Wanneer is de ERE regeling officieel goedgekeurd?

De ERE regeling is officieel van kracht per 1 januari 2026. Op die datum verving het Besluit energie vervoer het oude HBE-systeem en trad het nieuwe ERE-systeem (Energie-eenheden Rijden en varen voor Emissievrij) in werking als wettelijk kader voor hernieuwbare energie in het vervoer. De eerste nalevingsdeadlines gelden voor het jaar 2026, met rapportageverplichtingen die in 2027 beginnen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de ERE regeling, van wat het inhoudt tot hoe je je er nu al op kunt voorbereiden.

Wat houdt de ERE regeling precies in?

De ERE regeling is het Nederlandse systeem voor het registreren, verhandelen en naleven van verplichtingen rondom hernieuwbare energie in het vervoer. ERE staat voor Energie-eenheden Rijden en varen voor Emissievrij. Het systeem vervangt het vroegere HBE-systeem en is gebaseerd op de Europese RED III-richtlijn, onderdeel van het “Fit for 55”-pakket. Het doel is een meetbare reductie van CO2-emissies in de transportsector.

Het systeem kent zes typen eenheden, elk voor een andere energiebron of brandstofcategorie:

  • ERE-G: geavanceerde biobrandstoffen
  • ERE-C: conventionele biobrandstoffen
  • ERE-B: bijlage IXb-grondstoffen
  • ERE-O: overige hernieuwbare energie
  • ERE-R: hernieuwbare waterstof en e-fuels (RFNBO)
  • ERE-E: elektriciteit geleverd aan voertuigen en vaartuigen

Een belangrijk verschil met het vorige HBE-systeem is de sectorsturing. Het ERE-systeem is opgedeeld in drie sectoren: land (wegvoertuigen, spoor, mobiele machines en vaste installaties), binnenvaart en zeevaart. ERE’s zijn in beginsel alleen inzetbaar binnen de sector waar ze zijn gegenereerd. Dit voorkomt de prijsdruk die in het HBE-systeem ontstond doordat grote volumes uit de scheepvaartsectoren de markt voor wegvervoer beïnvloedden.

De CO2-ketenemissiereductieverplichting voor de landsector bedraagt 14,4% in 2026 en loopt op naar 27,1% in 2030. Het Register Energie voor Vervoer (REV), beheerd door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa), is het centrale platform waar alle ERE’s worden geregistreerd en verhandeld.

Wanneer wordt de officiële goedkeuring van de ERE regeling verwacht?

De ERE regeling hoeft niet meer te worden verwacht: de regeling is al officieel goedgekeurd en in werking getreden. Het Besluit energie vervoer (BWBR0040922) is per 1 januari 2026 van kracht. Daarmee is het ERE-systeem het geldende wettelijke kader voor de brandstoftransitieverplichting in Nederland.

De wettelijke grondslag ligt in de Wet milieubeheer, titels 9.7 en 9.8, uitgewerkt via het Besluit energie vervoer en de Regeling energie vervoer. De Energiewet verving per diezelfde datum de Elektriciteitswet 1998, wat ook gevolgen heeft voor wie elektriciteit mag inboeken: alleen de “aangeslotene in de zin van de Energiewet” kan als inboeker optreden.

Wat betreft de uitvoering gelden de eerste verplichte handelingen voor het jaar 2026, maar de deadlines daarvoor vallen in 2027:

  • Brandstofleveringen registreren vóór 1 maart 2027
  • Voldoende ERE’s op rekening hebben vóór 1 april 2027 (jaarafsluiting)
  • Verificatie registreren vóór 1 mei 2027

Er is wel een tijdelijke mitigerende maatregel van kracht, aangekondigd door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat op 10 december 2025. Deze maatregel beïnvloedt de sectorpercentages voor binnenvaart en zeevaart in 2026. Raadpleeg de actuele NEa-sectorpagina’s voor de meest recente percentages die voor jouw sector gelden.

Welke organisaties kunnen aanspraak maken op de ERE regeling?

Zowel verplichte deelnemers als vrijwillige inboekers kunnen deelnemen aan het ERE-systeem. Verplichte deelnemers zijn bedrijven die benzine, diesel of andere brandstoffen aan het vervoer leveren boven een bepaalde drempel. Vrijwillige inboekers, zoals bedrijven die elektriciteit leveren aan voertuigen, kunnen ERE’s genereren en verhandelen zonder een eigen nalevingsverplichting te hebben.

