Hoe werkt vraag en aanbod binnen de ERE-markt?

Vraag en aanbod binnen de ERE-markt werken via een verplichtingssysteem: bedrijven die elektriciteit leveren aan voertuigen genereren ERE-certificaten en bieden die aan op de markt, terwijl brandstofleveranciers verplicht zijn om jaarlijks voldoende ERE’s in te leveren bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). De prijs van ERE’s komt tot stand door de verhouding tussen het totale aanbod van inboekers en de totale verplichting van brandstofleveranciers. De vragen hieronder leggen elk onderdeel van dit mechanisme stap voor stap uit.

Hoe worden ERE-certificaten gegenereerd en door wie?

ERE-certificaten worden gegenereerd door bedrijven en particulieren die aantoonbaar elektriciteit leveren aan elektrische voertuigen. Elke kilowattuur die via een bemeterd laadpunt wordt geleverd, levert een bepaald aantal ERE’s op, berekend op basis van de CO2-ketenemissiereductie ten opzichte van een Europese fossiele referentiewaarde van 183 g CO2-eq per MJ voor elektriciteit.

In de praktijk zijn er twee typen partijen die ERE’s kunnen genereren:

  • Zelfstandige leveranciers: bedrijven die jaarlijks minimaal 2 miljoen kWh aan elektriciteit voor vervoer leveren en rechtstreeks kunnen inboeken in het Register Energie voor Vervoer (REV).
  • Inboekdienstverleners: partijen die namens kleinere bedrijven of particulieren inboeken. Zij bundelen meerdere laadpunten om aan de drempelwaarde te voldoen, ofwel via minimaal 2 miljoen kWh gezamenlijk, ofwel via minimaal 200 machtigingen.

Voor particulieren die thuis laden geldt altijd het netgemiddelde als hernieuwbaar aandeel. In 2026 bedraagt dat 50,5%, gebaseerd op het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit in 2024. Een rekenvoorbeeld: 2.000 kWh netstroom levert 2.000 x 0,505 x 183 x 3,6 / 1.000 = 666 ERE’s op. Bedrijven die elektriciteit opwekken op dezelfde locatie als waar ze laden, kunnen onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op 100% hernieuwbare beloning en daarmee meer ERE’s genereren per geleverde kWh.

Belangrijk technisch detail: vanaf 2026 moet de meter zich in de laadpaal bevinden en MID-gecertificeerd zijn. Voor bestaande situaties met een meter buiten de laadpaal geldt een overgangsperiode in 2026, maar per 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan.

Wie koopt ERE-certificaten en waarom?

ERE-certificaten worden gekocht door brandstofleveranciers die benzine, diesel of zware stookolie aan de vervoersmarkt leveren. Zij zijn wettelijk verplicht om jaarlijks een bepaalde hoeveelheid ERE’s in te leveren bij de NEa als bewijs dat zij bijdragen aan de emissiereductiedoelstelling in de mobiliteitssector. Zonder voldoende ERE’s op hun rekening riskeren zij handhavingsmaatregelen.

De verplichting vloeit voort uit de Brandstoftransitieverplichting (BTV), de Nederlandse implementatie van de Europese Renewable Energy Directive III (RED III). De staatssecretaris van IenW heeft aangegeven dat de BTV circa 6 megaton CO2-reductie moet opleveren van de totaal berekende 10 megaton, passend bij het RED III-doel van 14,5% emissiereductie in de mobiliteitssector.

Brandstofleveranciers hebben twee opties om aan hun verplichting te voldoen:

  1. Zelf hernieuwbare energie leveren en inboeken in het REV.
  2. ERE’s aankopen van andere marktdeelnemers die een overschot hebben gegenereerd.

De tweede optie maakt de ERE-markt interessant voor exploitanten van laadinfrastructuur: zij genereren ERE’s als bijproduct van hun laadactiviteiten en kunnen die verkopen aan verplichtinghouders. Dat creëert een directe financiële prikkel om te investeren in openbare of zakelijke laadinfrastructuur.

Hoe komt de prijs van ERE’s tot stand?

De prijs van ERE’s komt tot stand via vraag en aanbod op de vrije markt. Er is geen vaste prijs of overheidsregulering van de ERE-prijs zelf. De marktprijs wordt bepaald door de verhouding tussen het totale aanbod van inboekers en de totale verplichting van brandstofleveranciers in een bepaald jaar.

Factoren die de ERE-prijs beïnvloeden zijn onder andere:

  • De omvang van de verplichting: hoe hoger de wettelijke verplichting voor brandstofleveranciers, hoe groter de vraag naar ERE’s en hoe hoger de prijs kan oplopen.
  • Het totale aanbod: naarmate meer elektrische voertuigen worden opgeladen en meer partijen inboeken, neemt het aanbod toe, wat druk op de prijs kan zetten.
  • Spaarlimiet en vervaldatum: ERE’s boven de spaarlimiet vervallen automatisch op 1 april. Inboekers mogen maximaal 4% van de in het afgelopen jaar bijgeschreven ERE’s sparen, verplichtinghouders maximaal 10% van hun verplichting. Een saldo van 45.000 ERE’s of minder kan altijd worden gespaard. Dit mechanisme voorkomt dat grote voorraden de markt verstoren.
  • Contractuele afspraken: de meeste ERE’s worden niet via een openbare beurs verhandeld, maar via bilaterale contracten. De commissie die inboekdienstverleners rekenen ligt ruwweg tussen de 15 en 25% van de ERE-opbrengst.

Voor bedrijven die elektriciteit leveren via laadpalen is de ERE-prijs dus een variabele maar reële inkomstenstroom. De exacte opbrengst per laadpunt hangt af van het volume geleverde kilowatturen, het hernieuwbare aandeel en de actuele marktprijs op het moment van verkoop.

Wat is het verschil tussen ERE’s en HBE’s?

Het fundamentele verschil tussen ERE’s en HBE’s ligt in de berekeningsbasis. Een HBE vertegenwoordigde 1 gigajoule hernieuwbare energie, ongeacht hoe schoon die energie was. Een ERE staat voor 1 kilogram CO2-equivalente emissiereductie in de keten ten opzichte van een Europese fossiele referentiewaarde. De sturing verschuift daarmee van energievolume naar daadwerkelijke klimaatimpact.

Het HBE-systeem was gebaseerd op RED II en gold tot en met nalevingsjaar 2025. Het ERE-systeem, gebaseerd op RED III, is per 1 januari 2026 van kracht. De wettelijke grondslag is vastgelegd in Staatsblad 2026, nr. 83 en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving in Staatsblad 2026, nr. 117.

Op 1 mei 2026 voerde de NEa de laatste jaarafsluiting onder de HBE-regels uit. Resterende HBE-saldi werden omgezet naar ERE’s met de omrekenregel 1 HBE = 46 ERE. De soort bleef daarbij behouden; er vond geen omzetting naar een ander type ERE plaats.

Praktisch gezien betekent de overgang naar ERE’s dat elektriciteit met een hoger hernieuwbaar aandeel meer ERE’s oplevert dan elektriciteit met een lager aandeel. Daarmee beloont het systeem investeringen in duurzame opwek direct, wat onder het HBE-systeem minder expliciet het geval was.

Hoe kunnen bedrijven profiteren van de ERE-markt?

Bedrijven kunnen profiteren van de ERE-markt door de elektriciteit die zij leveren aan elektrische voertuigen te laten inboeken in het REV en de gegenereerde ERE’s te verkopen aan verplichtinghouders. Dit geldt zowel voor exploitanten van openbare laadpalen als voor werkgevers die thuisladers installeren bij werknemers of laadpleinen op bedrijfslocaties beheren.

De meest directe manieren om als bedrijf voordeel te halen uit de ERE-markt zijn:

  • Inboeken via een inboekdienstverlener: bedrijven die minder dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, kunnen via een erkende inboekdienstverlener deelnemen zonder zelf aan de drempelwaarde te hoeven voldoen.
  • Zelfstandig inboeken: bedrijven boven de drempel van 2 miljoen kWh kunnen rechtstreeks inboeken en houden daarmee een groter deel van de ERE-opbrengst.
  • 100% hernieuwbare beloning realiseren: door zonnepanelen te combineren met laadpalen op hetzelfde WOZ-object en te werken met een Garantie van Oorsprong niet-netlevering, kunnen bedrijven de volledige 183 g CO2-eq/MJ als referentiewaarde benutten en zo meer ERE’s per kWh genereren.
  • Strategisch plannen rondom deadlines: brandstofleveringen moeten voor 1 maart worden geregistreerd, voldoende ERE’s moeten voor 1 april op rekening staan, en verificatie moet voor 1 mei zijn geregistreerd. Deze deadlines gelden voor het eerst in 2027 over de leveringen van 2026.

Voor de transportsector is de ERE-markt bijzonder relevant: elektrische vrachtwagens die worden opgeladen op eigen terrein kunnen aanzienlijke ERE-inkomsten genereren, die de business case voor wagenparkelectrificatie versterken. Gecombineerd met lagere brandstofkosten en andere financiële voordelen kan de ERE-opbrengst een significante bijdrage leveren aan de terugverdientijd van elektrische voertuigen.

Hoe helpt NXT Mobility bij de ERE-markt?

Wij begrijpen dat de ERE-markt complex is, zeker voor organisaties die zich tegelijkertijd bezighouden met de praktische uitdagingen van wagenparkelectrificatie. NXT Mobility ontzorgt bedrijven volledig in het benutten van de ERE-markt, van de eerste oriëntatie tot de daadwerkelijke inkomstenstroom.

Wat wij voor jouw organisatie doen:

  • Wij verzorgen de ERE-inboekdienst volledig, zodat jij geen drempel van 2 miljoen kWh hoeft te halen om te profiteren van de ERE-markt.
  • Wij analyseren jouw laadinfrastructuur en energiesituatie om te bepalen of 100% hernieuwbare beloning haalbaar is, zodat je maximale ERE-opbrengst realiseert.
  • Wij combineren het ERE-advies met onze brede dienstverlening rondom laadoplossingen, wagenparkadvies en subsidieaanvragen, zodat de gehele business case voor elektrisch rijden helder is.
  • Wij houden de deadlines bij, verwerken de administratie en zorgen dat jouw ERE-saldo altijd op orde is.

Wil je weten wat de ERE-markt concreet oplevert voor jouw organisatie? Neem contact op voor een vrijblijvend adviesgesprek. Wij rekenen het graag voor je uit.