Hoe wordt de waarde van een HBE bepaald?
De waarde van een HBE-certificaat wordt bepaald door vraag en aanbod op de vrije markt. Er bestaat geen vaste prijs: kopers en verkopers handelen HBE’s rechtstreeks of via brokers, waarbij de prijs schommelt op basis van het totale aanbod, de jaarlijkse verplichting en de verwachtingen over toekomstige regelgeving. Historisch bewoog de prijs ruwweg tussen €0,07 en €0,19 per HBE, met een driejarig gemiddelde van circa €0,12. In dit artikel beantwoorden we de meestgestelde vragen over HBE-certificaten, van prijsvorming tot berekening en businesscase. Wil je alvast weten welke diensten voor duurzame mobiliteit beschikbaar zijn? Dat lees je op onze dienstenpagina.

Welke factoren bepalen de prijs van een HBE op de markt?
De prijs van een HBE-certificaat wordt bepaald door het samenspel van de jaarlijkse verplichting, het beschikbare aanbod en de verwachte marktontwikkelingen. Omdat het een marktsysteem is zonder vaste overheidssubsidie, kan de prijs gedurende het jaar sterk fluctueren. Partijen met een tekort kopen bij, partijen met een overschot verkopen.
De belangrijkste prijsbepalende factoren zijn:
- De hoogte van de jaarverplichting: Hoe hoger het verplichte aandeel hernieuwbare energie, hoe meer vraag naar HBE’s. De verplichting steeg van 17,9% in 2022 naar 29,4% in 2025, wat de marktdruk aanzienlijk verhoogde.
- Het totale aanbod: In 2024 boekten 202 inboekers circa 107 miljoen HBE’s in, terwijl de benodigde hoeveelheid op circa 117 miljoen lag. Dat tekort dwong partijen om in te teren op hun spaarsaldo, wat de prijs ondersteunde.
- Spaarsaldi: Bedrijven mogen HBE’s sparen voor toekomstige jaren. Een groot collectief spaarsaldo drukt de prijs; een krap saldo drijft hem op.
- Verwachtingen over regelgeving: Aankondigingen van kabinetsbesluiten, zoals de verhoging met 20 PJ via de Voorjaarsnota 2023, beïnvloeden de prijs direct zodra ze bekend worden.
- Sectorsturing in het nieuwe ERE-systeem: Vanaf 2026 zijn HBE’s omgezet naar ERE’s. Doordat ERE’s sectorgebonden zijn, verdwijnt de prijsdruk die ontstond doordat scheepvaartvolumes de markt voor wegvervoer beïnvloedden. Marktanalisten verwachten dat dit de waarde van ERE-E in de sector land kan verhogen, maar dit blijft een prognose.
Kortom: wie de markt voor HBE-certificaten wil begrijpen, moet niet alleen naar de huidige prijs kijken, maar ook naar de verhouding tussen verplichting en aanbod in het lopende jaar.
Hoe wordt het aantal HBE’s per geladen kilowattuur berekend?
Het aantal HBE’s dat een kilowattuur elektriciteit oplevert, hangt af van het hernieuwbare aandeel van de geleverde stroom en een vaste omrekeningsfactor. Voor netstroom gold als basisformule: aantal HBE’s = geleverde kWh gedeeld door de energetische waarde in MJ, vermenigvuldigd met het hernieuwbaar aandeel van het netgemiddelde.
Omdat het HBE-systeem per 1 januari 2026 is vervangen door het ERE-systeem, is de berekening sindsdien iets anders opgebouwd. Voor ERE-E uit netstroom geldt in 2026:
- Aantal ERE-E = levering (kWh) × 0,505 × 183 (g CO₂-eq/MJ) × 3,6 (MJ/kWh) ÷ 1.000
- De factor 0,505 staat voor het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel van 50,5% in 2026, gebaseerd op het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit twee jaar eerder (dus 2024).
