Hoe ontwikkelt de prijs van ERE certificaten zich de komende jaren?

De prijs van ERE certificaten zal de komende jaren naar verwachting stijgen, gedreven door oplopende verplichtingen en een groeiende vraag vanuit de transportsector. Vanaf 2026 vervangt het ERE-systeem het voormalige HBE-systeem, waarbij de sturing verschuift van energie-inhoud naar CO2-ketenemissiereductie. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de prijsontwikkeling van ERE certificaten en wat dit betekent voor uw organisatie. Meer over de ERE-regeling in Nederland leest u op onze overzichtspagina.

Wat bepaalt de huidige prijs van ERE certificaten?

De prijs van ERE certificaten wordt bepaald door het samenspel van de wettelijke reductieverplichting, het beschikbare aanbod van emissiereducties en de vraag vanuit brandstofleveranciers die aan hun jaarverplichting moeten voldoen. Hoe groter het tekort tussen verplichting en aanbod, hoe hoger de marktprijs uitvalt.

Concreet spelen de volgende factoren een rol bij de huidige prijsvorming:

  • Sectorafscheiding: Het ERE-systeem werkt met drie sectoren: land, binnenvaart en zeevaart. ERE’s zijn in beginsel alleen inzetbaar binnen de sector waarin ze zijn gegenereerd. Dit voorkomt de prijsdruk die in het HBE-systeem ontstond doordat grote volumes uit de scheepvaartsectoren de markt voor wegvervoer beïnvloedden.
  • Type ERE: Het systeem kent zes typen eenheden: ERE-G (geavanceerd), ERE-C (conventioneel), ERE-B (bijlage IXb), ERE-O (overig), ERE-R (RFNBO) en ERE-E (elektriciteit). Geavanceerde typen zijn schaarser en daarmee doorgaans duurder.
  • Omvang van de reductieverplichting: Voor de sector land geldt in 2026 een CO2-ketenemissiereductieverplichting van 14,4%. Hoe hoger dit percentage, hoe meer ERE’s brandstofleveranciers nodig hebben.
  • Beschikbaar aanbod: Het aanbod wordt bepaald door de hoeveelheid hernieuwbare energie die wordt ingebracht via biobrandstoffen, elektriciteit en alternatieve brandstoffen zoals waterstof.

Een belangrijk verschil met het vroegere HBE-systeem is de berekeningsbasis. Waar een HBE stond voor 1 gigajoule hernieuwbare energie, staat één ERE voor 1 kg CO2-equivalente emissiereductie ten opzichte van een Europees vastgestelde fossiele referentiewaarde. Voor elektriciteit geldt een referentiewaarde van 183 g CO2-eq/MJ, voor vloeibare en gasvormige brandstoffen is dat 94 g CO2-eq/MJ. Dit maakt de prijsvorming van ERE certificaten directer gekoppeld aan daadwerkelijke klimaatwinst.

Hoe heeft de prijs van ERE certificaten zich historisch ontwikkeld?

De prijs van ERE certificaten is niet los te zien van de ontwikkeling van het voorgaande HBE-systeem. De historische prijsontwikkeling laat zien dat de markt gevoelig is voor beleidswijzigingen en stijgende verplichtingen, wat een sterke indicatie geeft voor de richting waarin ERE prijzen de komende jaren opgaan.

Onder het HBE-systeem stegen de verplichtingen aanzienlijk:

  • In 2022 bedroeg het verplichte aandeel 17,9%, goed voor ruim 74,4 miljoen HBE’s.
  • In 2023 steeg dit naar 18,9% en ruim 81,5 miljoen HBE’s.
  • In 2024 nam de verplichting fors toe naar 28,4%, met een benodigde hoeveelheid van circa 117 miljoen HBE’s.
  • In 2025 steeg het verplichte aandeel verder naar 29,4%.

De sterke verhoging in 2024 en 2025 vloeide voort uit een kabinetsbesluit in de Voorjaarsnota 2023 om de hoeveelheid hernieuwbare energie in het wegvervoer met 20 PJ te verhogen. In 2024 leverden 202 inboekers circa 107 miljoen HBE’s, waarbij werd ingeteerd op het opgebouwde spaarsaldo. Dit signaleert dat de markt onder druk stond: de aangeboden hoeveelheid bleef achter bij de verplichting.

Op 1 mei 2026 voerde de NEa de laatste jaarafsluiting onder de HBE-regels uit. Het resterende HBE-saldo werd omgezet naar ERE’s met de omrekenregel 1 HBE = 46 ERE. De soort bleef behouden; er vond geen omzetting naar ERE-R of ERE-E plaats. Hiermee begon een nieuw tijdperk voor de certificatenmarkt in Nederland.

Welke factoren beïnvloeden de ERE prijs de komende jaren?

De ERE prijs wordt de komende jaren beïnvloed door een combinatie van stijgende verplichtingen, een beperkt aanbod van bepaalde ERE-typen, de uitrol van elektrisch vervoer en de invoering van het RFNBO-subdoel. Samen zorgen deze factoren voor een markt die structureel onder druk staat.

Oplopende reductiepercentages tot 2030

De wettelijke sectorverplichtingen stijgen aanzienlijk richting 2030. Voor de sector land loopt de CO2-ketenemissiereductieverplichting op van 14,4% in 2026 naar 27,1% in 2030. Voor binnenvaart en zeevaart geldt een vergelijkbare stijging, van respectievelijk 2,5% en 2,9% in 2026 naar 14,5% in 2030. Hoe hoger de verplichting, hoe meer ERE certificaten brandstofleveranciers nodig hebben om aan hun verplichtingen te voldoen.

Het RFNBO-subdoel en schaarste in speciale typen

Een extra prijsbepalende factor is het nationale RFNBO-doel, dat hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong stimuleert, zoals groene waterstof en e-fuels. Dit doel bedraagt 5,5 PJ in 2030, verdeeld over de sectoren. Voor het RFNBO-subdoel in de sector land mogen geen ERE’s uit andere sectoren worden ingezet. Dit creëert een aparte, potentieel krappe markt voor ERE-R certificaten, wat de prijs van dit specifieke type omhoog kan drijven.

Groei van elektrisch laden en ERE-E

De toename van elektrische voertuigen zorgt voor een groeiend aanbod van ERE-E certificaten. Voor netstroom geldt dat 2.000 kWh in 2026 circa 666 ERE-E oplevert, op basis van een netgemiddeld hernieuwbaar aandeel van 50,5%. Naarmate meer bedrijven en particulieren elektrisch rijden en inboeken via een inboekdienstverlener, neemt het aanbod van ERE-E toe. Dit kan een dempend effect hebben op de prijs van dit specifieke type, terwijl geavanceerde typen zoals ERE-G schaarser blijven.

Stijgt of daalt de prijs van ERE certificaten na 2025?

De verwachting is dat de prijs van ERE certificaten per saldo stijgt na 2025, met name voor geavanceerde typen en RFNBO-gerelateerde eenheden. De structureel oplopende verplichtingen overtreffen naar verwachting de groei van het aanbod, wat een opwaartse druk op de marktprijs geeft.

Een aantal argumenten onderbouwt de verwachte prijsstijging:

  • Hogere verplichtingen: De reductieverplichting voor de sector land verdubbelt bijna tussen 2026 en 2030, van 14,4% naar 27,1%.
  • Beperkt aanbod van geavanceerde biobrandstoffen: ERE-G certificaten, gegenereerd via geavanceerde biobrandstoffen, zijn schaars door beperkte grondstofbeschikbaarheid en strenge duurzaamheidseisen.
  • Sectorafscheiding beperkt arbitrage: Doordat ERE’s niet vrij verhandelbaar zijn tussen sectoren, kunnen tekorten in de landsector niet worden aangevuld vanuit de scheepvaart, wat de prijs in de landsector hoger houdt.

Tegelijkertijd zijn er factoren die de prijsstijging kunnen afremmen. Een snelle uitrol van elektrisch vervoer vergroot het aanbod van ERE-E. Beleidsaanpassingen, zoals de tijdelijke mitigerende maatregel die IenW aankondigde op 10 december 2025 voor de binnenvaart- en zeevaartpercentages, laten zien dat de overheid de markt actief monitort en kan ingrijpen bij ongewenste prijspieken.

Hoe kunnen bedrijven profiteren van ERE certificaten?

Bedrijven kunnen profiteren van ERE certificaten door elektriciteit die zij leveren voor wegtransport in te boeken in het Register Energie voor Vervoer (REV). De gegenereerde ERE’s kunnen vervolgens worden verhandeld, wat een directe financiële opbrengst oplevert en de business case voor elektrisch rijden versterkt.

De meest relevante mogelijkheden voor zakelijke organisaties zijn:

  • Inboeken van laadstroom: Bedrijven die meer dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, mogen zelfstandig inboeken. Kleinere volumes lopen via een inboekdienstverlener, die doorgaans een commissie van 15 tot 25% rekent.
  • 100% hernieuwbare beloning: Bij opwek op dezelfde leveringslocatie of via een directe lijn kan 100% hernieuwbare elektriciteit worden ingeboekt, wat meer ERE-E oplevert dan bij netstroom.
  • Versterking van de business case voor EV’s: De opbrengsten uit ERE certificaten verlagen de netto kosten van elektrisch rijden en laadinfrastructuur, waardoor de investering sneller terugverdiend wordt.
  • Strategisch plannen rond verplichtingen: Door de jaarlijkse deadlines te kennen (registratie voor 1 maart, voldoende ERE’s voor 1 april, verificatie voor 1 mei) kunnen bedrijven optimaal inspelen op marktmomenten.

Het is voor bedrijven verstandig om nu al een strategie te bepalen, omdat de verplichtingen tot 2030 structureel oplopen en de waarde van tijdig gegenereerde certificaten kan toenemen.

Hoe NXT Mobility helpt met ERE certificaten

Wij begeleiden organisaties van A tot Z bij het benutten van de kansen die ERE certificaten bieden. Of het nu gaat om het opzetten van laadinfrastructuur, het inboeken van laadstroom of het navigeren door de complexe regelgeving rondom de Brandstoftransitieverplichting: wij nemen de volledige ontzorging op ons. Onze aanpak omvat:

  • Onafhankelijk advies over uw specifieke situatie en het potentieel aan ERE-opbrengsten
  • Realisatie van slimme laadoplossingen, van thuisladers tot bedrijfslaadpleinen met Smart Charging technologie
  • Begeleiding bij het inboekproces en de administratie rondom ERE certificaten
  • Ondersteuning bij subsidieaanvragen en financiële optimalisatie van uw wagenpark
  • Expertise vanuit de transportsector, als onderdeel van GP Groot, zodat wij precies begrijpen waar uw organisatie tegenaan loopt

Wilt u weten hoeveel uw organisatie kan verdienen met ERE certificaten en hoe u uw wagenpark toekomstbestendig maakt? Bekijk onze diensten of neem direct contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Veelgestelde vragen

Hoe begin ik als bedrijf met het inboeken van ERE certificaten via het REV?

Om te starten met inboeken, moet uw organisatie zich registreren in het Register Energie voor Vervoer (REV), beheerd door de NEa. Levert u minder dan 2 miljoen kWh per jaar, dan is inboeken via een erkende inboekdienstverlener de meest praktische route. Het is verstandig om ruim vóór de registratiedeadline van 1 maart te beginnen, zodat u voldoende tijd heeft voor de administratieve voorbereiding en verificatie.

Wat is het verschil tussen ERE-G, ERE-E en ERE-R, en welk type levert de hoogste opbrengst op?

ERE-G staat voor geavanceerde biobrandstoffen, ERE-E voor elektriciteit en ERE-R voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong zoals groene waterstof en e-fuels. ERE-G en ERE-R zijn doorgaans het meest waardevol vanwege hun schaarste: geavanceerde biobrandstoffen zijn moeilijker te produceren en ERE-R certificaten vallen onder een apart RFNBO-subdoel met een eigen, krappe markt. ERE-E is toegankelijker voor de meeste bedrijven, maar kan door het groeiende aanbod vanuit elektrisch vervoer een lagere marktprijs kennen.

Kan ik als wagenparkbeheerder ook ERE certificaten genereren met thuisladers van medewerkers?

Ja, dat is in principe mogelijk. Elektriciteit die via thuisladers wordt geleverd voor zakelijk elektrisch rijden kan worden ingeboekt, mits de levering correct wordt geregistreerd en voldoet aan de eisen van het REV. Omdat de volumes per individuele thuislader vaak klein zijn, is het praktisch om dit te bundelen via een inboekdienstverlener die de administratie en het inboekproces voor meerdere laadpunten centraliseert.

Wat gebeurt er als een brandstofleverancier zijn jaarlijkse ERE-verplichting niet haalt?

Brandstofleveranciers die hun wettelijke CO2-ketenemissiereductieverplichting niet tijdig nakomen, riskeren een bestuurlijke boete van de NEa. De hoogte van de boete is gerelateerd aan het tekort aan ERE’s en is bedoeld als sterk financieel afschrikmiddel. Dit mechanisme zorgt er juist voor dat de vraag naar ERE certificaten structureel hoog blijft, wat de marktprijs ondersteunt.

Hoe beïnvloedt de sectorafscheiding mijn strategie als ik actief ben in zowel wegvervoer als binnenvaart?

Omdat ERE’s in beginsel alleen inzetbaar zijn binnen de sector waarin ze zijn gegenereerd, kunt u certificaten uit de binnenvaartsector niet gebruiken om uw verplichtingen in de landsector te dekken. Voor organisaties die in meerdere sectoren actief zijn, is het daarom essentieel om per sector apart te plannen en de ERE-generatie en -inzet goed op elkaar af te stemmen. Een verkeerde toewijzing kan leiden tot tekorten in één sector en overschotten in een andere, wat de financiële optimalisatie bemoeilijkt.

Is het slim om ERE certificaten nu al op te bouwen, of kan ik beter afwachten tot de markt zich heeft gestabiliseerd?

Gegeven de structureel oplopende verplichtingen tot 2030 en de verwachte schaarste aan geavanceerde typen, is vroeg handelen over het algemeen voordeliger. Wie nu investeert in laadinfrastructuur en het inboekproces inricht, bouwt een spaarsaldo op dat later tegen hogere marktprijzen kan worden ingezet of verkocht. Afwachten vergroot het risico dat u ERE’s op een duurder moment moet inkopen om aan uw eigen verplichtingen of strategische doelstellingen te voldoen.

Wat zijn de meest voorkomende fouten die bedrijven maken bij het beheren van ERE certificaten?

Een veelgemaakte fout is het missen van de wettelijke deadlines, met name de registratie vóór 1 maart en het aantonen van voldoende ERE’s vóór 1 april. Daarnaast onderschatten bedrijven vaak de administratieve complexiteit van het inboekproces, waardoor gegevens onvolledig of te laat worden aangeleverd. Tot slot laten veel organisaties kansen liggen door niet te controleren of zij in aanmerking komen voor de 100% hernieuwbare beloning bij opwek op eigen locatie, wat significant meer ERE-E kan opleveren dan inboeken via netstroom.