Hoe werkt de HBE regeling voor bedrijven met een eigen laadplein?

De HBE-regeling voor bedrijven met een eigen laadplein werkt als volgt: elke kilowattuur elektriciteit die via het laadplein aan elektrische voertuigen wordt geleverd, genereert zogenoemde Hernieuwbare Brandstof Eenheden (HBE’s), die vervolgens kunnen worden verkocht aan brandstofplichtige partijen. Dit maakt het laadplein niet alleen een praktische voorziening, maar ook een bron van directe inkomsten. Belangrijk aandachtspunt voor 2026: het HBE-systeem is per 1 januari 2026 vervangen door het nieuwe ERE-systeem, gebaseerd op RED III. De principes achter inboeken en verhandelen blijven echter grotendeels herkenbaar. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over hoe dit in de praktijk werkt.

Hoeveel HBE’s levert een bedrijfslaadplein op?

De opbrengst van een bedrijfslaadplein in HBE’s (of in het nieuwe systeem: ERE’s) hangt direct af van het aantal kilowattuur dat via het laadplein wordt geleverd aan elektrische voertuigen. Onder het nieuwe ERE-systeem levert 2.000 kWh netstroom in 2026 circa 666 ERE’s op. Hoe meer laadvolume, hoe hoger de opbrengst.

De berekening voor netstroom in 2026 ziet er als volgt uit: het aantal ERE’s is gelijk aan de geleverde kilowatturen, vermenigvuldigd met het netgemiddelde hernieuwbare aandeel (50,5% voor 2026), vermenigvuldigd met de fossiele referentiewaarde voor elektriciteit (183 g CO2-eq/MJ), vermenigvuldigd met 3,6 (MJ per kWh), gedeeld door 1.000. Voor 100% hernieuwbare stroom vervalt de factor van 50,5% en wordt de volledige fossiele referentiewaarde meegenomen, wat de opbrengst per kWh bijna verdubbelt.

Voor een bedrijfslaadplein met een jaarlijks laadvolume van bijvoorbeeld 100.000 kWh netstroom resulteert dit in ruim 33.000 ERE’s. Het loont dus om het laadvolume zo hoog mogelijk te houden, en om te overwegen of hernieuwbare stroom via een Garantie van Oorsprong kan worden ingezet om de opbrengst te maximaliseren.

Wie mag HBE’s aanvragen voor zakelijk laden?

Niet ieder bedrijf met een laadplein mag zelfstandig inboeken bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Er zijn twee typen partijen die elektriciteit mogen registreren: zelfstandige leveranciers en inboekdienstverleners. Een zelfstandige leverancier is een bij de KvK ingeschreven bedrijf dat jaarlijks minimaal 2 miljoen kWh elektriciteit voor vervoer levert.

De drempel van 2 miljoen kWh per jaar is voor veel individuele bedrijven een hoge lat. Een middelgroot bedrijfslaadplein haalt dit volume niet altijd op eigen kracht. In dat geval is samenwerking met een inboekdienstverlener de aangewezen route. Een inboekdienstverlener boekt namens meerdere bedrijven of particulieren in, en voldoet aan de drempelwaarde door ofwel minimaal 2 miljoen kWh gezamenlijk in te boeken, ofwel te beschikken over minimaal 200 machtigingen van andere partijen.

Praktisch betekent dit dat bedrijven met een eigen laadplein dat de drempel niet zelfstandig haalt, een volmacht verlenen aan een inboekdienstverlener. Die partij verzorgt de registratie en draagt de gegenereerde eenheden over, of verrekent de opbrengst op een andere overeengekomen manier. Het is belangrijk om te weten dat onder de nieuwe Energiewet (van kracht per 1 januari 2026) alleen de “aangeslotene” in de zin van die wet als inboeker kan optreden, wat de kring van in aanmerking komende partijen nader afbakent.

Hoe verloopt het aanvraagproces bij de NEa stap voor stap?

Het inboeken van elektriciteit bij de NEa verloopt via het Register Energie voor Vervoer (REV). Het proces bestaat uit een aantal vaste stappen: registratie als rekeninghouder, het bijhouden en aanleveren van laaddata, het laten uitvoeren van een jaarlijkse verificatie, en het tijdig voldoen aan de wettelijke deadlines.

