Hoe worden ERE certificaten aangemaakt?

ERE-certificaten worden aangemaakt door het inboeken van hernieuwbare energie in het Register Energie voor Vervoer (REV), beheerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Eén ERE staat voor 1 kg CO₂-equivalente emissiereductie in de keten ten opzichte van een Europese fossiele referentiewaarde. Vanaf 1 januari 2026 vervangt het ERE-systeem het oude HBE-systeem als onderdeel van de implementatie van RED III. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over hoe ERE-certificaten precies werken, wie ze kan aanmaken en wat je ermee kunt doen. Bekijk ook onze ERE-regeling pagina voor een volledig overzicht.

Wat is het verschil tussen ERE- en HBE-certificaten?

Het grootste verschil tussen ERE- en HBE-certificaten is de berekeningsbasis. HBE’s (Hernieuwbare Brandstofeenheden) waren gebaseerd op de energie-inhoud van geleverde hernieuwbare energie, uitgedrukt in gigajoule. ERE’s (Emissiereductie-eenheden) zijn gebaseerd op de daadwerkelijke CO₂-ketenemissiereductie, uitgedrukt in kilogram CO₂-equivalent. Dit is een fundamentele verschuiving: niet meer hoeveel groene energie je levert, maar hoeveel CO₂ je daarmee bespaart ten opzichte van een fossiele referentiewaarde.

Het HBE-systeem was gebaseerd op RED II en gold tot en met nalevingsjaar 2025. Het ERE-systeem is gebaseerd op RED III en trad in werking per 1 januari 2026. De wet die deze overgang regelt (wetsvoorstel 36.766) werd door de Eerste Kamer aangenomen op 31 maart 2026 en gepubliceerd als Staatsblad 2026, nr. 83.

Een ander belangrijk verschil is de sectorsturing. In het HBE-systeem konden grote volumes uit de scheepvaartsector de markt voor wegvervoer beïnvloeden, wat druk op de prijs zette. Het ERE-systeem is opgedeeld in drie sectoren: land, binnenvaart en zeevaart. ERE’s zijn in beginsel alleen inzetbaar binnen de sector waarin ze zijn gegenereerd. Dit beschermt de waarde van ERE’s in de landsector, die voor de meeste wegvervoerders het meest relevant is.

Bij de overgang van HBE naar ERE gold de omrekenregel: 1 HBE = 46 ERE. De soort bleef behouden; er vond geen automatische omzetting naar ERE-R of ERE-E plaats.

Hoe worden ERE-certificaten stap voor stap aangemaakt?

ERE-certificaten worden aangemaakt door hernieuwbare energie of emissiereducerende brandstoffen in te boeken in het Register Energie voor Vervoer (REV). Het proces verloopt via de NEa en kent een vaste volgorde van stappen, van registratie tot verificatie en uiteindelijke toewijzing van ERE’s op je rekening.

  1. Registratie bij de NEa: Je meldt je aan als inboeker of machtigt een inboekdienstverlener om namens jou in te boeken. Bedrijven die meer dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, mogen zelfstandig inboeken. Kleinere partijen en particulieren zijn verplicht gebruik te maken van een geregistreerde inboekdienstverlener.
  2. Levering en registratie van brandstoffen of elektriciteit: Je registreert de geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie of de gereduceerde emissies in het REV. Voor elektriciteit aan wegvoertuigen geldt een drempel van 2 miljoen kWh per jaar voor zelfstandig inboeken.
  3. Berekening van de ERE’s: De hoeveelheid ERE’s wordt berekend op basis van de CO₂-ketenemissiereductie. Voor elektriciteit uit het net geldt in 2026 een hernieuwbaar aandeel van 50,5%. De berekening is: levering (kWh) × 0,505 × 183 (g/MJ) × 3,6 (MJ/kWh) ÷ 1.000.
  4. Verificatie door een geaccrediteerde verificateur: Een onafhankelijke, geaccrediteerde verificateur controleert de ingeboekte gegevens en registreert de verificatieresultaten in het REV. Dit moet vóór 1 mei van het jaar volgend op het leverjaar zijn afgerond.
  5. Toewijzing van ERE’s: Na succesvolle verificatie worden de ERE’s bijgeschreven op je rekening in het REV, waarna je ze kunt inzetten of verhandelen.

De eerste jaardeadlines voor het ERE-systeem gelden voor de leveringen van 2026: brandstofleveringen registreren vóór 1 maart 2027, voldoende ERE’s op rekening vóór 1 april 2027, en verificatie geregistreerd vóór 1 mei 2027.

Wie kan ERE-certificaten aanmaken en aanvragen?

ERE-certificaten kunnen worden aangemaakt door bedrijven en particulieren die hernieuwbare energie leveren aan de vervoerssector. De toegang verschilt afhankelijk van het volume dat je levert en of je als bedrijf of particulier deelneemt.

Bedrijven

Bedrijven die meer dan 2 miljoen kWh per jaar leveren aan elektrische voertuigen, mogen zelfstandig inboeken in het REV. Ze hebben dan directe toegang tot het systeem en kunnen ERE’s op eigen naam aanmaken. Bedrijven die onder deze drempel blijven, zijn verplicht een inboekdienstverlener in te schakelen. Volledige hernieuwbare beloning (100%) is mogelijk als de elektriciteit wordt opgewekt op dezelfde locatie als de levering, of via een directe lijn tussen opwek- en leverlocatie, mits ondersteund door een Garantie van Oorsprong zonder exploitatiesubsidie.

Particulieren

Particulieren kunnen uitsluitend deelnemen via een inboekdienstverlener. Vereisten zijn een aansluiting conform de Energiewet, registratie als eigenaar in het Centraal Aansluitingenregister, een machtiging aan precies één inboekdienstverlener, en in beginsel een MID-gecertificeerde meter. Voor thuisladers geldt altijd het netgemiddelde van 50,5% als hernieuwbaar aandeel, ook als je zonnepanelen hebt. Begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners bij de NEa geregistreerd. Een machtiging geldt voor minimaal één heel kalenderjaar; overstappen is pas mogelijk vanaf het volgende kalenderjaar.

Hoeveel ERE-certificaten levert elektrisch rijden op?

Hoeveel ERE-certificaten elektrisch rijden oplevert, hangt af van de hoeveelheid geleverde elektriciteit en het hernieuwbare aandeel van die stroom. Voor netstroom in 2026 geldt een hernieuwbaar aandeel van 50,5%, gebaseerd op het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit in 2024. De berekening is: kWh × 0,505 × 183 × 3,6 ÷ 1.000 = aantal ERE-E.

Een concreet rekenvoorbeeld van de NEa: 2.000 kWh netstroom in 2026 levert 2.000 × 0,505 × 183 × 3,6 ÷ 1.000 = 666 ERE-E op. Als je beschikt over 100% hernieuwbare stroom via eigen opwek of een directe lijn, vervalt de factor 0,505 en levert dezelfde 2.000 kWh maar liefst 1.317 ERE-E op.

De fossiele referentiewaarde voor elektriciteit is 183 g CO₂-eq/MJ, aanzienlijk hoger dan de 94 g CO₂-eq/MJ die geldt voor vloeibare en gasvormige brandstoffen. Dit maakt elektriciteit als energiedrager relatief aantrekkelijk in het ERE-systeem, omdat de berekende emissiereductie per MJ groter is.

Wat kun je doen met ERE-certificaten nadat ze zijn aangemaakt?

Nadat ERE-certificaten zijn aangemaakt en bijgeschreven op je rekening in het REV, heb je twee opties: je kunt ze inzetten om te voldoen aan je eigen CO₂-ketenemissiereductieverplichting, of je kunt ze verkopen aan verplichtinghouders die tekorten in hun eigen portefeuille willen aanvullen.

Verplichtinghouders zijn brandstofleveranciers van benzine, diesel en zware stookolie die jaarlijks een verplicht percentage emissiereductie moeten aantonen. Zij hebben ERE’s nodig om aan hun verplichting te voldoen en zijn bereid deze aan te kopen op de markt. Hierdoor ontstaat een verhandelbare waarde voor de ERE’s die jij als elektrische rijder of exploitant hebt aangemaakt.

De ERE-prijs is een marktprijs, geen subsidie. Er is geen vaste prijs per kWh of per ERE. Historisch schommelde de vergelijkbare HBE/ERE-prijs ruwweg tussen €0,07 en €0,19, met een driejarig gemiddelde van circa €0,12. Marktanalisten verwachten dat de sectorsturing in het ERE-systeem de waarde van ERE-E in de landsector kan verhogen, maar dit blijft een prognose.

Belangrijk om te weten: ERE-E (elektriciteit) kan uitsluitend worden ingezet binnen de sector van herkomst. Een ERE-E gegenereerd in de landsector kan dus niet worden ingezet voor de binnenvaart- of zeevaartverplichtingen. Dit is bewust zo ontworpen om prijsdruk van andere sectoren te voorkomen.

Welke veelgemaakte fouten vertragen de ERE-aanvraag?

De meest voorkomende fouten bij het aanmaken van ERE-certificaten zijn administratieve en technische omissies die de verificatie vertragen of zelfs leiden tot ambtshalve vaststelling door de NEa. Door deze fouten vooraf te kennen, voorkom je onnodige vertraging of verlies van ERE’s.

  • Te laat registreren: Brandstofleveringen moeten vóór 1 maart van het opvolgende jaar zijn geregistreerd. Wie dit mist, riskeert dat de NEa overgaat tot ambtshalve vaststelling, wat tot vijf jaar na het betreffende kalenderjaar kan worden gecorrigeerd.
  • Geen of onjuiste verificateur inschakelen: De verificatie moet worden uitgevoerd door een geaccrediteerde, onafhankelijke verificateur. Een niet-geaccrediteerde partij of een verificateur met een belangenconflict maakt de verificatieverklaring ongeldig.
  • Meer dan één inboekdienstverlener machtigen: Particulieren en kleinere bedrijven mogen slechts één inboekdienstverlener machtigen per kalenderjaar. Een dubbele machtiging leidt tot problemen bij de inboeking.
  • Onjuiste meterinformatie: Zonder een MID-gecertificeerde meter wordt de registratie van geleverde elektriciteit niet geaccepteerd. Controleer vooraf of je laadpunt aan de vereisten voldoet.
  • Verkeerd hernieuwbaar aandeel opgeven: Wie claimt 100% hernieuwbare stroom te leveren zonder een geldige Garantie van Oorsprong (niet-netlevering, zonder exploitatiesubsidie), krijgt slechts het netgemiddelde vergoed.
  • Onbekendheid met de drempelwaarden: Bedrijven die onder de 2 miljoen kWh-drempel blijven maar toch zelfstandig willen inboeken, worden niet toegelaten. Controleer van tevoren of je voldoet aan de voorwaarden voor zelfstandig inboeken.

Let ook op dat de uitvoeringsdetails in de Regeling energie vervoer nog kunnen wijzigen, ondanks dat de wet op 31 maart 2026 is aangenomen. Raadpleeg altijd de actuele NEa-pagina’s voor de meest recente informatie.

Hoe NXT Mobility helpt met ERE-certificaten

Wij begeleiden organisaties door het volledige ERE-traject, van de eerste analyse van je wagenpark tot de daadwerkelijke inboeking en het verhandelen van je ERE-certificaten. Als totaalpartner voor duurzame mobiliteit combineren we technische kennis van laadinfrastructuur met diepgaande expertise in de regelgeving rondom het ERE-systeem. Wat wij concreet voor je doen:

  • Analyse van je huidige energieverbruik en laadgedrag om het ERE-potentieel te berekenen
  • Begeleiding bij de registratie als inboeker of koppeling aan een geschikte inboekdienstverlener
  • Installatie van MID-gecertificeerde laadpunten die voldoen aan de vereisten voor ERE-inboeking
  • Volledige ontzorging van de administratie, verificatie en deadlinebewaking
  • Advies over het optimaliseren van je ERE-opbrengst, inclusief mogelijkheden voor 100% hernieuwbare stroom
  • Ondersteuning bij het verhandelen van ERE-certificaten voor een maximale business case

Of je nu een transportbedrijf bent dat zijn vrachtwagenpark elektriseert, een locatie-eigenaar die laadpalen wil exploiteren, of een bedrijf dat zijn wagenpark wil verduurzamen: wij zorgen dat jij geen ERE-waarde laat liggen. Bekijk onze diensten of neem contact op voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Veelgestelde vragen

Kan ik als particulier met zonnepanelen een hoger hernieuwbaar aandeel claimen dan het netgemiddelde van 50,5%?

Nee, voor thuisladers geldt altijd het netgemiddelde van 50,5% als hernieuwbaar aandeel, ook als je zonnepanelen op het dak hebt. De reden is dat je thuis laadt via het net en er geen directe lijn bestaat tussen je zonnepanelen en je laadpunt. Alleen bij levering via eigen opwek op dezelfde locatie of via een directe lijn — ondersteund door een Garantie van Oorsprong zonder exploitatiesubsidie — kun je aanspraak maken op 100% hernieuwbare stroom.

Hoe kies ik de juiste inboekdienstverlener en waar moet ik op letten?

Controleer allereerst of de dienstverlener officieel geregistreerd is bij de NEa — begin 2026 waren dat er circa 21. Vergelijk daarnaast de voorwaarden rondom de machtigingsperiode (minimaal één heel kalenderjaar), de gehanteerde vergoeding of commissiestructuur, en of de dienstverlener de volledige administratie en deadlinebewaking voor je regelt. Omdat overstappen pas mogelijk is vanaf het volgende kalenderjaar, is het verstandig om de keuze zorgvuldig te maken vóórdat je een machtiging verleent.

Wat gebeurt er met mijn ERE-certificaten als ik ze niet op tijd inzet of verkoop?

ERE-certificaten hebben geen expliciete vervaldatum binnen het REV, maar ze zijn alleen geldig voor het nalevingsjaar waarvoor ze worden ingezet. Als verplichtinghouder moet je vóór 1 april van het opvolgende jaar voldoende ERE’s op je rekening hebben om aan je verplichting te voldoen. Verkoop je ze niet en zet je ze niet in, dan blijven ze op je rekening staan, maar de marktwaarde kan fluctueren. Het is daarom verstandig om een actieve strategie te hanteren voor het tijdig verhandelen of inzetten van je certificaten.

Moet mijn bestaande laadpaal worden vervangen om in aanmerking te komen voor ERE-inboeking?

Niet per se, maar je laadpunt moet wel beschikken over een MID-gecertificeerde meter die de geleverde elektriciteit nauwkeurig registreert. Veel oudere laadpalen voldoen hier niet aan. Controleer de specificaties van je huidige laadpunt bij de fabrikant of installateur. Als de meter niet MID-gecertificeerd is, wordt de geregistreerde levering niet geaccepteerd voor inboeking en mis je ERE-opbrengst — een vervanging of upgrade kan zichzelf dan snel terugverdienen.

Hoe zit het met ERE-certificaten voor elektrische bestelauto's en lease-rijders — wie heeft recht op de opbrengst?

De ERE-opbrengst komt toe aan degene die de elektriciteit levert, niet aan de rijder van het voertuig. Bij een zakelijke lease waarbij de werkgever of leasemaatschappij de laadinfrastructuur beheert en de stroom levert, is de werkgever of exploitant in beginsel de inboeker. Rijdt een werknemer thuis en betaalt hij zelf de stroom, dan kan hij via een inboekdienstverlener zelf aanspraak maken op de ERE-opbrengst. Het is belangrijk om hier vooraf heldere afspraken over te maken in de leaseovereenkomst of het mobiliteitsbeleid.

Wat is het financiële voordeel van ERE-certificaten in de praktijk, en hoe bereken ik mijn verwachte opbrengst?

De opbrengst hangt af van drie factoren: het aantal geleverde kWh, het hernieuwbare aandeel (50,5% voor netstroom of 100% bij eigen opwek), en de actuele ERE-marktprijs. Met het historische gemiddelde van circa €0,12 per ERE levert 2.000 kWh netstroom (666 ERE-E) ruwweg €80 op, terwijl dezelfde hoeveelheid 100% hernieuwbare stroom (1.317 ERE-E) circa €158 oplevert. Schaal dit op naar je totale jaarlijkse laadvolume voor een eerste indicatie van je business case — en houd rekening met eventuele kosten voor verificatie en inboekdienstverlening.

Veranderen de berekeningsfactoren voor ERE's elk jaar, en hoe blijf ik op de hoogte van wijzigingen?

Ja, het hernieuwbare aandeel van netstroom (in 2026: 50,5%) wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld op basis van de meest recente CBS-cijfers over het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit. Ook andere uitvoeringsdetails in de Regeling energie vervoer kunnen jaarlijks worden aangepast. Volg de officiële publicaties op de NEa-website en het Staatsblad voor de meest actuele waarden, en zorg dat je inboekdienstverlener of adviseur je tijdig informeert over wijzigingen die invloed hebben op je berekeningen en strategie.