Hoe bereken je de ERE opbrengst van jouw laadpunt?

De ERE opbrengst van jouw laadpunt bereken je door het aantal geleverde kilowattuur te vermenigvuldigen met het netgemiddelde hernieuwbare aandeel, de emissiefactor en een omrekeningsfactor. Voor netstroom in 2026 levert elke 1.000 kWh ruwweg 333 ERE certificaten op, afhankelijk van het hernieuwbare aandeel van de stroom die je levert. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de berekening, de waarde en de praktische toepassing van ERE certificaten voor jouw laadinfrastructuur.

Wat bepaalt de hoogte van jouw ERE opbrengst?

De hoogte van jouw ERE opbrengst wordt bepaald door drie factoren: het aantal kilowattuur dat je via jouw laadpunt levert, het hernieuwbare aandeel van die elektriciteit, en de CO2-emissiefactor die de NEa hanteert. Hoe meer stroom je levert en hoe groener die stroom is, hoe meer ERE certificaten je genereert.

Voor netstroom geldt in 2026 een netgemiddeld hernieuwbaar aandeel van 50,5%. Dit percentage is gebaseerd op het Nederlandse aandeel hernieuwbare elektriciteit van twee jaar eerder, dus het aandeel in 2024. Wie aantoonbaar 100% hernieuwbare stroom levert via opwek op dezelfde locatie of via een directe lijn, kan het volledige hernieuwbare aandeel van 100% toepassen. Dat levert bijna twee keer zoveel ERE certificaten op per geleverde kilowattuur.

Naast het hernieuwbare aandeel speelt ook de emissiefactor een rol. De NEa hanteert voor elektriciteit een waarde van 183 gram CO2 per megajoule. Deze factor is vastgelegd in de regelgeving en geldt voor alle inboekers gelijk. Wat je dus zelf kunt beïnvloeden, is het volume aan geleverde kilowattuur en de herkomst van jouw stroom.

Hoe werkt de ERE berekening stap voor stap?

De berekening van ERE certificaten uit elektriciteit volgt een vaste formule die de NEa heeft vastgesteld. Voor netstroom in 2026 is de formule: aantal ERE’s = levering (kWh) x 0,505 x 183 x 3,6 / 1.000. Voor 100% hernieuwbare stroom vervang je de factor 0,505 door 1. De uitkomst geeft het exacte aantal ERE certificaten dat je mag inboeken.

Concreet ziet de berekening er zo uit:

  1. Bepaal het geleverde volume in kilowattuur, gemeten via een MID-gecertificeerde meter op of in de laadpaal.
  2. Vermenigvuldig met het hernieuwbare aandeel: 0,505 voor netstroom in 2026, of 1 bij aantoonbaar 100% hernieuwbare opwek.
  3. Vermenigvuldig met de emissiefactor van 183 gram CO2 per megajoule.
  4. Vermenigvuldig met de omrekeningsfactor van 3,6 megajoule per kilowattuur.
  5. Deel door 1.000 om het aantal ERE certificaten te berekenen.

Een concreet rekenvoorbeeld: 2.000 kWh netstroom in 2026 levert 2.000 x 0,505 x 183 x 3,6 / 1.000 = 666 ERE certificaten op. Dit voorbeeld komt rechtstreeks uit de officiële NEa-documentatie en geldt als referentie voor alle inboekers.

Belangrijk: de ingeboekte hoeveelheid is altijd de kWh gemeten via het bemeterde leverpunt, de zogenaamde verkoopmeter. Vanaf 2026 moet de meter zich in of op de laadpaal bevinden en MID-gecertificeerd zijn. Voor bestaande situaties met een MID-meter buiten de laadpaal geldt een overgangsperiode in 2026; per 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan.

Wat is het verschil tussen ERE’s voor personenauto’s en vrachtverkeer?

Het verschil tussen ERE certificaten voor personenauto’s en vrachtverkeer zit niet in de berekeningsformule, maar in de sectorindeling en de bijbehorende subdoelen. Elektriciteit geleverd aan voertuigen in de sector land valt onder het nationale RFNBO-subdoel voor land, en ERE’s uit andere sectoren mogen daar niet voor worden ingezet. Voor zee- en binnenvaart geldt een soepelere regeling.

Concreet betekent dit dat een laadpunt voor personenwagens en bestelwagens ERE certificaten genereert in de sector land. Laadpunten voor mobiele bouwmachines vallen ook onder sector land, een uitbreiding die per 2026 is ingevoerd. Walstroom aan schepen valt onder binnenvaart of zeevaart, afhankelijk van het type vaartuig.

Voor exploitanten van laadinfrastructuur die zowel personen- als vrachtverkeer bedienen, is het relevant om te weten dat de sector land een nationaal RFNBO-subdoel kent van 2 PJ in 2030. ERE’s die je genereert met laadpunten voor vrachtwagens en bestelwagens dragen bij aan dit subdoel. Spoorvervoer en luchtvaart zijn expliciet uitgesloten van het inboeken van elektriciteit vanaf 2026.

Hoeveel zijn ERE’s waard op de markt?

De marktwaarde van ERE certificaten is niet wettelijk vastgesteld en fluctueert op basis van vraag en aanbod. De prijs wordt bepaald door de totale verplichting van brandstofleveranciers, het beschikbare aanbod van hernieuwbare energie en de marktverwachtingen rondom aankomende wetgeving. Er is geen officiële beurs; handel vindt plaats via bilaterale contracten of via gespecialiseerde makelaars.

Wat de waarde wel mede bepaalt, is het spaarsysteem. Een rekeninghouder mag maximaal 45.000 ERE’s altijd sparen. Daarboven geldt een limiet: als inboeker mag je maximaal 4% van de in het afgelopen jaar bijgeschreven ERE’s sparen, als verplichtinghouder maximaal 10% van je verplichting. ERE’s boven de spaarlimiet vervallen automatisch op 1 april. Dit mechanisme beperkt de mogelijkheid om grote voorraden op te bouwen en houdt de markt in beweging.

Voor de businesscase van jouw laadpunt is het verstandig om de ERE opbrengst conservatief in te schatten en de actuele marktprijs te volgen via marktpartijen die actief zijn in de handel van ERE certificaten. De inboekdienstverlener die namens jou inboekt, rekent doorgaans een commissie van ruwweg 15 tot 25% over de opbrengst; de exacte vergoeding is contractueel en marktafhankelijk.

Welke gegevens heb je nodig om ERE opbrengst bij te houden?

Om jouw ERE opbrengst nauwkeurig bij te houden, heb je drie categorieën gegevens nodig: meterdata van het laadpunt, informatie over de herkomst van de stroom, en de registratie in het Register Energie voor Vervoer (REV) van de NEa. Zonder betrouwbare meterdata kun je geen aanspraak maken op ERE certificaten.

Concreet gaat het om de volgende gegevens:

  • MID-gecertificeerde meterstand: de kWh-meting via het bemeterde leverpunt in of op de laadpaal.
  • Herkomst van de stroom: netstroom of aantoonbaar 100% hernieuwbaar via een Garantie van Oorsprong, overgemaakt naar het NEa-account zonder exploitatiesubsidie.
  • Registratie in het REV: brandstofleveringen moeten vóór 1 maart worden geregistreerd voor het voorgaande jaar.
  • Verificatieverklaring: een jaarlijkse inboekverificatie door een geaccrediteerde, onafhankelijke verificateur, in te dienen vóór 1 mei.
  • Machtiging aan inboekdienstverlener: als je niet zelfstandig inboekt, heb je een geldige machtiging nodig voor minimaal één heel kalenderjaar.

Zelfstandig inboeken is alleen mogelijk voor bedrijven die jaarlijks minimaal 2 miljoen kWh aan elektriciteit voor vervoer leveren. Lever je minder, dan boek je in via een inboekdienstverlener. Begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners bij de NEa geregistreerd.

Hoe versterkt ERE opbrengst de businesscase voor laadinfrastructuur?

ERE opbrengst versterkt de businesscase voor laadinfrastructuur doordat het een aanvullende inkomstenstroom creëert bovenop de reguliere laadopbrengsten. Elke kilowattuur die je via jouw laadpunt levert, genereert niet alleen directe omzet, maar ook ERE certificaten die je kunt verhandelen op de markt. Dit maakt investeringen in laadinfrastructuur financieel aantrekkelijker.

De versterking van de businesscase werkt langs twee lijnen. Ten eerste verlagen de ERE inkomsten de terugverdientijd van de investering in laadpalen en bijbehorende infrastructuur. Ten tweede biedt de ERE opbrengst een prikkel om het laadvolume te maximaliseren, omdat meer geleverde kilowattuur direct meer certificaten oplevert. Locaties met hoog gebruik, zoals bestemmingslocaties bij supermarkten, winkelcentra of sportfaciliteiten, profiteren hier het meest van.

Wie investeert in 100% hernieuwbare opwek op de laadlocatie, bijvoorbeeld via zonnepanelen in combinatie met een directe lijn naar de laadpalen, kan bovendien het volledige hernieuwbare aandeel toepassen in de berekening. Dat verhoogt de ERE opbrengst per geleverde kilowattuur aanzienlijk en versterkt de duurzaamheidspositie van de locatie tegelijkertijd.

Hoe NXT Mobility helpt met ERE certificaten

Wij begeleiden organisaties van A tot Z bij het optimaliseren van hun ERE opbrengst. Als totaalpartner voor duurzame mobiliteit combineren we technische laadoplossingen met gespecialiseerde kennis van het ERE-systeem, zodat jij het maximale haalt uit jouw laadinfrastructuur. Concreet bieden wij:

  • Onafhankelijk advies over de meest rendabele laadopstelling voor jouw locatie
  • Installatie van MID-gecertificeerde laadpalen die voldoen aan de eisen van de NEa
  • Volledige ontzorging van de ERE-administratie, inclusief inboeken, verificatie en registratie in het REV
  • Advies over 100% hernieuwbare opwek op locatie om de ERE opbrengst per kilowattuur te maximaliseren
  • Begeleiding bij subsidieaanvragen en de financiële structurering van jouw laadproject

Of je nu een bedrijfslaadplein wilt realiseren, een openbare snellaadlocatie wilt exploiteren of jouw transportvloot wilt elektrificeren: wij zorgen dat de ERE opbrengst een stevige bijdrage levert aan jouw businesscase. Bekijk onze diensten voor een volledig overzicht, of neem contact op voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Veelgestelde vragen

Kan ik als particulier met een thuislaadpunt ook ERE certificaten inboeken?

Nee, particulieren met een thuislaadpunt komen niet in aanmerking voor het inboeken van ERE certificaten. De ERE-regeling richt zich op professionele brandstofleveranciers die elektriciteit leveren aan derden voor vervoer. Wil je als ondernemer wel profiteren van ERE opbrengst, dan heb je een commercieel laadpunt nodig dat is geregistreerd bij de NEa en voldoet aan de meetvereisten.

Wat gebeurt er als mijn laadpaal geen MID-gecertificeerde meter heeft?

Zonder MID-gecertificeerde meter kun je de geleverde kilowatturen niet als bewijs aanleveren bij de NEa, waardoor je geen aanspraak kunt maken op ERE certificaten. Voor bestaande situaties waarbij de MID-meter zich buiten de laadpaal bevindt, geldt in 2026 nog een overgangsperiode. Vanaf 1 januari 2027 is dit definitief niet meer toegestaan, dus het is verstandig om tijdig te upgraden naar een laadpaal met een ingebouwde MID-gecertificeerde meter.

Hoe kies ik de juiste inboekdienstverlener voor mijn laadinfrastructuur?

Let bij het kiezen van een inboekdienstverlener op de hoogte van de commissie (doorgaans 15–25%), de geboden dienstverlening rondom administratie en verificatie, en de ervaring met jouw type laadinfrastructuur. Vergelijk meerdere aanbieders en controleer of ze officieel geregistreerd staan bij de NEa. Houd er ook rekening mee dat je een machtiging afgeeft voor minimaal één heel kalenderjaar, dus een weloverwogen keuze is belangrijk.

Wat is het financiële voordeel van 100% hernieuwbare stroom ten opzichte van netstroom voor mijn ERE opbrengst?

Bij 100% hernieuwbare stroom pas je een factor van 1 toe in de berekening in plaats van 0,505 voor netstroom in 2026. Dat betekent dat je per geleverde kilowattuur bijna twee keer zoveel ERE certificaten genereert. Voor een locatie die jaarlijks 50.000 kWh levert, loopt het verschil op tot ruim 16.000 extra ERE certificaten per jaar, wat bij een marktprijs van enkele euro’s per certificaat een aanzienlijke extra inkomstenstroom oplevert.

Wanneer vervallen mijn ERE certificaten en hoe voorkom ik dat ik opbrengst misloop?

ERE certificaten boven de spaarlimiet vervallen automatisch op 1 april van elk jaar. Als inboeker mag je maximaal 4% sparen van de in het afgelopen jaar bijgeschreven ERE’s bovenop de vaste drempel van 45.000 ERE’s. Om verlies te voorkomen, is het verstandig om je ERE-saldo actief te monitoren en tijdig te verkopen via bilaterale contracten of een makelaar, zodat je geen certificaten onnodig laat verlopen.

Geldt de ERE-regeling ook voor laadpunten die al in gebruik zijn, of alleen voor nieuwe installaties?

De ERE-regeling geldt ook voor bestaande laadpunten, mits ze voldoen aan de geldende meetvereisten. Bestaande installaties met een MID-meter buiten de laadpaal hebben in 2026 nog een overgangsperiode, maar moeten uiterlijk per 1 januari 2027 zijn aangepast. Het is dus zeker de moeite waard om bestaande laadpunten te laten beoordelen op ERE-geschiktheid en eventueel te upgraden om de opbrengst niet te missen.

Hoe werkt de jaarlijkse verificatieplicht en wat zijn de gevolgen als ik de deadline mis?

Elke inboeker is verplicht om jaarlijks een verificatieverklaring in te dienen bij de NEa, opgesteld door een geaccrediteerde en onafhankelijke verificateur. De deadline hiervoor is 1 mei, terwijl de registratie van brandstofleveringen vóór 1 maart moet plaatsvinden. Mis je deze deadlines, dan loop je het risico dat je ingeboekte ERE certificaten niet worden erkend en dus geen waarde hebben. Werk je met een inboekdienstverlener, controleer dan contractueel wie verantwoordelijk is voor het tijdig aanleveren van de verificatieverklaring.