipe

Het HBE-systeem was gebaseerd op RED II en stuurde op het aandeel hernieuwbare energie in het totale brandstofverbruik voor vervoer. Het ERE-systeem, gebaseerd op RED III, stuurt op CO2-ketenemissiereductie van productie tot verbranding. Dit sluit beter aan bij de Europese klimaatdoelstellingen en maakt het mogelijk om brandstoffen eerlijker te vergelijken op hun werkelijke klimaatimpact.

Sectorsturing als nieuw element

Een ander belangrijk verschil is de introductie van sectorsturing in het ERE-systeem. In het HBE-systeem konden grote volumes uit de scheepvaartsectoren de prijs voor wegvervoer beïnvloeden. In het ERE-systeem zijn eenheden in beginsel alleen inzetbaar binnen de sector waar ze zijn gegenereerd. ERE-E eenheden uit de landsector kunnen dus niet worden ingezet voor de binnenvaart- of zeevaartverplichting.

De overgang van HBE naar ERE vond officieel plaats op 1 mei 2026, toen de NEa de laatste jaarafsluiting onder de HBE-regels uitvoerde. Resterende HBE-saldi werden omgezet naar ERE’s met de omrekenregel: 1 HBE = 46 ERE. De soort (geavanceerd, IXb, conventioneel of overig) bleef daarbij behouden.

Hoe ontvang je de ERE-vergoeding als bedrijf?

Om de ERE-vergoeding te ontvangen, moet je als bedrijf je elektriciteitleveringen registreren in het Register Energie voor Vervoer (REV), beheerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Na inboeking ontvang je ERE-E eenheden op je rekening in het REV, die je vervolgens kunt verkopen aan partijen met een nalevingsverplichting.

Het proces kent drie verplichte jaarlijkse handelingen met vaste deadlines:

  1. Vóór 1 maart: brandstofleveringen registreren over het voorgaande jaar
  2. Vóór 1 april: voldoende ERE’s op rekening hebben (jaarafsluiting voor partijen met verplichting)
  3. Vóór 1 mei: verificatie registreren in het REV

Deze deadlines gelden voor het eerst in 2027 over de leveringen van 2026. Bedrijven die in 2026 starten met inboeken, hebben dus tot begin 2027 de tijd om hun registraties op orde te brengen.

In de praktijk werken veel bedrijven samen met een inboekdienstverlener die de registratie, verificatie en verkoop van ERE certificaten uit handen neemt. Let op: de inboekdienstverlener, niet de particulier of eindklant, is aansprakelijk voor foutieve inboekingen. Kies daarom een betrouwbare en ervaren partner voor dit proces.

Maakt de ERE regeling elektrisch rijden financieel aantrekkelijker?

Ja, de ERE regeling maakt de business case voor elektrisch rijden en laden aantrekkelijker, omdat de opbrengst uit ERE certificaten een directe financiële vergoeding vormt bovenop de inkomsten uit laaddiensten. Voor bedrijven met een groot laadvolume kan dit oplopen tot een substantieel bedrag per jaar, wat de terugverdientijd van laadinfrastructuur verkort.

De financiële impact is het grootst voor organisaties die veel elektrische kilometers faciliteren, zoals:

  • Bedrijven met grote laadpleinen voor eigen wagenpark of klanten
  • Exploitanten van openbare of semiopenbare laadlocaties
  • Transportbedrijven die hun vrachtwagenpark elektrificeren
  • Locatie-eigenaren zoals supermarkten, winkelcentra en parkeergarages

De oplopende sectorverplichting versterkt dit effect op de langere termijn. De verplichting voor de landsector stijgt van 14,4% in 2026 naar 27,1% in 2030. Naarmate de verplichting stijgt, neemt de vraag naar ERE certificaten toe, wat de marktprijs en daarmee de opbrengst per kWh positief kan beïnvloeden.

Tegelijkertijd is de ERE regeling geen op zichzelf staande inkomstenbron. De werkelijke financiële aantrekkelijkheid hangt af van het totale pakket: de investeringskosten van laadinfrastructuur, de energiekosten, eventuele subsidies en de ERE-opbrengsten samen. Een goede doorrekening van alle factoren geeft het meest betrouwbare beeld van de business case.

Hoe NXT Mobility helpt met de ERE regeling

Wij begeleiden organisaties van A tot Z bij het benutten van de ERE regeling, zodat je geen omzet laat liggen en aan alle technische en administratieve vereisten voldoet. Als totaalpartner voor duurzame mobiliteit combineren we laadinfrastructuur, inboekdienstverlening en wagenparkadvies in één pakket. Concreet helpen we je met:

  • Het beoordelen of jouw situatie in aanmerking komt voor inboeken van ERE certificaten
  • Het controleren en indien nodig aanpassen van je meetinfrastructuur (MID-certificering)
  • De registratie en verificatie van leveringen in het REV, inclusief bewaking van de jaarlijkse deadlines
  • Het verhandelen van gegenereerde ERE-E eenheden voor de beste marktprijs
  • Advies over de combinatie van ERE-opbrengsten met andere verduurzamingsmaatregelen en subsidies

Of je nu een bedrijfslaadplein wilt realiseren, een openbare laadlocatie exploiteert of je vrachtwagenpark aan het elektrificeren bent: wij zorgen dat de ERE regeling optimaal bijdraagt aan jouw business case. Bekijk onze diensten voor een volledig overzicht, of neem contact op voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Veelgestelde vragen

Moet ik als bedrijf een speciale vergunning aanvragen om te mogen inboeken in het REV?

Je hebt geen aparte vergunning nodig, maar je moet wel geregistreerd staan als inboeker bij de NEa en toegang hebben tot het Register Energie voor Vervoer (REV). Daarnaast moet je voldoen aan de technische meetvereisten, zoals een MID-gecertificeerde meter bij de laadpaal. Werk je met een inboekdienstverlener, dan regelt die doorgaans de registratie en toegang namens jou.

Wat gebeurt er als mijn MID-meter niet op de juiste locatie zit vóór 1 januari 2027?

Als je meter zich na 1 januari 2027 nog steeds buiten de laadpaal bevindt en niet MID-gecertificeerd is conform de vereisten, kun je de betreffende leveringen niet meer inboeken als ERE-E. Je loopt dan directe omzet mis. Controleer je meetopstelling daarom zo snel mogelijk en plan eventuele aanpassingen ruim vóór de deadline, want installateurs hebben het in 2026 druk met vergelijkbare opdrachten.

Kan ik ook ERE-vergoedingen ontvangen voor thuisladers die ik bij medewerkers heb geïnstalleerd?

Ja, dit is mogelijk mits jouw bedrijf de aangeslotene is op het betreffende leverpunt en de meter voldoet aan de MID-certificeringsvereisten. In de praktijk betekent dit dat de thuislader op naam van het bedrijf moet staan en dat de meting correct is ingericht. Dit is een situatie waarbij een gespecialiseerde inboekdienstverlener sterk aangeraden is, omdat de administratieve opzet per medewerker complex kan zijn.

Hoe vaak kan ik mijn gegenereerde ERE-E eenheden verkopen, en bepaal ik zelf de verkoopprijs?

ERE-E eenheden staan zodra ze zijn toegekend op je rekening in het REV en kunnen in principe op elk gewenst moment worden verkocht aan partijen met een nalevingsverplichting. Je kunt zelf onderhandelen over de prijs, maar in de praktijk laten de meeste bedrijven de verkoop over aan een inboekdienstverlener die toegang heeft tot een breder netwerk van kopers en zo een betere marktprijs kan realiseren. Timing kan daarbij relevant zijn: naarmate de sectorverplichting oploopt, kan de prijs per ERE stijgen.

Wat is een veelgemaakte fout bij het starten met de ERE regeling?

Een van de meest voorkomende fouten is te laat beginnen met het controleren van de meetinfrastructuur, waardoor leveringen in 2026 niet of niet volledig inboekbaar blijken. Daarnaast onderschatten bedrijven regelmatig de administratieve verplichtingen rondom registratie en verificatie, met name de vaste jaardeadlines. Begin daarom op tijd, zorg dat je meetopstelling klopt vóórdat je begint met leveren, en overweeg een inboekdienstverlener in te schakelen om fouten en gemiste deadlines te voorkomen.

Kan ik de ERE-opbrengsten combineren met andere subsidies of fiscale regelingen voor laadinfrastructuur?

Ja, ERE-opbrengsten staan los van subsidies zoals de SPRONG-regeling of fiscale voordelen zoals de KIA (Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek) en zijn daar in principe mee combineerbaar. De ERE-vergoeding is een marktopbrengst uit de verkoop van certificaten, geen subsidie, en telt dus niet mee als subsidie-inkomsten die andere regelingen kunnen uitsluiten. Laat de totale business case wel altijd doorrekenen door een adviseur die alle relevante regelingen meeneemt, zodat je het maximale rendement uit je investering haalt.

Wat gebeurt er met mijn ERE-E eenheden als ik ze niet op tijd verkoop?

ERE-E eenheden vervallen niet direct, maar ze zijn alleen inzetbaar voor de nalevingsverplichting van het jaar waarin ze zijn gegenereerd of het daaropvolgende jaar, afhankelijk van de geldende regelgeving rondom overdraagbaarheid. Het is verstandig om niet te lang te wachten met verkopen, zeker omdat de marktprijs kan fluctueren en je bij een te grote voorraad het risico loopt waardevermindering te ondervinden. Een inboekdienstverlener kan je helpen een verkoopstrategie te bepalen die aansluit bij de marktontwikkelingen.