Verplichtinghouders

Bedrijven met een jaarverplichting zijn brandstofleveranciers die meer dan 500.000 liter per kalenderjaar uitleveren aan het vervoer. Zij moeten jaarlijks een vastgesteld aantal ERE’s inleveren bij de NEa om aan hun CO2-reductieverplichting te voldoen. Doen ze dat niet, dan kan de NEa handhavend optreden via ambtshalve vaststelling, corrigerende maatregelen of een bestuurlijke boete.

Vrijwillige inboekers en inboekdienstverleners

Bedrijven die elektriciteit leveren aan voertuigen kunnen ERE-E’s genereren. Wie jaarlijks minimaal 2 miljoen kWh aan elektriciteit voor vervoer levert (exclusief spoor), mag zelfstandig inboeken als zelfstandige leverancier. Wie onder die drempel zit, kan gebruikmaken van een inboekdienstverlener. Begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners geregistreerd bij de NEa.

Particulieren kunnen uitsluitend deelnemen via een inboekdienstverlener. Zij hebben een aansluiting conform de Energiewet nodig, een registratie als eigenaar in het Centraal Aansluitingenregister en een machtiging aan precies één inboekdienstverlener. Voor thuisladers geldt altijd het netgemiddelde hernieuwbare aandeel, dat in 2026 op 50,5% ligt.

Inboekbaar zijn onder andere: elektriciteit geleverd aan voertuigen en vaartuigen, walstroom aan schepen, verwisselbare voertuigaccu’s en mobiele bouwmachines. Niet inboekbaar zijn: spoorvervoer, dokstroom aan luchtvaartuigen en losse accupakketten.

Hoe vraag je de ERE regeling aan zodra deze goedgekeurd is?

De ERE regeling is geen subsidie die je aanvraagt, maar een systeem waaraan je deelneemt via registratie bij de NEa en het Register Energie voor Vervoer (REV). Om ERE’s te kunnen genereren en inboeken, doorloop je een aantal concrete stappen.

  1. Registreer je bij de NEa: Open een rekening in het REV als zelfstandige leverancier of als inboekdienstverlener, afhankelijk van je leveringsvolume.
  2. Zorg voor een MID-gecertificeerde meter: Vanaf 2026 moet de meter zich op de laadpaal bevinden en MID-gecertificeerd zijn conform de Metrologiewet. Voor bestaande situaties met een meter buiten de laadpaal geldt een overgangsperiode in 2026, maar per 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan.
  3. Registreer je leveringen: Boek de geleverde kWh’s in via het REV vóór 1 maart van het jaar volgend op het leveringsjaar.
  4. Laat een verificatie uitvoeren: Inboekers zijn verplicht jaarlijks een inboekverificatie te laten uitvoeren door een geaccrediteerde, onafhankelijke verificateur. De verificatieverklaring moet vóór 1 mei worden ingediend.
  5. Verhandel of gebruik je ERE’s: Gegenereerde ERE’s kun je verkopen aan verplichtinghouders of zelf inzetten als je ook een nalevingsverplichting hebt.

Voor de berekening van ERE-E’s uit elektriciteit geldt in 2026 het volgende: voor netstroom vermenigvuldig je het aantal geleverde kWh met 0,505 (netgemiddeld hernieuwbaar aandeel), dan met 183 (g/MJ) en met 3,6 (MJ/kWh), gedeeld door 1.000. Wie 100% hernieuwbare stroom levert via opwek op dezelfde locatie of via een directe lijn, mag zonder de factor 0,505 rekenen, mits een Garantie van Oorsprong niet-netlevering beschikbaar is en er geen exploitatiesubsidie op rust.

Wat is het verschil tussen de ERE regeling en andere laadsubsidies?

De ERE regeling is geen subsidie, maar een marktmechanisme. Het verschil is fundamenteel: subsidies zijn eenmalige financiële bijdragen van de overheid voor een investering, terwijl de ERE regeling een doorlopend systeem is waarbij je ERE’s genereert door hernieuwbare energie te leveren aan het vervoer en deze vervolgens kunt verhandelen.

Laadsubsidies, zoals de SEEH (voor thuisladers) of de SPRONG-regeling (voor bedrijven), vergoeden een deel van de aanschaf- of installatiekosten van laadinfrastructuur. Ze zijn eenmalig, budgetgebonden en vaak aan specifieke voorwaarden gebonden.