  1. Registratie in het REV: Het bedrijf of de inboekdienstverlener opent een rekening in het Register Energie voor Vervoer. Hiervoor zijn KvK-gegevens en informatie over de laadinfrastructuur nodig.
  2. Meten en registreren van laaddata: Alle geleverde kilowatturen worden geregistreerd op basis van gecertificeerde meetapparatuur (zie ook de sectie over MID-certificering verderop in dit artikel). Brandstofleveringen moeten vóór 1 maart van het opvolgende jaar zijn geregistreerd.
  3. Inboekverificatie door een onafhankelijke verificateur: Een geaccrediteerde, onafhankelijke verificateur controleert de ingeboekte gegevens. De verificatieverklaring moet vóór 1 mei zijn ingediend. Ontbreekt deze, dan gaat de NEa over tot ambtshalve vaststelling, wat tot vijf jaar na het betreffende kalenderjaar kan worden gecorrigeerd.
  4. Jaarafsluiting en bijschrijving van eenheden: Vóór 1 april moet het bedrijf of de dienstverlener voldoende eenheden op rekening hebben voor de jaarafsluiting. Na verificatie worden de gegenereerde ERE’s bijgeschreven op de rekening.
  5. Verhandelen of inzetten van de eenheden: De bijgeschreven ERE’s kunnen worden overgedragen aan verplichtinghouders of via de markt worden verkocht.

De eerste deadlines onder het nieuwe ERE-systeem gelden voor het eerst in 2027, over de leveringen van 2026. Bedrijven die nu beginnen met het opzetten van hun administratie en meetinfrastructuur lopen daarmee al voor op schema.

Wat zijn HBE’s waard en hoe worden ze verhandeld?

De waarde van HBE’s en hun opvolgers, de ERE’s, wordt bepaald door vraag en aanbod op de vrije markt. Er is geen vaste prijs; de marktwaarde fluctueert afhankelijk van het totale aanbod van hernieuwbare energie voor vervoer en de omvang van de verplichtingen die brandstofplichtige partijen moeten nakomen.

Verhandeling vindt plaats via directe overdracht in het REV tussen rekeninghouders. Bedrijven kunnen eenheden bilateraal verkopen aan verplichtinghouders, zoals grote brandstofdistributeurs, of via tussenpersonen en handelaren die actief zijn in deze markt. Er bestaat geen centrale beurs voor ERE’s, waardoor het vinden van de juiste afnemer en het onderhandelen over een goede prijs een actieve inspanning vereist.

Een belangrijk verschil tussen het oude HBE-systeem en het nieuwe ERE-systeem is de sectorsturing. ERE’s gegenereerd via elektriciteit in de sector land (ERE-E) kunnen uitsluitend worden ingezet binnen diezelfde sector. Dit voorkomt de prijsdruk die in het HBE-systeem ontstond doordat grote volumes vanuit de scheepvaartsector de markt voor wegvervoer beïnvloedden. Voor eigenaren van een bedrijfslaadplein betekent dit dat hun ERE’s specifiek waardevol zijn voor partijen met een verplichting in de landsector, wat de prijsvorming stabieler en voorspelbaarder maakt.

Er geldt ook een spaarlimiet: een saldo van 45.000 ERE’s of minder kan altijd worden gespaard. Daarboven mag een inboeker maximaal 4% van de in het afgelopen jaar bijgeschreven ERE’s bewaren. ERE’s boven de spaarlimiet vervallen automatisch op 1 april, dus tijdig verhandelen is essentieel.

Welke data en meetapparatuur zijn verplicht voor HBE-registratie?

Voor het inboeken van elektriciteit is gecertificeerde meetapparatuur verplicht. Concreet betekent dit dat de laadpalen of de meetinstallatie moeten voldoen aan de MID-certificering (Measuring Instruments Directive). Dit is de Europese standaard voor nauwkeurige energiemeters die worden gebruikt in commerciële en wettelijk verplichte toepassingen.

Naast de juiste hardware zijn er ook eisen aan de data zelf. Per laadsessie moeten de geleverde kilowatturen worden geregistreerd, samen met de datum en locatie van de levering. Deze gegevens vormen de basis voor de jaarlijkse inboekverificatie door de onafhankelijke verificateur. Onvolledige of onnauwkeurige meetdata leiden tot problemen bij de verificatie en kunnen resulteren in een lagere of zelfs geen bijschrijving van eenheden.

