Welke laadpalen komen in aanmerking voor HBE generatie?
Voor HBE-generatie komen laadpalen in aanmerking die elektriciteit leveren aan wegvoertuigen via een MID-gecertificeerde meter die zich in de laadpaal zelf bevindt. Dat geldt voor zowel publieke als private laadpunten, mits aan de registratie- en meteringsvereisten wordt voldaan. Hieronder vind je antwoorden op de meest gestelde vragen over de HBE regeling en welke laadsituaties precies in aanmerking komen.
Welke voertuigen en laadsessies tellen mee voor HBE generatie?
Voor de HBE-regeling tellen laadsessies mee waarbij elektriciteit wordt geleverd aan wegvoertuigen die deelnemen aan het wegverkeer. Denk aan personenauto’s, bestelwagens, vrachtwagens en bussen. Ook verwisselbare voertuigaccu’s en mobiele bouwmachines vallen vanaf 2026 onder de inboekbare categorieën in de sector land.
Niet alle elektrische toepassingen zijn inboekbaar. Spoorvervoer, losse accupakketten of aggregaten die niet direct aan een voertuig zijn gekoppeld, en dokstroom aan luchtvaartuigen vallen buiten de regeling. Luchtvaart is per 2026 niet langer inboekbaar onder de Brandstoftransitieverplichting. Walstroom aan schepen valt wel onder de regeling, maar dan in de sector binnenvaart of zeevaart, niet in sector land.
De ingeboekte hoeveelheid wordt bepaald door de kWh die wordt gemeten via het bemeterde leverpunt, de zogeheten verkoopmeter. Alleen de daadwerkelijk gemeten en geregistreerde elektriciteitslevering telt mee. Schattingen of berekeningen op basis van laadtijden zijn niet toegestaan.
Moet een laadpaal gecertificeerd of goedgekeurd zijn voor HBE’s?
Ja, vanaf 2026 geldt de verplichting dat de meter zich in de laadpaal zelf bevindt en MID-gecertificeerd is conform de Metrologiewet. MID staat voor Measuring Instruments Directive, de Europese richtlijn voor nauwkeurige meetapparatuur. Zonder een geldige MID-meter in de laadpaal kan de elektriciteitslevering niet worden ingeboekt.
Voor bestaande situaties waarbij een MID-meter buiten de laadpaal is geplaatst, geldt in 2026 nog een overgangsperiode. Maar per 1 januari 2027 is deze constructie niet meer toegestaan. Wie nu nog laadpalen heeft met een externe meter, doet er verstandig aan om tijdig te upgraden of te vervangen.
Een alternatief is een exclusief bemeterd allocatiepunt. Dit is een situatie waarbij het meetpunt weliswaar niet in de laadpaal zit, maar uitsluitend en aantoonbaar is gekoppeld aan de elektriciteitslevering voor dat specifieke laadpunt. Dit vereist een zorgvuldige technische en administratieve inrichting en is vooral relevant voor grotere laadpleinen.
Wat is het verschil tussen publiek en privaat laden bij HBE registratie?
Bij de HBE-regeling maakt het onderscheid tussen publiek en privaat laden vooral verschil in wie de inboeking verzorgt en hoe het hernieuwbare aandeel wordt berekend, niet in de vraag of inboeking mogelijk is. Zowel publieke laadpunten als private laadpunten bij bedrijven of thuis komen in aanmerking.
Privaat laden bij bedrijven
Bedrijven die jaarlijks meer dan 2 miljoen kWh aan elektriciteit leveren voor vervoer, mogen zelfstandig inboeken bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Bedrijven onder deze drempel boeken in via een erkende inboekdienstverlener. Voor bedrijven die elektriciteit opwekken op dezelfde locatie als waar de laadpalen staan, bestaat de mogelijkheid om 100% hernieuwbare beloning te ontvangen. Dit vereist een Garantie van Oorsprong voor niet-netlevering, overgemaakt naar het NEa-account, zonder dat er sprake is van een exploitatiesubsidie.
Thuisladen door particulieren
Particulieren kunnen niet zelfstandig inboeken. Zij nemen altijd deel via een inboekdienstverlener die namens hen de registratie verzorgt. Voor thuisladers geldt altijd het netgemiddelde als hernieuwbaar aandeel, in 2026 vastgesteld op 50,5%. Dit geldt ook als de particulier zonnepanelen heeft, omdat eigen opwek voor particulieren niet aantoonbaar is voor de regeling. Een machtiging aan een inboekdienstverlener geldt voor minimaal één heel kalenderjaar.
Hoe worden HBE’s berekend op basis van geladen elektriciteit?
Belangrijk om te weten: per 1 mei 2026 is het HBE-systeem vervangen door het ERE-systeem (Emissiereductie-eenheden), gebaseerd op RED III. Bestaande HBE-saldi zijn omgezet naar ERE’s met de omrekenregel 1 HBE = 46 ERE. De berekening van nieuwe eenheden vindt nu plaats op basis van CO2-ketenemissiereductie.
Voor elektriciteit uit het net geldt de volgende berekening voor ERE-E: het aantal ERE-E is gelijk aan de geleverde kWh vermenigvuldigd met het hernieuwbare aandeel (50,5% in 2026), vervolgens vermenigvuldigd met de fossiele referentiewaarde voor elektriciteit (183 g CO2-eq per MJ) en met de energieomrekeningsfactor (3,6 MJ per kWh), gedeeld door 1.000.
Een concreet rekenvoorbeeld van de NEa maakt dit inzichtelijk: 2.000 kWh netstroom in 2026 levert 2.000 keer 0,505 keer 183 keer 3,6 gedeeld door 1.000, wat neerkomt op 666 ERE-E. Bij 100% hernieuwbare stroom, via aantoonbare eigen opwek of een directe lijn, vervalt de factor van 50,5% en wordt de volledige 183 g CO2-eq per MJ benut, wat de opbrengst aanzienlijk verhoogt.
Wie is verantwoordelijk voor de HBE registratie bij zakelijk laden?
Bij zakelijk laden ligt de verantwoordelijkheid voor de registratie bij de partij die de elektriciteit levert en inboekt. Dit is ofwel het bedrijf zelf als zelfstandige leverancier, ofwel een erkende inboekdienstverlener. De inboekdienstverlener is aansprakelijk voor foutieve inboekingen, niet de eindgebruiker of de werkgever die de laadpalen beschikbaar stelt.
Voor de zakelijke situatie waarbij werknemers thuis laden op kosten van de werkgever, is een machtiging aan één inboekdienstverlener vereist. De werknemer verleent die machtiging en de inboekdienstverlener verzorgt de registratie in het Register Energie voor Vervoer (REV). De NEa houdt toezicht op het systeem en kan bij onjuiste registraties handhavend optreden via een bestuurlijke boete of corrigerende maatregelen.
De jaarlijkse deadlines zijn relevant voor iedereen die betrokken is bij de registratie. Brandstofleveringen moeten voor 1 maart worden geregistreerd, voldoende ERE’s moeten voor 1 april op rekening staan, en verificatie moet voor 1 mei zijn geregistreerd. Deze deadlines gelden voor het eerst in 2027 over de leveringen van 2026.
Hoe NXT Mobility helpt met de HBE regeling
De overgang van het HBE- naar het ERE-systeem brengt nieuwe technische en administratieve eisen met zich mee. Wij begeleiden organisaties door dit hele proces, zodat jij geen kansen misloopt en altijd voldoet aan de geldende regelgeving. Onze aanpak omvat:
- Advies over welke laadpalen en meetopstellingen voldoen aan de MID-certificeringsvereisten
- Begeleiding bij de keuze tussen zelfstandig inboeken of werken met een inboekdienstverlener
- Volledige ontzorging van de administratie, registratie en certificering rondom ERE’s
- Optimalisatie van de business case door maximale benutting van het hernieuwbare aandeel
- Installatie van gecertificeerde laadoplossingen die direct inboekbaar zijn
Of het nu gaat om thuisladers voor werknemers, een bedrijfslaadplein of een publieke snellaadlocatie: we zorgen ervoor dat de technische inrichting klopt en de opbrengst uit de ERE-regeling maximaal benut wordt. Bekijk ons volledige aanbod via onze diensten of neem direct contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek.
Veelgestelde vragen
Kan ik als particulier met zonnepanelen toch een hoger hernieuwbaar aandeel claimen voor thuisladen?
Nee, voor particulieren is eigen opwek via zonnepanelen niet aantoonbaar binnen de ERE-regeling. Ongeacht of je thuis zonne-energie opwekt, geldt altijd het netgemiddelde als hernieuwbaar aandeel — in 2026 vastgesteld op 50,5%. Alleen bedrijven die elektriciteit opwekken op dezelfde locatie als de laadpalen kunnen via een Garantie van Oorsprong aanspraak maken op 100% hernieuwbare beloning.
Wat gebeurt er als mijn laadpaal in 2026 nog een externe MID-meter heeft — loop ik dan inkomsten mis?
In 2026 geldt nog een overgangsperiode voor bestaande situaties met een MID-meter buiten de laadpaal, mits het meetpunt exclusief en aantoonbaar is gekoppeld aan dat specifieke laadpunt. Vanaf 1 januari 2027 is deze constructie echter niet meer toegestaan en kun je die laadsessies niet meer inboeken. Het is verstandig om nu al te inventariseren welke laadpalen een upgrade of vervanging nodig hebben, zodat je geen ERE-opbrengsten misloopt.
Hoe kies ik de juiste inboekdienstverlener voor mijn situatie?
Let bij de keuze van een inboekdienstverlener op erkenning door de NEa, ervaring met jouw specifieke laadsituatie (thuis, zakelijk of publiek) en transparantie over de verdeling van ERE-opbrengsten. Vergelijk ook de administratieve ontzorging die zij bieden, want de inboekdienstverlener is aansprakelijk voor foutieve registraties. Een vrijblijvend adviesgesprek met een specialist zoals NXT Mobility kan helpen om de beste keuze te maken voor jouw specifieke situatie.
Mijn bedrijf laadt minder dan 2 miljoen kWh per jaar — is zelfstandig inboeken dan helemaal niet mogelijk?
Klopt, bedrijven die onder de drempel van 2 miljoen kWh per jaar blijven, zijn verplicht om via een erkende inboekdienstverlener in te boeken en kunnen niet zelfstandig registreren bij de NEa. Dit is overigens niet per se nadelig: een goede inboekdienstverlener neemt de volledige administratieve last uit handen en is verantwoordelijk voor correcte registratie. Groei je in de toekomst boven de 2 miljoen kWh-drempel, dan kun je opnieuw beoordelen of zelfstandig inboeken interessant wordt.
Wat zijn de meest gemaakte fouten bij de ERE-registratie en hoe vermijd ik die?
Veelvoorkomende fouten zijn: het gebruik van laadpalen zonder geldige MID-meter, het missen van de jaarlijkse deadlines (registratie vóór 1 maart, ERE's op rekening vóór 1 april, verificatie vóór 1 mei), en het niet correct vastleggen van machtigingen bij thuisladers. Ook wordt het hernieuwbare aandeel soms onjuist berekend doordat de omschakeling van HBE naar ERE over het hoofd wordt gezien. Een gestructureerde administratie en tijdige controle van je technische meetopstelling zijn de beste preventie.
Hoe werkt de machtiging aan een inboekdienstverlener precies voor werknemers die thuis laden?
Een werknemer die thuis laadt op kosten van de werkgever, verleent persoonlijk een machtiging aan één inboekdienstverlener. Deze machtiging geldt voor minimaal één volledig kalenderjaar en kan niet tussentijds worden overgedragen aan een andere partij. De inboekdienstverlener registreert vervolgens de laadsessies in het Register Energie voor Vervoer (REV). Het is belangrijk dat werknemers tijdig machtigen, bij voorkeur vóór het begin van het kalenderjaar, om te voorkomen dat laadsessies niet kunnen worden ingeboekt.
Wat is het financiële verschil tussen inboeken met het netgemiddelde versus 100% hernieuwbare stroom?
Het verschil is aanzienlijk: bij het netgemiddelde van 50,5% in 2026 telt slechts de helft van de geleverde kWh mee voor de ERE-berekening, terwijl bij 100% hernieuwbare stroom de volledige hoeveelheid wordt benut. Concreet levert 2.000 kWh netstroom circa 666 ERE-E op, terwijl dezelfde hoeveelheid volledig hernieuwbare stroom ruim 1.300 ERE-E zou opleveren — meer dan een verdubbeling van de opbrengst. Voor bedrijven met eigen zonne-energieopwekking op locatie is het dan ook sterk aan te raden om de Garantie van Oorsprong correct in te richten.