Hoe werkt de dubbele vergoeding bij hernieuwbare energie in de ERE regeling?
De dubbele vergoeding bij hernieuwbare energie in de ERE-regeling werkt via een systeem van dubbeltelling: bepaalde grondstoffen en energiedragers leveren bij inboeking twee keer zoveel emissiereductie-eenheden (ERE’s) op als hun energetische waarde zou suggereren. Dit geldt specifiek voor grondstoffen die vallen onder bijlage IX van de Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED). De vragen hieronder leggen stap voor stap uit hoe deze dubbele vergoeding werkt, voor wie die geldt en wat het in de praktijk oplevert. Wil je alvast een overzicht van alle diensten rondom duurzame mobiliteit? Bekijk dan onze duurzame mobiliteitsoplossingen.

Wat telt er dubbel mee in de ERE-regeling?
In de ERE-regeling tellen grondstoffen en energiedragers dubbel mee die vallen onder bijlage IX, deel A of deel B van de RED. Dit betekent dat een inboeking van zo’n grondstof automatisch twee keer zoveel ERE’s oplevert als een inboeking van een conventionele energiebron met dezelfde energetische waarde. Elektriciteit voor wegtransport valt onder de categorie HBE-Overig en kent een eigen berekeningsmethode.
Concreet gaat het om twee hoofdcategorieën die in aanmerking komen voor dubbeltelling:
- Bijlage IX-A grondstoffen: Dit zijn geavanceerde biobrandstoffen gemaakt uit afval en residuen, zoals lignocellulosisch materiaal uit de industrie, niet-voedselcellulose en algen. Deze vallen onder de HBE-Geavanceerd categorie.
- Bijlage IX-B grondstoffen: Hieronder vallen onder andere gebruikt frituurvet en bepaalde dierlijke vetten. Deze worden gecategoriseerd als HBE-Bijlage IXb.
Elektriciteit voor wegtransport wordt niet op dezelfde manier dubbel geteld als biobrandstoffen, maar heeft wel een specifieke vermenigvuldigingsfactor in de berekening van ERE’s. Het systeem is ontworpen om grondstoffen te belonen die een hogere mate van duurzaamheid en circulariteit vertegenwoordigen, of die moeilijker te produceren zijn dan conventionele biobrandstoffen.
Hoe wordt de dubbele telling berekend in de praktijk?
De dubbele telling werkt zo: wanneer je een grondstof uit bijlage IX inboekt bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa), wordt de hoeveelheid ERE’s die je ontvangt automatisch vermenigvuldigd met factor twee. Je boekt dus feitelijk de werkelijke energetische hoeveelheid in, maar ontvangt het dubbele aantal eenheden op je ERE-rekening.
Een vereenvoudigd rekenvoorbeeld maakt dit inzichtelijk. Stel dat een inboeking van een conventionele biobrandstof 10.000 ERE’s oplevert. Dezelfde hoeveelheid energie, maar dan geleverd via een bijlage IX-A grondstof, levert 20.000 ERE’s op. Die extra eenheden kunnen worden gebruikt om te voldoen aan de jaarverplichting of worden verhandeld op de markt.
Voor elektriciteit geldt een iets andere systematiek. De omrekenfactor van kWh naar ERE’s is gebaseerd op de HBE-reductiebijdrage, die voor 2026 is vastgesteld op 47 kg CO2-equivalent per eenheid. De exacte berekening verloopt via de officiële omrekenfactor HBEERE, die door de NEa wordt vastgesteld en gepubliceerd. Inboekers zijn verplicht de gemeten hoeveelheid kWh via het bemeterde leverpunt te registreren, waarbij de meter vanaf 2026 MID-gecertificeerd moet zijn en zich in de laadpaal zelf moet bevinden.
Wat is het verschil tussen een enkelvoudige en dubbele HBE?
Het verschil tussen een enkelvoudige en dubbele HBE zit in de grondstof waaruit de hernieuwbare energie is geproduceerd. Een enkelvoudige HBE wordt toegekend bij inboeking van conventionele biobrandstoffen, zoals die gemaakt zijn uit landbouw- en energiegewassen. Een dubbele HBE, ook wel aangeduid als het resultaat van dubbeltelling, wordt toegekend bij grondstoffen uit bijlage IX van de RED.
In het vroegere HBE-systeem werd dit onderscheid expliciet zichtbaar in de categorieën. HBE-Conventioneel (HBE-C) leverde altijd enkelvoudige eenheden op, terwijl HBE-Geavanceerd (HBE-G) en HBE-Bijlage IXb (HBE-B) profiteerden van de dubbeltelling. In het huidige ERE-systeem is de systematiek vergelijkbaar: de dubbeltelling is ingebakken in de omrekenfactoren per grondstofcategorie.
Het praktische gevolg is aanzienlijk. Een bedrijf dat investeert in geavanceerde biobrandstoffen of elektriciteit voor transport, genereert meer verhandelbare eenheden per geleverde hoeveelheid energie. Dit maakt de business case voor duurzame energiedragers financieel aantrekkelijker dan een enkelvoudige vergoeding zou bieden.
Welke voorwaarden gelden voor de dubbele vergoeding?
Om in aanmerking te komen voor de dubbele vergoeding in de ERE-regeling gelden strikte voorwaarden op het gebied van grondstofherkomst, registratie en verificatie. De grondstof moet aantoonbaar afkomstig zijn uit een categorie die is opgenomen in bijlage IX van de RED, en dit moet worden onderbouwd met certificering en documentatie die door de NEa wordt geaccepteerd.
De belangrijkste voorwaarden op een rij:
- Drempelwaarde: Voor het zelfstandig inboeken van elektriciteit geldt een minimumdrempel van 2 miljoen kWh per jaar. Wie onder deze grens blijft, kan niet zelfstandig inboeken maar moet gebruikmaken van een inboekdienstverlener.
- Jaarlijkse verificatie: Inboekers zijn verplicht jaarlijks een inboekverificatie te laten uitvoeren door een geaccrediteerde, onafhankelijke verificateur. De verificatieverklaring moet vóór 1 april worden ingediend bij de NEa.
- MID-gecertificeerde meting: Vanaf 2026 moet de meter waarmee de geleverde hoeveelheid wordt gemeten MID-gecertificeerd zijn en zich in de laadpaal bevinden, of er moet een exclusief bemeterd allocatiepunt zijn.
- Correcte grondstofcertificering: De duurzaamheid van de grondstof moet worden aangetoond via erkende certificeringsschema’s die aansluiten op de RED-eisen.
Wanneer de verificatieverklaring ontbreekt of onjuist is, kan de NEa overgaan tot ambtshalve vaststelling. Dit kan tot vijf jaar na het betreffende kalenderjaar worden gecorrigeerd. De inboekdienstverlener, niet de eindgebruiker, is aansprakelijk voor foutieve inboekingen.
Hoeveel is een dubbele HBE waard op de markt?
De marktwaarde van een dubbele HBE of ERE wordt bepaald door vraag en aanbod op de vrije markt, waarbij de jaarverplichting van verplichtinghouders de primaire vraagfactor is. Omdat dubbel getelde eenheden twee keer zoveel bijdragen aan het voldoen aan de verplichting, zijn ze in principe twee keer zo waardevol als enkelvoudige eenheden bij gelijke marktomstandigheden.
In de praktijk zijn de marktprijzen aan fluctuatie onderhevig. De historische jaarverplichting geeft een indicatie van de druk op de markt: in 2024 was er sprake van een verplichting van circa 117 miljoen HBE’s, waarbij werd ingeteerd op het spaarsaldo van de sector. Een hogere verplichting leidt doorgaans tot hogere prijzen per eenheid.
Belangrijk om te weten is dat het sparen van ERE’s aan limieten is gebonden. Een saldo van 45.000 ERE’s of minder kan altijd worden gespaard. Daarboven mag een inboeker maximaal 4% van de in het afgelopen jaar bijgeschreven ERE’s sparen, en een verplichtinghouder maximaal 10% van zijn verplichting. ERE’s boven de spaarlimiet vervallen automatisch op 1 april. Dit beïnvloedt de strategie rondom het tijdstip van verkoop op de markt.
Wie kan de dubbele vergoeding aanvragen via de ERE-regeling?
De dubbele vergoeding via de ERE-regeling kan worden aangevraagd door twee typen rekeninghouders: zelfstandige leveranciers en inboekdienstverleners. Zelfstandige leveranciers zijn bij de KvK ingeschreven bedrijven die jaarlijks minimaal 2 miljoen kWh aan elektriciteit voor vervoer leveren. Inboekdienstverleners boeken namens andere bedrijven of particulieren in, en kunnen aan de drempelwaarde voldoen door gezamenlijk minimaal 2 miljoen kWh in te boeken of door minimaal 200 machtigingen te hebben.
Concreet zijn de volgende partijen in staat om te profiteren van de dubbele vergoeding:
- Exploitanten van publieke laadinfrastructuur die elektriciteit leveren aan voertuigen
- Bedrijven die werknemers thuis laten laden via een B2B2C-constructie
- Transportbedrijven die zelf elektriciteit leveren aan hun voertuigen via eigen laadinfrastructuur
- Producenten en leveranciers van geavanceerde biobrandstoffen uit bijlage IX-grondstoffen
- Partijen die waterstof als brandstof leveren voor wegtransport
Een belangrijk aandachtspunt is dat alleen de “aangeslotene in de zin van de Energiewet” inboeker kan zijn voor elektriciteit. Sinds 1 januari 2026 vervangt de Energiewet de Elektriciteitswet 1998, wat betekent dat de juridische grondslag voor inboekers is verschoven. Het is essentieel om te controleren of de eigen organisatievorm aan deze definitie voldoet voordat een ERE-rekening wordt geopend.
Hoe NXT Mobility helpt met de ERE-regeling
De ERE-regeling biedt aanzienlijke financiële voordelen, maar de administratieve en technische vereisten zijn complex. Wij begeleiden organisaties van begin tot eind in dit proces, zodat zij optimaal profiteren van de dubbele vergoeding zonder verrassingen achteraf. Lees meer over hoe wij dit aanpakken op onze ERE-regeling pagina.
Wat wij concreet voor je doen:
- Analyse van je huidige situatie en inboekpotentieel op basis van je laadinfrastructuur en energieverbruik
- Begeleiding bij de keuze tussen zelfstandig inboeken of gebruikmaken van een inboekdienstverlener
- Zorgdragen voor MID-gecertificeerde meetapparatuur en correcte installatie conform de 2026-eisen
- Volledige ontzorging van de jaarlijkse verificatieplicht en indiening bij de NEa
- Advies over de optimale verkoopstrategie voor gegenereerde ERE’s, rekening houdend met spaarlimieten en marktontwikkelingen
Of je nu een transportbedrijf bent dat zijn vrachtwagenpark elektrificeert, een exploitant van publieke laadpalen, of een organisatie die medewerkers thuis laat laden: wij zorgen dat de ERE-regeling voor jou werkt. Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek over jouw situatie.
Veelgestelde vragen
Kan ik als kleine laadpaalexploitant ook profiteren van de dubbele vergoeding als ik onder de 2 miljoen kWh per jaar blijf?
Ja, dat is zeker mogelijk via een inboekdienstverlener. Deze partij bundelt de kWh-volumes van meerdere kleinere exploitanten of particulieren en boekt namens hen in bij de NEa. De gegenereerde ERE’s worden dan naar rato verdeeld. Dit maakt de regeling ook toegankelijk voor partijen met een kleinere laadinfrastructuur.
Wat gebeurt er als ik de deadline van 1 april voor de verificatieverklaring mis?
Als de verificatieverklaring niet vóór 1 april bij de NEa is ingediend, kan de NEa overgaan tot een ambtshalve vaststelling van je inboeking. Dit kan betekenen dat je minder ERE’s toegekend krijgt dan waarop je recht hebt, of dat er correcties worden doorgevoerd. Bovendien kan de NEa dit tot vijf jaar na het betreffende kalenderjaar terugdraaien, wat aanzienlijke financiële risico’s met zich meebrengt.
Hoe weet ik of mijn laadpaal voldoet aan de MID-certificeringseis die vanaf 2026 verplicht is?
Een MID-gecertificeerde meter voldoet aan de Europese Measuring Instruments Directive en is voorzien van een CE-markering met een aanvullende M-markering. Controleer bij de fabrikant of leverancier van je laadpaal of de ingebouwde meter aan deze norm voldoet en of de meter zich daadwerkelijk ín de laadpaal bevindt. Als je twijfelt, is het verstandig dit vóór 2026 te laten beoordelen, zodat eventuele aanpassingen of vervangingen nog op tijd kunnen worden doorgevoerd.
Is het slim om gegenereerde ERE's direct te verkopen of juist te sparen voor een hogere marktprijs?
Dat hangt af van de actuele marktprijs, je verwachting van prijsontwikkelingen en je spaarlimiet. Houd er rekening mee dat je boven de 45.000 ERE’s maximaal 4% van de in het afgelopen jaar bijgeschreven eenheden mag sparen; het meerdere vervalt automatisch op 1 april. Een verkoopstrategie die rekening houdt met deze limieten en de seizoensgebonden vraag van verplichtinghouders kan de opbrengst aanzienlijk verhogen.
Wat is het verschil tussen de oude HBE-regeling en de nieuwe ERE-regeling voor mijn praktische situatie?
De ERE-regeling vervangt de HBE-regeling en introduceert een aantal technische en juridische aanscherpingen, waaronder de MID-certificeringseis voor meters en de verschuiving van de juridische grondslag naar de Energiewet per 1 januari 2026. De kern van de dubbeltelling voor bijlage IX-grondstoffen blijft vergelijkbaar, maar de omrekenfactoren en categorieën zijn bijgewerkt. Als je al actief was onder de HBE-regeling, is het aan te raden je processen en meetinfrastructuur te laten toetsen op compliance met de nieuwe eisen.
Kan een werkgever die medewerkers thuis laat laden ook ERE's genereren via de B2B2C-constructie?
Ja, werkgevers kunnen via een B2B2C-constructie ERE’s genereren voor de elektriciteit die medewerkers thuis laden voor zakelijk gebruik. Hiervoor moet de werkgever of een inboekdienstverlener namens de medewerkers de laadsessies registreren en de kWh-data aanleveren. De administratieve vereisten rondom machtigen, meten en verificatie zijn hierbij wel complex, waardoor het inschakelen van een gespecialiseerde inboekdienstverlener sterk aan te raden is.
Welke certificeringsschema's worden door de NEa geaccepteerd voor het aantonen van de duurzaamheid van bijlage IX-grondstoffen?
De NEa accepteert certificeringsschema’s die zijn erkend onder de Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED), zoals ISCC (International Sustainability and Carbon Certification) en NTA 8080. Het specifieke schema dat van toepassing is, hangt af van de grondstofcategorie en de herkomst van de biomassa of het afvalmateriaal. Zorg ervoor dat je leverancier een geldig certificaat kan overleggen dat aansluit op de RED-eisen, want zonder correcte grondstofcertificering vervalt het recht op dubbeltelling.