Voor bedrijven die overwegen een laadplein te bouwen of uit te breiden, is het verstandig om bij de aanschaf van laadpalen expliciet te controleren of de ingebouwde energiemeters MID-gecertificeerd zijn. Niet alle consumentenmodellen voldoen aan deze eis. Professionele zakelijke laadpalen zijn doorgaans standaard uitgerust met gecertificeerde meters, maar het is altijd raadzaam dit vooraf te bevestigen bij de leverancier.

Kan een bedrijf HBE’s combineren met andere subsidies of voordelen?

Ja, het genereren van HBE’s of ERE’s via een bedrijfslaadplein is in de meeste gevallen combineerbaar met andere fiscale voordelen en subsidieregelingen. De HBE-regeling staat los van regelingen zoals de KIA (Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek), de MIA/Vamil (Milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving) of de ISDE-subsidie voor zakelijke laadinfrastructuur.

Wel is het belangrijk om te controleren of specifieke subsidies geen cumulatiebeperkingen bevatten. Sommige regelingen stellen als voorwaarde dat de opbrengsten uit de investering niet boven een bepaald niveau uitkomen, of dat andere publieke steun wordt meegerekend bij de bepaling van de maximale subsidie-intensiteit. Dit verschilt per regeling en per jaar, dus raadpleeg altijd de actuele voorwaarden of een adviseur.

Een combinatie die in de praktijk vaak voorkomt, is het gebruik van hernieuwbare stroom via een eigen zonnedak of een energiecontract met Garantie van Oorsprong. Dit verhoogt de opbrengst per kWh in het ERE-systeem aanzienlijk, terwijl de investering in zonnepanelen zelf ook in aanmerking kan komen voor fiscale voordelen. Het slim combineren van deze instrumenten versterkt de totale business case voor elektrificatie van het wagenpark en de bijbehorende laadinfrastructuur.

Hoe NXT Mobility helpt met de HBE-regeling en ERE-administratie

De overgang van het HBE-systeem naar het nieuwe ERE-systeem brengt nieuwe administratieve verplichtingen en kansen met zich mee. Wij bij NXT Mobility begeleiden organisaties van A tot Z in dit proces, zodat jij geen kansen laat liggen en volledig compliant bent. Onze dienstverlening op dit vlak omvat:

  • Onafhankelijk advies over de optimale opzet van jouw laadinfrastructuur voor maximale ERE-opbrengst
  • Begeleiding bij de registratie in het Register Energie voor Vervoer en de inrichting van de benodigde meetadministratie
  • Volledige ontzorging van de jaarlijkse inboekverificatie en het tijdig naleven van de wettelijke deadlines
  • Advies over verhandeling van gegenereerde eenheden om de financiële opbrengst te maximaliseren
  • Combinatieadvies over hoe de ERE-opbrengsten samengaan met subsidies en fiscale voordelen

Of je nu een bestaand laadplein hebt of nog aan het begin staat van de elektrificatie van je wagenpark: wij denken graag met je mee. Bekijk ons volledige aanbod via onze diensten overzicht of neem direct contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Veelgestelde vragen

Wat gebeurt er als ik de deadline van 1 mei voor de verificatieverklaring mis?

Als de verificatieverklaring niet vóór 1 mei is ingediend, gaat de NEa over tot een ambtshalve vaststelling van de ingeboekte hoeveelheid. Dit kan betekenen dat er minder ERE’s worden bijgeschreven dan waarop je recht hebt. Gelukkig kan dit tot vijf jaar na het betreffende kalenderjaar worden gecorrigeerd, maar het is uiteraard beter om de deadlines proactief te bewaken. Zorg daarom voor een duidelijke administratieve planning en schakel tijdig een verificateur in.

Hoe vind ik een betrouwbare inboekdienstverlener voor mijn bedrijfslaadplein?