Een concreet rekenvoorbeeld van de NEa: 2.000 kWh netstroom levert 2.000 × 0,505 × 183 × 3,6 ÷ 1.000 = 666 ERE-E op. Bij 100% hernieuwbare stroom, aantoonbaar via een Garantie van Oorsprong zonder exploitatiesubsidie, vervalt de factor 0,505 en telt de volledige hoeveelheid mee. Elektriciteit uit biomassa of biogas telt overigens niet als 100% hernieuwbaar.
Voor de omrekening van resterende HBE’s naar ERE’s gold bij de overgang op 1 mei 2026 de vaste regel: 1 HBE = 46 ERE.
Wat is het verschil tussen HBE-elektriciteit en andere HBE-categorieën?
HBE-elektriciteit (HBE-E) is de categorie die wordt gegenereerd door het leveren van elektriciteit aan elektrische voertuigen voor wegvervoer. Andere categorieën, zoals HBE-geavanceerd en HBE-conventioneel, zijn gebaseerd op vloeibare of gasvormige biobrandstoffen. Het fundamentele verschil zit in de energiebron, de berekeningsgrondslag en de inzetbaarheid op de markt.
In het oude HBE-systeem konden alle categorieën in beginsel door elkaar worden ingezet om aan de jaarverplichting te voldoen. Dat leidde ertoe dat grote volumes uit de scheepvaartsector de prijs voor wegvervoer drukten. In het nieuwe ERE-systeem is dit aangepakt via sectorsturing:
- ERE-E (elektriciteit): Kan uitsluitend worden ingezet in de sector waarin de elektriciteit is geleverd. Voor laadpalen bij wegvoertuigen betekent dit: sector land.
- ERE-G (geavanceerd) en ERE-C (conventioneel): Gebaseerd op biobrandstoffen, met eigen duurzaamheidseisen en dubbeltellingregels voor geavanceerde grondstoffen.
- ERE-R (RFNBO): Voor hernieuwbare waterstof en e-fuels, met een apart subdoel van 5,5 PJ in 2030 op nationaal niveau.
Voor bedrijven die elektrisch rijden of laden aanbieden, is HBE-E (nu ERE-E) de meest relevante categorie. De waarde ervan wordt steeds meer beschermd doordat de sectorscheiding voorkomt dat goedkopere volumes uit andere sectoren de prijs doen dalen.
Wie mag HBE’s genereren en verhandelen?
HBE’s mogen worden gegenereerd door zogenoemde inboekers: partijen die aantoonbaar hernieuwbare energie leveren aan voertuigen voor wegvervoer. Particulieren kunnen alleen deelnemen via een erkende inboekdienstverlener. Bedrijven mogen zelfstandig inboeken als ze meer dan 2 miljoen kWh per jaar leveren; bij een lager volume moeten ook zij via een dienstverlener werken.
De voorwaarden voor deelname zijn:
- Registratie in het Register Energie voor Vervoer (REV) van de NEa
- Een jaarlijkse inboekverificatie door een geaccrediteerde, onafhankelijke verificateur, met indiening van de verificatieverklaring vóór 1 april
- Voor particulieren: een MID-gecertificeerde meter en een machtiging aan precies één inboekdienstverlener (geldig voor minimaal één heel kalenderjaar)
- Voor bedrijven met 100% hernieuwbare levering: een Garantie van Oorsprong zonder exploitatiesubsidie, overgeboekt naar het NEa-account
Begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners geregistreerd bij de NEa. Particulieren die via zo’n dienstverlener deelnemen, ontvangen een vergoeding voor de ingebrachte kWh’s, maar de dienstverlener houdt een marktbrede commissie in van ruwweg 15 tot 25%. De exacte vergoeding is contractueel en marktafhankelijk.
Verhandelen van HBE’s of ERE’s mag door iedere partij met een REV-rekening, zowel inboekers als verplichtinghouders als tussenhandelaren. Er is geen verplichting om zelf in te boeken om te mogen kopen of verkopen.
Hoe verhoudt de HBE-opbrengst zich tot de totale businesscase voor elektrisch rijden?
De HBE-opbrengst is een reële maar variabele bijdrage aan de businesscase voor elektrisch rijden. Bij een marktprijs van circa €0,12 per HBE en een gemiddeld aantal HBE’s per geladen kWh kan de opbrengst de effectieve laadkosten merkbaar verlagen, maar de exacte bijdrage hangt sterk af van het laadvolume, de gehanteerde marktprijs en de kosten van de inboekdienstverlener.
