Hoe vaak worden ERE certificaten ingeboekt en uitbetaald?
ERE-certificaten worden maandelijks ingeboekt en de uitbetaling vindt doorgaans ook op maandelijkse basis plaats, afhankelijk van de afspraken met de ERE inboekdienstverlener. Het systeem is per 1 januari 2026 van kracht en vervangt het voormalige HBE-systeem. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over ERE-certificaten, van inboekfrequentie tot waarde en businesscase.

Wat is de frequentie van ERE-certificaten inboeken?
ERE-certificaten worden in de praktijk maandelijks ingeboekt. Inboekers registreren hun elektriciteitsleveringen aan voertuigen periodiek in het Register Energie voor Vervoer (REV), dat wordt beheerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). De jaarlijkse deadline voor het registreren van alle brandstofleveringen over het voorgaande jaar is 1 maart.
Naast de maandelijkse inboekronden zijn er drie vaste jaarlijkse verplichtingen die elke inboeker in de gaten moet houden:
- Vóór 1 maart: alle brandstofleveringen van het voorgaande jaar registreren in het REV
- Vóór 1 april: voldoende ERE’s op rekening hebben staan voor de jaarafsluiting
- Vóór 1 mei: de inboekverificatie laten uitvoeren door een geaccrediteerde, onafhankelijke verificateur en indienen bij de NEa
Deze deadlines gelden voor het eerst in 2027, over de leveringen van 2026. De verificatieplicht is een belangrijk onderdeel van het systeem: ontbreekt de verificatieverklaring, dan kan de NEa overgaan tot ambtshalve vaststelling, tot vijf jaar na het betreffende kalenderjaar. Maandelijks inboeken zorgt voor een beheersbaar proces en voorkomt administratieve achterstanden richting de jaardeadlines.
Hoe vaak worden ERE-certificaten uitbetaald?
De uitbetaling van ERE-certificaten vindt in de meeste gevallen maandelijks plaats. De exacte uitbetalingsfrequentie hangt af van de contractuele afspraken tussen de organisatie en de inboekdienstverlener die de ERE’s namens hen op de markt verhandelt.
Zodra de ERE’s zijn ingeboekt en geregistreerd in het REV, kunnen ze worden verhandeld. De marktprijs en het moment van verkoop bepalen de uiteindelijke opbrengst. Inboekers die maandelijks inboeken, ontvangen doorgaans ook maandelijks hun vergoeding, na aftrek van de commissie van de inboekdienstverlener. Die commissie ligt marktbreed ruwweg tussen de 15 en 25 procent van de opbrengst.
Belangrijk om te weten: ERE’s die boven de spaarlimiet uitkomen, vervallen automatisch op 1 april. De spaarlimiet is vastgesteld op 45.000 ERE’s of minder, wat altijd gespaard mag worden. Daarboven gelden aanvullende regels op basis van een percentage van de jaarlijkse inboekresultaten. Tijdig verhandelen of inzetten is dus verstandig om verlies van certificaten te voorkomen.
Wat is het verschil tussen ERE en HBE-certificaten?
Het grootste verschil tussen ERE en HBE is de berekeningsbasis. Een HBE vertegenwoordigde 1 gigajoule (GJ) hernieuwbare energie, terwijl een ERE staat voor 1 kilogram CO2-equivalente emissiereductie in de keten. Het ERE-systeem is per 1 januari 2026 van kracht en vervangt het HBE-systeem volledig, in lijn met de Europese RED III-richtlijn.
Op 1 mei 2026 voerde de NEa de laatste jaarafsluiting onder de HBE-regels uit. Resterende HBE-saldi op rekeningen in het REV werden daarna omgezet naar ERE’s, met de vaste omrekenregel: 1 HBE = 46 ERE. Het type certificaat (geavanceerd, IXb, conventioneel of overig) bleef bij de omzetting behouden.
Andere relevante verschillen op een rij:
- Sectorsturing: ERE’s zijn inzetbaar binnen de sector waarin ze zijn gegenereerd (land, binnenvaart of zeevaart). Dit voorkomt de prijsdruk die in het HBE-systeem ontstond door grote volumes uit de scheepvaartsectoren.
- Zes certificaattypen: Het ERE-systeem kent ERE-G (geavanceerd), ERE-C (conventioneel), ERE-B (bijlage IXb), ERE-O (overig), ERE-R (hernieuwbare waterstof en e-fuels) en ERE-E (elektriciteit).
- Fossiele referentiewaarde voor elektriciteit: Voor elektriciteit geldt een fossiele referentiewaarde van 183 g CO2-eq/MJ, wat de ERE-berekening voor elektrisch laden bepaalt.
Wie kan ERE-certificaten aanvragen en inboeken?
ERE-certificaten kunnen worden ingeboekt door twee typen rekeninghouders: zelfstandige leveranciers en inboekdienstverleners. Zelfstandige leveranciers zijn bij de KvK ingeschreven bedrijven die jaarlijks minimaal 2 miljoen kWh aan elektriciteit voor vervoer leveren en daarmee zelfstandig mogen inboeken. Bedrijven en particulieren onder die drempel boeken in via een inboekdienstverlener.
Een inboekdienstverlener boekt namens andere bedrijven of particulieren in. Om aan de drempelwaarde te voldoen, moet een inboekdienstverlener ofwel minimaal 2 miljoen kWh gezamenlijk inboeken, ofwel beschikken over minimaal 200 machtigingen van deelnemers.
Particulieren
Particulieren kunnen uitsluitend deelnemen via een inboekdienstverlener. Vereisten zijn een aansluiting conform de Energiewet, registratie als eigenaar in het Centraal Aansluitingenregister, een machtiging aan precies één inboekdienstverlener en in beginsel een MID-gecertificeerde meter. Voor thuisladers geldt altijd het netgemiddelde van 50,5% (2026) als hernieuwbaar aandeel, ook bij aanwezige zonnepanelen.
Bedrijven
Bedrijven die minder dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, boeken in via een inboekdienstverlener. Bedrijven boven de drempel mogen zelfstandig inboeken. Volledige (100%) hernieuwbare beloning is mogelijk bij opwek op dezelfde leveringslocatie of via een directe lijn van opwek- naar leverlocatie, mits er een Garantie van Oorsprong niet-netlevering aanwezig is en er geen exploitatiesubsidie geldt.
Hoeveel zijn ERE-certificaten waard?
De waarde van ERE-certificaten is marktafhankelijk en wordt bepaald door vraag en aanbod op de handelsvloer. Er is geen vaste prijs; de marktprijs fluctueert op basis van de verplichtingen van brandstofleveranciers, het aanbod van hernieuwbare energie en beleidswijzigingen. De opbrengst per ERE is daardoor niet op voorhand exact vast te stellen.
Wat wel vaststaat, is hoe de hoeveelheid ERE’s wordt berekend. Voor netstroom in 2026 geldt de volgende formule:
Aantal ERE-E = levering (kWh) x 0,505 x 183 (g/MJ) x 3,6 (MJ/kWh) / 1.000
Een rekenvoorbeeld van de NEa: 2.000 kWh netstroom in 2026 levert 2.000 x 0,505 x 183 x 3,6 / 1.000 = 666 ERE-E op. Het netgemiddelde hernieuwbare aandeel voor 2026 bedraagt 50,5%, gebaseerd op het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit in 2024. Bij 100% hernieuwbare stroom (via opwek op locatie of directe lijn) vervalt de factor 0,505 en is de opbrengst aan ERE’s navenant hoger.
Van de verkoopprijs gaat de commissie van de inboekdienstverlener af, die marktbreed ruwweg tussen de 15 en 25 procent ligt. De exacte vergoeding is contractueel vastgelegd en verschilt per aanbieder.
Hoe verbetert ERE-opbrengst de businesscase voor elektrisch rijden?
De opbrengst uit ERE-certificaten verlaagt de effectieve laadkosten voor elektrische voertuigen, waardoor de businesscase voor elektrificatie aantrekkelijker wordt. Organisaties die elektriciteit leveren aan hun eigen wagenpark of aan derden genereren ERE’s die verhandelbaar zijn, en de opbrengst kan direct worden ingezet om de hogere aanschafkosten van elektrische voertuigen of laadinfrastructuur te compenseren.
De verbetering van de businesscase werkt op meerdere vlakken:
- Lagere netto laadkosten: De ERE-opbrengst wordt verrekend met de kosten voor elektriciteit, waardoor de werkelijke kosten per kilometer dalen.
- Terugverdientijd laadinfrastructuur: Bedrijven die een laadplein exploiteren, kunnen de investering sneller terugverdienen door de gecombineerde inkomsten uit laaddiensten en ERE-certificaten.
- Voordeel bij 100% hernieuwbare stroom: Bedrijven die opwekken op locatie en geen exploitatiesubsidie ontvangen, genereren significant meer ERE-E per kWh, wat de opbrengst verder vergroot.
- Structureel voordeel: Naarmate de sectorpercentages voor de CO2-ketenemissiereductieverplichting stijgen (van 14,4% in 2026 naar 27,1% in 2030 voor de sector land), neemt de vraag naar ERE’s toe, wat de marktwaarde positief kan beïnvloeden.
De ERE-opbrengst is daarmee geen bijzaak, maar een structureel onderdeel van de financiële planning rondom de elektrificatie van een wagenpark of laadlocatie.
Hoe NXT Mobility helpt met ERE-certificaten
Wij begeleiden organisaties door het volledige ERE-traject, van de eerste berekening van de potentiële opbrengst tot de daadwerkelijke verhandeling van certificaten. Als inboekdienstverlener ontzorgen wij onze klanten volledig in de administratie, verificatie en naleving van de NEa-vereisten. Dit is wat wij bieden:
- Gratis adviesgesprek over de ERE-opbrengst voor jouw specifieke situatie
- Volledige ontzorging van inboekadministratie en jaarlijkse verificatie
- Optimalisatie van het hernieuwbare aandeel, inclusief advies over opwek op locatie
- Koppeling aan laadinfrastructuur, Smart Charging en wagenparkadvies
- Transparante vergoedingsstructuur zonder verborgen kosten
Of je nu een transportbedrijf bent dat zijn vrachtwagenpark elektriceert, een locatie-eigenaar met laadpalen of een werkgever die thuisladen aanbiedt aan medewerkers: wij zorgen dat de ERE-opbrengst maximaal bijdraagt aan jouw businesscase. Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek over de mogelijkheden.
Veelgestelde vragen
Kan ik als particulier met zonnepanelen meer ERE's genereren dan iemand zonder zonnepanelen?
Helaas niet via het netgemiddelde: voor thuisladers geldt altijd het vaste netgemiddelde van 50,5% (2026) als hernieuwbaar aandeel, ongeacht of je zonnepanelen hebt. Alleen bij opwek op dezelfde locatie met een directe lijn naar de laadpaal én een Garantie van Oorsprong niet-netlevering, én zonder exploitatiesubsidie, kun je aanspraak maken op 100% hernieuwbare beloning. Voor de meeste particulieren is deelname via een inboekdienstverlener met het netgemiddelde dan ook de praktische route.
Wat gebeurt er als ik de deadline van 1 mei voor de inboekverificatie mis?
Als de verificatieverklaring ontbreekt, kan de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) overgaan tot ambtshalve vaststelling van je inboekresultaten — en dat kan tot vijf jaar na het betreffende kalenderjaar. Dit kan leiden tot lagere of gecorrigeerde ERE-toekenning en mogelijke boetes. Het is dus essentieel om tijdig een geaccrediteerde, onafhankelijke verificateur in te schakelen; een goede inboekdienstverlener regelt dit doorgaans namens jou.
Hoe kies ik de juiste inboekdienstverlener voor mijn situatie?
Let bij de keuze voor een inboekdienstverlener op de hoogte en transparantie van de commissie (marktbreed 15–25%), de mate van ontzorging bij administratie en verificatie, en de ervaring met jouw specifieke situatie (thuisladen, bedrijfslaadplein, wagenpark). Vraag altijd naar de exacte vergoedingsstructuur en check of de dienstverlener ook advies biedt over het optimaliseren van je hernieuwbaar aandeel, want dat heeft direct invloed op je ERE-opbrengst.
Wat is de spaarlimiet precies en hoe voorkom ik dat ERE's vervallen?
De spaarlimiet is vastgesteld op 45.000 ERE’s; dit aantal mag altijd worden bewaard. Boven die grens gelden aanvullende regels op basis van een percentage van je jaarlijkse inboekresultaten. ERE’s die boven de spaarlimiet uitkomen en niet tijdig worden verhandeld of ingezet, vervallen automatisch op 1 april. Door maandelijks in te boeken én te verhandelen, houd je je saldo beheersbaar en voorkom je onnodig verlies van certificaten.
Kan ik als bedrijf zowel ERE's genereren voor mijn eigen wagenpark als voor laadpalen die derden gebruiken?
Ja, dat is mogelijk. Zolang jij de elektriciteit levert aan voertuigen — of dat nu je eigen wagenpark is of derden die laden op jouw laadpalen — kun je voor die leveringen ERE’s inboeken. Bedrijven boven de drempel van 2 miljoen kWh per jaar mogen dit zelfstandig doen; bedrijven daaronder werken via een inboekdienstverlener. Beide stromen kunnen worden gecombineerd, wat de totale ERE-opbrengst en daarmee de businesscase voor je laadinfrastructuur verder versterkt.
Hoe ontwikkelt de marktwaarde van ERE's zich naar verwachting de komende jaren?
Hoewel de marktprijs van ERE’s nooit gegarandeerd kan worden, zijn er structurele factoren die de vraag naar ERE’s de komende jaren waarschijnlijk zullen verhogen. De CO2-ketenemissiereductieverplichting voor de sector land stijgt van 14,4% in 2026 naar 27,1% in 2030, waardoor brandstofleveranciers steeds meer ERE’s nodig hebben om aan hun verplichting te voldoen. Dit groeiende aanbodtekort kan een positief effect hebben op de marktprijs, al blijft de exacte ontwikkeling afhankelijk van beleidswijzigingen en het aanbod van hernieuwbare energie.
Moet ik als werkgever die thuisladen aanbiedt aan medewerkers iets speciaals regelen om ERE's te kunnen inboeken?
Ja, er zijn een paar praktische stappen nodig. De thuisladers van medewerkers moeten zijn aangesloten conform de Energiewet, de medewerker moet als eigenaar geregistreerd staan in het Centraal Aansluitingenregister, en er is een machtiging nodig aan precies één inboekdienstverlener. Daarnaast is in beginsel een MID-gecertificeerde meter vereist. Een inboekdienstverlener kan je helpen dit proces te stroomlijnen, inclusief het verzamelen van machtigingen en het controleren van de technische vereisten per aansluiting.