Een goede inboekdienstverlener is geregistreerd bij de NEa en heeft aantoonbare ervaring met het inboeken van elektriciteit voor zakelijke laadinfrastructuur. Vraag altijd naar referenties, de gehanteerde vergoedingsstructuur en hoe de opbrengst van de ERE’s aan jou wordt terugbetaald of verrekend. Vergelijk meerdere aanbieders op transparantie en service, want de voorwaarden kunnen sterk uiteenlopen. Partijen zoals NXT Mobility kunnen ook in deze rol ondersteunen of je doorverwijzen naar een geschikte dienstverlener.

Mijn laadpalen zijn al geïnstalleerd maar ik weet niet zeker of ze MID-gecertificeerd zijn. Wat nu?

Controleer eerst de technische documentatie of het typeplaatje van de laadpaal op de aanduiding ‘MID’ of ‘MI-004’. Je kunt ook contact opnemen met de fabrikant of leverancier voor een schriftelijke bevestiging. Als de ingebouwde meter niet MID-gecertificeerd blijkt te zijn, is het in sommige gevallen mogelijk om een externe, gecertificeerde meter bij te plaatsen tussen de laadpaal en de aansluiting. Laat dit beoordelen door een installateur of adviseur voordat je begint met het registreren van laaddata voor inboekdoeleinden.

Loont het ERE-systeem ook voor een klein bedrijfslaadplein met slechts een paar laadpalen?

Voor zeer kleine laadplekken is de directe opbrengst uit ERE’s beperkt, maar dit betekent niet dat deelname zinloos is. Via een inboekdienstverlener kun je ook als kleine speler profiteren van de regeling, zonder zelf aan de drempel van 2 miljoen kWh te hoeven voldoen. De financiële opbrengst groeit mee met het laadvolume, dus naarmate het gebruik van het laadplein toeneemt — bijvoorbeeld door groei van het elektrische wagenpark — wordt de businesscase sterker. Het is verstandig om nu al de juiste meetinfrastructuur en administratie op te zetten, zodat je klaar bent om te schalen.

Kan ik ERE's ook genereren als mijn medewerkers thuis laden en ik de laadkosten vergoed?

Nee, thuisladen via een laadpaal bij de medewerker thuis valt in principe niet onder het bedrijfslaadplein van de werkgever. De aansluiting en de meetinstallatie moeten gekoppeld zijn aan de rechtspersoon die als inboeker optreedt. Er zijn wel specifieke constructies waarbij een werkgever via een managed charging-oplossing thuislaadsessies van medewerkers kan registreren, maar dit vereist specifieke contractuele en technische afspraken. Raadpleeg hiervoor een gespecialiseerde adviseur om te beoordelen of en hoe dit voor jouw situatie haalbaar is.

Wat is het verschil tussen het gebruik van netstroom en hernieuwbare stroom voor de ERE-opbrengst, en hoe regel ik dat laatste?

Bij netstroom wordt de ERE-opbrengst berekend op basis van het gemiddelde hernieuwbare aandeel in het Nederlandse elektriciteitsnet (50,5% voor 2026), wat de opbrengst per kWh beperkt. Bij aantoonbaar hernieuwbare stroom — bijvoorbeeld via een Garantie van Oorsprong (GvO) of eigen zonneopwekking — vervalt deze correctiefactor en wordt de volledige fossiele referentiewaarde meegenomen, wat de opbrengst per kWh bijna verdubbelt. Een GvO regel je via je energieleverancier of via een erkende GvO-handelaar; zorg dat de GvO’s zijn gekoppeld aan de specifieke hoeveelheid elektriciteit die je via het laadplein levert en bewaar de bijbehorende documentatie voor de verificateur.

Hoe ver van tevoren moet ik beginnen met de voorbereiding als ik in 2026 wil inboeken onder het ERE-systeem?

Idealiter begin je zo vroeg mogelijk in 2026 — of zelfs al in de laatste maanden van 2025 — met het inrichten van de meetadministratie en het registreren van een rekening in het Register Energie voor Vervoer. De eerste inboekdeadline voor leveringen over 2026 valt in het voorjaar van 2027, maar de meetdata moeten gedurende het hele jaar 2026 correct worden bijgehouden. Een late start betekent dat je laaddata uit de eerste maanden mogelijk niet meer recupereerbaar zijn. Begin dus met het controleren van de MID-certificering van je meetapparatuur, het vastleggen van laadsessiedata en het selecteren van een verificateur of inboekdienstverlener ruim voordat het inboekseizoen aanbreekt.