Om de businesscase realistisch te beoordelen, zijn er meerdere financiële componenten relevant:
- Directe HBE/ERE-opbrengst: Per geladen kWh genereert netstroom een beperkt maar stabiel aantal eenheden. Bij grote laadvolumes, zoals bij een bedrijfslaadplein of snellaadstation, telt dit snel op.
- Energiekosten versus brandstofkosten: Elektriciteit is per gereden kilometer doorgaans goedkoper dan diesel of benzine, zeker bij slim laden buiten piekuren.
- Investeringskosten laadinfrastructuur: De aanschaf en installatie van laadpalen zijn eenmalige kosten die terugverdiend worden over de gebruiksduur.
- Subsidies en fiscale voordelen: Afhankelijk van de situatie zijn er regelingen beschikbaar die de initiële investering verlagen.
- Reputatie en wetgeving: Bedrijven die nu investeren in zero-emissietransport, bouwen een voorsprong op voor aankomende wetgeving rondom zero-emissiezones en rapportageverplichtingen.
De HBE-opbrengst is dus geen op zichzelf staande reden om te elektrificeren, maar een versterker van een businesscase die al op meerdere pijlers rust. Zeker voor transportbedrijven met grote laadvolumes kan de opbrengst uit de ERE-regeling een substantieel deel van de operationele kosten compenseren.
Hoe wij helpen met HBE certificaten en de transitie naar zero-emissie
Wij begeleiden organisaties van begin tot eind bij de elektrificatie van hun wagenpark, inclusief alles rondom HBE-certificaten en de overgang naar het nieuwe ERE-systeem. Onze aanpak is concreet en volledig op maat:
- Onafhankelijk wagenparkadvies: We analyseren je huidige wagenpark, energiebehoefte en rijgedrag en vertalen dat naar een haalbaar stappenplan richting zero-emissie.
- HBE- en ERE-dienstverlening: We ontzorgen je volledig in de complexe regelgeving, administratie en certificeringen, zodat je de maximale opbrengst uit je laaddata haalt.
- Laadinfrastructuur op maat: Van thuisladers voor medewerkers tot slimme bedrijfslaadpleinen met Smart Charging en ultrasnelle laadoplossingen op bestemmingslocaties.
- Subsidieaanvragen en financieel advies: We begeleiden je bij het aanvragen van beschikbare regelingen en zorgen voor een solide businesscase.
- Volledig ontzorgd van A tot Z: Advies, installatie, onderhoud en facturering, allemaal onder één dak.
Wil je weten wat de transitie naar elektrisch rijden concreet voor jouw organisatie betekent? Neem contact op voor een vrijblijvend adviesgesprek en ontdek hoe we samen de businesscase voor jouw wagenpark sterker maken.
Veelgestelde vragen
Wat gebeurt er met mijn HBE's als ik ze niet op tijd verhandel of inzet?
HBE’s die niet zijn ingezet vóór de jaarlijkse verantwoordingsdatum kunnen worden meegenomen als spaarsaldo naar het volgende jaar. Dit klinkt voordelig, maar een groot collectief spaarsaldo op de markt drukt juist de prijs van HBE’s. Het is daarom verstandig om samen met je inboekdienstverlener een strategie te bepalen: verkoop je op een gunstig moment in het jaar, of spaar je bewust in afwachting van een hogere marktprijs? Houd er rekening mee dat met de overgang naar het ERE-systeem per 1 januari 2026 de omrekenregel van 1 HBE = 46 ERE gold op 1 mei 2026.
Hoe kies ik de juiste inboekdienstverlener voor mijn situatie?
Let bij het kiezen van een inboekdienstverlener op de hoogte van de commissie (marktbreed ruwweg 15 tot 25%), de transparantie over uitbetalingen en de kwaliteit van de administratieve ondersteuning. Vraag ook of de dienstverlener geregistreerd staat bij de NEa en of ze ervaring hebben met zowel particulieren als zakelijke klanten. Voor bedrijven met grote laadvolumes loont het om te vergelijken of zelfstandig inboeken (bij meer dan 2 miljoen kWh per jaar) financieel voordeliger is dan werken via een dienstverlener.
Kan ik als bedrijf met een klein wagenpark ook profiteren van HBE- of ERE-opbrengsten?
Ja, ook bedrijven met een klein wagenpark kunnen deelnemen, maar dan via een erkende inboekdienstverlener omdat het jaarlijkse laadvolume doorgaans onder de drempel van 2 miljoen kWh blijft. De opbrengst per kWh is hetzelfde als voor grotere partijen, maar de absolute opbrengst is uiteraard lager. Voor kleine wagenparkbeheerders is de ERE-opbrengst dan ook vooral interessant als onderdeel van een bredere businesscase, samen met lagere energiekosten en eventuele subsidies op laadinfrastructuur.
Wat verandert er praktisch voor mij door de overgang van HBE naar ERE?
De grootste praktische verandering is de sectorsturing: ERE’s zijn voortaan gebonden aan de sector waarin de energie is geleverd, waardoor goedkope volumes uit de scheepvaart de prijs voor wegvervoer niet langer kunnen drukken. Voor bedrijven die elektriciteit leveren aan voertuigen op de weg, betekent dit dat hun ERE-E uitsluitend in de sector land kan worden ingezet. Administratief blijft de werkwijze grotendeels hetzelfde: registratie in het REV, jaarlijkse verificatie en indiening vóór 1 april. Zorg dat je inboekdienstverlener of interne administratie tijdig is bijgewerkt op de nieuwe berekeningsformule voor ERE-E.
Is het slim om nu te investeren in laadinfrastructuur, gezien de onzekerheid over toekomstige ERE-prijzen?
De ERE-opbrengst is een variabele factor, maar de bredere businesscase voor elektrisch rijden staat op meerdere pijlers die minder afhankelijk zijn van certificaatprijzen, zoals lagere energiekosten per kilometer, fiscale voordelen en aankomende wetgeving rondom zero-emissiezones. Marktanalisten verwachten bovendien dat de sectorscheiding in het ERE-systeem de waarde van ERE-E voor de sector land stabieler maakt dan voorheen het geval was met HBE’s. Wie nu investeert, bouwt ook een operationele voorsprong op die moeilijk te compenseren is wanneer wetgeving bedrijven later verplicht om te schakelen.
Hoe werkt de jaarlijkse verificatie precies en wat zijn de gevolgen als ik de deadline mis?
Elke inboeker is verplicht om jaarlijks een verificatieverklaring in te dienen bij de NEa, opgesteld door een geaccrediteerde en onafhankelijke verificateur, vóór 1 april van het opvolgende jaar. De verificateur controleert of de ingediende laaddata kloppen met de meterregistraties en of aan alle technische eisen is voldaan, zoals een MID-gecertificeerde meter voor particulieren. Mis je de deadline, dan loop je het risico dat de ingebrachte kWh’s niet worden erkend en dus geen ERE’s opleveren voor dat jaar. Zorg daarom dat je administratie en meterdata het hele jaar door op orde zijn, zodat de verificatie geen verrassingen oplevert.
Wat is het verschil tussen een Garantie van Oorsprong mét en zonder exploitatiesubsidie voor de ERE-berekening?
Een Garantie van Oorsprong (GvO) bewijst dat de geleverde elektriciteit afkomstig is uit een hernieuwbare bron. Voor de ERE-berekening telt alleen een GvO zónder exploitatiesubsidie mee als 100% hernieuwbaar, waardoor de factor voor het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel (0,505 in 2026) vervalt en de volledige geleverde hoeveelheid kWh meetelt. Heeft de hernieuwbare installatie wél een exploitatiesubsidie ontvangen, dan mag de GvO niet worden gebruikt voor deze hogere berekening en geldt het lagere netgemiddelde. Het is dus de moeite waard om bij de inkoop van groene stroom specifiek te vragen of de bijbehorende GvO’s vrij zijn van exploitatiesubsidie.