De ERE regeling werkt anders:

  • Je ontvangt geen geld van de overheid, maar genereert verhandelbare eenheden op basis van geleverde elektriciteit
  • De opbrengst is afhankelijk van de marktprijs van ERE’s, niet van een vastgesteld subsidiebedrag
  • Deelname is doorlopend, niet eenmalig
  • Het systeem stimuleert het daadwerkelijk leveren van hernieuwbare energie, niet alleen de aanschaf van hardware

Het vroegere HBE-systeem werkte vergelijkbaar, maar kende geen sectorsturing. Daardoor konden grote volumes uit de scheepvaart de prijs voor wegvervoer drukken. Het ERE-systeem lost dit op door ERE’s sectorgebonden te maken. Dit maakt de opbrengst voor aanbieders van laadinfrastructuur in de landsector stabieler en voorspelbaarder.

Voor bedrijven die investeren in laadinfrastructuur kunnen beide instrumenten naast elkaar bestaan: een subsidie voor de initiële investering en ERE-opbrengsten voor de doorlopende exploitatie. Het combineren van beide vergroot de businesscase voor elektrisch laden aanzienlijk.

Wat kun je nu al doen om klaar te zijn voor de ERE regeling?

Omdat de ERE regeling per 1 januari 2026 al van kracht is, draait het nu niet meer om voorbereiding maar om correcte deelname. De eerste nalevingsdeadlines vallen in 2027, maar de leveringen waarover je moet rapporteren zijn die van 2026. Wie nu nog niet heeft gehandeld, loopt het risico ERE-opbrengsten mis te lopen of niet aan zijn verplichtingen te voldoen.

Concreet zijn dit de stappen die je nu kunt zetten:

  • Controleer je meetinfrastructuur: Zorg dat je laadpalen zijn uitgerust met een MID-gecertificeerde meter. Voor situaties waarbij de meter buiten de laadpaal zit, geldt in 2026 nog een overgangsperiode, maar per 1 januari 2027 is dit niet meer toegestaan.
  • Bepaal je inboekroute: Lever je meer dan 2 miljoen kWh per jaar aan vervoer? Dan kun je zelfstandig inboeken. Zit je onder die drempel? Kies dan een geregistreerde inboekdienstverlener.
  • Registreer je in het REV: Open een rekening bij de NEa en zorg dat je leveringen correct worden bijgehouden.
  • Plan je verificatie: Zoek tijdig een geaccrediteerde verificateur, want de verificatieverklaring moet vóór 1 mei 2027 worden ingediend.
  • Verken de spaarlimiet: ERE’s boven de spaarlimiet vervallen automatisch op 1 april. Zorg dat je weet hoeveel je mag sparen en wanneer je ERE’s moet verhandelen.
  • Onderzoek de mogelijkheden van 100% hernieuwbare beloning: Als je elektriciteit opwekt op dezelfde locatie als waar je levert, of via een directe lijn, kun je hogere ERE-opbrengsten realiseren.

Voor transportbedrijven en bedrijven met een eigen wagenpark is het ook verstandig om de ontwikkelingen rondom het RFNBO-subdoel te volgen. Voor hernieuwbare waterstof en e-fuels gelden aparte subdoelen, en de markt voor ERE-R eenheden ontwikkelt zich snel.

Hoe NXT Mobility helpt met de ERE regeling

Wij begrijpen als geen ander hoe complex de transitie naar emissievrij vervoer in de praktijk is. Als onderdeel van GP Groot, van origine een gerenommeerde transporteur, combineren wij diepgaande sectorkennis met concrete oplossingen voor laadinfrastructuur, HBE- en ERE-dienstverlening en wagenparkadvies. Bekijk onze diensten en oplossingen voor een volledig overzicht van wat wij voor jouw organisatie kunnen betekenen.

Specifiek rond de ERE regeling ontzorgen wij je op de volgende punten:

  • Advies over de juiste inboekroute voor jouw situatie (zelfstandig of via inboekdienstverlener)
  • Levering en installatie van MID-gecertificeerde laadpalen die voldoen aan de meetvereisten van 2026 en 2027
  • Begeleiding bij de registratie in het REV en het opzetten van een correcte meetadministratie
  • Ondersteuning bij het maximaliseren van ERE-E opbrengsten, inclusief opties voor 100% hernieuwbare beloning
  • Inzicht in hoe ERE-opbrengsten de businesscase voor jouw laadinfrastructuur versterken

Wil je weten wat de ERE regeling concreet voor jouw organisatie betekent? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek. Wij helpen je van strategie tot uitvoering.

Veelgestelde vragen

Wat gebeurt er als ik als verplichtinghouder niet op tijd voldoende ERE's heb ingeleverd?

Als je vóór 1 april 2027 niet genoeg ERE's op je rekening hebt staan om aan je jaarverplichting te voldoen, kan de NEa handhavend optreden. Dit kan resulteren in een ambtshalve vaststelling, corrigerende maatregelen of een bestuurlijke boete. Het is daarom verstandig om ruim vóór de deadline je ERE-positie te controleren en zo nodig extra ERE's aan te kopen op de markt.

Kan ik ERE's uit de binnenvaart of zeevaart gebruiken om aan mijn verplichting in de landsector te voldoen?

Nee, dat is in beginsel niet mogelijk. Een van de belangrijkste veranderingen ten opzichte van het oude HBE-systeem is juist de sectorsturing: ERE's zijn sectorgebonden en kunnen alleen worden ingezet binnen de sector waar ze zijn gegenereerd. Dit voorkomt dat grote volumes uit de scheepvaartsectoren de marktprijs voor de landsector drukken, wat de opbrengsten voor laadinfrastructuurexploitanten stabieler maakt.

Wat is de spaarlimiet en hoe werkt die in de praktijk?

De spaarlimiet bepaalt hoeveel ERE's je maximaal op je rekening mag bewaren. ERE's die boven deze limiet uitkomen, vervallen automatisch op 1 april. In de praktijk betekent dit dat je actief moet bijhouden hoeveel ERE's je hebt gegenereerd en tijdig moet beslissen of je ze verkoopt of inzet voor je eigen verplichting. Zorg dat je de actuele spaarlimiet voor jouw situatie opvraagt bij de NEa of via je adviseur.

Mag ik als particulier met een thuislader ook ERE's genereren en wat levert dat op?

Ja, particulieren kunnen deelnemen, maar uitsluitend via een geregistreerde inboekdienstverlener. Je hebt daarvoor een aansluiting conform de Energiewet nodig, een registratie als eigenaar in het Centraal Aansluitingenregister en een machtiging aan precies één inboekdienstverlener. Voor thuisladers geldt altijd het netgemiddelde hernieuwbare aandeel van 50,5% in 2026, wat de hoeveelheid te genereren ERE-E's beïnvloedt. De financiële opbrengst is afhankelijk van de actuele marktprijs van ERE's.

Wat zijn de gevolgen van de overgangsperiode voor meters buiten de laadpaal, en wat moet ik concreet regelen vóór 1 januari 2027?

In 2026 geldt nog een overgangsperiode voor situaties waarbij de meter zich buiten de laadpaal bevindt. Vanaf 1 januari 2027 is dit echter niet meer toegestaan: de MID-gecertificeerde meter moet zich op de laadpaal zelf bevinden conform de Metrologiewet. Als je bestaande laadpalen hebt waarbij dit nog niet het geval is, moet je deze vóór het einde van 2026 laten aanpassen of vervangen, anders kun je de geleverde elektriciteit niet meer geldig inboeken.

Hoe kies ik de juiste inboekdienstverlener en waar moet ik op letten?

Let er allereerst op dat de dienstverlener is geregistreerd bij de NEa — begin 2026 waren circa 21 inboekdienstverleners geregistreerd. Vergelijk daarnaast de voorwaarden op het gebied van afdracht van ERE-opbrengsten, administratieve ondersteuning, meetdata-integratie en de begeleiding bij de jaarlijkse verificatieplicht. Omdat je slechts aan één inboekdienstverlener tegelijk een machtiging kunt verlenen, is het verstandig om vooraf goed te vergelijken en een partij te kiezen die ook ondersteuning biedt bij de volledige administratieve cyclus.

Kan ik een subsidie zoals de SEEH of SPRONG combineren met ERE-opbrengsten, of sluit dat elkaar uit?

Deze instrumenten sluiten elkaar niet uit en kunnen juist goed worden gecombineerd. Een subsidie zoals de SEEH of SPRONG vergoedt een deel van de initiële investerings- of installatiekosten van laadinfrastructuur, terwijl de ERE regeling doorlopende inkomsten genereert op basis van de elektriciteit die je daadwerkelijk levert. Door beide te combineren versterk je de businesscase voor elektrisch laden aanzienlijk: de subsidie verlaagt de instapdrempel en de ERE-opbrengsten verbeteren de exploitatie op de lange termijn.