Hoe ontwikkelt de ERE-markt zich de komende jaren?

De ERE-markt groeit de komende jaren sterk, aangedreven door strengere Europese klimaatdoelen, toenemende elektrificatie van het wagenpark en een snel uitbreidende laadinfrastructuur. Het nieuwe ERE-systeem, dat per 1 januari 2026 het HBE-systeem vervangt, stuurt niet langer op energievolume maar op CO₂-ketenemissiereductie. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over hoe de ERE-markt zich tot 2030 ontwikkelt en wat dat betekent voor organisaties die hun wagenpark elektrificeren.

Wat drijft de groei van de ERE-markt de komende jaren?

De groei van de ERE-markt wordt gedreven door drie samenhangende krachten: steeds ambitieuzere Europese klimaatverplichtingen, een versnellende uitrol van elektrische voertuigen in het zakelijke segment en de toenemende financiële aantrekkelijkheid van inboeken voor laadpuntexploitanten en wagenparkbeheerders. Hoe meer elektrisch gereden wordt, hoe meer ERE’s er gegenereerd worden en hoe groter de markt.

De overstap van HBE naar ERE in 2026 markeert een fundamentele systeemwissel. Waar het HBE-systeem stuurde op de energie-inhoud van geleverde hernieuwbare energie, richt het ERE-systeem zich op de daadwerkelijke CO₂-ketenemissiereductie. Eén ERE staat voor 1 kg CO₂-equivalente emissiereductie ten opzichte van een Europees vastgestelde fossiele referentiewaarde. Voor elektriciteit geldt een fossiele referentiewaarde van 183 g CO₂-eq/MJ, wat de waarde van inboeken van elektrisch laden aanzienlijk bepaalt.

De historische jaarverplichting laat zien hoe snel de markt al gegroeid is: van ruim 74 miljoen HBE’s in 2022 naar circa 117 miljoen in 2024. Die stijging vloeide voort uit een kabinetsbesluit om de hoeveelheid hernieuwbare energie in het wegvervoer met 20 PJ te verhogen. Deze opwaartse trend zet door naarmate het aandeel elektrische voertuigen in het wagenpark toeneemt en de Brandstoftransitieverplichting (BTV) richting 2030 verder aanscherpt.

Voor zakelijke rijders en wagenparkbeheerders betekent dit concreet dat de financiële opbrengst van het inboeken van elektrisch laden relevanter wordt. Elke kilowattuur die via een bemeterd laadpunt wordt geleverd, genereert ERE’s die verhandelbaar zijn op de markt. Naarmate de markt volwassener wordt en meer partijen deelnemen, neemt ook de transparantie over prijsvorming en vergoedingen toe.

Welke rol speelt overheidsbeleid in de ERE-marktontwikkeling?

Overheidsbeleid is de belangrijkste aanjager van de ERE-markt. De Europese Renewable Energy Directive (RED III) verplicht Nederland tot een ketenemissiereductie van 14,5% in de mobiliteitssector in 2030. De Nederlandse Brandstoftransitieverplichting (BTV) vertaalt dit naar concrete nationale doelen, waarbij de BTV circa 6 megaton CO₂-reductie moet opleveren van de totaal berekende 10 megaton.

Nederland koos bij de implementatie van RED III bewust voor het 14,5% ketenemissiereductiedoel in plaats van het alternatieve 29% energieaandeel. Dit heeft directe gevolgen voor de structuur van de ERE-markt. De wet die dit regelt, wetsvoorstel 36.766, werd op 2 oktober 2025 aangenomen door de Tweede Kamer en op 31 maart 2026 door de Eerste Kamer. De wet is gepubliceerd als Staatsblad 2026, nr. 83 en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving trad met terugwerkende kracht in werking per 1 januari 2026.

Naast de hoofdverplichting introduceert de overheid ook subdoelen die de marktontwikkeling sturen. Zo geldt er een nationaal RFNBO-subdoel voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, zoals groene waterstof en e-fuels. Dit doel bedraagt 5,5 PJ in 2030, verdeeld over de sectoren land, binnenvaart, zeevaart en luchtvaart. Voor de sector land geldt daarbij dat ERE’s uit andere sectoren niet mogen worden ingezet voor het RFNBO-subdoel, wat de marktsegmentatie versterkt.

De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) speelt een centrale rol als zowel uitvoerder van het marktsysteem als onafhankelijk toezichthouder. Bij onvoldoende ERE’s op rekening of onjuiste registratie kan de NEa handhavend optreden via ambtshalve vaststelling, corrigerende maatregelen of een bestuurlijke boete. Dit toezicht geeft de markt betrouwbaarheid en voorspelbaarheid.

Hoe ontwikkelt de laadinfrastructuur zich om de ERE-groei bij te houden?

De laadinfrastructuur in Nederland groeit snel, maar de kwaliteit en meetbaarheid van die infrastructuur worden steeds bepalender voor deelname aan de ERE-markt. Vanaf 2026 geldt als harde eis dat de meter zich op de laadpaal bevindt en MID-gecertificeerd is, of dat er een exclusief bemeterd allocatiepunt aanwezig is. Zonder die certificering kunnen er geen ERE’s worden gegenereerd.

Technische eisen aan laadpunten worden strenger

De overgang naar het ERE-systeem stelt hogere eisen aan de meetinfrastructuur. Voor bestaande situaties met een MID-meter buiten de laadpaal geldt nog een overgangsperiode in 2026, maar per 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan. Dit dwingt laadpuntexploitanten en werkgevers die thuisladers aanbieden aan werknemers om hun installaties te actualiseren. Wie nu investeert in nieuwe laadpalen, doet er verstandig aan direct te kiezen voor MID-gecertificeerde meters op de paal zelf.

Thuisladen en bedrijfslocaties groeien parallel

De groei van de laadinfrastructuur vindt op twee niveaus tegelijk plaats. Op bedrijfslocaties worden laadpleinen uitgebreid met Smart Charging-technologie, waarbij het beschikbare laadvermogen intelligent wordt verdeeld over meerdere voertuigen. Tegelijk groeit het thuisladen via B2B2C-constructies, waarbij werkgevers laadpalen bij werknemers thuis laten installeren. Beide segmenten dragen bij aan de totale hoeveelheid inboekbare elektriciteit in het REV.

Voor particulieren die thuisladen geldt dat zij uitsluitend via een inboekdienstverlener kunnen deelnemen. Zij ontvangen altijd het netgemiddelde als hernieuwbaar aandeel, dat in 2026 op 50,5% ligt. Dit percentage is gebaseerd op het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit van twee jaar voor het leverjaar, in dit geval het aandeel in 2024. Bedrijven die meer dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, mogen zelfstandig inboeken en kunnen onder voorwaarden aanspraak maken op 100% hernieuwbare beloning.

De uitrol van openbare snellaadlocaties op bestemmingsplekken versterkt de ERE-markt verder. Locaties bij supermarkten, winkelcentra en sportaccommodaties genereren grote volumes inboekbare elektriciteit en maken zero-emissie transport voor een breed publiek toegankelijk.

Wat betekent de ERE-marktontwikkeling voor zakelijke wagenparkbeheerders?

Voor zakelijke wagenparkbeheerders biedt de groeiende ERE-markt een directe financiële kans: de elektriciteit die wordt geleverd via laadpalen op bedrijfslocaties of bij werknemers thuis, genereert ERE’s die verhandelbaar zijn. Dit versterkt de business case voor wagenparkelectrificatie aanzienlijk en verlaagt de effectieve TCO van elektrische voertuigen.

De berekening is concreet. Een rekenvoorbeeld van de NEa illustreert dit: 2.000 kWh netstroom in 2026 levert 2.000 keer 0,505 keer 183 keer 3,6 gedeeld door 1.000 is 666 ERE-E op. Naarmate het wagenpark groeit en meer kilometers elektrisch worden afgelegd, stijgt de hoeveelheid gegenereerde ERE’s evenredig. Voor grote wagenparkbeheerders kan dit een substantiële aanvullende inkomstenstroom betekenen.

Tegelijk brengt deelname aan de ERE-markt administratieve verplichtingen met zich mee. De drie jaarlijkse deadlines zijn helder: brandstofleveringen registreren voor 1 maart, voldoende ERE’s op rekening voor 1 april en verificatie registreren voor 1 mei. Deze deadlines gelden voor het eerst in 2027 over de leveringen van 2026. Wie deze cyclus niet goed beheert, riskeert handhavingsmaatregelen van de NEa.

Voor wagenparkbeheerders die niet zelfstandig willen inboeken, is samenwerking met een inboekdienstverlener de aangewezen route. Begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners bij de NEa geregistreerd. De marktbrede afdracht ligt ruwweg tussen de 15 en 25%, waarbij de exacte vergoeding contractueel en marktafhankelijk is. Een machtiging geldt voor minimaal één heel kalenderjaar, dus de keuze van dienstverlener verdient zorgvuldige afweging.

Welke technologische ontwikkelingen veranderen de ERE-markt tot 2030?

Tot 2030 veranderen drie technologische ontwikkelingen de ERE-markt fundamenteel: de opkomst van bidirectioneel laden (V2G), de verdere integratie van hernieuwbare opwek op laadlocaties en de doorontwikkeling van batterijgebaseerde snellaadsystemen die netcongestie omzeilen. Elk van deze ontwikkelingen vergroot het volume inboekbare elektriciteit en verbetert de kwaliteit van de ERE’s die worden gegenereerd.

Bidirectioneel laden en lokale opwek

Bidirectioneel laden maakt het mogelijk dat elektrische voertuigen niet alleen energie opnemen, maar ook teruggeven aan het net of aan gebouwen. Dit opent nieuwe mogelijkheden voor de ERE-markt, omdat de energiestromen complexer worden en de meetinfrastructuur moet meegroeien. Tegelijk biedt lokale opwek via zonnepanelen op dezelfde leveringslocatie de mogelijkheid om 100% hernieuwbare beloning te ontvangen voor inboekingen, mits aan de voorwaarden van de NEa wordt voldaan, waaronder een Garantie van Oorsprong niet-netlevering zonder exploitatiesubsidie.

Batterijgebaseerde snellaadsystemen bij netcongestie

Netcongestie is een van de grootste praktische belemmeringen voor de uitrol van snellaadinfrastructuur in Nederland. Batterijgebaseerde systemen, waarbij een grote accu op locatie wordt opgeladen tijdens daluren en vervolgens ultrasnelladen mogelijk maakt zonder zware belasting van het net, bieden een technische uitweg. Deze systemen maken het mogelijk om ook op locaties met beperkte netcapaciteit grote volumes elektriciteit te leveren aan voertuigen en daarmee ERE’s te genereren.

De combinatie van slimmere laadsystemen, betere meetinfrastructuur en groeiende kennis bij inboekers en wagenparkbeheerders maakt de ERE-markt tot 2030 steeds toegankelijker. Organisaties die nu investeren in de juiste laadinfrastructuur en inboekstructuren, bouwen een voorsprong op die zich de komende jaren financieel terugbetaalt via de opbrengsten uit ERE-inboeken.

Hoe NXT Mobility helpt bij ERE-inboeken en wagenparkelectrificatie

Wij begrijpen als geen ander hoe complex de overgang naar het ERE-systeem is voor zakelijke wagenparkbeheerders. Vanuit onze achtergrond in de transportsector en onze dagelijkse praktijk met laadoplossingen voor bedrijven begeleiden wij organisaties van begin tot eind bij de elektrificatie van hun wagenpark en de bijbehorende ERE-dienstverlening.

Wat wij concreet voor u doen:

  • ERE-inboekdienst: Wij verzorgen de volledige administratie rondom het inboeken van elektriciteit in het Register Energie voor Vervoer, inclusief tijdige registratie en verificatie conform de NEa-deadlines.
  • Laadinfrastructuur op maat: Van thuisladers met MID-gecertificeerde meters voor uw medewerkers tot slimme laadpleinen met Smart Charging op uw bedrijfslocatie, wij leveren en installeren de juiste oplossing.
  • Onafhankelijk wagenparkadvies: Wij analyseren uw huidige wagenpark, energiebehoefte en locaties en ontwikkelen een concreet stappenplan richting zero-emissie transport.
  • Financiële ontzorging: Wij berekenen de opbrengsten uit ERE’s voor uw specifieke situatie en begeleiden subsidieaanvragen die de investering in laadinfrastructuur verlagen.
  • B2B2C-thuislaadoplossingen: Wij coördineren de installatie van laadpalen bij uw medewerkers thuis, inclusief de administratieve afwikkeling van vergoedingsstromen.

Wilt u weten wat de ERE-markt concreet oplevert voor uw organisatie en hoe u de transitie naar elektrisch rijden zakelijk het slimst aanpakt? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek.