Hoe ontstaat de waarde van ERE-certificaten?

De waarde van ERE-certificaten ontstaat door het samenspel van wettelijke verplichtingen en marktmechanismen: brandstofleveranciers zijn verplicht jaarlijks een vastgesteld percentage CO2-emissiereductie aan te tonen, en ERE-certificaten zijn het instrument waarmee zij aan die verplichting voldoen. Hoe hoger de verplichting en hoe schaarser het aanbod van certificaten, hoe meer een ERE waard is. Hieronder beantwoorden we de meest gestelde vragen over ERE-certificaten, van generatie en waardebepaling tot de praktische voordelen voor zakelijke wagenparkbeheerders.

Wat bepaalt de marktprijs van ERE-certificaten?

De marktprijs van ERE-certificaten wordt bepaald door de verhouding tussen vraag en aanbod binnen het ERE-systeem. Aan de vraagkant staan brandstofleveranciers die wettelijk verplicht zijn een bepaald percentage CO2-emissiereductie te realiseren via de Brandstoftransitieverplichting (BTV). Aan de aanbodkant staan alle partijen die hernieuwbare energie leveren aan de vervoerssector en daarvoor ERE’s genereren.

Een belangrijk prijsbepalend mechanisme in het ERE-systeem is de sectorsturing. ERE-certificaten zijn in beginsel alleen inzetbaar binnen de sector waarin ze zijn gegenereerd: land, binnenvaart of zeevaart. ERE-E (elektriciteit) kan zelfs uitsluitend worden ingezet in de sector van herkomst. Dit voorkomt de prijsdruk die onder het oude HBE-systeem ontstond, toen grote volumes uit de scheepvaartsectoren de markt voor wegvervoer beïnvloedden en de prijzen onder druk zetten.

Andere factoren die de prijs beïnvloeden zijn:

  • De hoogte van de sectorverplichtingen: voor de sector land geldt in 2026 een CO2-ketenemissiereductieverplichting van 14,4%, oplopend naar 27,1% in 2030. Hogere verplichtingen drijven de vraag op.
  • Het aanbod van ERE-typen: geavanceerde ERE’s (ERE-G) zijn schaarser en daardoor doorgaans waardevoller dan conventionele varianten.
  • Technologische ontwikkelingen: een groeiend aandeel hernieuwbare elektriciteit in het net verhoogt het netgemiddelde en daarmee het aantal ERE-E dat per geleverde kilowattuur wordt gegenereerd.

Hoe worden ERE-certificaten gegenereerd door elektrisch rijden?

ERE-certificaten worden gegenereerd wanneer elektriciteit wordt geleverd aan elektrische voertuigen en die levering wordt ingeboekt in het Register Energie voor Vervoer (REV), beheerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Per ERE-E staat dit voor 1 kg CO2-equivalente emissiereductie ten opzichte van de Europese fossiele referentiewaarde van 183 g CO2-eq per MJ voor elektriciteit.

De berekening werkt als volgt voor netstroom in 2026:

  • Aantal ERE-E = levering (kWh) × 0,505 × 183 (g/MJ) × 3,6 (MJ/kWh) ÷ 1.000
  • Rekenvoorbeeld: 2.000 kWh netstroom levert 2.000 × 0,505 × 183 × 3,6 ÷ 1.000 = circa 666 ERE-E op

De factor 0,505 staat voor het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel in 2026, gebaseerd op het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit in 2024 (twee jaar vóór het leverjaar). Wie kan aantonen dat de geleverde elektriciteit voor 100% hernieuwbaar is, via opwek op dezelfde locatie of via een directe lijn met een Garantie van Oorsprong, mag de factor 0,505 weglaten en de volledige 183 g/MJ als referentie gebruiken. Dit levert significant meer ERE’s op per geleverde kilowattuur.

Elektriciteit uit biomassa of biogas telt overigens niet als 100% hernieuwbaar voor dit doel. Voor zakelijke laadpunten op eigen terrein met zonnepanelen en een directe lijn naar de laders is de hogere beloning dus wel degelijk haalbaar, mits aan de technische en administratieve vereisten wordt voldaan.

Wat is het verschil tussen ERE-certificaten en HBE’s?

Het fundamentele verschil tussen ERE-certificaten en HBE’s zit in de meeteenheid en het doel van het systeem. Een HBE (Hernieuwbare Brandstofeenheid) vertegenwoordigde 1 gigajoule hernieuwbare energie, ongeacht de CO2-impact daarvan. Een ERE (Emissiereductie-eenheid) staat voor 1 kg CO2-equivalente emissiereductie in de keten, van productie tot verbranding. De sturing verschuift dus van energievolume naar daadwerkelijke klimaatimpact.

Omrekening bij de overgang

Op 1 mei 2026 voerde de NEa de laatste jaarafsluiting onder de HBE-regels uit. Het resterende HBE-saldo op rekeningen in het REV werd daarna omgezet naar ERE’s op basis van de omrekenregel: 1 HBE = 46 ERE. De soort (geavanceerd, IXb, conventioneel, overig) bleef behouden; er vond geen omzetting naar ERE-R of ERE-E plaats.

Structurele verschillen in het systeem

Naast de meeteenheid zijn er meer structurele verschillen. Het HBE-systeem kende één gezamenlijke markt voor alle vervoerssectoren, wat leidde tot prijsdruk doordat scheepvaartvolumes de markt voor wegvervoer domineerden. Het ERE-systeem werkt met drie afzonderlijke sectoren (land, binnenvaart en zeevaart) met eigen verplichtingen en eigen certificaten. Bovendien kent het ERE-systeem zes typen eenheden: ERE-G, ERE-C, ERE-B, ERE-O, ERE-R en ERE-E, elk met eigen toepassingsregels en subdoelen.

Wie kan ERE-certificaten aanvragen en verhandelen?

ERE-certificaten kunnen worden aangevraagd door iedereen die aantoonbaar hernieuwbare energie levert aan de vervoerssector en deze levering inboekt in het REV. Dit zijn zowel bedrijven als particulieren, maar de spelregels verschillen per categorie.

Particulieren kunnen uitsluitend deelnemen via een erkende inboekdienstverlener. Vereisten zijn een aansluiting conform de Energiewet, registratie als eigenaar in het Centraal Aansluitingenregister, een machtiging aan precies één inboekdienstverlener, en in beginsel een MID-gecertificeerde meter. Voor thuisladers geldt altijd het netgemiddelde van 50,5% (2026) als hernieuwbaar aandeel, ook bij aanwezige zonnepanelen, omdat eigen opwek voor particulieren niet aantoonbaar is in het systeem.

Bedrijven die minder dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, boeken in via een inboekdienstverlener. Bedrijven boven deze drempel mogen zelfstandig inboeken bij de NEa. Begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners bij de NEa geregistreerd. De marktbrede commissie voor inboekdienstverleners ligt ruwweg tussen de 15 en 25% van de opbrengst; de exacte vergoeding is contractueel en marktafhankelijk.

Een machtiging aan een inboekdienstverlener geldt voor minimaal één heel kalenderjaar. Overstappen naar een andere aanbieder is pas mogelijk vanaf het volgende kalenderjaar. Het is dus verstandig om van tevoren goed te vergelijken welke dienstverlener de beste voorwaarden biedt voor uw specifieke situatie.

Hoeveel zijn ERE-certificaten waard voor een zakelijk wagenpark?

De financiële waarde van ERE-certificaten voor een zakelijk wagenpark hangt af van het aantal elektrische voertuigen, het jaarlijkse laadvolume en de marktprijs van ERE’s op het moment van verkoop. Hoe meer kilometers elektrisch worden gereden en hoe meer kilowatturen worden ingeboekt, hoe meer ERE-E worden gegenereerd en hoe groter de opbrengst.

Een concreet voorbeeld ter illustratie: een wagenpark met 50 elektrische voertuigen die elk gemiddeld 15.000 kWh per jaar laden, levert in totaal 750.000 kWh. Op basis van het netgemiddelde van 50,5% in 2026 genereert dat circa 250.000 ERE-E. De exacte geldwaarde hangt af van de actuele marktprijs, die fluctueert op basis van vraag en aanbod binnen de sector land.

Voor zakelijke wagenparkbeheerders zijn ERE-certificaten om meerdere redenen interessant:

  • Ze versterken de business case voor elektrificatie aanzienlijk, doordat de opbrengst de totale eigendomskosten (TCO) verlaagt.
  • Ze bieden een terugkerende inkomstenstroom zolang elektrisch wordt gereden en ingeboekt.
  • Bedrijven met eigen laadinfrastructuur en hernieuwbare opwek kunnen door 100% hernieuwbare beloning significant meer ERE’s genereren dan bij netstroom.
  • De oplopende sectorverplichtingen richting 2030 (van 14,4% naar 27,1% voor sector land) suggereren een toenemende vraag naar ERE’s, wat de waarde op termijn kan ondersteunen.

De ERE-inboekdienst biedt een praktische manier om deze opbrengsten te realiseren zonder zelf de administratieve complexiteit te hoeven beheren.

Hoe beïnvloedt overheidsbeleid de toekomstige waarde van ERE-certificaten?

Overheidsbeleid heeft directe invloed op de waarde van ERE-certificaten, omdat de verplichtingen die brandstofleveranciers opgelegd krijgen de vraag naar ERE’s volledig bepalen. Hogere verplichtingen betekenen meer vraag, en bij gelijkblijvend aanbod leidt dat tot hogere prijzen.

De wettelijke basis is stevig verankerd. Wetsvoorstel 36.766, dat de Wet milieubeheer wijzigt ter implementatie van RED III (Richtlijn (EU) 2023/2413), werd door de Tweede Kamer aangenomen op 2 oktober 2025 en door de Eerste Kamer op 31 maart 2026. De wet is gepubliceerd als Staatsblad 2026, nr. 83. De Brandstoftransitieverplichting moet circa 6 megaton CO2-reductie opleveren van de totaal berekende 10 megaton, passend bij het RED III-doel van 14,5% emissiereductie in de mobiliteitssector.

De sectorverplichtingen voor de sector land stijgen aanzienlijk: van 14,4% in 2026 naar 27,1% in 2030. Dit maakt de structurele vraag naar ERE-certificaten voor wegvervoer voorspelbaar en groeiend. Tegelijkertijd groeit het aanbod naarmate meer elektrische voertuigen worden ingezet en meer laadpunten worden ingeboekt, wat een dempend effect op de prijs kan hebben.

Aanvullend beleid dat de waarde beïnvloedt:

  • Het RFNBO-subdoel (hernieuwbare waterstof en e-fuels) is nationaal verhoogd naar 5,5 PJ in 2030. Voor dit subdoel gelden aparte regels en kunnen alleen specifieke ERE-R-eenheden worden ingezet, wat de schaarste in dat segment vergroot.
  • Mitigerende maatregelen van het ministerie van IenW, zoals de aankondiging van december 2025 voor de binnenvaart, kunnen tijdelijk de sectorverplichtingen aanpassen en daarmee de marktdynamiek beïnvloeden.
  • Het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel stijgt naar verwachting de komende jaren, waardoor de ERE-opbrengst per kilowattuur netstroom geleidelijk toeneemt.

Hoe NXT Mobility u helpt met ERE-certificaten

Wij begeleiden organisaties van A tot Z bij het benutten van de financiële waarde van ERE-certificaten. Als uw wagenpark elektrisch rijdt of u laadinfrastructuur exploiteert, laten we geen opbrengsten liggen. Concreet bieden we:

  • Volledige ERE-inboekdienst: wij regelen de registratie, machtiging en administratieve afwikkeling, zodat u zelf niets hoeft te doen.
  • Optimalisatie van uw ERE-opbrengst: we analyseren of uw laadinfrastructuur in aanmerking komt voor 100% hernieuwbare beloning, wat significant meer ERE’s oplevert dan bij netstroom.
  • Integraal wagenparkadvies: de ERE-opbrengst verwerken we in een helder TCO-overzicht, zodat de business case voor elektrificatie concreet en onderbouwd is.
  • Begeleiding bij subsidies en regelgeving: van aanvraag tot verificatie zorgen wij dat u aan alle deadlines en vereisten voldoet.
  • Schaalbare laadoplossingen: van thuisladers voor uw medewerkers tot complete bedrijfslaadpleinen, altijd afgestemd op maximale ERE-generatie.

Wilt u weten wat ERE-certificaten concreet opleveren voor uw organisatie? Bekijk onze diensten voor duurzame mobiliteit of neem direct contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek.