Hoe houdt de NEa toezicht op de ERE regeling?

De NEa (Nederlandse Emissieautoriteit) houdt toezicht op de ERE-regeling door zowel als uitvoerder als onafhankelijk toezichthouder op te treden. Zij beheert het Register Energie voor Vervoer (REV), controleert of bedrijven aan hun Brandstoftransitieverplichting voldoen en treedt handhavend op bij overtredingen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over hoe dat toezicht in de praktijk werkt.

Wat zijn de taken en bevoegdheden van de NEa?

De NEa is de centrale uitvoerings- en handhavingsinstantie voor de ERE-regeling in Nederland. Ze beheert het Register Energie voor Vervoer (REV) waarin alle Emissiereductie-eenheden worden bijgehouden, stelt jaarlijks de verplichtingen vast en ziet erop toe dat bedrijven die verplichtingen ook daadwerkelijk nakomen. De NEa handelt namens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW).

Concreet heeft de NEa twee rollen die elkaar aanvullen. Als uitvoerder registreert ze inboekingen, verwerkt verificatieverklaringen en voert de jaarafsluiting uit. Als toezichthouder beoordeelt ze of bedrijven correct en volledig rapporteren en of de ingeboekte gegevens kloppen met de werkelijkheid. Wanneer er iets niet klopt, beschikt de NEa over de bevoegdheid om handhavend op te treden.

Naast het beheer van het REV werkt de NEa samen met andere toezichthouders, waaronder de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Douane. Dit risicogestuurde toezicht betekent dat de NEa haar controles richt op de situaties en partijen waar de kans op fouten of fraude het grootst is.

Hoe controleert de NEa of bedrijven aan de ERE-regeling voldoen?

De NEa controleert de naleving van de Brandstoftransitieverplichting primair via een systeem van verplichte verificatie en registratie in het REV. Elk jaar moeten bedrijven hun brandstofleveringen registreren, voldoende ERE’s op hun rekening hebben voor de jaarafsluiting en een verificatieverklaring indienen. De NEa toetst deze gegevens en vergelijkt ze met andere beschikbare informatiebronnen.

Het toezicht is risicogestuurd. Dat betekent dat de NEa niet elk bedrijf even intensief controleert, maar haar capaciteit inzet op gevallen met de hoogste risicoprofielen. Denk daarbij aan ongebruikelijke inboekpatronen, grote discrepanties tussen leveringsdata en geregistreerde eenheden, of bedrijven die eerder tekortkomingen vertoonden.

Een belangrijk controlemechanisme is de MID-gecertificeerde meter. Vanaf 2026 moet de meter zich in de laadpaal bevinden en voldoen aan de Metrologiewet, of er moet een exclusief bemeterd allocatiepunt zijn. De NEa controleert of de meetdata die ten grondslag liggen aan de inboekingen daadwerkelijk afkomstig zijn van gecertificeerde meetapparatuur. Voor bestaande situaties met een meter buiten de laadpaal geldt een overgangsperiode die loopt tot 1 januari 2027.

Daarnaast speelt de inboekdienstverlener een centrale rol in het toezicht. Particulieren en kleinere bedrijven boeken in via een geregistreerde inboekdienstverlener, die aansprakelijk is voor foutieve inboekingen. Handhavingsmaatregelen worden dan ook bij de inboekdienstverlener geadresseerd, niet bij de particulier of het kleine bedrijf zelf.

Welke gegevens moeten bedrijven aanleveren aan de NEa?

Bedrijven met een Brandstoftransitieverplichting moeten jaarlijks drie categorieën gegevens aanleveren: een registratie van alle brandstofleveringen, bewijs dat er voldoende ERE’s op de rekening staan voor de jaarafsluiting en een verificatieverklaring van een geaccrediteerde, onafhankelijke verificateur. Elk van deze verplichtingen kent een eigen deadline.

De jaarlijkse deadlines voor het nalevingsjaar 2026 zijn als volgt:

  • Vóór 1 maart: brandstofleveringen registreren in het REV
  • Vóór 1 april: voldoende ERE’s op rekening hebben voor de jaarafsluiting
  • Vóór 1 mei: verificatieverklaring indienen bij de NEa

Deze deadlines gelden voor het eerst in 2027, over de leveringen van 2026. Bedrijven die elektriciteit leveren aan voertuigen, moeten daarbij kunnen aantonen dat de meetdata afkomstig zijn van een MID-gecertificeerde meter. Voor bedrijven die meer dan 2 miljoen kWh per jaar leveren, geldt de mogelijkheid om zelfstandig in te boeken. Bedrijven onder die drempel zijn verplicht gebruik te maken van een inboekdienstverlener.

Voor elektriciteit als hernieuwbare energiebron geldt een specifieke berekeningswijze. Het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel voor 2026 bedraagt 50,5%, gebaseerd op het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit in 2024. Wie aanspraak wil maken op een hoger hernieuwbaar aandeel, moet kunnen aantonen dat de stroom rechtstreeks afkomstig is van opwek op dezelfde leveringslocatie of via een directe lijn, ondersteund door een Garantie van Oorsprong.

Wat gebeurt er als een bedrijf niet voldoet aan de ERE-regeling?

Als een bedrijf niet aan de ERE-regeling voldoet, kan de NEa handhavend optreden via drie instrumenten: een ambtshalve vaststelling, corrigerende maatregelen of een bestuurlijke boete. De ernst van de overtreding bepaalt welk instrument de NEa inzet. Ontbreekt de verificatieverklaring, dan gaat de NEa over tot ambtshalve vaststelling, tot vijf jaar na het betreffende kalenderjaar.

Een ambtshalve vaststelling betekent dat de NEa zelf de hoeveelheid te leveren ERE’s berekent op basis van de beschikbare informatie, zonder inbreng van het bedrijf. Dit is nadelig, omdat de NEa daarbij uitgaat van conservatieve aannames die voor het bedrijf ongunstig kunnen uitpakken. Bovendien loopt het bedrijf het risico op aanvullende handhaving als de vastgestelde waarden later niet kloppen met de werkelijkheid.

Naast de financiële gevolgen van een boete of correctie speelt ook reputatieschade een rol. De NEa publiceert handhavingsbeslissingen, wat betekent dat niet-naleving zichtbaar wordt in de markt. Voor bedrijven die actief zijn in de transportsector of die hun duurzame imago willen beschermen, is dit een extra reden om de administratie op orde te houden.

Hoe verhoudt NEa-toezicht op ERE zich tot andere energieregelingen?

Het NEa-toezicht op de ERE-regeling is specifieker en strikter dan bij veel andere energieregelingen, omdat de Brandstoftransitieverplichting directe CO2-reductiedoelstellingen koppelt aan verhandelbare eenheden. Anders dan bij algemene energierapportageverplichtingen gaat het hier om een marktmechanisme waarbij de waarde van ERE’s afhankelijk is van correcte registratie en verificatie.

Het ERE-systeem vervangt per 1 januari 2026 het HBE-systeem, dat was gebaseerd op RED II. De fundamentele verschuiving is dat de sturing niet langer plaatsvindt op de energie-inhoud van geleverde hernieuwbare energie, maar op de CO2-ketenemissiereductie van de geleverde brandstoffen, van productie tot verbranding. Dit maakt het toezicht complexer, omdat de NEa niet alleen de hoeveelheid geleverde energie controleert, maar ook de kwaliteit en herkomst ervan.

Een ander onderscheidend kenmerk is de sectorsturing. Het ERE-systeem is georganiseerd in drie sectoren: land, binnenvaart en zeevaart. ERE’s zijn in beginsel alleen inzetbaar binnen de sector waarin ze zijn gegenereerd. Dit voorkomt de prijsdruk die in het HBE-systeem ontstond doordat grote volumes uit de scheepvaartsectoren de markt voor wegvervoer beïnvloedden. De NEa houdt ook toezicht op de correcte sectorindeling van inboekingen.

Hoe kunnen bedrijven zich goed voorbereiden op een NEa-controle?

De beste voorbereiding op een NEa-controle is een goed georganiseerde administratie die aansluit op de drie jaarlijkse verplichtingen: tijdige registratie van leveringen, voldoende ERE’s op rekening en een geldige verificatieverklaring. Bedrijven die deze basiszaken structureel op orde hebben, lopen het minste risico bij een controle.

Praktisch gezien betekent dit:

  • Zorg dat alle laadpunten zijn uitgerust met een MID-gecertificeerde meter die voldoet aan de eisen van 2026
  • Werk samen met een geaccrediteerde verificateur die de inboekingen tijdig kan controleren en de verificatieverklaring vóór 1 mei kan indienen
  • Houd meetdata en leveringsbewijzen goed bij, zodat je bij een controle snel kunt aantonen dat de geregistreerde gegevens kloppen
  • Volg de actuele NEa-sectorpagina’s voor de geldende sectorpercentages, die voor 2026 kunnen afwijken door tijdelijke mitigerende maatregelen
  • Controleer of je inboekdienstverlener correct geregistreerd is bij de NEa en of de machtiging actueel is

Bedrijven die elektriciteit leveren aan voertuigen en daarmee ERE’s willen genereren, doen er goed aan ook de berekening van het hernieuwbaar aandeel te documenteren. Wil je aanspraak maken op 100% hernieuwbare stroom, dan moet je kunnen aantonen dat de opwek plaatsvindt op dezelfde locatie of via een directe lijn, met de juiste Garantie van Oorsprong.

Hoe NXT Mobility helpt met de Brandstoftransitieverplichting

De ERE-regeling en het bijbehorende NEa-toezicht zijn complex. Wij begeleiden organisaties stap voor stap door de administratieve en technische vereisten van de Brandstoftransitieverplichting, zodat jij je kunt richten op je kernactiviteiten. Via onze diensten voor duurzame mobiliteit ontzorgen we je volledig, van advies tot uitvoering.

Wat we voor jou regelen:

  • Onafhankelijk advies over de meest voordelige aanpak voor jouw specifieke situatie
  • Begeleiding bij de HBE-naar-ERE-overgang en de juiste registratie in het REV
  • Installatie van MID-gecertificeerde laadoplossingen die voldoen aan de meetvereisten van de NEa
  • Volledige ontzorging van de administratie, inclusief ondersteuning bij de verificatieplicht
  • Advies over hoe je ERE’s optimaal kunt genereren en inzetten om de business case voor elektrisch rijden te versterken

Wil je weten hoe jouw organisatie zich het beste kan voorbereiden op de NEa-controles en optimaal gebruik kan maken van de ERE-regeling? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Veelgestelde vragen

Moet ik als kleine CPO (Charge Point Operator) ook voldoen aan de Brandstoftransitieverplichting?

Dat hangt af van de hoeveelheid elektriciteit die je jaarlijks levert aan voertuigen. Alleen bedrijven die boven een bepaalde drempelwaarde uitkomen, hebben een directe Brandstoftransitieverplichting. Lever je minder dan 2 miljoen kWh per jaar, dan ben je verplicht gebruik te maken van een geregistreerde inboekdienstverlener die namens jou inboekt en aansprakelijk is voor eventuele fouten. Het is dus verstandig om tijdig te bepalen in welke categorie jouw organisatie valt.

Wat is het verschil tussen een ERE en een HBE, en heeft mijn bestaande HBE-administratie nog waarde na de overgang?

Een HBE (Hernieuwbare Brandstofeenheid) was gebaseerd op de energie-inhoud van geleverde hernieuwbare energie onder het RED II-systeem, terwijl een ERE (Emissiereductie-eenheid) is gebaseerd op de daadwerkelijke CO2-ketenemissiereductie van de geleverde brandstof. De systemen zijn dus niet één-op-één uitwisselbaar. Bestaande HBE’s die vóór 1 januari 2026 zijn gegenereerd, blijven geldig onder de overgangsregels, maar nieuwe eenheden worden uitsluitend als ERE’s geregistreerd. Zorg dat je administratie de overstap correct documenteert.

Wat moet ik doen als ik de deadline van 1 mei voor de verificatieverklaring dreig te missen?

Neem zo snel mogelijk contact op met je geaccrediteerde verificateur én met de NEa om de situatie te melden. De NEa kan bij een gemiste deadline overgaan tot ambtshalve vaststelling, waarbij zij zelf de verplichte ERE’s berekent op basis van conservatieve aannames die voor jou ongunstig kunnen uitpakken. Preventief werken is dan ook essentieel: plan de verificatie ruim vóór de deadline in en zorg dat alle meetdata en leveringsbewijzen tijdig beschikbaar zijn voor de verificateur.

Hoe weet ik of mijn inboekdienstverlener correct geregistreerd is bij de NEa?

De NEa publiceert een actueel register van erkende inboekdienstverleners op haar website. Controleer regelmatig of jouw dienstverlener hierin voorkomt en of de machtiging die zij namens jou uitvoeren nog actueel en correct is vastgelegd. Een niet of onjuist geregistreerde inboekdienstverlener kan ertoe leiden dat inboekingen ongeldig worden verklaard, met handhavingsrisico’s als gevolg. Stel dit niet uit tot vlak voor de jaarafsluiting.

Kan ik ERE's die ik in de ene sector heb gegenereerd, inzetten voor een verplichting in een andere sector?

In principe niet: het ERE-systeem is ingedeeld in drie sectoren (land, binnenvaart en zeevaart) en ERE’s zijn in beginsel alleen inzetbaar binnen de sector waarin ze zijn gegenereerd. Dit is bewust zo opgezet om te voorkomen dat grote volumes uit de scheepvaartsector de markt voor wegvervoer beïnvloeden, zoals dat onder het HBE-systeem wel het geval was. Controleer altijd de actuele sectorregels op de NEa-website, aangezien tijdelijke mitigerende maatregelen de percentages voor 2026 kunnen beïnvloeden.

Hoe documenteer ik correct dat mijn geleverde elektriciteit 100% hernieuwbaar is voor de ERE-berekening?

Om aanspraak te maken op 100% hernieuwbare stroom moet je kunnen aantonen dat de elektriciteit rechtstreeks afkomstig is van opwek op dezelfde leveringslocatie of via een directe lijn, én ondersteund door een geldige Garantie van Oorsprong (GvO). Zonder deze documentatie geldt automatisch het netgemiddeld hernieuwbaar aandeel, dat voor 2026 is vastgesteld op 50,5%. Bewaar alle GvO’s, opwekgegevens en leveringsbewijzen zorgvuldig als onderdeel van je administratie, zodat je deze bij een NEa-controle direct kunt overleggen.

Hoe lang bewaart de NEa handhavingsbeslissingen, en wat zijn de gevolgen voor mijn bedrijfsreputatie?

De NEa publiceert handhavingsbeslissingen openbaar, wat betekent dat overtredingen zichtbaar worden voor klanten, partners en aanbesteders. Hoewel de exacte bewaartermijnen per type beslissing kunnen variëren, geldt dat de NEa tot vijf jaar na het betreffende kalenderjaar ambtshalve kan vaststellen bij een ontbrekende verificatieverklaring. Voor bedrijven die actief zijn in de transportsector of die een duurzaam imago willen beschermen, is tijdige naleving dus niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook een strategisch belang.