Hoe ziet de toekomst van de ERE-regeling eruit?

De toekomst van de ERE-regeling staat grotendeels vast: het nieuwe ERE-systeem (Emissiereductie-eenheden) vervangt het HBE-systeem per 1 januari 2026 en bouwt de CO2-ketenemissiereductieverplichting de komende jaren stapsgewijs op richting 2030. Voor zakelijke rijders en wagenparkbeheerders betekent dit dat de spelregels voor hernieuwbare energie in transport ingrijpend veranderen, maar dat de kansen voor elektrisch rijden juist groter worden. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over wat er concreet verandert, waarom het verandert, en wat het voor jouw organisatie betekent.

Wat verandert er concreet aan de ERE-regeling de komende jaren?

Per 1 januari 2026 vervangt het ERE-systeem het HBE-systeem volledig. De grootste concrete verandering is dat de sturing niet meer plaatsvindt op basis van de energiehoeveelheid (gigajoules hernieuwbare energie), maar op de CO2-ketenemissiereductie van brandstoffen over de volledige keten, van productie tot verbranding. Dat klinkt technisch, maar heeft directe gevolgen voor hoe eenheden worden berekend en verhandeld.

Sectorsturing als nieuw fundament

Een van de meest ingrijpende wijzigingen is de introductie van sectorsturing. Het ERE-systeem is opgedeeld in drie sectoren: land (wegvoertuigen, spoor, mobiele machines), binnenvaart en zeevaart. ERE’s zijn in beginsel alleen inzetbaar binnen de sector waarin ze zijn gegenereerd. Dit voorkomt dat grote volumes uit de scheepvaartsector de markt voor wegvervoer beïnvloeden, wat onder het HBE-systeem wel het geval was en leidde tot ongewenste prijsdruk.

Oplopende reductiepercentages tot 2030

De CO2-ketenemissiereductieverplichting loopt de komende jaren aanzienlijk op. Voor de landsector geldt in 2026 een verplichting van 14,4%, die stijgt naar 27,1% in 2030. Voor binnenvaart en zeevaart gelden lagere startpercentages die eveneens oplopen. Organisaties die nu investeren in elektrisch rijden en laadinfrastructuur, bouwen dus mee aan een systeem dat jaar na jaar zwaarder weegt.

Naast de sectorsturing zijn er zes typen ERE’s geïntroduceerd: ERE-G (geavanceerd), ERE-C (conventioneel), ERE-B, ERE-O, ERE-R (hernieuwbare waterstof en e-fuels) en ERE-E (elektriciteit). Voor zakelijke rijders is ERE-E het meest relevant: dit type wordt gegenereerd door elektriciteit te leveren aan voertuigen. De berekening is gebaseerd op het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel, dat voor 2026 is vastgesteld op 50,5%.

De jaarlijkse deadlines zijn ook aangescherpt: brandstofleveringen registreren voor 1 maart, voldoende ERE’s op rekening voor 1 april en verificatie registreren voor 1 mei. Deze deadlines gelden voor het eerst in 2027 over de leveringen van 2026.

Waarom wordt de ERE-regeling aangepast?

De ERE-regeling is aangepast omdat de Europese Unie haar klimaatambities heeft aangescherpt via de Renewable Energy Directive III (RED III), onderdeel van het “Fit for 55”-pakket. Nederland implementeert deze Europese richtlijn via nationale wetgeving. De fundamentele reden voor de systeemwissel is dat het HBE-systeem onvoldoende stuurde op werkelijke CO2-reductie over de volledige brandstofketen.

Onder RED II (de basis voor het HBE-systeem) werd gestuurd op de energie-inhoud van hernieuwbare energie. RED III verlegt de focus naar de daadwerkelijke CO2-ketenemissiereductie van productie tot verbranding. Dat is een fundamenteel andere benadering: niet hoeveel groene energie er wordt geleverd telt, maar hoeveel CO2 er per saldo wordt bespaard ten opzichte van fossiele alternatieven.

Wetsvoorstel 36.766, dat de Wet milieubeheer en de Wet op de accijns wijzigt ter implementatie van RED III, werd door de Tweede Kamer aangenomen op 2 oktober 2025 en door de Eerste Kamer op 31 maart 2026. De wet is gepubliceerd als Staatsblad 2026, nr. 83. De bijbehorende uitvoeringsregelgeving heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2026, zodat het gehele jaar 2026 al onder het nieuwe systeem valt.

De aanpassing lost ook een concreet marktprobleem op: onder het HBE-systeem konden grote volumes uit de scheepvaartsector de prijzen voor wegvervoer negatief beïnvloeden. Door sectorsturing in te voeren, wordt dit voorkomen en krijgt elke sector een eigen, eerlijk speelveld.

Wat betekent de toekomst van de ERE-regeling voor zakelijke rijders?

Voor zakelijke rijders met elektrische voertuigen biedt de ERE-regeling een directe financiële kans: door elektriciteit te leveren aan voertuigen kunnen ERE-E-eenheden worden gegenereerd en verhandeld. Dit versterkt de businesscase voor elektrisch rijden aanzienlijk, zeker nu de reductiepercentages de komende jaren verder oplopen en ERE’s daarmee potentieel waardevoller worden.

Concreet geldt voor zakelijke rijders het volgende:

  • Thuisladen via een inboekdienstverlener: particulieren en werknemers kunnen uitsluitend deelnemen via een erkende inboekdienstverlener. Begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners bij de NEa geregistreerd. De marktbrede commissie ligt ruwweg tussen de 15 en 25%.
  • Netgemiddeld hernieuwbaar aandeel: voor thuisladers geldt altijd het netgemiddelde (50,5% in 2026) als hernieuwbaar aandeel, ook als er zonnepanelen aanwezig zijn, omdat eigen opwek voor particulieren niet aantoonbaar is in het systeem.
  • MID-gecertificeerde meter verplicht: vanaf 2026 moet de meter zich in de laadpaal bevinden en MID-gecertificeerd zijn. Voor bestaande situaties geldt een overgangsperiode in 2026; per 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan.
  • Machtiging voor minimaal één jaar: een machtiging aan een inboekdienstverlener geldt voor minimaal één heel kalenderjaar. Overstappen naar een andere aanbieder is pas mogelijk vanaf het volgende kalenderjaar.

Voor bedrijven die meer dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, is zelfstandig inboeken mogelijk. Bedrijven onder deze drempel boeken in via een inboekdienstverlener. Wie 100% hernieuwbare beloning wil ontvangen, heeft opwek op dezelfde leveringslocatie nodig, inclusief een Garantie van Oorsprong zonder exploitatiesubsidie.

Hoe beïnvloeden de wijzigingen de businesscase voor wagenparkelectrificatie?

De overgang naar het ERE-systeem versterkt de businesscase voor wagenparkelectrificatie op meerdere fronten. Doordat de reductieverplichting voor de landsector oploopt van 14,4% in 2026 naar 27,1% in 2030, neemt de vraag naar ERE-E-eenheden structureel toe. Een groeiende vraag bij een beperkt aanbod kan de waarde van ERE’s positief beïnvloeden, wat de opbrengsten uit inboeken aantrekkelijker maakt.

De sectorsturing is hierbij een cruciale factor. Onder het HBE-systeem drukten grote volumes uit de scheepvaartsector de prijzen voor wegvervoer. Dat effect verdwijnt grotendeels doordat ERE-E uitsluitend inzetbaar is binnen de sector van herkomst. Voor zakelijke rijders in de landsector betekent dit een stabieler en transparanter marktmechanisme.

Daarnaast geldt dat de spaarlimiet bewust beperkt is gehouden. Een saldo van 45.000 ERE’s of minder kan altijd worden gespaard. Daarboven gelden strikte percentages: maximaal 4% van de bijgeschreven ERE’s voor inboekers, of maximaal 10% van de verplichting voor verplichtinghouders. ERE’s boven de spaarlimiet vervallen automatisch op 1 april. Dit stimuleert actief gebruik en handel in ERE’s, wat de marktliquiditeit ten goede komt.

Voor wagenparkbeheerders die nu al investeren in laadinfrastructuur, is het belangrijk om de juiste technische randvoorwaarden op orde te hebben. Een MID-gecertificeerde meter in de laadpaal is geen nice-to-have maar een wettelijke vereiste voor deelname aan het ERE-systeem. Wie dit goed inricht, profiteert direct van de inboekopbrengsten.

Is het nog slim om nu te investeren in elektrisch rijden?

Ja, investeren in elektrisch rijden is in 2026 verstandig. De ERE-regeling biedt directe financiële voordelen via inboekopbrengsten, de reductiepercentages lopen structureel op waardoor de waarde van ERE’s toeneemt, en de wetgeving geeft duidelijkheid over de spelregels tot en met 2030. Wachten vergroot het risico dat je concurrenten een voorsprong opbouwen in infrastructuur en ervaring.

Er zijn een paar concrete redenen waarom nu het juiste moment is:

  • Regelgeving is vastgesteld: met de publicatie van Staatsblad 2026, nr. 83 en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving is het wettelijk kader helder. Onzekerheid over de spelregels is weggenomen.
  • Stijgende verplichtingen verhogen de vraag: naarmate de reductieverplichting voor de landsector oploopt, neemt de vraag naar ERE-E toe. Wie nu instapt, profiteert van een groeiende markt.
  • Infrastructuur opbouwen kost tijd: laadinfrastructuur plannen, vergunningen regelen, installeren en MID-certificering organiseren vergt maanden. Hoe eerder je begint, hoe sneller je rendement maakt.
  • Technologie is volwassen: smart charging, MID-gecertificeerde laadpalen en inboekdiensten zijn breed beschikbaar en bewezen in de praktijk.

De enige nuance is dat je de juiste technische keuzes moet maken. Een laadpaal zonder MID-gecertificeerde meter sluit je uit van het ERE-systeem. Laat je adviseren over de technische vereisten voordat je investeert, zodat je laadinfrastructuur direct bijdraagt aan je inboekopbrengsten.

Hoe zorg je dat je laadinfrastructuur toekomstbestendig blijft?

Toekomstbestendige laadinfrastructuur voldoet aan de huidige wettelijke eisen van het ERE-systeem én is schaalbaar genoeg om mee te groeien met stijgende reductiepercentages en een groeiend wagenpark. De sleutel zit in drie elementen: de juiste metertechnologie, slimme capaciteitsplanning en een betrouwbare partner voor administratie en inboeken.

Technische vereisten op orde brengen

De MID-gecertificeerde meter in de laadpaal is de technische basis voor deelname aan het ERE-systeem. Zorg dat nieuwe laadpalen hier standaard aan voldoen. Voor bestaande situaties met een MID-meter buiten de laadpaal geldt een overgangsperiode in 2026, maar per 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan. Plan een eventuele upgrade dus ruim voor die datum.

Slim laden en capaciteitsplanning

Smart Charging-technologie verdeelt het beschikbare laadvermogen intelligent over aangesloten voertuigen. Dit is niet alleen relevant voor kostenbesparing op netaansluiting, maar ook voor het optimaliseren van de inboekbare hoeveelheid elektriciteit. Hoe meer laadsessies goed worden gemeten en geregistreerd, hoe meer ERE-E je kunt genereren. Zorg ook dat je laadpleinen schaalbaar zijn ingericht, zodat uitbreiding van het wagenpark niet meteen leidt tot een nieuwe netaansluiting.

Naast de technische kant is de administratieve kant minstens zo belangrijk. Registreer brandstofleveringen tijdig voor 1 maart, zorg dat er voldoende ERE’s op rekening staan voor 1 april en laat verificatie registreren voor 1 mei. Wie deze deadlines mist, riskeert handhavend optreden door de NEa, inclusief mogelijke bestuurlijke boetes. Overweeg een ERE-inboekdienst om dit proces volledig uit handen te geven.

Hoe NXT Mobility helpt bij de toekomst van de ERE-regeling

Wij bij NXT Mobility begeleiden organisaties door de volledige transitie naar emissievrij rijden, inclusief alles wat er bij de ERE-regeling komt kijken. Of je nu een klein wagenpark hebt of een grote vloot aan het elektrificeren bent, wij zorgen dat je laadinfrastructuur voldoet aan de wettelijke eisen én dat je optimaal profiteert van de financiële voordelen van het ERE-systeem.

Wat we concreet voor je doen:

  • Onafhankelijk wagenparkadvies op basis van jouw specifieke situatie, inclusief een helder stappenplan richting zero-emissie transport
  • Levering en installatie van MID-gecertificeerde laadpalen die direct voldoen aan de vereisten van het ERE-systeem, zowel op bedrijfslocaties als bij werknemers thuis
  • Smart Charging oplossingen voor optimale capaciteitsbenutting en maximale inboekopbrengsten
  • Volledige ERE-inboekdienst: wij registreren jouw elektriciteitsleveringen, halen ERE-E-eenheden op en zorgen dat alle deadlines worden gehaald
  • Subsidieaanvragen en administratieve ontzorging, van vergoedingsregelingen voor thuisladen tot BTW-vraagstukken en energieregistratie

Wil je weten wat de ERE-regeling concreet voor jouw organisatie betekent en hoe je de businesscase voor wagenparkelectrificatie versterkt? Bekijk ons volledig dienstenaanbod of neem direct contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek.