Hoe werkt de HBE markt in Nederland?

De HBE-markt in Nederland is een systeem waarbij brandstofaanbieders verplicht zijn om een bepaald aandeel hernieuwbare energie in het wegvervoer te leveren. Bedrijven die elektriciteit leveren aan elektrische voertuigen kunnen daarmee hernieuwbare brandstofeenheden (HBE’s) genereren en verhandelen, wat de businesscase voor elektrisch rijden aanzienlijk versterkt. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over hoe de HBE-markt werkt, wie eraan meedoen en wat er verandert nu het systeem overgaat naar ERE’s. Bekijk ook onze diensten voor duurzame mobiliteit voor een compleet overzicht van wat er mogelijk is voor uw organisatie.

Wie zijn verplicht om HBE’s in te leveren?

Bedrijven die fossiele brandstoffen leveren voor wegvervoer zijn verplicht om jaarlijks een bepaald aantal hernieuwbare brandstofeenheden in te leveren bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Deze verplichting geldt voor brandstofaanbieders die meer dan 500.000 liter per kalenderjaar uitslaan tot vervoersverbruik. Kleinere leveranciers vallen buiten de jaarverplichting.

In de praktijk gaat het om grote olie- en brandstofmaatschappijen, raffinaderijen en importeurs van transportbrandstoffen. Zij moeten jaarlijks aantonen dat een vastgesteld percentage van hun geleverde energie afkomstig is uit hernieuwbare bronnen. Dit percentage is de afgelopen jaren fors gestegen: van 17,9% in 2022 naar 28,4% in 2024 en 29,4% in 2025. Die verhoging vloeide voort uit een kabinetsbesluit uit de Voorjaarsnota 2023, waarbij de hoeveelheid hernieuwbare energie in het wegvervoer met 20 PJ werd verhoogd.

Wie niet genoeg HBE’s kan inleveren, kan ze inkopen op de vrije markt. Dat is precies de kern van het handelssysteem: bedrijven die meer HBE’s genereren dan ze zelf nodig hebben, kunnen die verkopen aan partijen met een tekort.

Hoe worden HBE’s gegenereerd met elektrisch rijden?

Elektriciteit die wordt geleverd aan elektrische voertuigen voor wegvervoer levert HBE’s op in de categorie HBE-Overig (HBE-O). De hoeveelheid HBE’s hangt af van het aantal geleverde kilowatturen, het hernieuwbare aandeel van die elektriciteit en de toepasselijke omrekenfactoren. Bedrijven die meer dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, mogen zelfstandig inboeken bij de NEa; kleinere partijen doen dit via een inboekdienstverlener.

Voor particulieren die thuis laden geldt altijd het nationale netgemiddelde als hernieuwbaar aandeel, ook als er zonnepanelen aanwezig zijn. In 2026 bedraagt dit netgemiddelde 50,5%, gebaseerd op het daadwerkelijke aandeel hernieuwbare elektriciteit in Nederland twee jaar eerder. Eigen opwek is voor particulieren namelijk niet aantoonbaar binnen het systeem.

Bedrijven kunnen onder bepaalde voorwaarden wél aanspraak maken op 100% hernieuwbare beloning. Dit is mogelijk wanneer de opwek op dezelfde leveringslocatie plaatsvindt of via een directe lijn verbonden is met het laadpunt, en wanneer een Garantie van Oorsprong niet-netlevering wordt overgedragen aan het NEa-account. Elektriciteit uit biomassa of biogas telt overigens niet als 100% hernieuwbaar voor dit doel.

Een praktisch rekenvoorbeeld: 2.000 kWh netstroom in 2026 levert via de ERE-formule (de opvolger van HBE) 666 eenheden op. Dat geeft een goed beeld van de schaalvoordelen die ontstaan bij grotere laadvolumes.

Wat bepaalt de prijs van een HBE op de markt?

De prijs van een hernieuwbare brandstofeenheid op de vrije markt wordt bepaald door vraag en aanbod. Aan de vraagzijde staan de verplichte brandstofaanbieders die tekorten moeten aanvullen; aan de aanbodzijde staan partijen die HBE’s genereren via elektriciteit, biobrandstoffen of andere hernieuwbare energiebronnen.

Factoren die de prijs beïnvloeden zijn onder andere:

  • De hoogte van de jaarverplichting: hoe hoger het verplichte percentage, hoe groter de vraag naar HBE’s
  • Het totale aanbod van inboekingen op de markt, inclusief volumes uit scheepvaart en biobrandstoffen
  • Wijzigingen in wet- en regelgeving, zoals kabinetsbesluiten over de verplichting
  • Het spaarsaldo in het systeem: bedrijven mogen HBE’s meenemen naar volgende jaren, wat het aanbod kan dempen of vergroten
  • De overgang naar het nieuwe ERE-systeem, die marktdeelnemers onzekerheid geeft over toekomstige waarderingen

In 2024 leverden 202 inboekers circa 107 miljoen HBE’s, terwijl de verplichting rond de 117 miljoen lag. Er werd ingeteerd op het spaarsaldo, wat aangeeft dat de markt krap was. Krapte op de markt drijft de prijs doorgaans omhoog.

Hoe verhandel je HBE’s als bedrijf?

HBE’s worden verhandeld via het Register Energie voor Vervoer (REV), het nationale registratiesysteem dat wordt beheerd door de NEa. Bedrijven die HBE’s willen verhandelen, moeten een rekening hebben in het REV en voldoen aan de geldende inboek- en verificatievereisten.

Het handelsproces verloopt in grote lijnen als volgt:

  1. Inboeken: De geleverde hernieuwbare energie wordt geregistreerd in het REV, waarna de bijbehorende HBE’s op de rekening worden bijgeschreven.
  2. Verificatie: Inboekers zijn verplicht jaarlijks een onafhankelijke verificateur in te schakelen. Zonder geldige verificatieverklaring gaat de NEa over tot ambtshalve vaststelling.
  3. Overdracht: HBE’s kunnen worden overgedragen aan andere rekeninghouders in het REV, bijvoorbeeld via bilaterale handelsafspraken of via een broker.
  4. Inlevering: Verplichte partijen leveren vóór de jaarafsluiting voldoende HBE’s in bij de NEa om aan hun jaarverplichting te voldoen.

Bedrijven die minder dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, kunnen niet zelfstandig inboeken. Zij schakelen een inboekdienstverlener in, die namens hen de administratie en registratie verzorgt. Begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners geregistreerd bij de NEa. De marktbrede vergoeding die zij inhouden ligt ruwweg tussen de 15 en 25% van de HBE-opbrengst.

Hoeveel kunnen bedrijven verdienen met HBE’s?

De opbrengst van HBE’s hangt af van drie variabelen: het volume geleverde elektriciteit aan voertuigen, het hernieuwbare aandeel dat meetelt en de actuele marktprijs per HBE. Hoe meer er op een locatie elektrisch wordt gereden, hoe meer HBE’s er worden gegenereerd en hoe hoger de potentiële opbrengst.

Voor bedrijven met een eigen laadplein of laadinfrastructuur op locatie kan dit een substantiële aanvullende inkomstenstroom zijn. De exacte opbrengst is afhankelijk van de marktprijs, die fluctueert op basis van vraag en aanbod. Bedrijven die via een inboekdienstverlener werken, ontvangen de netto-opbrengst na aftrek van de commissie van de dienstverlener.

Organisaties die zelf meer dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, kunnen zelfstandig inboeken en de volledige opbrengst zonder commissie incasseren. Voor hen is het de moeite waard om de drempel te berekenen en te beoordelen of zelfstandig inboeken rendabel is.

Bedrijven die 100% hernieuwbare stroom kunnen aantonen via opwek op locatie of een directe lijn, genereren meer HBE’s per kWh dan bij gebruik van netgemiddelde stroom. Dit vergroot de opbrengst per geleverde kilowattuur aanzienlijk en versterkt de businesscase voor investeringen in zonne-energie gecombineerd met laadinfrastructuur.

Wat verandert er aan de HBE-regelgeving de komende jaren?

Per 1 januari 2026 is het HBE-systeem officieel vervangen door het ERE-systeem (Emissiereductie-eenheden), gebaseerd op de Europese Renewable Energy Directive III (RED III). De NEa voerde op 1 mei 2026 de laatste jaarafsluiting onder de HBE-regels uit. Resterende HBE’s op rekeningen werden daarna omgezet naar ERE’s, met de omrekenregel: 1 HBE = 46 ERE. Meer details over dit nieuwe systeem vind je op de pagina over de ERE-regeling.

De fundamentele verandering is dat sturing niet langer plaatsvindt op de energie-inhoud van geleverde hernieuwbare energie, maar op de CO2-ketenemissiereductie. Een ERE staat voor 1 kg CO2-equivalente emissiereductie ten opzichte van een Europese fossiele referentiewaarde. Dit maakt het systeem complexer maar ook preciezer in het meten van de daadwerkelijke klimaatwinst.

Andere belangrijke wijzigingen zijn:

  • Het systeem is opgedeeld in drie sectoren: land, binnenvaart en zeevaart. ERE’s zijn in beginsel alleen inzetbaar binnen de sector waar ze zijn gegenereerd.
  • Er zijn zes typen ERE’s, waaronder ERE-E specifiek voor elektriciteit en ERE-R voor hernieuwbare waterstof en e-fuels.
  • Voor de sector land geldt in 2026 een CO2-ketenemissiereductieverplichting van 14,4%, oplopend naar 27,1% in 2030.
  • Meters moeten vanaf 2026 MID-gecertificeerd zijn en zich in de laadpaal bevinden; voor bestaande situaties geldt een overgangsperiode tot 1 januari 2027.
  • De jaarlijkse deadlines voor het ERE-systeem gelden voor het eerst in 2027 over de leveringen van 2026.

De overgang naar ERE’s vraagt om aanpassing van administratieve processen, meetinfrastructuur en contracten met inboekdienstverleners. Bedrijven die nu al actief zijn in de HBE-markt, doen er goed aan tijdig te inventariseren welke aanpassingen nodig zijn.

Hoe NXT Mobility helpt met HBE- en ERE-dienstverlening

De wereld van hernieuwbare brandstofeenheden en de overgang naar het ERE-systeem is complex. Wij nemen die complexiteit volledig uit handen. Als totaalpartner voor duurzame mobiliteit begeleiden wij organisaties van begin tot eind in het genereren, administreren en verzilveren van HBE’s en ERE’s.

Wat wij voor uw organisatie doen:

  • Volledig ontzorgen bij de inboekprocedure en administratie rondom HBE’s en ERE’s
  • Adviseren over de optimale laadinfrastructuur om het maximale uit uw laadvolumes te halen
  • Begeleiden bij de overgang van het HBE-systeem naar het nieuwe ERE-systeem
  • Installeren van MID-gecertificeerde laadpalen die voldoen aan de eisen voor 2026 en verder
  • Ondersteunen bij subsidieaanvragen en financiële optimalisatie van uw wagenparkelectrificatie

Of u nu een transportbedrijf bent dat zijn vrachtwagenpark elektriseert, een locatie-eigenaar die een laadplein wil exploiteren of een werkgever die thuisladers voor medewerkers wil faciliteren: wij hebben de expertise en het netwerk om de transitie haalbaar en rendabel te maken. Neem contact op voor een vrijblijvend adviesgesprek en ontdek wat de HBE- en ERE-markt voor uw organisatie kan opleveren.

Veelgestelde vragen

Kan ik als kleine ondernemer ook profiteren van HBE's of ERE's, ook als ik minder dan 2 miljoen kWh per jaar laad?

Ja, ook kleinere bedrijven kunnen profiteren van het systeem. U kunt gebruikmaken van een inboekdienstverlener die namens u de administratie en registratie bij de NEa verzorgt. De dienstverlener houdt een commissie in van doorgaans 15 tot 25% van de opbrengst, maar ook na aftrek daarvan kan het een interessante aanvullende inkomstenstroom zijn — zeker als uw laadvolume groeit. Het is verstandig om de verwachte opbrengst vooraf te laten doorrekenen om te beoordelen of deelname rendabel is voor uw situatie.

Hoe weet ik of mijn laadpalen voldoen aan de nieuwe MID-certificeringsvereisten voor het ERE-systeem?

Vanaf 2026 moeten meters MID-gecertificeerd zijn en zich fysiek in de laadpaal bevinden. Voor bestaande installaties geldt een overgangsperiode tot 1 januari 2027. Controleer bij uw laadpaalleverancier of fabrikant of uw huidige hardware aan deze eis voldoet. Voldoet uw installatie nog niet, dan is het raadzaam om vóór de deadline actie te ondernemen, zodat u geen inboekrechten misloopt over de leveringen van 2026.

Wat is het verschil tussen HBE-Overig en de nieuwe ERE-E, en verandert er iets aan de manier waarop elektriciteit wordt beloond?

HBE-Overig (HBE-O) was de categorie voor elektriciteit geleverd aan elektrische voertuigen en werd berekend op basis van energiehoeveelheid en hernieuwbaar aandeel. De opvolger ERE-E werkt op basis van CO2-ketenemissiereductie ten opzichte van een Europese fossiele referentiewaarde. Dit betekent dat de berekening complexer wordt, maar ook nauwkeuriger aansluit bij de werkelijke klimaatwinst. De omrekenregel bij de overgang was 1 HBE = 46 ERE, wat een indicatie geeft van de verhouding tussen beide systemen.

Wat zijn de meest voorkomende fouten die bedrijven maken bij het inboeken van HBE's of ERE's?

Een veelgemaakte fout is het niet tijdig inschakelen van een onafhankelijke verificateur, waardoor de NEa overgaat tot ambtshalve vaststelling — wat nadelig kan uitpakken voor de erkende hoeveelheid. Daarnaast onderschatten bedrijven regelmatig het belang van correcte meetinfrastructuur: zonder MID-gecertificeerde meters kunnen inboekingen worden afgewezen. Tot slot laten sommige bedrijven ten onrechte kansen liggen doordat ze geen gebruik maken van 100% hernieuwbare beloning, terwijl ze wel beschikken over opwek op locatie of een directe lijn naar het laadpunt.

Is het slim om gegenereerde ERE's direct te verkopen, of kan ik ze beter bewaren voor een hogere marktprijs?

Binnen het HBE-systeem was sparen toegestaan en strategisch interessant bij verwachte prijsstijgingen. Voor het nieuwe ERE-systeem gelden eigen regels rondom spaarsaldi en overdraagbaarheid die nog verder worden uitgewerkt. Het is verstandig om de marktontwikkelingen nauwlettend te volgen en u te laten adviseren over het optimale verkoopmoment. Factoren zoals de hoogte van de jaarverplichtingen, het totale marktaanbod en de voortgang van de elektrificatie van het wegvervoer spelen allemaal een rol in de prijsontwikkeling.

Kan ik als werkgever ook HBE's of ERE's genereren via de thuisladers van mijn medewerkers?

Ja, dit is in principe mogelijk, maar er gelden specifieke voorwaarden. Voor thuisladers van particulieren wordt altijd het nationale netgemiddelde als hernieuwbaar aandeel gehanteerd, ongeacht de aanwezigheid van zonnepanelen. Als werkgever moet u aantoonbaar de elektriciteit leveren aan de thuislader van de medewerker om aanspraak te kunnen maken op de inboekrechten. Dit vereist de juiste contractuele en administratieve opzet; een gespecialiseerde partij kan u helpen dit correct in te richten.

Hoe bereid ik mijn organisatie het beste voor op de volledige overgang naar het ERE-systeem?

Begin met een inventarisatie van uw huidige laadinfrastructuur, meetapparatuur en administratieve processen om te bepalen wat er moet worden aangepast. Controleer of uw meters MID-gecertificeerd zijn, herzie bestaande contracten met inboekdienstverleners op de nieuwe ERE-voorwaarden en zorg dat uw financiële rapportage aansluit op de CO2-gebaseerde systematiek. De eerste officiële ERE-deadline valt in 2027 over de leveringen van 2026, maar de voorbereidingstijd is kort — tijdig handelen voorkomt dat u inboekrechten misloopt.